De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Dr. J. Koopmans, Het oud-kerkelijk dogma in de reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn, Ton Bolland, Amsterdam 1983, 146 blz„ ƒ 39, 50.

Dit boek deed eens dienst als een dissertatie. De in de laatste wereldoorlog op ongelukkige wijze om het leven gekomen amsterdamse predikant J. Koopmans promoveerde erop in 1938. Sindsdien werd het boek in het Duits vertaald en uitgegeven. De Nederlandse uitgave verdween van de markt, en werd zeer gezocht. Wij zijn dhr. Bolland er dan ook erkentelijk voor dat hij ertoe gekomen is een ongewijzigde herdruk van de Nederlandse editie het licht te doen zien.

Het boek bevat na een inleiding drie hoofdstukken, waarin achtereenvolgens behandeld worden: De grond der aanvaarding van het oudkerkelijk dogma door de reformatoren; en De functie van het oudkerkelijk dogma in de reformatorische theologie en in den kerkdijken dienst.

Het boek bevat een zeer grondige en gedegen studie, met een aantal citaten uit Luther en Calvijn. Merkwaardig is dat Zwingli geheel ontbreekt. Behoorde die niet tot de Reformatie? Trouwens ook andere reformatoren, buiten Luther en Calvijn ontbreken. De titel van het boek is daardoor te pretentieus.

Calvijn krijgt, en dat is gezien de titel wettig, de hoofdaandacht, al wordt Luther bepaald niet overgeslagen.

Het boek biedt, zoals men van een dissertatie verwachten mag, veel informatie. Het biedt op tal van punten verheldering, en zal daarom door dogmatisch en dogmahistorische geïnteresseerden met veel nut gebruikt kunnen worden. Voor de niet theologisch geschoolden zullen stijl en terminologie wel moeilijkheden opleveren.

De auteur leeft niet meer, zodat hij op critiek niet meer kan ingaan. Anders zou ik hem willen vragen of hij de reserves die de hervormers op bepaalde tijden in hun leven gehad hebben tegen het gebruik der oudkerkelijke terminologie inzake triniteit en christologie niet wat al te scherp getekend, hoewel de auteur toegeeft dat zij geweten hebben van de onvervangbaarheid van die terminologie.

Verder als de auteur zegt dat Luther van de 'oeconomische' tot de 'immanente' Triniteit besloten heeft (51), dan kan ik hem daarin niet volgen, en dat zit ook niet in het door hem aangehaalde citaat uit WA 52.344. Verder als de auteur zegt dat bij Calvijn de Triniteitsleer de 'gansche Godsleer' heeft uitgemaakt (101), dan proef ik daarin een barthiaans trekje, en meen ik dat hij er naast is, de Confessio Gallicana, door Calvijn zelf ontworpen, heeft eerst een artikel over Gods wezen en eigenschappen en pas verderop komt de Triniteit ter sprake; en zo is het trouwens ook in de Ned. Gel. Belijdenis.

Deze critische opmerkingen verhinderen overigens niet dat ik dit boek gaarne ter bestudering aanbeveel. Het biedt in kort bestek historisch en dogmatisch zeer veel.

K. Exalto

Dr. ir. E. Schuurman, Christenen in Babel, serie Pasmunt, deel 3, 55 blz. ƒ 8, 90. Kok, Kampen 1983.Een fijn

boekje dat nog eens samenvat en uitwerkt wat door de auteur in grotere en niet voor iedereen even gemakkelijk toegankelijke publicaties geschreven is. Allereerst gaat de schrijver in op het evolutionaire en revolutionaire toekomstdenken en wijst hij de geestelijk-historische achtergrond aan in de idee van de menselijke autonomie. De weg van dit humanistische toekomstdenken is een doodlopende weg. De schrijver schetst vervolgens de gevaren van de verwetenschappelijking en vertechnisering van de kuituur, de beheersingsdrift van wetenschappers en technocraten en het vooruitgangsgeloof. In de lijn van Genesis 11 en Openbaring 17/18 wijst hij op het Babelmotief (hoogmoed, macht, godloosheid) in de huidige kuituur. Het kernwapenvraagstuk mag z.i. niet losgemaakt worden van de uitingen van deze Babelkultuur in wetenschap en techniek. Christenen dienen zich van dit Babel motieflos te maken en getuigend en dienend daar tegen te strijden, niet in wereldmijding, maar in positieve aanvaarding van de opdracht die de Here geeft in Zijn Koninkrijk. Dat roept om een ethische doorlichting van wetenschap en techniek. De schrijver waarschuwt er voor om al te snel de politiek het laatste woord te geven. Het boekje stelt de ingewikkelde vraag naar de ralatie van de christen tot de kuituur aan de orde. Je zou graag over een aantal concretiseringen doorpraten, maar het bestek van deze brochures laat uitwerking niet toe. Dat betekent wel dat we instemmen met de grondlijnen van de auteur, maar toch blijven zitten met de vraag: En hoe nu in de praktijk van elke dag?

A. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's