De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

In de laatste twintig jaar is Kohlbrugge's theologie uit haar isolement losgekomen.

Op donderdag 1 december vond - zoals we in het vorige nummer aankondigden - de promotie plaats van drs. A. Noordegraaf te Ede tot dr. in de theologie. De promotieplechtigheid was dermate druk bezocht, dat de bezoekers moesten uitwijken naar de aula, die in korte tijd voor één en ander in gereedheid was gebracht. En nog moesten verschillende belangstellenden met een staanplaats genoegen nemen, waarbij 'zitters' in de promotiezaal tot 'staanders' in de aula werden.

De rector (prof. dr. O. J. de Jong), onder wiens voorzitterschap de promotieplechtigheid plaats vond, haakte in zijn felicitatie aan het adres van dr. Noordegraaf In op het feit dat in zo grote getale belangstelling werd kenbaar gemaakt uit de gemeente. Hij stelde dat ongetwijfeld in de gemeenten ook gebeden werd voor de voortgang van de theologische bezinning. Hij sprak de uitdrukkelijke wens uit dat in de gemeenten er het voortdurende gebed zou zijn voor de universiteit in het algemeen en de theologische faculteit in het bijzonder in deze moeilijke tijden. Voorwaar geen alledaagse wens (uitgesproken aan een Rijksuniversiteit), zélfs niet bij theologische promoties. We werden weer even herinnerd aan de dagen van de proefpreek toen de gemeente nog acte de presence mocht geven aan de universiteit en de voorbede voor de faculteit nooit ontbrak. Intussen waren de woorden van prof. dr. O. J. de Jong hun gewicht in goud waard.

Sören Kierkegaard, de markante, grillige en buitensporige filosoof en schrijver, die van 1813-1815 in Denemarken leefde en de staats-kerkelijke godsdienst vaak onder onbarmhartige kritiek stelde, heeft in zijn dagboeken heel wat markante uitspraken gedaan. Uit een boekje, getiteld Aforismen, wat zeggen wil korte spreuken, lichten we de volgende gedachten:

• Iedereen droomt ervan met grote mensen gelijktijdig geweest te zijn. Maar wie durft er nu eigenlijk gelijktijdig met zichzelf te leven?

• Datgene wat tot beginnen aanspoort heet verwondering; datgene waarmee werkelijk begonnen wordt heet besluit.

• Elke gevestigde orde heeft voortdurend een 'horzel' nodig om niet in slaap te vallen of, wat nog erger is, om niet te vervallen tot zelfvergoddelijking.

• Het verschil tussen de mensen ligt alleen in de vraag hoe zij domme dingen zeggen; dat zij ze zeggen is algemeen-menselijk.

• Het hongerig beest 'publiek' moet telkens iets nieuws hebben om over te praten. En de oppassers, de journalisten, geven dat publiek iets om over te praten. Vroeger werd men voor de leeuwen geworpen; nu verslindt het publiek iemand smakelijk nadat hij door de journalisten gebraden is als lievelingsgerecht van het publiek: geklets!

• De geestelijkheid is geen zielzorger meer. Dat is de arts tegenwoordig. Men wordt geen ander mens meer door bekering, maar door een verblijf in een Kurort e.d.

De leer van, liever nog de bijbelse notie van 'de rechtvaardiging van de goddeloze' heeft ook consequenties voor het zicht op de kerk, zeg op de leer aangaande de kerk, de ecclesiologie. De in zijn tijd miskende maar later telkens weer ontdekte theoloog Herman Frederich Kohlbrugge heeft de notie van de rechtvaardiging uit de Romeinenbrief bepaald vlees en bloed gegeven. De rechtvaardiging van de goddeloze verdraagt geen triumfantelijk kerk-en gemeentebegrip. Hier volgt een stuk, dat J. Loos schreef in het boek 'De theologie van Kohlbrugge' (1984) en dat ons door een lezer ter ovenweging werd toegezonden. We geven het zonder commentaar door, alleen om duidelijk te maken hoe vanuit Kohlbrugge's theologie over Samen op Weg wordt gedacht. Overigens vallen ook de richtingen in de (Hervormde) Kerk onder Kohlbrugge's oordeel.

’(...) In de laatste twintig jaar is Kohlbrugge's theologie uit haar isolement losgekomen. Karl Barth ontdekte de verwantschap van zijn boodschap met die van Kohlbrugge en de studie der dialectische theologie wekte overal belangstelling voor die eenzame figuur, die in haar tijd dezelfde dingen gezegden voor dezelfde waarheid gestreden had, die Barth en de zijnen ter harte gaan. Kohlbrugge had een theologie des Woords geproclameerd. Tegenover de ervaringen en bevindingen van de vrome mens had hij het Woord gesteld. Ook de wedergeboren mens is vleselijk. Heilig en onaantastbaar is slechts het Woord.

Wanneer nu deze theologie des Woords, die wij in het vorige hoofdstuk beschreven, in onze tijd zo sterk de aandacht boeit, welke gevolgen kan dit dan hebben voor kerk en volk? Kohlbrugge 's theologie tast de door Abraham Kuyper geponeerde antithese tussen een christelijk volksdeel ter ener en de paganisten ter andere zijde aan van een enigszins andere kant uit dan Hoedemaker dit gedaan had, maar de gezichtspunten van Kohlbrugge en Hoedemaker vullen elkander op schone wijze aan. Beiden keren zij zich tegen het separatisme op kerkelijk en op staatkundig gebied, beiden pleiten voor de oude nationale kerk. Terwijl Hoedemaker hierbij vooral de breedte der kerk in het oog vat, ziet Kohlbrugge in de eerste plaats haar diepte. Hoedemaker had oog voor de breedte der kerk, d.i. voor de grondslag, die zij heeft in het genadeverbond Gods, voor de betekenis van de kinderdoop, voor de ontmoeting van kerk en volk bij het doopvont, voor het verband van de nationale kerk met het volk en met de overheid (art. 36 der N.G.B.). Langs de lijn van Kohlbrugge 's theologie komt men tot deze zelfde zaken, alleen van een andere kant. Tegenover de piëtistische mening, dat de wedergeboren mens soortelijk verschilt van de onwedergeborene, stelde Kohlbrugge de prediking, dat de wedergeborene vlees is. Tegenover de piëtistische neiging om de wedergeborenen samen te brengen in een conventikel, een afgescheidengemeente, en "vrije" kerk, stelde Kohlbrugge de solidariteit van al wat mens is, van al wat zondaar is. Tegenover de "lustificatio electi" der separatisten, wier credo immers een zeer bepaald getinte leer der praedestinatie is, stelde hij de "lustificatio impii". Tegenover de separatistische antithese tussen gelovigen en ongelovigen stelde hij scherp die andere antithese, de tegenstelling tussen God en mens, tussen Geesten vlees. Vandaar Kohlbrugge's diepe aanhankelijkheid aan de Nederlandse Hervormde Kerk, die hij, niettegenstaande haar in het oog vallende gebreken, verkoos boven de Afgescheiden Kerken. De Hervormde Kerk was hem de kerk van zondaren, die genade ontvangen. De Afgescheiden Kerk kon hij niet als Kerk des Heeren erkennen. De houding die hij in het kerkelijk leven aannam, was, gelijk wij zagen, theologisch gemotiveerd. Er is nauw verband tussen Kohlbrugge's prediking van de rechtvaardiging door het geloof en zijn trouwheid aan de Nederlandse Hervormde Kerk en aan de landskerk in het Rijnland.

Zo zien wij in onze tijd, dat de herleving van Kohlbrug­ge's theologie gepaard gaat met een sterke opleving van Hervormd kerkelijk bewustzijn. Sterker kerkelijkheid is zeker niet altijd onmiddellijk toe te schrijven aan de doorwerking der dialectische theologie, maar kerkelijk besef en een theologie, die haar stempel van Kohlbrugge ontving, gaan wel vaak hand aan hand. Men is zich weer bewust geworden van het eigen karakter der Nederlandse Hervormde Kerk, een karakter, dat van dat der Gereformeerde Kerken principieel onderscheiden is. Achter de ''vrije'' kerk ligt een andere theologie dan achter de volkskerk. Slechts in de "grote" Kerk vindt de prediking van de rechtvaardiging des goddelozen haar rechtmatige plaats. Zo kan de bezinning op Kohlbrugge 's theologie ons leren, dat de volkskerk geen hersenschim is, geen verouderd ideaal; waaraan de werkelijkheid vreemd is, gelijk men van de zijde der Gereformeerde Kerken zo gaarne beweert. Dit zou zelfs niet het geval zijn, wanneer de "vrije" kerk in omvang de volkskerk zou overtreffen. Of de Kerk volkskerk is, is niet, of althans niet in de eerste plaats, een kwestie van zielental, maar een kwestie van prediking en van pastorale praktijk. Wanneer de Kerk ernst maakt met het Evangelie, d.i. met de boodschap, dat de Zoon des mensen gekomen is niet om te roepen rechtvaardigen maar zondaars tot bekering, wanneer zij in de vaste overtuiging, dat de liefde Gods in Christus wijd en veel omvattend is, er een ruime dooppraktijk op na durft te houden, wanneer zij, wetende dat het Woord vlees werd, vrij en open - hoewel om des kruises wil altijd kritisch - tegenover het natuurlijke leven durft staan, dan is zij volkskerk. De Hervormde kerk zij zulk een volkskerk. Zij worde geen nabootsing der "Gereformeerde Kerken". Die nabootsing zou in alle opzichten slecht uitvallen. Zij zou alleen wat groter en daarom wat logger en trageren tuchtelozer zijn. Zij is, naar aard en karakter, anders en moet ook anders zijn. Het stemt tot dankbaarheid, dat zij zich dit bewust schijnt te worden, mede tot bezinning op het getuigenis van Kohlbrugge. De theologie van de laatste tijd versterkte het kerkelijk bewustzijn tegenover de kerken van afscheiding en doleantie.

Maar ook op de inwendige toestanden en verhoudingen deed zij haar invloed gelden. Kohlbrugge's leer, dat de wedergeboren mens vlees is, is van betekenis voor het vraagstuk der richtingen. Haar doorwerking moest ertoe leiden en heeft er reeds toe geleid, dat de richtingsstrijd in de Nederlandse Hervormde Kerk op een hoger plan kwam en dat het conflict tussen de richtingen allengs tot een gesprek werd. Hoe is dit te verklaren, daar toch bijv. de hoekigheid van Kohlbrugge 's persoonlijkheid meermalen tot conflicten leidde?

Voor Kohlbrugge is slechts Gods Woord heilig en onaantastbaar; de vrome mens met zijn "beginselen" is vlees. Tegenover het absolute Woord van God zijn dus die beginselen slechts menselijk en betrekkelijk. Zij hebben een betrekkelijke waarde en zijn toch ook weer betrekkelijk waardeloos. Voor de majesteit van het Woord en van de belijdenis der Kerk moeten menselijke meningen onvoorwaardelijk wijken.

Nu hebben de ''richtingen'' wel heel vaak met buitensporige felheid gestreden voor haar "beginselen". Zij hebben gestreden om zichzelf te kunnen handhaven. De richtingsstrijd werd een strijd van de macht in de Kerk en hij is dat ook nu nog in sterke mate.

In zulk een situatie moet het toch wel van grote betekenis zijn, wanneer men zich gaat bezinnen op het relatieve en menselijke van de richtingen en wanneer men opnieuw gaat luisteren naar datgene, dat de Kerk blijkens haar belijdenis als Woord Gods heeft gehoord. Waar dit geschiedt, daar houdt een mens op, vertegenwoordiger te zijn van een richting, daar wordt hij weer in de eerste plaats lid der Kerk, daar houdt een predikant op, kampioen van een partij te zijn, maar hij wordt weer dienaar des Woords. En dit wonder - want een goddelijk wonder is het - komt tot stand, niet omdat men overeenkomt elkander met rust te laten, maar omdat men elkander met kracht oproept om naar Gods Woord te luisteren. Hier zijn de voorwaarden geschapen voor al die ongedachte veranderingen, die men in de laatste jaren in de Ned. Herv. Kerk heeft kunnen waarnemen: een synode, die zich uitspreekt over principiële vraagstukken, het werk van "Gemeenteopbouw", het gesprek der richtingen enz. Dat ons vaderland in de oorlog betrokken raakte was tot dit alles waarlijk niet meer dan de uitwendige aanleiding. Het was ook niet zo volstrekt nieuw, als men bij oppervlakkige beschouwing misschien een ogenblik zou kunnen menen. De theologische ontwikkeling van de laatste tijd had reeds veel voorbereidend werk verricht. Mede aan het feit, dat Kohlbrugge 's theologie uit haar isolement kwam, zijn de tot stand gekomen veranderingen te danken.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's