Wie is onder de profeten?
Het is niet zo eenvoudig om nauwkeurig de vraag te beantwoorden wat profetie vandaag inhoudt.
Het is niet zo eenvoudig om nauwkeurig de vraag te beantwoorden wat profetie vandaag inhoudt. Duidelijk is dat aan de kerk het profetische Wóórd is toebetrouwd. We hebben het profetische Woord dat zeer vast is en we doen wel dat we daarop acht geven, als op een licht schijnende in een duistere plaats (2 Petrus 1 : 19). Daarom heeft de prediking altijd weer het profetische aan en in zich, mits het Woord open gaat. De prediking heeft de afglans van de drie ambten van Christus: het profetische, het priesterlijke en het koninklijke.
Toch worden er over de vraag wat profetische prediking, in het kader van de tijd waarin we leven, nu eigenlijk is ook fundamenteel verschillende antwoorden gegeven. Men treft dit met name ook in de bundel Verbi Divini Minister, het boek dat aan ds. L. Kievit werd aangeboden ter gelegenheid van zijn vijf en zestigste verjaardag. Dr. W. Aalders en dr. S. Gerssen schrijven beiden over de profetie. Bij al wat gemeenschappelijk is in hun bijdragen, is voor dr. W. Aalders de profeet vooral 'de uitzonderlijke figuur, die leeft van opdracht tot opdracht', terwijl hij 'haast geneigd is om profetische prediking te typeren als 'een koortsverschijnsel in tijden van geestelijke verwording en gevaar'. Dat de kerk niet verzwolgen is in de kolkende zee van de grillige geschiedenismachten is aldus Aalders, te danken aan diè profetische prediking. Gerssen daarentegen waarschuwt tegen het gevaar van het uitleveren van de gemeente aan 'de geestkracht van een markante persoonlijkheid'. Gerssen benadrukt dan dat profetie maar ten dele 'voorzegging' is, maar meer Woord des Heeren 'dat in het heden de weg wijzen wil’.
Me dunkt dat niet genoeg benadrukt kan worden dat het Woord zélf het richtinggevende woord voor alle tijden is. Dat daarin derhalve de kracht van de profetie schuilt, om ontdekkend kritisch in te gaan tegen de geest van de tijd(en) en om in elke tijd 'het zicht omhoog' (Aalders) open te houden! Maar profetie vindt plaats in de tijd, niet erboven of erbuiten. De vraag is intussen wél waar sprake is van bizonder inzicht in de nood der tijden er waar het Woord op een bizondere wijze oplicht om de tekenen der tijden te verstaan. Wie is dan - om het in toegespitste zin te zeggen - vandaag 'onder de profeten'? Samuel was een profeet. Maar ook Saul was onder de profeten, zegt ons dat merkwaardige hoofdstuk 1 Samuel 19. We stuiten hier ook op de kwestie van de ware en de valse profeet. Hoe zijn die te onderscheiden? In de loop der tijden zijn er mensen geweest met een profetische blik. Begenadigd met een profetische geest hebben ze hun tijd doorschouwd tot op de toekomst. Maar er zijn in de loop van de tijd ook altijd vreemde geesten geweest, die zich beriepen op openbaringen en gezichten en zich als profeten opwierpen (soms zelfs als de laatste).
Open Appèlbrief
Aanleiding tot dit artikel is intussen een 'Open Appèlbrief aan de Nederlandse Christenheid'. De brief is gezonden aan kerken en christelijke gemeenschappen, dagbladen en kerkbladen, en is ondertekend door een zeer gemengd gezelschap van personen, t.w. ds. J. den Admirant, hervormd predikant te Babyloniënbroek, prof. dr. D. M. Bakker (Heemstede), drs. T. A. Bolhuis (Heerde), prof. dr. A. P. Bos (Heemstede), prof. dr. B. Goudzwaard en mevrouw Z. L. Goudzwaard-van Helden (Oegstgeest, Nederlands gereformeerd), ds. H. J. Hegger (Velp), prof. dr. J. van der Hoeven (Bussum) en ds. J. Popping gereformeerd predikant te Heerde. Bij verdere informatie bleek ook de (zelfstandig) oud-gereformeerde ds. B. Jongejan te Dordrecht erbij betrokken te zijn. In de brief wordt gezegd: profetie in onze tijd wordt door de hedendaagse christenheid niet gemakkelijk serieus genomen. Deels komt dat stellig vanwege bestaand misbruik of ook wel valse profetie. Maar anderdeels ook, doordat ervan wordt uitgegaan, dat profetisch spreken in de huidige bedeling onmogelijk is. Persoonlijk wantrouwen en zelfs verdachtmaking kunnen daarvan het gevolg zijn'. Ik denk dat dit juist is. 'Profeten' in de geschiedenis zijn soms gestrande schepen, die bakens in zee zijn. Hoe vaak is de laatste dag al niet concreet voorspeld? Hoeveel gemeentelijke scheuringen of eigen gekozen kerkelijke wegen zijn soms niet gebaseerd geweest op goddelijke ingevingen? Maar is het niet anderzijds een wezenlijke verarming wanneer er in de gemeente geen ruimte is voor de echte gave van de profetie, één van de gaven waarover 1 Cor. 12 : 10 spreekt (en de Schrift is toch niet tijdgebonden)? Maar ook hier geldt weer dat de profetie schriftgebonden, Woord-bepaald moet zijn.
Concreet
De ondertekenaars van de Open Brief maken concreet duidelijk wat ze met hun brief bedoelen. Ze dringen met klem aan op een (hernieuwd) kennis nemen van de laatste publicaties van ds. A. A. Leenhouts 'Mijn wraak is barmhartig' en 'Wedstrijd der altaren'. Daarin heeft deze 'zijn niet aan hemzelf ontsproten profetisch getuigenis... pogen neer te leggen’.
Wie is ds. Leenhouts? Rondom 1950 was er veel rondom hem te doen. Hij was gereformeerd predikant in Enschede en toen hij in 1948 van vacantie terugkwam kreeg hij een persoonlijke openbaring. 'Mijn studeerkamer stond onverwachts in lichterlaaie. Ik hoorde in de geest een geweldige storm en had de ervaring van een engelverschijning. Ik begaf mij naar het raam en constateerde hoe buiten alles bladstil was. Ik liep vervolgens naar de slaapkamer, keek in de spiegel en merkte dat ik er uitzag als een dode. Daarna ging ik weer terug naar de studeerkamer, greep als door een onzichtbare hand geleid een blocnote en nam achter mijn bureau plaats. Toen sprake de Heere woordelijk: 'Mijn kinderen hebben gebeden en Ik antwoord.’
Kort samengevat zegt Leenhouts in zijn boek 'Wedstrijd der altaren': 'De Heere sprak over Israels toekomst, over het komende wereldreveil, gaf boodschappen voor de kerken en liet mij daarna vele dagen lang in brandende visioenen de identiteit zien van de laatste tekst van Maleachi en Openbaring 10. Elk woord sloeg als een vlam door mij heen. Het doodszweet droop van mij af en zonder enige macht te hebben over mijn hand of gedachten, kwam zin na zin ordelijk op papier te staan. God opende het geheimenis van Openbaring 10: de verborgenheid der donderslagen, het verzegelde voorlaatste mysterie. Ik werd in de geest geconfronteerd met de angsten van Jezus in Gethsemané, met Zijn kruislijden en godverlatenheid, maar ook met de onmetelijke kracht van Zijn opstanding en toekomst. Beurtelings moest ik zien onze oneindige schuld aan Zijn bloed en de rijkdom van Zijn ontferming in de komende opwekking’.
Wat zou men nog in kunnen brengen tegen zulke geladen volzinnen, zó pregnant opkomend van een zeker weten van Godservaring, van Geestvervoering. Toetsing is echter geboden! Feit is intussen dat deze door de kerken niet overgenomen profetie - zo zegt Leenhouts het uiteraard - hem buiten de Gereformeerde Kerken bracht. Na de brede discussies in de jaren vijftig hoorde men weinig meer van Leenhouts, die sindsdien voorganger is van een vrije gemeente in Amsterdam.
Wat is er aan de hand?
Wat is er dan nü aan de hand, dat een aantal gerenommeerde mensen, uit zo uiteenlopende kerkelijke kringen, (weer) aandacht vragen voor de profetieën van ds. Leenhouts? Ze zeggen: 'Het is onze overtuiging dat het veronachtzamen van eventueel aanwezige profetie een wezenlijk gevaar inhoudt voor de christelijke gemeente. Zeker in deze tijd, nu de wereld op politiek, militair, economisch en ecologisch gebied in een grenssituatie is beland. In het bizonder valt thans te denken aan het gevaar, dat er een noodlottige verbinding ontstaat tussen het streven naar Wiedervereinigung en de plaatsing van nieuwe kernwapens op Duits grondgebied, - terwijl toch de deling van Duitsland niet kan en mag worden losgemaakt van wat in de oorlogstijd het Joodse volk is aangedaan. Daar komt nog bij, dat de christelijke kerk, verscheurd als zij is, nog niet aan haar historische taak van het wekken van het volk Israël tot jaloersheid is toegekomen’.
De briefschrijvers sluiten hier aan bij de genoemde boeken van Leenhouts waarin hij, om zo te zeggen zijn eigen profetie (nog eens) uitlegt en nu in toegespitste zin. Openbaring 10 spreekt van Gods 'voorlaatste geheim'. Als de zevende bazuin klinkt zal 'de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten verkondigd heeft'. Deze open bladzijde in de Openbaring van Johannes is voor ds. Leenhouts in diens profetie - naar hij zegt - open gegaan. Het heeft alles met Israël te maken. Op zichzelf is dat niet nieuw. In zijn preek over Rom. 11 : 25, 26 brengt Curtenius (1650) de verborgenheid uit Openbaring 10 óók in verband met de verborgenheid van Rom. 11.
Maar Leenhouts vult conreet jaartallen in, waarop de geschiedenis zich nu toespitst. In 1948 werd zowel Jeruzalem gedeeld als Berlijn, en - aldus Leenhouts - 'het behoort tot de geheimen van de eindtijd dat Berlijn alleen aan Jeruzalem genezen kan'. De toekomst zal leren 'dat Duitsland alleen genezen kan aan het volk dat het heeft willen uitroeien'. Voor Leenhouts is dan verder het jaar 1988 belangrijk (veertig jaar na 1948).
De hereniging van gans Duitsland moet men nu verder 'aan de genade van God' overlaten. Pas na die hereniging moet Duitsland gaan denken aan het plaatsen van kruisraketten.
Verder was het jaar 1948 het jaar van het Hiël-bouwen (1 Kon. 16 : 34), zowel bij de vorming van de Wereldraad van Kerken als met betrekking tot de vestiging van de Joodse staat. 'Het is de greep van Saul naar Samuels mantel.’
'Door openbaring van Jezus Christus zeg ik - aldus Leenhouts - : 'de oecumenische beweging zoals die nu optreedt is de Judaskus van de twintigste eeuw.' Wat is het vooruitzicht dan? 'Hoe langer hoe meer wordt het in vervulling gaan van Gods beloften voor Israël en ook voor de heidenwereld een absolute voorwaarde voor het voortbestaan van de hele mensheid. Een politieke oplossing kan alleen maar geboren worden uit een religieuze oplossing’.
Een antwoord?
Uit het bovenstaande moge enigszins duidelijk zijn geworden waarom het in de appèlbrief gaat. In de verbintenis van een wereldwijd religieus réveil èn een politieke oplossing voor de wereldproblemen ligt misschien ook het antwoord op de vraag naar de toch wel merkwaardige samenstelling van de groep ondertekenaars.
In een volgend artikel wil ik pogen in te gaan op de zaak zélf, die aan de orde wordt gesteld. Hebben we een antwoord op wat Leenhouts zegt en schrijft? Móéten we er überhaupt wel een antwoord op hebben? Gedachtig aan het bijbels vermaan om alles te onderzoeken en het goede te behouden (1 Thess 5 : 19-21), een vermaan dat de briefstellers ook overnemen, heb ik het bovenstaande zo eerlijk mogelijk doorgegeven. Wat is intussen 'licht' inzake die dingen, die de Schrift verborgenheden noemt? Moeten we dat licht zoeken bij één mens, die zich een profetisch begenadigde noemt? Of moet het Woord zélf ons enige Licht blijven? Me dunkt het laatste. Al zijn er dan nog vragen te over. Daarover dus een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's