De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wegwijzer voor jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wegwijzer voor jongeren

’Vast geloven’

6 minuten leestijd

Kerk en school doen er goed aan centrale geloofszaken duidelijk te maken aan (jonge) mensen.

’Kerk en school doen er goed aan centrale geloofszaken duidelijk te maken aan (jonge) mensen. Niet alleen veel kennis en inzicht ontbreekt bij jongeren, maar ook existentiële betrokkenheid.’

Zo luidt één van de (vele) slotconclusies en aandachtspunten, die L. v. Driel en I. A. Kole hebben gepubliceerd als resultaat van een vergelijkend onderzoek, gehouden op drie protestants-christelijke en drie reformatorische scholen voor het algemeen voortgezet onderwijs.1) Eerder dan de wens uit te spreken - zoals dat in boekbesprekingen gebeurt - dat ieder die met jonge mensen omgaat dit boek in handen zal krijgen, acht ik de nauwgezette bestudering van dit onderzoek verplicht voor iedereen die op welke wijze dan ook betrokken is bij scholing en vorming van jongeren. Mij beperkend tot het specifieke terrein van de gemeente: hier vinden predikanten en (jeugd)ouderlingen, catecheten en jeugdwerkleiders broodnodige informatie.

Toch is het niet de bedoeling van de twee schrijvers geweest slechts een beeld te geven van een bepaalde groep jongeren, zodat wij óf onze ideeën en ervaringen bevestigd zouden zien óf door deze uitslag geschokt zouden worden. Zij hebben evenzeer wegen aangegeven om jongeren te benaderen, juist op die punten waar grote manco's zijn.

’Vast geloven’

’Vast geloven’ van de hand van ds. W. v. Gorsel, predikant te Wijk, en L. v. Driel, conrector van een scholengemeenschap te Ridderkerk, 2) is een antwoord op de oproep in de aanhef van deze bespreking,

In een levendige vorm van schrijven proberen beide auteurs jongeren kennis te laten maken met 'Het Gereformeerd Belijden'. Dat gebeurt dan op de volgende manier: onze drie belijdenisgeschriften, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelberger Catechismus en de Dordtse Leerregels worden besproken aan de hand van drie hoofdthema's uit de tijd van de Reformatie: Woord van God, Zoon van God en Genade van God.

Aan dit alles vooraf gaat het 'waarom' van een belijdenis, waarbij in eigentijdse (voor)beelden de noodzaak van het belijden wordt aangegeven. Kern van het betoog is, dat ondanks allerlei 'nieuw' en 'eigentijds' belijden, de Gereformeerde belijdenisgeschriften 'ook na 400 jaar van grote betekenis zijn voor allen die temidden van de vele veranderingen in kerk en maatschappij een houvast willen vinden' (p. 17). Hoewel ik de bedoeling van de schrijvers begrijp en ook hun voorzichtig spreken goed versta, vraag ik me af of ze niet eerder positief hadden moeten formuleren in plaats van negatief te constateren dat een gemeenschappelijk aanvaardbaar nieuw belijden te grote moeilijkheden oplevert in de Gereformeerde Gezindte. Niet dat het positieve te kort zou komen in hun boekje, maar in dat geval was de actualiteitsvraag, mijns inziens, bevredigender beantwoord. Overigens is dit geen harde kritiek, maar een welbewust mee-willen-denken hoe de spanning tussen het belijden van eeuwen het - én geloven en belijden in 1983 verwoord kan worden. Daarom ook ben ik zeer dankbaar voor de evenwichtigheid waarmee de verhouding tussen het Woord Gods en het 'belijdend' antwoord van de kerk getekend wordt. Het reformatorisch belijden heeft toch maar al te goed ingezien hoe gemakkelijk het laatste het onbereikbare niveau van het eerste, misschien onbewust en ongewild, tracht te bereiken.

De auteurs zijn er voortreffelijk in geslaagd de juiste volgorde: 'Schrift en belijdenis' te handhaven en in dit verband wordt zeer terecht ingegaan op het gezag van de Bijbel. Daarbij komen verschillende bijbelbeschouwingen en ook bijbelkritiek aan de beurt, op een manier waarvan menige catecheet en leraar veel kan leren. Hier wordt geluisterd naar de vragen van jongeren die dikwijls van zoveel kanten andere meningen, waarmee ze geen raad weten, te horen krijgen en die - naar mij maar al te vaak vertelde ervaringen - in de catechese op een onpeadagogische en onreformatorische wijze afgedaan werden (en zelfs worden) met stichtelijke dooddoeners. Hoevelen zullen op die manier van de Boodschap vervreemd zijn?

Heel fijnzeggend, zonder grote termen en zonder ophef wordt ingegaan op vragen van nu, zelfs terloops op de verhouding openbaring/ervaring, en worden de verschillende antwoorden getoetst.

Kerkgeschiedenis

Het tweede, waarover ik mijn vreugde wil uiten, is de uitstekende manier waarop de (kerk)geschiedenis aan de orde komt. Juist in een tijd waarin de historische aandacht beperkt is en er zelfs studenten een universitaire studie beginnen met een middelbare school-pakket zonder geschiedenis, is het zonder meer nodig dat wij het ontstaan van gedachten en geloofs-en belijdenisvormen leren verstaan tegen de achtergrond van het verleden. Niet om dat verleden te idealiseren of uitsluitend te bekritiseren, maar om Gods hand in de geschiedenis te mogen zien. Loochening van tradities betekent overwaardering van het heden en levert een onkritische houding tegenover de dag van vandaag op.

Maar vooral trof mij in dit werkje de bezieldheid van de schrijvers, zij hebben gepoogd de betrekkelijkheid van het congnitieve onder ons aan te tonen, zonder het element van inzicht en kennis te verwaarlozen. De gedrevenheid waarmee een en ander geschreven is, getuigt van bezieling en warmte. Het gaat toch immers om de 'religie' van de belijdenis?

In goed begrijpelijke taal, die jongeren aanspreekt, is 'Vast geloven' geschreven, op een manier die wel 'eigentijds' is, maar nergens verwordt tot een populair spraakgebruik. Dat laatste is immers een oneigenlijk middel om jongeren te bereiken en wordt dan ook snel door hen onderkend. Jammer genoeg zijn er nog steeds predikanten en catecheten, die in een 'wonderbaar mengelmoes van overdreven deftigheid en grofheid' (de uitdrukking is van K. Schilder, ontleend aan zijn 'Kerktaal en Leven' , 1923) mensen menen aan te moeten spreken.

Kritische opmerkingen mijnerzijds zijn dat een woord als 'context' (p. 12) niet bij jongeren als bekend kan worden verondersteld, en dat de naam 'Confessie belgica' op z'n minst uitgelegd dient te worden evenals het door de schrijvers geconstateerde 'op het naïeve af van het antwoord dat de artikelen 2 t/m 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis geven op de vragen rondom de Bijbel (p.26).

Tenslotte: dit boekje is duidelijk afgestemd voor 'beginners', al wordt wel wat kennis en inzicht verondersteld; hopelijk slaan de auteurs de goede richting in door in de toekomst één en ander uit te werken. Dat is - gezien de conclusie aan het begin - een dringende noodzaak!

1) L. van Driel en I. A. Kole, Godsdienstbeleving van jongeren tussen veertien en achtt jaar, Kok, Kampen, 1983.

2) Ds. W. van Gorsel en L. van Driel, Vast geloven, een kennismaking met het belijden van de kerk. Kok, Kampen, 1983.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wegwijzer voor jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's