De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eritrea en Noord-Ethiopië:honger en oorlog

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eritrea en Noord-Ethiopië:honger en oorlog

Voedsel voor vier miljoen

8 minuten leestijd

Van 25 december tot 8 januari houden de werelddiakonaten van de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk samen met de Stichting Oecumenische Hulp een speciale actie voor de hongerende bevolking in Eritrea en Noord-Ethiopië. Voor particulieren is er een speciaal gironummer. Diakonieën worden gevraagd hun bijdragen via het eigen werelddiakonaat over te maken.

In Diakonia, het orgaan van de Generale Diakonale Raad, schreef Jan van Dopgeuzen onderstaand artikel over de schrikbarende nood in Eritrea en Noord-Ethiopië. We nemen het over als een dringend appèl op de diakonieën i.v.m. een te voeren actie van 25 december tot en met 8 januari.

’Oorspronkelijk waren er tweehonderd gezinshoofden in ons dorp.' Van hen zijn er negentig naar Soedan gevlucht alhoewel sommigen nog wel terug zijn geweest om hun akkers te ploegen. Dertig zijn weggetrokken naar het westen van de provincie, twintig bleven in het dorp en de overigen zochten werk in de landbouw elders waar twee keer per jaar geoogst kan worden. Zij gingen niet naar het zuiden omdat ze dan een door de regering beheerste weg moesten oversteken. Bovendien hadden ze gehoord dat er daar geen werk meer was voor seizoenarbeiders.

Ons dorp heeft de gevolgen van de oorlog heel direct ondervonden in 1980 en 1981. Toen waren er aanvallen door grondtroepen en vanuit de lucht. Tijdens het zevende offensief (voorjaar 1983, jvd) van de regeringstroepen werd het opnieuw gebombardeerd.

Er zijn veel mensen en dieren door de oorlog en honger omgekomen. Een rijke boer die tien ossen had, verloor er zeven of acht. Er worden ook minder dieren en kinderen geboren en de koeien geven niet langer melk. Doordat veel mensen wegtrokken en door de honger verzwakt zijn, komen er nog maar weinig kinderen naar school.’

Aldus een boer in de Ethiopische provincie Tigré. Zijn relaas geeft de problemen aan waar met name de bevolking in het noorden van dat land gedurende vele jaren alweer door getroffen wordt: honger en oorlog.

Ethiopia Tikdem - Ethiopië eerst

Honger en oorlog maken dagelijks hun slachtoffers in het Ethiopië van vandaag. Vele duizenden mensen zijn dit jaar al door de honger omgekomen en zoals de situatie er nu uitziet, zal dat aantal eerder drastisch toe- dan afnemen. In het zuiden, oosten en noorden van het land wordt door verscheidene guerillabewegingen strijd gevoerd tegen het regeringsleger dat wordt bijgestaan door enkele duizenden adviseurs uit de Sowjet-Unie, Cuba en de DDR.

’De regering heeft in een straal van 300 km om Addis Abeba alles voor honderd procent onder controle. Daarbuiten vermindert de grip van de centrale overheid en neemt de invloed van allerlei guerillabewegingen toe. Vaak moet er onder gewapende begeleiding en in konvooi gereden worden', vertelde me iemand toen ik onlangs in Addis Abeba was.

Een groep Europese hulpverleners was in diezelfde periode enkele weken gegijzeld in de stad Dessie (provincie Wollo) nog geen 300 km ten noorden van de hoofdstad Addis Abeba. Zij werden gegijzeld door één van de guerillabewegingen uit de provincie Tigré.

De militaire raad, die sinds 1974 Ethiopië bestuurt, heeft niet kunnen voorkomen dat nationale geschillen tussen de verschillende etnische groepen tot het verleden zijn gaan behoren. 'Ethiopia Tikdem', Ethiopië eerst, dat was één van de leuzen waarmee nationale geschillen plaats moesten maken voor het bevorderen van de nationale eenheid. Het is niet gelukt; meer dan ooit kampt het legendarische Ethiopië met interne conflikten.

Feodaal keizerrijk

Legendarisch is Ethiopië zeker. Dit Afrikaanse land dat nooit kolonie van het westen was, werd van 1916 tot 1974 geleid door Haile Selassie. Eerst als regent voor de dochter van de in 1913 overleden keizer Menelik, later als keizer.

Menelik had tussen 1883 en 1900 zijn toenmalige rijk door veroveringen vrijwel uitgebreid tot wat nu Ethiopië heet. Een enkel gebied werd door Haile Selassie nog aan het keizerrijk toegevoegd.

Onder keizer Menelik was tweederde van het veroverde land al in bezit genomen door de overheid die het verdeelde onder de leden van de keizerlijke familie, hoge officieren uit het leger en de Orthodoxe Kerk. Voor de laatste betekende dit bezit een bron van inkomsten voor de duizenden geestelijken en monniken. De onderworpen boeren werden pachters die tegen zeer hoge pachtsommen (30-75% van de oogst) de grond mochten bewerken.

Onder keizer Haile Selassie werd de situatie van de onderworpen volken niet beter. Aanvankelijk opgestelde hervormingsplannen kwamen niet verder dan het papier. De Amharen die politiek, cultureel en religieus de macht in handen hadden, drukken hun stempen op de "ontwikkeling" van het land.

Eritrea

De huidige provincie Eritrea was eind vorige eeuw in Italiaanse handen gekomen. Bij het verdrag van Addis Abeba (1896) werden de aanspraken van dit land op Eritrea bevestigd. In oktober 1935 vielen troepen van fascistisch Italië (Mussolini) vanuit Eritrea Ethiopië binnen en zeven maanden later werd Addis Abeba bezet en vluchtte de keizer het land uit. Al in 1941 werden de Italianen echter verdreven door geallieerde troepen.

Het gezag van de keizer had echter een flinke deuk gekregen. In Eritrea was onrust die door Britse troepen onderdrukt werd. In Tigré hielpen Britse bommenwerpers de Ethiopische troepen om een opstand in bloed te smoren. Eritrea kreeg, nadat Groot-Brittanië van 1941-1950 er het mandaat over had gevoerd, in 1950 bij besluit van de Verenigde Naties beperkt zelfbestuur. In de jaren vijftig werd dat beperkte zelfbestuur stukje bij beetje afgebroken, waarna Eritrea in 1962 als veertiende provincie bij Ethiopië werd ingelijfd.

In datzelfde jaar begon de guerillastrijd die nu de langste oorlog in Afrika genoemd kan worden.

Socialisme

In 1974 kwam het tot een reeks opstanden en demonstraties zowel in het leger als onder taxichauffeurs en onderwijzers. Een militaire raad (de Derg) nam de macht in handen. De keizer werd gearresteerd en overleed een jaar later in gevangenschap. Aan de mythe van "De leeuw van Juda" die zichzelf als afstammeling zag van koning Salomo en de koningin van Scheba (1 Kon. 10 vers 1-13) kwam een eind.

Voor de buitenwereld bleek pas toen in alle duidelijkheid hoe onderdrukt de meerderheid van de bevolking was, hoe enorme hongersnood in het noorden van het land inmiddels meer dan 200.000 mensenlevens had geëist. De ook in ons land eens zo populaire keizer viel definitief van zijn voetstuk.

De nieuwe machthebbers nationaliseerden grote bedrijven en kondigden landhervormingen af. Het westen viel in ongenade terwijl grote militaire steun uit de Sowjet-Unie, Cuba en de DDR werd binnengehaald. Het was stuivertje wisselen in de Hoorn van Afrika, waar de Verenigde Staten in Somalië de plaats innamen van de Sowjet-Unie. Overigens ontvangt Ethiopië wel flinke economische steun van de Europese Gemeenschap en de VS. De grote mogendheden hebben dan ook alle belang bij invloed in dit strategisch , gelegen deel van Afrika.

Voortgaande conflicten...

Na 1974 is Ethiopië in rustiger vaarwater gekomen. In verschillende delen van het land wordt strijd gevoerd. In Eritrea gaat het daarbij om autonomie, in gebieden als Tigré en Bale gaat het om een gelijkwaardige positie van de lokale bevolking naast de Amharen die nog steeds in velerlei opzicht domineren. Beide partijen, regering en bevrijdingsbewegingen zijn in een triest conflict gewikkeld waarvan de afloop nog allerminst voorspelbaar is.

...en honger

De interne oorlogen verergeren de situatie van de met name in, het noorden van het land en Eritrea hongerlijdende bevolking. Sinds 1970 zijn deze gebieden vrij constant door grote droogte getroffen. Ook het regenseizoen van dit jaar heeft lang niet overal voldoende neerslag gebracht. De situatie is momenteel dermate ernstig dat vergelijkingen worden gemaakt met de hongersnood van 1973-1974 toen in het noorden van het land en in Eritrea naar schatting 200.000 mensen stierven. In Eritrea en Tigré samen worden ten minste 2 miljoen mensen direct met de hongerdood bedreigd. Waterputten staan droog, zelfs vlak na het regenseizoen, veel boerengezinnen hebben hun zaaigoed al als voedsel moeten gebruiken en zeer velen hebben hun sterk vermagerde trekdieren moeten slachten of verkopen.

In massale aantallen is de bevolking naar die gebieden getrokken waar meer neerslag is.gevallen en waar nog wat voedsel voorhanden is, vooral in het westen. Daar dreigt nu echter ook een rampzalige situatie.

Door de gewapende strijd kunnen miljoenen mensen niet meer door hulpverlening vanuit Addis Abeba bereikt worden. Dat is wel mogelijk vanuit Soedan door humanitaire bewegingen die binnen Eritrea en Noord-Ethiopië doen wat ze kunnen om de gevolgen van de honger te beperken. Dat dit niet meevalt zal duidelijk zijn want de hulpverlening via Addia Abeba is vele malen omvangrijker van die vanuit Soedan. Met de hulp tot nog toe is niet meer dan 4% van de werkelijke behoefte gedekt. Ook het organiseren van transportmogelijkheden binnen Soedan en in de getroffen gebieden is soms geen eenvoudige zaak. Desondanks wordt op ons een beroep gedaan om te helpen. In het licht van de grote nood zijn een paar miljoen guldens vanuit de Nederlandse kerken dan ook niet meer dan een kleine bijdrage.’

Omdat de hongerenden in Eritrea en Noord-Ethiopië niet kunnen wachten tot begin januari hebben ADB (Algemeen Diakonaal Bureau van |i de Gereformeerde Kerken), SOH (Stichting Oecumenische Hulp) en GDR (Generale Diakonale Raad van de Nederlandse Hervormde Kerk) besloten uit reserves 1 miljoen gulden direkt te besteden.

Via een spoedprocedure besloot de Commissie Werelddiakonaat van de GDR ƒ 400.000, — bij te dragen.

Oproep

Vanuit het landelijk bureau vragen we diakenen en via hen de gemeenten flinke bijdragen te doen die in deze NOODSITUATIE geheel ten goede komen aan de hongerenden in Eritrea en Noord-Ethiopië. Deze noodhulp gaat uit boven de normale begroting. Met andere woorden: de hulp geldt als een extra boven de normale verplichtingen die wij namens u al op ons hebben genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eritrea en Noord-Ethiopië:honger en oorlog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's