Kerstlied 1980
De wolken verdichten, de paddestoel dreigt, de zeeën verzieken, de leeuwerik zwijgt.
De wolken verdichten, de paddestoel dreigt,
de zeeën verzieken, de leeuwerik zwijgt.
De gijzelaars zuchten, geen opent hun kluis,
het kind ongeboren vindt nauwelijk een thuis.
Wanneer, wanneer wijkt toch de nacht
en klinkt de réveille waar alles naar smacht?
Ontzondig, ontzondig met hysop het volk
vóórdat het verstikt in het gif van die wolk!
Verbrijzel de harten van staal en graniet
die wij in ons dragen, - hergeef ons het lied!
Hoe lang, hoe lang duit Gij die blaam
waarmee wij bezoedlen de lieflijke Naam?
Doorboor Gij de nevels, o Israel's ster,
gekomen van hoog en van ver, al zo ver.
Door-kruis met Uw zoeklicht heel deze planeet
die eerder de Naam dan haar hoogmoed vergeet.
Morgen? - Morgen! dan voegt Gij saam,
dan breekt door de wolk Uw hoogheilige Naam.
''Gods's future thundered on my past" Elisabeth Barrett Browning
Johanna M. Smit in 'Gedenken in verwachting' (Buijten en Schipperheijn, Amsterdam).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's