Kerstfeest - over inleveren gesproken!
Zoiets stoffelijks en materieels als een kollektegift blijkt onmiddellijk samen te hangen met en voort te vloeien uit het rechte verstaan van het kerstevangelie.
Juist zou ik mij zetten tot het schrijven - op verzoek van de hoofdredakteur - van een artikel over Kerstfeest en 'inleveren', toen mij de volgende overwegingen van de evangelist J. Kwantes onder ogen kwamen. Ze lijken mij zozeer to the point dat ik ze hier graag wil overnemen. Ze brengen ons direkt tot de kern van de zaak.
’We naderen het Kerstfeest. En, zo het zich laat aanzien, in een roerige wereld. Inleveren 3%, neen! is de leus van de laatste tijd. Inleveren staat sedert de val in het paradijs niet in het menselijk woordenboek. Daar is de eis, het nemen, begonnen. De hand nam, het door God verbodene. Hier ligt de oorzaak van de geestelijke en maatschappelijke ellende. De mens heeft alles in eigen hand willen nemen. Met al de gevolgen van dien. We lazen van de week de eerste veertien verzen van Mattheüs 24. Dit gedeelte kunt u vandaag naast de krant leggen en de feiten van het hedendaagse gebeuren vergelijken. De ongerechtigheid vermenigvuldigt, de haat en het geweld schijnt te triomferen, de volken moorden elkaar uit. Allerwegen is er dreiging. De adventstijd is weer aangebroken. De voorbereiding op de komst van de Beloofde in het vlees. Wie heeft er ooit in de menselijke natuur zoveel willen inleveren? Geen 3%, maar 100%. Zijn koninklijk kleed met Zijn hoogste onderscheidingen: Koning der koningen en Heere der heren, heeft hij afgelegd. Zichzelf vernietigd, een dienstknechtsgestalte aangenomen, de mensen gelijk geworden. Zonder zonden en toch zich buigend onder Gods rechtvaardige toorn over de zonden van anderen, die Hem van de Vader waren gegeven. Zijn leven op aarde stond in het teken van het dragen van de gevolgen der zonden van anderen. Geen steen om het hoofd op neer te leggen. Vossen hebben nog holen, vogels nesten, maar de Zoon des mensen had niets. Alles ingeleverd opdat Hij door Zijn armoede anderen zou rijk maken. In de krib van Bethlehem zien we de dodelijke armoede van de mens. Hij, plaatsbekledend. De grote Koning arm geworden en geen plaats voor Hem. De weg van de Borg is ook de weg van Zijn gemeente. Wie meent rijk te zijn moet zijn dodelijke armoede leren inleven. De Geest van Christus geeft armmakende genade. Inleveren staat geschreven boven de levensweg van Christus' gemeente. 'k Denk aan een verhaal van Luther. Hij stond in gedachten voor de hemelpoort. Kompleet met monnikspij en al wilde hij binnengaan, maar zijn pij moest uit. Ook zijn onderkleding belemmerde hem in te gaan. Nu had hij slechts nog een halsdoek met zilveren schuifspeld om. Ook dat gaf belemmering. Ook daar moest hij afstand van doen. En het was nog een geschenk van zijn geliefde Kate. Zo zegt de Hervormer, van alles ontdaan kon ik de poort in. Inleveren is geen zaak van blijdschap. In het maatschappelijke en het geestelijke leven niet. Maar voor Gods kind is er geen andere weg. "Zalig niets te wezen in ons eigen oog voor God” .’
(overgenomen uit het Kerkblad der Gereformeerde gemeenten in de classis Amsterdam.)
Gods heil en onze roeping
Het heilsfeit van Kerst heeft regelrechte betekenis voor de levensroeping van een christenmens. Als Christus alles heeft 'ingeleverd', worden ook wij tot 'inleveren' geroepen. Het heeft altijd weer de aandacht getrokken dat midden in een uitvoerige kollekte-aanbeveling in 2 Korinthe 8 een heel bekende 'kersttekst' staat. Ik bedoel dat diepe en rijke negende vers: 'Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden'. Christus is uit de onuitsprekelijke rijkdom van de heerlijkheid des Vaders vrijwillig afgedaald naar een staat van schrijnende armoede. De armoede van kribbe en stal. De armoede van kruis en graf. De armoede van 'Eloï, Eloï, Lama sabachtani', mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? ! Jodocus van Lodenstein heeft gezegd: 'er is geen armer ding dan de zonde'. Wel, Hij heeft Zich met zonde laten bedekken en is er onder bedolven. Om straatarme zondaars op te heffen uit het slijk. Om ze rijk te maken in God, rijk in genade, rijk in gunst bij de hemelse Vader, rijk in een nieuw leven. Maar als dat zo is, als de Korinthiërs daarvan weten, zal dat te merken zijn aan de kollekte. Zoiets stoffelijks en materieels als een kollektegift blijkt onmiddellijk samen te hangen met en voort te vloeien uit het rechte verstaan van het kerstevangelie. Het woord 'charis' dat in vers 9 is vertaald met 'genade', is in heel de omgeving van deze tekst weergegeven als 'gave', in de zin van kollektegave. Zozeer ligt de kollekte in het verlengde van het Kerstfeit, dat voor beide één en hetzelfde woord kan worden gebruikt! Aan het eind van de kollekte-aanbeveling komt de apostel nogmaals uitdrukkelijk op de kern van het evangelie terug: Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave' (2 Korinthe 9 : 15). Zo hangt de beweging van offervaardigheid en daadwerkelijke solidariteit van beter bedeelde heiden-christenen in Korinthe naar berooide joden-christenen in Jeruzalem, op het nauwste samen met het Kerstevenagelie, Gods condescendentie. Zijn nederdalende, opzoekende. Zichzelf ontledigende liefde in Christus als hoog voorbeeld voor een waarachtig christelijke levenshouding!
Ondanks het 'inleveren' waardoor onder ons de een in meerdere, de ander in mindere mate getroffen is, gaan we nog altijd ook in 1983 als rijke, weldoorvoede mensen de kerstdagen in. En het feestelijke extraatje zal in onze gezinnen nog wel niet behoeven te ontbreken. Maar komen we zo langzamerhand niet een beetje tot bezinning? Hebben we ons ook in onze kerstfeestviering niet schuldig gemaakt aan een 'uitgieting van overdadigheid'? En is de nadruk niet zo sterk gelegd op het knusse en gezellige achter de gesloten gordijnen, dat de kerstdagen voor de alleenstaanden en eenzamen juist de donkerste en moeilijkste tijd van het jaar werden? Was juist rond Kerst de solidariteit met de verdrukte medechristenen, met de armsten van de armen, met de verschoppelingen van deze aarde, niet verder te zoeken dan ooit? We moeten 'inleveren'. Terugkoppelen naar een lagere versnelling wat ons bestedingspatroon betreft. Over 'inleveren' gesproken... heeft dat niets met het Kerstevangelie te maken? Paulus roept op tot 'inleveren' en koppelt dan terug naar de kern van het Kerstfeit. Wie in zijn of haar leven iets heeft leren zien van Gods onuitsprekelijke Gave, wordt zelf meegenomen in die beweging van rijk naar arm - ja, die gaat zich arm geven. Waarbij dan juist in dat armgeven de rijkmakende werking van de Geest wordt ervaren. Gemakkelijk wordt nogal eens geciteerd: 'het is zaliger te geven dan te ontvangen’. Wordt dat ook door velen in de gemeente van Christus beleefd? Aan het eind van het jaar overzien we de financiën eens. We maken de balans op. Het viel wellicht niet mee vanwege het gedwongen 'inleveren'. Toch mag het vrijwillig 'inleveren' niet in het gedrang komen! De Heere heeft Zich er - met eerbied gesproken - niet met een fooitje van afgemaakt. Hij gaf het allerbeste en het allerliefste. Die volstrekte overgave is in de navolging van Christus de stijl binnen het Koninkrijk Gods. Noden zijn er genoeg in kerk en wereld, veraf en dichtbij. Zien we dan onze roeping in het licht van Gods heil!
Christus deed het vóór!
Dezelfde rechte lijn tussen Gods heil en de heiliging van de gemeente zien we in Filippenzen 2. We vinden daar in de verzen 6 tot en met 11 een oude Christus-hymne. Een vroeg-christelijk hed over de weg die de Zoon des mensen gegaan is door de totale ontlediging (kenosis) heen naar de luisterrijke verhoging. De Heere Jezus handelde vanuit een bepaalde gezindheid, een gevoelen, een geestelijke houding. Hij wilde de heerlijkheid Gods die Hem rechtens toekwam niet krampachtig vasthouden of uitbuiten ten eigen bate. Integendeel: Hij heeft Zichzelf vernietigd. Hij nam de gestalte van een slaaf aan. Dat is het wonder van Kerstfeest. In alles werd Hij de mens gelijk. Vrijwillig. Het kruis zou in het verlengde van de kribbe staan. Hij wist dat. De vernietiging zou uiteindelijk doorgaan tot in de diepste krachten van de hel. Zo was Zijn overgave zonder enig voorbehoud. Maar daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd. Dat kon eenvoudig niet uitblijven. De verhoging is niet het logische, maar wel het theologische gevolg van de vernedering. Van God uit gezien kón dat 'uitermate verhoogd' niet uitblijven. Paulus is de gemeente van Filippi hefdevol aan het vermanen tot eensgezindheid, onderlinge liefde en ootmoed. Na het liturgisch intermezzo vat hij in vers 12 de draad weer op. Zo gaat dat: vanaf de bergtoppen van het belijden, bezingen en bewonderen van Gods grote daden, komen we weer met beide benen terecht op de begane grond van de levenspraktijk. De praktijk van de omgang met elkaar als keerzijde van het geheim van de omgang met God. 'Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is. Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was...' Ook in dat opzicht 'inleveren'. Niet zo op onze 'point d' honneur' staan, zo gevoelig zijn voor onze eigen eer, zo angstvallig waken voor onze eigen positie, zo graag in allerlei opzichten boven een ander willen uitsteken! Mogen we door Gods genade niet alleen hoorders, maar ook daders van het Woord zijn. Navolgers van de grote Voor-ganger! Door Zijn Geest in Zijn voetspoor geleid. Zoals ds. J. Maasland schrijft in het Gereformeerd Weekblad van 2 december jl.: 'Leven uit Christus heeft konsekwenties voor de omgang met elkaar in de gemeente en de kerk. We kunnen nooit boven elkaar meer staan, alleen maar ónder elkaar. Wat wordt in dat opzicht Christus weinig gekend, hoe rechtzinnig de preken over Zijn geboorte straks weer klinken. Óver zonde preken is nog wat anders dan je zonde kennen. Vooral deze zonde: de ander niet uitnemender achten! Elkaar afschrijven. Had Christus dat gedaan, we waren nog in onze zonden. Daarom: Zijn Naam zij geloofd.' Kerstfeest 1983 - over inleveren gesproken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's