De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

13 minuten leestijd

Ds. W. van Laar, werkzaam voor de GZB in Chili, schreef zijn tweede rondzendbrief. 'Het Lutherlied in Valparaiso' is één van de zaken, die hij vermeldt:

’Een aparte ervaring was de herdenkingssamenkomst op 31 oktober, Hervormingsdag in Valparaiso De dienst werd gehouden in het sfeervolle kerkgebouw, waar in de vorige eeuw de eerste presbyteriaanse kerkdiensten plaats vonden. Het was voor he eerst dat twee presbyteriaanse denominaties aan een dergelijke herdenking deelnamen. Vreemd het Lutherlied aan te heffen in het Spaans, ver van zijn vertrouwde Europese context. Wat betekent de Reformatie in Latijns-Amerlka, dat nooit zelf door een reformatie is heengegaan?

In mijn onderwerp over de actualiteit van de Reformatie somde ik een aantal herontdekkingen van de reformatoren op, die mijns inziens ook vandaag van enorme betekenis zijn voor de kerk in alle werelddelen. Zij hebben als kernzaken van het christelijk geloof vanuit de Bijbel aan het licht gebracht: de rechtvaardiging van de goddeloze en de vrijheid van de christen. En is het bijzondere van Luther daarbij niet, dat hij de Bijbel heeft herontdekt in zijn dynamische kracht en dat hij die heeft teruggegeven aan het volk? Heeft hij het bevrijdende nieuws van kruis en opstanding niet verplaatst vanuit het klooster naar het volle leven op de markten en pleinen van stad en land?

Het opmerkelijke in de verbreiding van het protestantisme in Latijns-Amerika is, dat de Bijbel de zendeling in veel gevallen is vooruitgegaan. Hoe kan de Bijbel in onze tijd de opgetrokken muren van onze denomi­naties doorbreken en boek van het volk worden, wat het nog nooit is geweest in dit werelddeel?

Het mag niemand ontgaan dat de aandacht voor de Bijbel in Chili, ook in de Rooms-Katholieke Kerk, sterk toeneemt. Er gebeuren hier wonderlijke dingen! Mensen in de poblaciones lezen de Bijbel en zoeken daarin naar de bedoeling van God met hun leven en met dat van hun land. De Heilige Geest gaat voort, niet gebonden aan de greppels en sloten die wij graven. Bidden wij om Zijn krachtige doorwerking, om een reformatie in Latijns-Amerika.’

***

De schoolstrijd, dat wil zeggen de strijd om eigen christelijke scholen, is in de vorige eeuw op allerlei plaatsen én in de politiek in alle hevigheid gevoerd. Maar niet in alle gemeenten zijn zo maar direct christelijke scholen ontstaan. Soms hield de openbare school, om welke reden dan ook, nog lang het alleenrecht. Het zou interessant zijn te weten op welke plaatsen in ons land, ook in christelijk getinte gemeenten, (nog) geen christelijke school is.

Dezer dagen ontvingen we twee boekjes ter herdenking van een jubileum van een christelijke school, beide in het begin van deze eeuw ontstaan. Het eerste heet '75 jaar christelijk onderwijs school Papiermakerstraat', namelijk te Putten. Het tweede heet '60 jaar school met de Bijbel te Bleskensgraaf'. Uit beide boekjes geven we iets door:

Putten, over 'de periode meester Muider' (1907-1936).

’Na enige jaren werkzaam geweest te zijn aan een lagere school te 's-Graveland, werd mijn vader, die was geboren op het landgoed 'Vanenburg' en zijn opleiding had gehad aan de Normaalschool te Harderwijk, in 1901, op 23-jarige leeftijd benoemd tot hoofd van de O.L.S. te Schovenhorst. Hij vertelde ons eens dat hij daar ook bijbelles gaf en de lessen met gebed begon. Voor mijn moeder, die in het hartje van Hilversum woonde, betekende de verhuizing naar het landelijke Schovenhorst natuurlijk een grote overgang, maar zij onderging die rustige, bosrijke omgeving als een weldaad, zoals zij mij later vertelde.

Je behoefde je daar in je vrije tijd niet te vervelen, want er lag een grote groentetuin achter het huis en bovendien hield mijn vader zo'n 100 kippen, waaraan hij per jaar gemiddeld f 1, - per stuk verdiende. Dat was een welkome aanvulling op zijn salaris, dat toen, als ik me niet vergis f 365, - per jaar bedroeg.

Op zijn bezoeken aan ouders van kinderen maakte hij soms merkwaardige dingen mee. Bij een huisvrouw in Koudhoorn werd hem een kopje koffie aangeboden. Zij meende mijn vader een groot plezier te doen door er een stelletje vette melkvellen in te plonzen. Daar had hij vreselijk het land aan en dat liet hij ook goed merken door zijn gezichtsuitdrukking. 'Of hou je niet van vellen, meester? ', vroeg zij.

’Nee, eigenlijk niet', was zijn antwoord. Geen nood! Zonder blikken of blozen haalde zij een haarspeld uit haar welige hoofdbedekking en viste daarmee de vellen er een voor een uit.

In zijn Schovenhorstperiode behaalde hij de L.O.-akte Frans. Het rijk had f 100, - beschikbaar gesteld om gedurende vijf weken een cursus Frans te volgen aan de Universiteit te Luik. Als je zuinig met geld kon omgaan, had je de kans om alle onkosten te dekken. Vader hield er zelfs nog iets van over (....).’

• Bleskensgraaf, een stukje over de oprichting en een stukje uit de oorlogstijd.

Zoals bijna overal in ons land was er in de vorige eeuw in Bleskensgraaf één openbare school. School en kerk stonden dicht bijeen. Het 'Schoolhuis', woning van de bovenmeester, was eigendom van de hervormde gemeente en het hoofd der school was meestal ook klokluider en voorzanger De schoolstrijd, gevoerd om gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs, ging langs onze dorpsgemeenschap heen. Dit blijkt o.m. uit het ontbreken van een handtekeningenlijst uit Bleskensgraaf bij het bekende Volkspetitionnement dat koning Willem de Derde in 1878 aangeboden werd.

Eerst in 1898 begon de situatie zich te wijzigen. Waarschijnlijk door het niet aanvaarden van de eerdergenoemde taken door het toenmalige schoolhoofd, benoemde de kerkvoogdij andere personen tot koster en voorzanger.

De noodzaak van christelijk onderwijs werd in deze tijd het sterkst onderkend door de mensen die met de Doleantie (1886) de Hervormde Kerk hadden verlaten. Zij vormden in Bleskensgraaf een zeer kleine groep (ca. 5 gezinnen). Van één van deze gezinnen is bekend dat de kinderen de in 1890 aan de Vuilendam opgerichte 'Eben-Haëzer'-school bezochten. Op 30 januari 1899 werd door deze en andere voorstanders van christelijk onderwijs een vergadering belegd o.l.v. dhr P. van Essen. Deze avond werd bezocht door 18 personen, w.o. wethouder M. G. de Kluyver en dhr M van Oostende, ouderling van de Gereformeerde Kerk te Ottoland. Dhr Van Essen trachtte ook de plaatselijke hervormde predikant, ds. J. Haring, ter vergadering te krijgen, maar deze meende dit niet te kunnen doen. Op deze avond werd opgericht de 'Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met de Bijbel te Bleskensgraaf met Hofwegen e.o.'.

Van de aanwezigen werden acht personen lid. Als bestuursleden werden gekozen: P. van Essen (voorzitter) en P. Hoogendijk (secretaris-penningmeester), M. van Oostende en C. van Veen leden. Bij Koninklijk Besluit van 4 april 1899 werd de vereniging erkenden haar statuten in de Staatscourant gepubliceerd.

Het geringe draagvlak van de vereniging en het spoedige vertrek van voorzitter Van Essen naar Molenaarsgraaf maakten dat verdere groei uitbleef.

Vijf jaar later werd een nieuwe poging ondernomen. Nu werd het initiatief genomen door de predikant van de hervormde gemeente, ds. J. de Bruin, een strijdbaar maar wat star man. Op de avond van 27 oktober 1904 kwamen in de Bleskensgraafse kerk 27 mannen en 5 vrouwen bijeen met het doel tot oprichting te komen van een christelijke school. Ook op deze avond kwam de kerkelijke verdeeldheid om de hoek kijken. De notulen van deze avond vermelden de discussie tussen ds. De Bruin en de heer P. Hoogendijk (secretaris-penningmeester van het bestuur van 1899). Was de eerste poging voornamelijk een gereformeerde, de tweede droeg een hervormd karakter. Ook deze poging heeft geen succes gehad. Wel werd opnieuw een bestuur gevormd, bestaande uit ds. J. de Bruin (voorzitter), A. Dekker (secretaris) en A. Koorevaar, C. Bons en A. Baan (leden).

Tot de leden van deze vereniging behoorde ook mej Carolina Frederika 't Hooft, in Bleskensgraaf bekend als Lien 't Hooft. Haar familie was verwant aan mr G. Groen van Prinsterer. Mej. 't Hooft beloofde, bij de bouw van een christelijke school voor de bouwgrond te zorgen. Deze belofte is jaren later in bepaalde zin door haar gestand gedaan.

Na de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs (1920) kwam de zaak opnieuw aan de orde. Op initiatief van ds. J. Enkelaar vormde zich in 1921 een comité dat voorstanders van christelijk onderwijs uitnodigde tot:

’... eene vergadering op Donderdag 7 Juli a.s. des avonds ten half acht ure (ouden tijd) in de Consistoriekamer der Ned. Herv. kerk alhier. ..’

Deze uitnodiging was naast ds. Enkelaar ook ondertekend door: D. de Jong, D. C. van Oostende en T. de Vroomen, terwijl ook dhr. F. van Dam tot de initiatiefnemers van deze poging behoorde. Het bestuurslidmaatschap van de laatste, gevoegd bij de adviezen van ds. Anth. C. Enkelaar, hervormd predikant te Nieuwer ter Aa, broer van de plaatselijke predikant, inzake het benoemingsbeleid vormden toen een basis voor samenwerking tussen hervormden en gereformeerden die in 1899 en 1904 niet haalbaar was. Er moesten veel moeilijkheden overwonnen worden. Het bestuur ging op zoek naar geschikte bouwgrond. Men dacht daarbij aan een plaats bewesten de zuivelfabriek. Om de bouw van de woning van het hoofd der school mogelijk te maken werden obligaties van f 100, - uitgegeven. Op een ledenvergadering gehouden op 4 oktober 1921 werd hierop tot een bedrag van f 9400, - ingeschreven.

Er werd een verzoek aan de gemeenteraad gericht om tot stichting van de school te komen. De gevraagde medewerking werd verleend met een krappe meerderheid, nl. 4 tegen 3 stemmen (....)

Tot de ingekomen stukken in de oorlogsjaren behoorden altijd mededelingen van het ministerie van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming inzake allerlei voorschriften m.b.t. verboden boeken, atlassen, insignes en het niet noemen van de namen van de koninklijke familie. Ze werden praktisch altijd voor kennisgeving aangenomen. Moeilijker werd het echter met aanplakbiljetten voor Dui'fse organisaties. En heel moeilijk werd het toen in september 1941 het verzoek binnen kwam aangifte te doen van joodse kinderen. In de twee bestuursvergaderingen waarop dit onderwerp besproken werd speelden twee motieven: a. De gelijkheid van Jood en Griek (Gal. 3:28) en b. De gehoorzaamheid aan de overheid (Rom. 13). Het bestuur besloot echter zowel het aanplakken als de aangifte, niet uit te voeren.

In 1941 verliet mej. H. van Breugel na 10 jaar onze school i.v.m. haar huwelijk. In haar plaats werd benoemd mej. C. D. Sterk, als kwekelinge reeds werkzaam te Numansdorp. In 1942 stegen de lonen. De schoolschoonhoudster verzoekt nl. een vroeger gedane verlaging van 25 cent niet meer toe te passen. Met terugwerkende kracht tot een tijd van 6 maanden werd dit goedgekeurd. In de strenge winter van 1942 vroor de heg naast de hoofdenwoning dood. Op verzoek van dhr. Vink werd vooreen nieuwe afscheiding gezorgd.

In verband met één van de moeilijke situaties waarvoor het bestuur zich in de oorlogsjaren geplaatst zag, won secretaris v.d. Berg advies in bij dr. A. M. Donner, directeur van het Adviesbureau voor Onderwijsrecht.

Zijn antwoord was kort, maar veelzeggend:

Weledele Heer,

U leze Spreuken 17:28

Hoogachtend Uw dw. A. M. Donner

De bedoelde tekst uit het Spreukenboek luidt als volgt: Een dwaas zelfs die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig'.

In 1943 was het ook dat na een 'predikantloos tijdperk ' van 20 jaar de plaatselijke hervormde gemeente weer een predikant ontving in de persoon van ds. J. van Sliedregt, die tijdens een vergadering in oktober 1943 benoemd werd tot erevoorzitter van de Schoolvereniging.

Ook zijn opvolgers, de predikanten W. L Tukker, H. A. Leenmans en J. C. Schuurman, namen deze taak waar. Bij het vertrek van de laatste in 1960 is deze gewoonte niet gecontinueerd.'

***

Al diverse malen hebben we in deze rubriek iets doorgegeven uit de mooie (vooroorlogse) boeken van S. Ulfers. Uit zijn boek 'Van eeuwige dingen' (gedachten en schetsen) nemen we nog iets over van zijn gedachten rondom Kerst, onder de titel 'Advent':

’Advent!

Zo waar: zo ver zijn wij reeds weer in het snel voorbijvlietende jaar! De dagen, de weken, de maanden, zij vliegen voorbij. En daar is nu de Adventstijd weer voor de deur. De Adventstijd, die in December valt. De Adventstijd met zijn donkere dagen; met zijn mist, met zijn nevel, zijn mist en nevel over straten en havens, over steden en weilanden en bossen; met zijn korte dagen, zo korte dagen, dat de nacht al begint als de dag maar even tijd heeft gehad om te schijnen, te schijnen nog wel tussen grijze wolken en koude regens en eerste sneeuw. Het laatste blad is van de bomen gevallen, dwarrelend meegevoerd met de aangekomen stormen. De laatste bloemen gaan versterven tussen het gras in de natte weilanden. De laatste trekvogels zijn heengevlogen, in zwermen hoog in de lucht, naar het Zuiden heen. En om te slapen legt zich de natuur neer, om te slapen de lange winterslaap, onder het dek van het grijze donkere zwerk, dat zich uitbreidt van horizon tot horizon. Dat is Decembertijd. En dat is tegelijk Adventstijd.

Maar tussen die nevelige donkere dagen, en daarachter, komt bijwijlen eens zo'n echte schone vrolijke winterdag. Schoon en vrolijk, - als de zon zo helder schijnt aan de schitterend blauwe winterlucht. Schoon en vrolijk, - als de blinkende sneeuw wit-glinsterend ligt op vriezende akkers en plassen. Schoon en vrolijk, - als de winterfee ook haar bomen tooit, de takken beladende met rijp, witte fonkelende kristallen, dansend en stoeiend van twijg tot twijg, in zonne-ether. Ja, tussen de nevelige donkere dagen, en daarachter, komt bijwijlen eens zo 'n echte schone vrolijke winterdag.

En zo komt ook achter de Adventstijd de Kerstdag, de schone, de vrolijke dag! De Kerstdag, met zijn Zonne der gerechtigheid, met zijn wegtrekkende nevelen, met zijn liederen en zangen, met zijn vrolijke boodschap, zijn boodschap aan al wat er leeft: dat Jezus is geboren.

Heerlijke Kerstdag! als de zondig donkere wereld het weer hoort, dat Jezus is gekomen, gekomen met Zijn licht; als de droevig rouwende wereld het weer hoort, dat Jezus is gekomen, om haar doden weer op te wekken; als de kranke verkwijnende wereld het weer hoort, dat Jezus is gekomen met Zijn balsem, om wat krank is in duizend zielen te herstellen en sterk te maken! - Heerlijke Kerstdag! als klokketonen, golvend over de daken, en kerkzangen, ruisend door de gewelven, aan alle zondaars de vrolijke boodschap verkondigen, dat Jezus is gekomen, om zonde weg te nemen, om harten te vernieuwen, om mensen goed en rein te maken, om verlorenen te behouden, en om gids te wezen, gids te wezen vooralle dezen, en hen te brengen in Zijn eeuwig huis, waar rust is en rijkdom, en waar lust is en leven, en heerlijkheid zonder eind! - Heerlijke Kerstdag! dag van de kribbe, dag van de Engelenzang, dag van de ster, dag der wijzen uit het Oosten! Als aller gedachten vol zijn van de geboren Koning, en Jezus Christus voor ons denken weer neerligt in de kribbe, als de uit de hemel neergekomen Zaligmaker!

O, de Adventsverlangens worden wakker in ons. De begeerte tot Jezus ontwaakt met nieuwe drang. Ons hart gaat naar Hem uit. De ziel streeft Hem tegemoet En onwillekeurig, als woorden gevend aan het diepst gevoel, komen de tonen van dat schone Adventslied ons over de lippen:

”Hoe zal ik U ontvangen, Hoe wilt Gij zijn ontmoet? O, 's werelds hoogst Verlangen, Des sterv'lings zaligst Goed? ”

Hoe wij Hem zullen ontvangen?

Ziet, op deze vraag der voorbereiding tot het Kerstfeest geeft Jezus zelf ons het antwoord: 'Voorwaar zeg ik u: zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kindeke, die zal in hetzelve geenszins ingaan’.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's