Onderkenning van de profetie
Op grond van Openbaring 10 zegt Leenhouts dat de gedeelde stad Berlijn alleen aan Jeruzalem genezen kan.
In het nummer van 15 december van ons blad heb ik onder de titel 'Wie is onder de profeten? ' uitvoerig weergegeven de inhoud en de bedoeling van een 'Open Brief aan de Nederlandse christenheid', ondertekend door 9 personen uit verschillende kerken. Men vroeg aandacht voor de geschriften van ds. A. A. Leenhouts 'Mijn wraak is barmhartig' en 'Wedstrijd der altaren', waarin deze 'zijn niet aan hemzelf ontsproten profetisch getuigenis heeft pogen neer te leggen'.
In deze geschriften zegt Leenhouts, op grond van persoonlijke ervaring in profetische gezichten, dat de vervulling van Gods beloften voor Israël en voor de heidenwereld 'een absolute voorwaarde voor het voortbestaan van de hele mensheid is'. Op grond van Openbaring 10 - de 'open' bladzijde in het Openbaringboek - zegt Leenhouts dat de gedeelde stad Berlijn alleen aan Jeruzalem genezen kan. Laat daarom - dat is de politieke consequentie, die door de Open Brief schrijvers wordt overgenomen - Duitsland wachten met het plaatsen van kruisraketten totdat de deling van Duitsland is opgeheven. 'Een politieke oplossing kan alleen maar geboren worden uit een religieuze oplossing'.
Appèl (ook) tot voorzichtigheid
Wanneer we ons zetten willen tot een beoordeling van wat de briefschrijvers ons (als 'nederlandse christenheid') voorleggen dan denk ik dat het goed is naar twee kanten voorzichtigheid te betrachten. Aan de ene kant voorzichtigheid om alles wat met concrete profetie in het heden (naar de toekomst toe) te maken heeft af te doen met de gedachte dat zulke profetie uit de tijd is, behoort tot de tijd van de eerste christelijke gemeente. Ik mag hier wel een persoonlijke ervaring neerschrijven. In de tijd dat ik nog studeerde schreef ds. G. Boer in het kerkblad van Huizen (waar ik toen overigens nog niet woonde) artikelen over de geestelijke gaven uit 1 Cor. 12 : 8-11. Onder die gaven wordt ook die van de profetie genoemd. Ds. Boer betoogde toen, dat het hier ging om een verschijnsel dat min of meer beperkt was tot de eerste christengemeente. Later zouden die gaven hun betekenis hebben verloren.
Het werd alles geschreven in de tijd dat in de Nederlandse Hervormde Kerk ook de kwestie van de vrouw in het ambt speelde. Toen zeiden wij - terecht, dunkt me - dat de Schrift met betrekking tot de plaats van de vrouw in de gemeente, in de duidelijke uitspraken, die gedaan worden, niet tijdgebonden is. Is de Schrift dan wèl tijdgebonden, als het gaat om de geestelijke gaven? Ds. Boer pakte een briefwisseling terzake positief op en schreef dat het ook in onze tijd niet uitgesloten moet worden geacht dat iemand bedeeld is met de gave van de profetie; niet als toekomstvoorspelling, wel als voorzegging van wat de Heere in de tijd, die komt, doen gaat, in oordeel of bevrijding.
We hebben ons daarbij intussen wel te realiseren dat zulk een profetie ook in het Nieuwe Testament spaarzamenlijk is. Agabus voorspelt een naderende hongersnood (Hand. 15 : 32) en de gevangenneming van Paulus te Jeruzalem (Hand. 2 : 11). Deze profetie is er, maar... in beperkte mate.
Anderzijds is ook maning tot voorzichtigheid nodig, omdat mensen al te gemakkelijk in de handen vallen van profeten, aan wie de Heere het allemaal heeft geopenbaard. De persoonlijke ervaring (des Geestes) is geen norm voor anderen. Hebt u geloof, heb het bij u zelf, zegt de Schrift. Leg het niet op aan anderen. En wanneer anderen mee mogen geloven? Dan kan dat een persoonlijke bevestiging zijn; geen kerkelijke, geen gemeentelijke zelfs. Daarom moeten 'profeten', zij die menen dat ze een profetische boodschap van de Heere ontvangen hebben, ook nooit kwaad worden als anderen hun profetie, hun Godsopenbaring niet overnemen. De Heere God staat immers Zélf voor zijn zaak! Daar vallen de mensen, ook Zijn profeten, tussenuit. Ik acht het altijd weer een kwalijk verschijnsel, en in het licht van Gods openbaring bezien ongeloofwaardig, als mensen die menen een boodschap te hebben voor hun tijdgenoten, geïrriteerd raken als hun boodschap niet over wordt genomen. Profeten worden nooit boos. Ze zijn alleen maar heilig verontwaardigd om Gods Zaak.
Geen eigen uitlegging
Moeten wij - zoals de Open Brief schrijvers willen - het oor nu lenen aan de profetieën van ds. Leenhouts? Ja en nee! Ja, als het er om gaat, dat we de Schriften ernstig moeten nemen en zullen moeten onderzoeken op die plaatsen, waarop ds. Leenhouts geworpen is.
Laten we ons maar bezig houden met Openbaring 10 vers 7, waar gezegd wordt dat in de dagen van de stem van de zevende Engel, die bazuinen zal, de 'verborgenheid Gods' vervuld zal worden 'gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten verkondigd heeft'.
Laten we ons maar bezig houden met Amos 3 : 7: 'Gewis, de Heere, Heere zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft'. Calvijn zegt hierbij overigens, dat vele dingen soms ook aan de profeten verborgen zijn gehouden, omdat God Zijn Geest hen 'met mate' schonk.
Reeds in 1934 heeft evenwel ds. H. O. Roskam Abbing (Arnhem), op de jaarlijkse vergadering van hervormde predikanten, in een openingswoord onder de titel 'Opening der tijden', aandacht gevraagd voor de zaken, die ds. Leenhouts, en nu in zijn spoor de briefschrijvers aan de orde stellen. Ook hij had 'een profetisch woord over Nederland'. Hij wees toen óók op Amos 3 : 7. Hij wist - zo zeg ik nu maar, naar ds. Leenhouts c.s. toe - dat Nederland een bizondere plaats had in Gods handelen en dat daarin weer de Nederlandse Hervormde Kerk een bizondere roeping had. 'Volledige opening der Heilige Schrift wijst dringend, onontkoombaar Nederland aan tot een bizondere roeping.' Maar zijn conclusie is dan dat Christus' kerk en staat weer zal oprichten, en wel 'eerst de Hervormde Kerk naar analogie van de reformatie'.
We leven nu 50 jaar later. Van die concrete profetie van Roscam Abbing is nog weinig in vervulling gegaan. Van de profetie van ds. Leenhouts ook nog niet. (Hij wacht tot 1988.) Hij verwijdt intussen de profetie, die Roscam Abbing nationaal bedoelde tot het internationale. Roscam Abbing zei dat herstel van Nederland in geestelijk opzicht niet los stond van het herstel, de opleving van de vaderlandse kerk. Leenhouts zegt dat het herstel van de wereld, een wereldwijd reveil, niet los staat van een oprichting van Israël. Wie zal het zeggen? Na 1934 zijn we internationaler geworden. Maar we blijven voorzichtig, geleerd door het verleden. Maar in ieder geval stroken de 'profetiën' van Roscam Abbing en Leenhouts niet met elkaar. Wat is dan waarheid?
In ieder geval: één profetie is van eigen uitlegging! (2 Petrus 1 : 20). Dat is mijn grote bezwaar tegen de wijze, waarop de profetie van Leenhouts momenteel aan 'de nederlandse christenheid' wordt voorgelegd. In 1948 had Leenhouts zijn persoonlijke Openbaring. Ik treed buiten die binnenkamer. Nu, met zijn boeken uit 1971 ('Mijn wraak is barmhartig'), uit 1981 ('Wedstrijd der altaren') en met de genoemde Open Brief wordt de uitleg door hemzelf gegeven. Maar is hier geen sprake van profetie van 'eigen uitleg? '
De uitleg van de profetie door anderen heb ik nog niet onder ogen gehad. Slechts de politieke vertaling ervan. Geen kruisraketten in Duitsland voordat Duitsland (Berlijn) herenigd is. Ik zeg niet dat de profetie buiten het politieke gebeuren staat. Maar wie de profetie van Leenhouts niet (of nog niet) overneemt staat wel voor de vraag of hij dan niet wachten moet met het overnemen van de profetische raad, namelijk om kruisraketten nog niet te plaatsen tot er voldoende duidelijkheid gekomen is over de profetie, althans over datgene wat als zodanig wordt aangemerkt.
Moeilijke beoordeling
Ik bemerk al schrijvende dat het mij zwaar valt om tot een afrondende beoordeling te komen. Dat zal wel samenhangen met het feit dat het thema zo onafgerond is. De toekomst ligt open. Wel moet ik zeggen dat ik met Leenhouts fundamenteel verschil als het gaat over de interpretatie van het boek
'Openbaring'. Leenhouts maakt van het Openbaringen boek een tijdtafel. Daarin is dan nog een open plaats, te weten Openbaring 10. Zo lees ik het boek van Johannes niet. Wèl als het boek van diè dingen, die 'haast geschieden moeten'. Intussen is er, na de teboekstelling van deze profetie aangaande de werkelijke apocalyps, al bijna twintig eeuwen verstreken. De dag van de toekomst wacht, tót heden! Waakzaamheid is dan overigens geboden en ook nuchterheid. Met onderkenning van de tekenen der tijden. Wat mij betreft mag daarbij de 'profetie' van Leenhouts, en daarbij de brief van de negen een hulpmiddeltje zijn. Maar het profetische Woord zélf is me meer waard. Maar 'de verborgenheid der profeten' zal een keer geopenbaard worden. Dan zal het duidelijk zijn. Niet omdat profeten van vandaag het al gezegd hebben, maar omdat het Woord concreet gaat over de tijd, over het heden. Voor kerk en Israël. En dan ook voor de wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's