De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

12 minuten leestijd

...en de kribbe staat bij de open haard.

In 'Ontmoeting', het orgaan van de afdeling van de Gereformeerde Bond te Bussum, schreef ds. C. A. Korevaar (pastoraal medewerker aldaar) over 'een vreemde advertentie', een stukje dat we in deze nadagen van kerst nog best op ons in mogen laten werken.

'Toen ik er over nadacht, wat ik in het kerstnummer van "Ontmoeting" zou schrijven, kreeg ik een advertentie onder het oog, waarin een hotel tracht gasten te werven voor de kerstdagen.

Dat men daarin spreekt van een feest, bij het licht van kaarsen, vond ik niet vreemd, maar wel wat er op volgde. Ik las: en de kribbe staat bij de open haard. Begrijpt u me goed: ik ben dankbaar voor alle gezelligheid, die de feestdagen kunnen bieden. Maar dat men in één adem dit teken van gezelligheid noemt met de kribbe, daar heb ik grote moeite mee. Of moeten we erkennen, dat ook wij het gevaar lopen, om van het kerstfeest alleen maar een genoeglijk samenzijn te verwachten?

Zijn ook wij tevreden met gezellige kerstdagen zonder dat het gezegende dagen worden?

Wie zijn hart niet kent, verheft zich niet, maar denkt beschaamd na. Gaat het om die open haard of om de kribbe?

Om de boodschap van de engelen, dat de Zaligmaker is geboren, die millioenen eens zaligen zal, die ook óns zaligen wil, óf om het andere, dat ons ook om Christus' wil wordt geschonken, maar als toegift.

Eigenlijk komt deze vraag niet alleen op bij het Kerstfeest, maar telkens weer. Hoezeer gaan onze harten uit naar al die goede gaven van de Heere, die "toegiften", in plaats van naar de Heere zélf?

Zo wordt Hij enkel het middel om ons geluk te bevorderen, maar dreigen we Hem, als onze Middelaar uit het oog te verliezen. Dan gaat het ons om de gave, de goede gave, maar niet om de Gever. Dan zoeken we de kleine gaven, maar niet Gods grote gave in de Zoon van Zijn liefde. Dan mag de kribbe wel bij de haard staan, maar het een en ander komt niet verder dan een paar dagen van aards geluk.

Weet u, waarom ik hierover moest denken ? Omdat je ontdekt, hoe je zelf bent. Een beschamende ontdekking. Maar wat wordt dan het wonder van het Kerstfeest groot, dat de Heere voor mensen zoals wij zijn. Zijn enige Zoon naar deze wereld zond.

Nu leren wij zien, dat de kribbe staat dicht bij het vuur. Niet het vriendelijke haardvuur, dat vrolijk opvlamt, maar bij het vuur van de eeuwige vlam, die ons allen zal verteren, wanneer wij ons niet bekeren zouden. Nu zien wij, dat het Kind van de kribbe ingaat in het vuur van het oordeel Gods om ons te kunnen verlossen. Doordat de kribbe bij het vuur staat en in het vuur van het oordeel gaat, wordt voor allen, die mogen geloven in het Kind in de kribbe, het vuur van Gods gramschap geblust voor eeuwig!

Nu komen er, als we dit mógen beleven, goede kerst dagen. Wat straalt er een warmte uit van die kribbe, de gloed van de liefde van God voor een verloren mensheid. Voor verloren mensen, zoals wij zijn. Nu worden het gezegende dagen van heil en vreugde voor onze zielen.

Dan is het Kerstfeest, wat het naar Gods bedoeling zal zijn: het feest rondom de kribbe van het Kind van Bethlehem, Gods Zoon, onze Heiland en Heere. Zo komen we van een vreemde advertentie tot de blijde boodschap van Kerstfeest.

Misschien zal de Heere ons nog meer geven. Maar al zou dit niet zo zijn, dan zijn onze kerstdagen goed, omdat God het zo goed maakt voor het hart.

Krijgen we dan ook nog gezellige dagen, dan loven wij Hem te meer: zoveel goede dingen, zoveel gena­de. En de kribbe staat in het midden! Dan is het Kerstfeest en het vuur van onze vreugde brandt helder en hoog voor Gods aangezicht.'

***

Het dagboek van Etty Hillesum uit de Tweede Wereldoorlog is zo langzamerhand overbekend. De Zondagsbode, hervormd kerkblad voor het Westland, nam de volgende bladzijde over onder de titel 'Overwinning van de haat' (23 september).

'En we komen er toch niet met die haat. Klaas, de dingen liggen in de realiteit toch heel anders dan wij ze in onze gekunstelde schema 's willen zien. Er is bij ons bijv. een medewerker. Ik zie hem in gedachten dikwijls voor me. Het opvallendste aan hem is die onbuigzame, rechte nek. Hij haat onze vervolgers met een haat, waarvan ik aanneem dat hij er gegronde redenen voor heeft. Maar hijzelf is een beul. Hij zou een modelleider van een concentratiekamp kunnen zijn. Ik had af en toe eigenlijk zo 'n verschrikkelijk medelijden met hem. Hij had zo'n ontevreden mond, een doodongelukkige mond, goed beschouwd. De mond van een kind van 3 jaar dat z'n zin niet heeft kunnen doordrijven bij z'n moeder. Hijzelf was intussen een man van over de 30 geworden, een knappe kerel om te zien, een bekend jurist en vader van twee kinderen. Maar die mond van een ontevreden kind van 3 jaar was nog net zo in zijn gezicht blijven staan, natuurlijk alleen wat groter en grover geworden in de loop der jaren. Wanneer je hem goed bekeek was hij eigenlijk geen knappe kerel om te zien. Zie je Klaas, zo was het toch eigenlijk: hij zat zo vol haat tegen wat we zouden kunnen noemen onze beulen, maar wat zou hijzelf een voortreffelijke beul en vervolger van weerlozen geweest zijn. En toch had ik zo'n medelijden met hem. Kun je daar iets van begrijpen ? Er was nooit enig vriendelijk contact tussen hem en zijn medemensen en hij kon zo verstolen hongerig kijken wanneer anderen vriendelijk met elkaar waren. (Ik kon hem immers altijd zien en waarnemen, het was daar een leven zonder muren.) Later hoorde ik een paar kleinigheden over hem van een collega die hem al jaren kende. In de oorlogsdagen was hij vanaf de derde verdieping op straat gesprongen, maar het is hem niet gelukt er aan dood te gaan, wat toch ogenschijnlijk zijn bedoeling was. Later heeft hij het nog eens geprobeerd onder een auto, ook dat mislukte. Enige maanden heeft hij toen doorgebracht in een krankzinnigeninrichting. Het was angst, allemaal angst. Hij was zo 'n briljant en scherpzinnig jurist en in debatten met professoren had hij altijd het laatste en beslissende woord. Maar op het beslissende moment sprong hij uit het venster van angst. Ik hoorde ook nog over hem dat zijn vrouw op haar tenen door het huis moest lo­ ­pen, want hij kon geen geluiden verdragen en ook, hoe hij zijn kinderen afblafte en hoe angstig deze voor hem waren. Ik had diep, diep medelijden met hem. Wat is zo'n leven nu eigenlijk voor een leven?

Klaas, ik wilde je eigenlijk alleen dit zeggen: we hebben nog zoveel met onszelf te doen dat we aan haat tegenover onze zogenaamde vijanden nog niet eens toe zouden moeten komen. We zijn elkaar onderling nog vijand genoeg. En ik ben er ook niet mee klaar wanneer ik zeg dat er onder onze eigen mensen ook beulen en slechte mensen zijn. Ik geloof eigenlijk helemaal niet in wat men noemt "slechte mensen". Ik zou die man in zijn angsten willen bereiken, ik zou de bron van die angst willen opsporen bij hem, ik zou een drijfjacht op hem willen houden en hem willen drijven naar zijn eigen innerlijke terreinen, het is het enige wat we kunnen doen, Klaas, in deze tijd.

En Klaas maakte een vermoeid en moedeloos gebaar en zei: maar wat jij wilt duurt zo lang, zoveel tijd hebben we toch niet? En ik antwoordde: maar met wat jij wilt is men nu al tweeduizend jaar van onze christelijke jaartelling bezig en dan nog die vele duizenden jaren dat er toch ook al een mensheid was. En wat vind je van het resultaat, als ik vragen mag? En ik herhaalde met dezelfde hartstochtelijkheid van altijd, hoewel ik mezelf langzamerhand vervelend begon voor te komen omdat ik altijd weer op hetzelfde uitkwam: het is het enige en enige. Klaas, ik zie geen andere weg, dat ieder van ons inkeert in zichzelf en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen. En laten we ervan doordrongen zijn dat ieder atoompje haat dat wij aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is. En Klaas, oud en verbeten klassenstrijder, zei ontsteld en verwonderd tegelijkertijd, ja maar dat - maar dat zou immers weer christendom zijn! En ik, geamuseerd over zoveel plotselinge verwarring, zei heel koelbloedig: ja, waarom eigenlijk ook niet - christendom?'

***

Al eerder gaven we in deze rubriek iets door van L. C. Schuller tot Peursum uit het boek 'Weggevlotene jaren (1918). Hier volgt één van de ontboezemingen, waarin ieder die dienstbaar is in de Hervormde Kerk een stukje realiteit herkennen zal.

'Menigmaal voelde ik de druk van de toestand welke Bunyan's Pelgrimsreize in beeld brengt, wanneer Christiaan aan Helper vraagt, waarom de poel van wanhoop niet gedempt wordt en deze antwoordt: ''de Koning heeft door zijn dienaren al eeuwenlang karrevrachten goede raad van de beste soort daarin doen werpen, maar die worden altijd weer overstroomd door dezelfde tegenstand en steeds opwellende verkeerdheden".

't Lijkt onvruchtbaar monnikenwerk te vermanen en wat licht te willen verspreiden. In ogenblikken van somberheid vraagt men zich af, waarom wij toch studeren en beproeven enkele vruchten onzer inspanning mede te delen, om leven te wekken dat oude vormen scheurt en zich aan de banden der zonde van traagheid ontworstelt. Nemen nog anderen dan vakgenoten er kennis van... ja zelfs deze ? In tijdschriften, kerkelijke en godsdienstige bladen worden, zolang ik gelezen heb, op ernstige en stichtelijke wijze allerlei dingen uitgelegd, soms uitgeplozen. Duidelijk wordt aangetoond hoe de dingen in de Bijbel staan, hoe zij vertaald hadden moeten worden, hoe de tijdgenoot der schrijvers ze verstond en wat zij van Godswege tot onze tijd zeggen.

Ook, hoe men niet moet preken. 't Zinkt haast alles weer weg in de poel der vergetelheid; men redeneert maar door of er niets gezegd was... en dat soms onder voorgang van mensen die ook gestudeerd hebben en toch in hun ziel iets daarvan hebben moeten ondergaan.

Er is zeer krachtig vertrouwen in de oppermacht der waarheid nodig om de moed niet op te geven, maar een open oog te behouden voor het voetspoor van vastigheid, waarop Christiaan werd gewezen, toen hij de veilige weg zocht naar de enge poort door welke hij moest binnengaan.

Gevaar van afval dreigt immers ter rechter- en ter linkerzijde en ieder dienaar heeft, dunkt mij, een taak als onze Meester zelf, toen Hij, zoals Luc. 15 tekent, stond tussen onwetende, aardsgezinde tollenaars en waanwijs rechtzinnige Schriftgeleerden en hen tenslotte liet zoeken naar het antwoord op de vraag, of de oudste zoon, die niet met de jongste wilde aanzitten, de bede des Vaders gehoorzaamd heeft, dat hij toch zijn plaats niet zou ledig laten. De trouwe liefde wilde zich in beider gezelschap verheugen.

Zeker ziet de ene dienaar zich meer dan de andere een taak aangewezen naar een der beide zijden. Tot de idealen van menig ambtgenoot scheen mij te behoren dat hij uit de Afgescheidene kerk mensen trekken mocht en de meest rechtzinnigen bijhouden. Mij wèl, en vriendschap van die zijde was mij nooit onverschillig.

Maar blijder was ik wanneer ik onwetenden zag naderen en luisteren, of als zij, die zich "vrijzinnigen" hadden laten stempelen, mij toch ook konden verstaan en iets van mij meenden te ontvangen.

Acht men zich als herder en leraar in de Ned. Herv. Kerk, zoals zij historisch geworden is en begrepen moet worden, aan het werk gezet naar iedere zijde, dan moet men elke geestelijke stroming willen beoordelen naar hare beste vertegenwoordigers. Ook moet men die stromen niet bedijken naar onze partijnamen en stelsels, zodat samenvloeien verhinderd wordt. Ik acht het bijv. bijna misdadig godsdienstoefeningen voor het jonge geslacht aan te kondigen met opplakking van de etiquette: in rechtzinnige of vrijzinnige richting. Zo trekt het lagere en tijdelijke het hogere en eeuwige naar beneden en legt eenzijdigheid beslag op hun nog ongevormde zieleleven. (...)'

***

Enkele weken geleden gaven we in deze rubriek een passage door - ons door een lezer toegezonden - uit het boek van ds. J. Loos, 'De theologie van Kohlbrugge'. Uiteraard was het ons bekend dat ds. Loos rooms-katholiek is geworden, maar we meenden dat datgene wat hij in zijn boek venwoordde (het ging in het betreffende stuk over Kohlbrugge's visie op de hervormde kerk en de consequentie daarvan voor Samen op Weg) objectief juist gesteld was. Van ds. D. van Heijst, redacteur van het Kerkblaadje (van de Vereniging van Vrienden van Kohlbrugge) ontvingen we het onderstaand schrijven, dat we voor evenwichtigheid in de beoordeling ook gaarne een plaats geven in deze rubriek.

'Moeilijk kan ik onder woorden brengen, wat de verschijning van dit boek in 1948 voor ons, vrienden van ds. H. F. Kohlbrugge, betekende. Loos schreef in het voorwoord bij het verschijnen van zijn boek in januari 1948: "In mijn waardeering van Kohlbrugge's theologie en van de boodschap der Reformatie heeft zich intusschen een aanzienlijke wijziging voltrokken. Een voorrede is niet de plaats om uitvoerig uiteen te zetten, waarin deze verandering bestaat". Geen wonder, want Loos overwoog toen al om via het Hilversums Convent rooms te worden! Dr. Oorthuys noemde de verschijning van dit boek een verloochening van ds. Kohlbrugge, en later toen Loos overging naar de Roomse Kerk en zelfs met dispensatie van de verplichting tot het celibaat priester werd in de Roomse Kerk, schreef dr. Oorthuys in het Kerkblaadje, dat Loos niet alleen dr. Kohlbrugge verloochend had door zijn boek op de boekenmarkt te brengen, terwijl hij reeds lang niet meer achter de inhoud ervan stond, maar nu ook de Kerk der Vaderen verloochend had door over te gaan naar Rome. Nooit hebben de vrienden van dr. Kohlbrugge zich op dit boek willen beroepen en het zelfs niet willen citeren.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's