Uit de pers
Mens in Gods wereld
Dat opschrift kwam mij voor de geest toen ik de rede las die prof. dr. C. v. d. Leun heeft uitgesproken bij de opening van het kursusjaar 1983-1984 van de Reformatorische Bijbelschool in Zeist. Prof. v. d. Leun is kernfysicus en hoogleraar in de natuurkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Hij is ook bestuurslid van de Ref. Bijbelschool. Graag geven we enkele fragmenten uit zijn toespraak, afgedrukt in de Nieuwsbrief van de Bijbelschool, aan u door.
Van der Leun begon zijn verhaal met er op te wijzen hoe we geneigd zijn onder het nieuws wat de media, met name de kranten, ons dagelijks brengen een zeer speciale selectie te verstaan, nl. nare, onheilspellende zaken in de politiek, de economie, de cultuur, de wetenschap, de kerken, enz. Nieuws staat vaak haaks op de bekende regel: 'Tel uw zegeningen, tel ze een voor één'. Dat zwarte nieuws heeft te maken met de geest van onze tijd, een geest beheerst door het doemdenken. Slecht nieuws en doemdenken beïnvloeden elkaar wederkerig. Wij weten nauwelijks nog te spreken van de goedheid en de zegen van God, onze Schepper. Van der Leun herinnert aan Jezus' woorden in Mattheus 6 over de vogels en de bloemen, de zorg van de Heere God voor ons bestaan. Dan merkt hij op:
'Het vorig kursusjaar overleed prof. Veenhof, hij was lid van onze Raad van Advies. Lang geleden vertelde hij eens van zijn gewoonte om in de vakantie de hele Bijbel door te lezen, daarbij lettend op één bepaald aspect. Dat zal wel zoiets geweest zijn als verbond, of Woord, of Geest. Dat advies heb ik eens opgevolgd, althans voor een deel. 'k Heb daarbij speciaal gelet op wat er staat over de natuur, de Schepping, het werk van Gods hand.
Het begint in Genesis 1, dat prachtige hoofdstuk met het refrein: het was goed, het was goed, het was zeer goed. Het eindigt in Openbaringen 22 met rivieren van levend water, bomen die twaalf, maal vrucht dragen, waarvan de bladeren de volken genezen. Dit begin en eind gaat over het paradijs, waarvoor de mens is geschapen. Maar ook tussen die beide in is het indrukwekkend om te lezen hoe dicht mensen als Job, Jesaja, de Psalmisten leefden bij de natuur. Ook van de Heere Jezus lezen we dat Hij tijdens Zijn omwandeling op aarde
- lette op de wolken en het weer,
- genoot van de bloemen (schoner dan Salomo),
- de vogels kende: mussen, duiven, gieren, raven,
- korenaren bestudeerde (30-, 60-en 100voud),
- sprak van zon en maan en sterren,
- de vaste bergen als voorbeeld nam. Hij lette op de aardse werken van zijn hemelse Vader. Die ze niet alleen schiep, maar ook onderhoudt. Dit laatste woord brengt ons bij een laatste punt waarmee de geest van onze tijd moeite heeft.
Epicureër
In dit verband eerst een vraag: hebt u wel eens een Epicureër ontmoet? Confessie-kenners denken bij dit woord direct aan art. 13 van de Geloofsbelijdenis: "Wij verwerpen de verdoemelijke dwaling der Epicureën, dewelke zeggen dat God zich nergens mede bemoeit, en alle dingen bij geval laat geschieden".
Die Epicureën leren we niet meer, maar hun leer is - in een modern jasje - levender dan ooit. De mens die God is kwijt geraakt, en daarom ook geen weet meer heeft van zijn plan met deze wereld, houdt niets beters over dan het toeval.
Het toeval is een zeer bekend en belangrijk verschijnsel in vele natuurwetten. Een natuurverschijnsel wordt een surrogaat-god. Als vanouds, wordt een schepsel aangezien voor God. In de optimistische vorige eeuw leidde dat tot het evolutionisme. In onze pessimistische dagen tot het verdoemlijke doemdenken, om de gspierde taal van de vaderen eens te gebruiken. Tegen die leer helpt geen theorie. Tegen evolutionisme geen creationisme. Tegen doemdenken geen positief denken. Tegen dit geloof helpt alleen gelóóf.
Geen baaierd
Het geloof in God, die deze aarde met haar bewoners schiep en nu draagt. Die een plan heeft en een toekomst belooft.
Wie alleen het zwarte nieuws hoort, wie alleen let op de immense macht, geconcentreerd in de handen van enkele mensen, komt uit bij de wanhoop, bij een baaierd, een holocaust. Wie het evangelie kent, het goede nieuws, weet van een Heiland die juist in die moeiten zegt (Matth. 28 : 18 en 20): "Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde" en "Ik ben met U al de dagen tot aan de voleinding der wereld".
Zou het je geen andere kijk geven op de afloop van de wereldgeschiedenis, als je bij Jesaja (45 : 18) leest: God die de aarde heeft geformeerd, heeft gemaakt, heeft gegrondvest, heeft haar geschapen niet tot een baaierd, maar ter bewoning".
Dit is een opgave én een belofte. Een belofte die we al kennen uit het eerste Bijbelboek, waar God na de vloed tot zichzelf zegt: "Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens" en "Ik zal al wat leeft niet meer slaan, zoals Ik gedaan heb. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden" (Gen. 8:21, 22). Geen baaierd dus.
Trouw
We rekenen op God. Niet alleen voor de nieuwe aarde, ook voor déze aarde.
Hier ligt nu onze taak; denk aan de zaaiing en oogst van zoeven. Daarom is het een feest jonge mensen te ontmoeten die, ondanks het modedenken, vanuit een Bijbelse, verwachting vol moed
- een gezin stichten,
- een vak gaan leren,
- een nieuwe opleiding beginnen.
Daarom is het ook een feest dit nieuwe kursusjaar te openen. We beginnen het, zoals we gelukkig bijna al onze kerkdiensten beginnen, met het psalmwoord waarin zeer nadrukkelijk wordt verwezen naar Gods scheppingswerk: "Onze hulp is in de naam van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft", en waaraan we, vooral met het oog op de huidige tijdgeest, graag toevoegen: "Die trouw is tot in eeuwigheid, en niet laat varen het werk dat zijn hand begon"."
'k Vond het de moeite waard dit schriftuurlijke en sympathieke betoog aan u door te geven. Het ademt m.i. de nuchtere calvijnse geest, die, ondanks de gebrokenheid, toch weet van de trouw van God, Schepper, Onderhouder en Verlosser. Vorming en scholing zijn opdrachten van Hem. Het leek me ook goed door middel van deze toespraak nog weer eens uw aandacht te vestigen op het werk van de Reformatorische Bijbelschool. Velen steunden en steunen haar ook financieel. Velen dragen deze arbeid in het gebed. De school heeft dat nodig. Wij allen hebben dat nodig. Maar zeker een instituut, dat niet gesubsidieerd wordt en toch belangrijk werk doet - vorming van jongeren met het oog op hun toekomstig beroep, opleiding tot leraar godsdienst en tot vormen van kerkelijk werk en evangelisatiearbeid - kan uw steun niet missen. Wanneer velen hun dankbaarheid voor het betoog van prof. v. d. Leun zouden willen uiten door overmaking van een gift op giro 3091180 van de penningmeester, is dat van harte welkom. Het zal u misschien wat bevreemden deze oproep te lezen in een persoverzicht. Doorgaans pleeg ik dat ook niet te doen. Maar het feit dat ondergetekende op verzoek van het hoofdbestuur van de Bond zitting heeft in de Raad van Advies van de Bijbelschool en daarom ook de contacten mag onderhouden tussen RBS en De Waarheidsvriend, geeft me vrijmoedigheid om dit keer bij de overname van dit artikel ook het werk van onze Bijbelschool op deze wijze onder uw aandacht te brengen. Nog al te vaak ervaar ik dat velen onder ons nauwelijks op de hoogte zijn van wat deze Bijbelschool doet. In het verleden is een en andermaal over deze zaak geschreven, en we hopen dat te blijven doen, maar de Bijbelschool zal u graag regelmatig via haar Nieuwsbrief op de hoogte houden. Een kaartje naar Kralingenweg 10 in Zeist is voldoende om u van informatie te laten voorzien. En mocht u in Zeist komen, gaat u gerust eens langs. Staf en directie zullen u graag op de hoogte brengen. Op de hoogte van deze vorm van onderwijs, gericht op de vervulling van de taak die we naar Gods bestel in Zijn wereld hebben te verrichten. De toespraak van prof. v. d. Leun mag een bemoedigende start van een nieuw kursusjaar genoemd worden.
***
Evangelie en politiek
In Credo van december schrijft drs. F. Cupido, docent aan 'De Vijverberg' in Ede, over de relatie tussen 'Evangelie en politiek'. Cupido zet een vraagteken achter de titel, gezien de vele onduidelijkheden die de woordverbinding oproept. 'Evangelisch' wordt anno 1983 immers heel verschillend ingevuld. Hij waarschuwt terecht voor de versmalling. Men mag de Evangelieën nimmer los maken uit het geheel van de Schrift.
'De blijde boodschap wordt in het gehele Woord van God geopenbaard, vanaf het boek Genesis tot en met het boek Openbaring. Concreet betekent dat dus dat het scheppingsverhaal, de geschiedenis van het volk Israël, de Psalmen, Spreuken en Prediker en de oudtestamentische profetieën van net zo groot belang zijn voor de christelijke politiek als de vier evangelieën. In alle boeken van Gods Woord zijn belangrijke beginselen voor christelijke politiek geopenbaard.
Nu is het m.i. zo, dat er uit de evangelieën en evenmin uit de overige boeken van de Bijbel een kant en klaar beeld te halen is van christelijke politiek. Immers, christelijke politiek moet door christenen gezamenlijk, vanuiteen levend geloof, worden bedreven. Hun richtsnoer en maatstaf daarbij is Gods Woord. God openbaart in Zijn Woord de beginselen voor een christelijke levenspraktijk, en dus ook de beginselen voor het bedrijven van christelijke politiek. Het is dan ook ondenkbaar dat christelijke politiek zou kunnen bestaan zonder het vertrouwen op en het gehoorzamen aan Gods Woord.
Slechts door het oprechte luisteren naar en bestuderen van Gods Woord kunnen christenen gezamenlijk inzicht krijgen in de Bijbelse beginselen voor christelijke politiek. Om dit artikel niet te lang te maken wil ik slechts enkele van die beginselen in het vervolg van dit artikel proberen te verduidelijken.
Wat zou Jezus doen?
Vele christenen stellen zichzelf deze vraag wanneer zij in de maatschappij of in de politiek hun standpunt willen bepalen. Hoewel deze vraag in vele concrete situaties onbeantwoord moet blijven, schuilt er een goed element in. Immers wanneer christenen zichzelf die vraag stellen, maken zij daarmee duidelijk dat zij naar Jezus willen luisteren en Hem willen volgen. Dat is goed: het christelijke leven is tenslotte niet anders dan de navolging van Christus. Zo kan en moet ook gesteld worden dat christelijke politiek navolging van Christus is. Toch moet je ook voorzichtig zijn met dat woord navolging. Het mag niet bedoeld worden in de zin van nabootsing. Want Jezus Christus had een volstrekt unieke roeping. Hij is gekomen om zondaren te verlossen en Gods wereld te helen.
Navolging van Christus
Hoe moeten christen dan Christus navolgen? De evangeliën openbaren Jezus' leven en werken op aarde. Als je de geschiedenissen van Jezus' spreken en handelen op aarde goed leest, dan ontvang je niet een antwoord op de vraag: wat is christelijke politiek? , maar wordt je wel een heel belangrijk beginsel voor christelijke politiek duidelijk. In Zijn optreden en handelen doet Jezus niet wat de toenmalige kerk wenste en ook niet wat de religieuze leiders eisten. Hij handelt niet overeenkomstig de wensen van de meerderheid van de bevolking; zelfs niet overeenkomstig die van de minderheid. Maar in liefde dient Hij wel alle mensen met wie Hij in con tact treedt. Jezus laaat zich ook niet leiden in Zijn handelen door zelfbedachte normen; Hij maakt zelf heel duidelijk wat het motief is van Zijn handelen en optreden. Hij zegt:
"Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, wan Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft. (...) want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft om te volbrengen, juist die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft". (Joh. 5 : 30, 36) Deze en soortgelijke woorden van Jezus in de evangeliën maken duidelijk dat het motief van Zijn handelen was: et volbrengen van de wil van Zijn Vader, Jezus' handelen was in Zijn leven en sterven een getuigenis van Gods Koningschap en soevereiniteit.'
Cupido waarschuwt voor een christelijke politiek, die belangenpolitiek ten dienste van christenen wil zijn. Christenen moeten immers heel de samenleving tot zegen zijn, en de belangen van land en volk dienen. Machtsvorming mag ook nooit doel op zichzelf zijn. Machtsvorming is nodig om dienend bezig te zijn. Het lijken me belangrijke uitgangspunten. Tegelijk laten ze nog weer eens zien hoe moeilijk het is in het ingewikkelde politieke krachtenspel vorm te geven aan deze beginselen, in onze geseculariseerde samenleving. Maar het ontslaat ons niet van de roeping te blijven zoeken naar de wil van God, ook in het politieke leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's