Geheimenis (1)
'Zicht op Israel'
Twee dingen zijn er die niet mogen bestaan: een Israel zonder geloof in de Messias Jezus en een Kerk zonder Israel.
Geheimenis, dat is het woord dat mij bij blijft na het lezen van het boek dat het Bezinningscomité Israel het licht heeft doen zien. Het had ook heel goed de titel kunnen zijn van dit boek omdat de lading van dit kernwoord het 'zicht op Israel' ten volle bepaalt. Al moet het gezegd worden dat de nu gekozen titel, 'Zicht op Israel' ook heel goed weergeeft wat de auteurs bewogen heeft om deze publikatie te doen uitgeven. Ze pleiten hierin voor meer oog voor en zicht op de realiteit van Israel, en voor een grotere betrokkenheid binnen onze kring bij de vragen van de ontmoeting van Kerk en Israel. 'Zicht' op Israel, daar is een zekere bescheidenheid in dit woord. Het duidt aan dat Israel een werkelijkheid is, die zeker gezien mag zijn, net als het land dat na een lange zeereis weer in zicht komt. Zou je zo ook van Israel niet kunnen zeggen dat het na lange tijd weer in het zicht gekomen is? De werkelijkheid van Israel kan en mag niet langer over het hoofd gezien worden. En toch heeft dat woord 'zicht' niet de pretentie dat er sprake zou kunnen zijn van een afgeronde visie. Die wordt in dit boek dan ook niet gegeven. De schrijvers menen niet dat ze alles al tot op de bodem hebben doorschouwd. Zij wandelen, ook wat Israel betreft, nog in geloof en niet in aanschouwen. De visie wordt principieel door het Grote Geheimenis van Gods trouw met Israel bepaald. En toch is er zicht op die trouw van de Heere, Die zichtbaar is geworden in de weg die Hij heeft met dit volk, tot de dag van vandaag. En daarom mag er niet gezwegen worden. Wat gezien wordt moet worden uitgezegd: 'Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn.'
Bezinning
'Zicht op Israel is de vrucht van een aantal jaren intensieve bezinning op de positie van de kerk ten opzichte van Israel, zoals die vooral ook de laatste jaren binnen de gereformeerde gezindte weer op gang is gekomen. Ik schrijf met nadruk 'weer', omdat het niet voor het eerst is dat die bezinning er is binnen de traditie van de reformatie. Het zicht op Israel heeft nooit geheel ontbroken.
De laatste jaren zijn er een aantal seminars in Israel geweest, met daaraan voorafgaande studiedagen, waarbij een groot aantal predikanten en studenten uit de gereformeerde gezindte zeer indringend kennis heeft mogen maken mei Israel en met de vragen die de ontmoeting met Israel met zich meebrengt. Het is een goede zaak dat de vruchten van de studie en bezinning niet tot een kleine kring beperkt blijven, maar ook ten nutte mogen komen aan een veel breder publiek. De trouwe lezers van 'De Waarheidsvriend' hebben al wel enkele jaren geleden kennis kunnen nemen van deze bezinning door middel van een aantal artikelen die geschreven werden door deelnemers van de studiereizen, maar nu is de vrucht van de studie al zover gerijpt dat er een waardevol studieboek kon worden uitgegeven, dat zodanig van opzet is dat het alle belangstellenden heldere informatie biedt en vooral ook stof tot nadenken en verdere bezinning.
Eigen positie
De schrijvers van dit boek willen ook duidelijk maken wat nu het eigene is van de bezinning op de vragen rond Israel vanuit de traditie van de Reformatie. Zij willen op deze vragen ingaan vanuit een besliste verbondenheid en gebondenheid aan het verstaan van de Schriften en de visie op het Heil zoals die in de Reformatie door Gods leiding weer aan het licht gebracht zijn. Dat geeft aan de bezinning een heel bepaalde eigenheid. Het is niet de bedoeling geweest om één van de vele varianten te bieden binnen het grote geheel van de reeds bestaande Israel-theologieën, maar het is de hoop dat er in alle bescheidenheid toch een nieuw geluid gehoord zal worden als de vragen van Kerk en Israel juist vanuit de traditie van de Reformatie worden bezien.
Deze eigen identiteit blijft echter verbonden met een grote bescheidenheid. Wie graag de laatste dingen wil weten, zal in dit boek teleurgesteld worden. De dingen worden vaak zo gauw te stellig, te absoluut gezegd. Daarvoor moeten we zeker wat de bezinning met betrekking tot Israel betreft erg oppassen. Maar wat ook in ieder geval de overtuiging is van de schrijvers van dit boek, dat is dat het zeker niet meer zo kan zijn dat er binnen de Kerk geleefd wordt alsof Israel er niet meer is.
Modellen
Vooral het eerste hoofddeel, het bijbelstheologisch gedeelte, heeft veel te bieden. Wij willen uit het vele een en ander naar voren halen. Het meeste wat het boek te bieden heeft, wordt in de bespreking niet vermeld. Het is immers de bedoeling dat uw nieuwsgierigheid wordt gewekt zodat u het zelf ter hand zult nemen.
Het boek begint met een instructief artikel van de hand van ds. M. van Campen, de huidige secretaris van het bezinningscomité. Zijn stuk heeft iets van een positiebepaling. Hij geeft op een eerlijke wijze vier modellen weer waarin de bezinning over Israel binnen de Kerk vorm heeft gekregen. In de eerste plaats noemt hij het vervangingsmodel. Dat is de mening dat Israel door de verwerping van de messias zelf in die, zin verworpen is, dat het zijn plaats voorgoed heeft moeten afstaan aan de kerk. De kerk is in plaats van Israel gekomen, is het nieuwe Israel. Israel doet niet meer mee als het om Gods toekomst gaat. Wie dit zo stelt, doet volgens Van Campen, geen recht aan vele duidelijke schriftgegevens uit Oude en Nieuwe Testament, waarin duidelijk wordt gesproken dat God nog wat voor heeft met Zijn volk, ondanks alles van dat volk. Er mag dus omwille van de beloften, omwille van het Woord niet gezwegen worden. Vooral Rom. 9 vers 11 nemen hierbij een sleutelpositie in. Maar als er dan gesproken moet worden, hoe kan en mag het dan gebeuren? Er heerst zoveel verwarring en verdeeldheid bij het spreken over de toekomst van Israel. Is het chiliastische model misschien een mogelijkheid? Bij alle verschillen die we in aanmerking moeten nemen binnen deze stroming die sterk gelooft in de komst van het duizendjarig rijk moet toch gezegd worden dat zij heel sterk oog hebben voor de toekomst van Gods volk Israel. De gegevens en beloften van de Schrift worden daarbij letterlijk opgevat, en dat spreekt ons in een tijd van schrifkritiek misschien wel aan. Maar toch vindt Van Campen ondanks enige positieve punten, dat dit model geen recht doet aan het geheimenis van Israels toekomst. Hij heeft er grote bezwaren tegen, onder meer omdat de indruk bestaat dat men het heil van Israel toch van een ander gehalte acht te zijn dan dat van de Kerk van Christus. En ook is het zo dat er in dit model, hoe vreemd dat ook klinken mag, juist vanwege de sterke betrokkenheid op de toekomst van Israel niet of nauwelijks oog is voor de realiteit van het Israel hier en nu. Een derde model, dat eveneens afgewezen wordt is het zogenaamde twee-wegen-model. Dat is kort gezegd die opvatting, dat er twee heilswegen zijn, één voor de heiden en één voor de joden. Israel heeft Christus niet nodig als de weg tot de Vader, want hun bijzondere weg is de Thora, de wet. Deze visie wordt beslist afgewezen. Er is maar één weg tot de Vader en dat is en blijft Christus, voor jood en heiden. De verwachting voor Israel mag er nooit één zijn die los staat van de Christus. Bij dit model is er eigenlijk geen sprake meer van een echte ontmoeting. Jood en christen, ze gaan beiden elk op eigen weg parallel aan die van de ander. In dit model wordt ten diepste de spanning van het gesprek weggenomen.
Het lijkt mij dat vooral hier in de discussie over de twee wegen van het heil heel duidelijk zal moeten blijken, in de bezinning die na dit boek verder moet gaan, wat het eigene is van de reformatorische traditie. Aan het einde van het eerste hoofstuk bespreekt Van Campen het zogenaamde schisma-model, dat vooral van dr. K. H. Miskotte afkomstig is. Kerk en Israel staan in een unieke verwantschap, een fundamentele gemeenschappelijkheid. Er is dan ook sprake van een tragische breuk die zich voltrokken heeft in de scheiding van Kerk en Israel. De pijn om die scheiding mag in de Kerk nooit verdwijnen. De kerk kan niet zonder Israel, maar ook Israel niet zonder de kerk. Twee dingen zijn er die niet mogen bestaan: een Israel zonder geloof in de Messias Jezus en een Kerk zonder Israel. Bij deze laatste visie, zoals daarop is voortgebouwd door dr. S. Gersen, wil de bezinning van het comité zich in grote lijnen aansluiten. Vanwege de pijn van de gescheidenheid moet het tot een wezenlijke ontmoeting komen tussen Kerk en Israel. En dan moet er niet alleen wat gebeuren in die ontmoeting aan de kant van Israel, maar ook de kerk zal in die ontmoeting ontdekken dat er vanuit de Schrift dingen zijn die maar al te veel vergeten en verzwegen zijn, dingen die mede door de ontmoeting op ons af komen, vragen die om eerlijke bezinning en beantwoording vragen. Tot zover Van Campen in zijn inleidend hoofdstuk dat als begin van dit boek gelukkig gekozen is, omdat het ons duidelijk maakt waar het bezinningscomité binnen het woud van Israeltheologieën wil staan. Het is daarbij direct al duidelijk dat er geen afgeronde mening gegeven wordt. Dat kan ook principieel niet, zoals wij zagen, vanuit het begrip mysterion, geheimenis, dat ons verbiedt de grens naar de laatste duidelijkheid te overschrijden.
Zending of gesprek
Wij kunnen niet over alle hoofstukken zo uitgebreid schrijven als over het eerste. Dat zou anders de bespreking tot een samenvatting maken. Wel is het goed om u te zeggen wat u verder in dit boek zult vinden. Ds. W. van Laar, zendingspredikant in Chili, schreef een hoofdstuk over de vraag of je in de ontmoeting met Israel van zending moet spreken of van een gesprek. Hij kiest op grond van vele gegevens uit het Nieuwe testament beslist voor het laatste. Je kunt Israel niet zomaar op het zelfde vlak zien als de volkeren die van de afgoden bekeerd moeten worden tot de Levende God. Hij grondt zijn mening op de exegese van de Efezebrief waarin te lezen is dat de heidenen mede-erfgenamen zijn van het verbond van Gods genade.
De unieke relatie tussen Kerk en Israel is daarmee gegeven, in dat woordje 'mede'. Dat betekent dat de Kerk altijd een andere verhouding en benadering zal hebben tot Israel als die zij heeft tot de volkeren. De Kerk is immers in Israel ingelijfd. En het joodse volk kan altijd op een heel bijzondere manier aangesproken worden op de Schriften die ze zelf hebben. Er is dus gesprek geboden. Maar wat voor gesprek? Geen oecumenisch gesprek, geen vrijblijvende ontmoeting, maar een getuigend gesprek, waarin de unieke en universele aanspraak van Christus geen enkel moment kan worden gegeven. Het kan een geweldige spanning geven naar beide kanten als dit gesprek eerlijk wordt gevoerd. Het is dan ook een gewaagd gebeuren. Eerlijkheid en openheid zijn onmisbaar en je moet het risico aandurven dat je het gesprek anders uitkomt dan je erin gegaan bent.
Het lijkt mij duidelijk dat hier de laatste dingen over dit gesprek nog niet gezegd zijn. Het zal als het goed is alleen tot een echt getuigend gesprek worden als we duidelijk getuigenis geven van onze hoop op Christus Jezus. En het is de vraag hierbij of er ook niet anderen zijn, die ons in dit gesprek met Israel kunnen bij staan, dan bij v. mevr. Flesseman-van Leer, die nu niet direct dezelfde opvattingen met ons deelt als het gaat om de heel centrale dingen bij dit gesprek, zoals bijv. de visie op oecumene en het gezag van de Schriften.
Ik vraag me bij dit hoodstuk ook af of de concretiseringen van mogelijke uitkomsten van dit gesprek niet te ver gaan, zoals bijvoorbeeld een andere visie op de gerechtigheid van het Koninkrijk, meer als een politieke en sociale gerechtigheid gezien dan tot nog toe in de kerk het geval was. Het lijkt mij dat daar ook binnen onze eigen traditie, en ook op andere gronden dan het gesprek met Israel, nog wel verschillend gedacht kan worden.
(wordt vervolgd)
ds. M. van Campen e.a.: 'Zicht op Israël', Uitgave Boekencentrum 's Gravenhage, 184 pag., ƒ 19, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's