De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een nieuwe jaarkring naar de toekomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een nieuwe jaarkring naar de toekomst

8 minuten leestijd

De titel van dit artikel kan wat merkwaardig lijken. Een kring is rond, en dan toch vooruit gericht? Op zich is de uitdrukking jaarkring merkwaardig. Kennelijk zit er toch in: de kringloop van de tijden. De seizoenen herhalen zich, elk jaar weer hetzelfde beeld. En wat er geweest is zal er zijn, heeft de Prediker al gezegd. Er is niets nieuws onder de zon.

Toch ligt elke jaarkring open naar de toekomst. Het is om zo te zeggen een spiraalbeweging; wel telkens hetzelfde maar óók voorwaarts gericht.

Intussen weten we dat de toekomst de toekomst des Heeren is, omdat elk jaar een jaar des Heeren is. Het jaar 1984 wordt - zo lezen we vandaag her en der - aangezien voor een magisch jaar. George Orwell schreef 35 jaar geleden al een boek onder de titel '1984'. Maar een christen kent geen magische getallen, ook geen magische jaartallen. Hij kent maar één beslissend jaar, het jaar waarmee het allemaal begon. Bij de scheiding van kerk en synagoge ontstond een nieuwe jaartelling. De Joden schrijven vandaag het jaar 5744, gerekend vanaf de 'schepping'. Wij - christenen - en daarmee de al of niet gekerstende wereld schrijven het jaar 1984, zoveel jaren na geboorte, kruis en opstanding van onze Heere Jezus Christus. Anno Domini, jaar van Hem. Jaar ook van Zijn toekomst.

Is er toekomst?

Is er nog toekomst? Dat is de vraag voor velen. En als men die vraag niet meer stelt leeft men bij het heden: pluk de dag. Een versregel van de socialistische dichteres Henriëtte Roland Holst luidt: 'toekomst kan heden niet verlossen'. Maar wat zal een mens toch in het heden als hij géén toekomst voor zich ziet? Marxisten hebben de jaren door de christenen verweten dat ze alleen maar wissels trekken op de toekomst. Hun godsdienst - zei Marx - is opium van (niet voor) het volk. Hun godsdienst is een roesmiddel. Stil maar wacht maar alles wordt nieuw. Maar - nogmaals Henriëtte Roland Holst - (die) toekomst kan heden niet verlossen. Dan zeggen we in antwoord daarop toch maar met Paulus dat, als we alleen in dit leven op Christus hopen (en dan nog wel op Christus, wat de wereld óók niet doet) we nog de ellendigste, de beklagenswaardigste van alle mensen zijn.

Er is toekomst, van God uit, vanuit het Rijk dat Hij beloofd heeft omdat het gekomen is in de komst van de Middelaar. Een rijk van vrede en gerechtigheid, waar niemand meer zeggen zal 'ik ben ziek', waar 'de tranen van de ogen zijn afgewist'. 'Het volk dat daarin woont zal vergeving van ongerechtigheid hebben' (Jes. 33 vers 24). Deze beloften, dit uitzicht op een eeuwige toekomst voor Gods kinderen, op het eind van het 'mesech' mogen we elkaar als christenen best voor houden in een tijd, die bol staat van horizontale gerichtheid, zakelijkheid, stress, kramp om je waar te maken in deze wereld.

Gods toekomst is nog rijker dan Gods heden. Onze jaren liggen open naar de toekomst. Daarom is het een bijbels vermaan om de pinnen van onze levenstent niet te vast in de aarde te slaan. Ze moeten een keer definitief los. We zijn vreemdelingen in Mesech (Ps. 120 : 5). Daarom is onthechting aan het bestaande een zaak van voortdurende leerschool voor een christen.

Ik las dezer dagen dat het in Japan een gebruik is - en dan dunkt me een goed gebruik - om met verjaardagen iets af te staan van wat een mens het meest dierbaar is. Om op die manier onthechting te leren, afstand te leren nemen van dingen, die ons dierbaar zijn maar toch vergankelijk. Zou met name een christen zo inderdaad niet met zijn bezit moeten omgaan, zelfs met het kostbaarste wat hij bezit? In het afstand nemen zit een teken van hoop op Gods toekomst. Het betere komt toch nog, al mocht het goede er ook al zijn, in alle voorlopigheid.

De kerk naar de toekomst

De kerk is hoedster van het geheimenis, juist ook van het geheimenis van Gods toekomst. Angst voor de toekomst is allerwegen tastbaar en voelbaar. En wie zou niet vrezen, als we zien welke dreigingen de mens zichzelf opgeroepen heeft. Is de bewapeningswedloop niet één voortdurende demonstratie van de angst voor de ander? Zijn de vredesdemonstraties, internationaal gehouden, niet massale uitingen van angst voor een toekomst, die wij, mensen, niet meer in de hand kunnen houden?

De kerk zal ook in die zin hoedster van het geheimenis mogen zijn dat ze mag uitzeggen dat God de geschiedenis tot het Einde in Zijn goddelijke Handen heeft en houdt. Als het ons mensen uit de hand loopt, loopt het Hem niet uit de Handen. De toekomst is gewaarborgd, voor mens en wereld (want ook de schepping wordt vernieuwd), in de doorboorde Handen van Christus. Dat sluit onze verantwoordelijkheid niet uit maar in. We zullen Gods water niet over Gods akkers mogen laten lopen. Maar ook wie, al bezig zijnde in de strijd tegen het kwade dat ons omringt, bemerkt dat het allemaal naar het schijnt niets uithaalt, mag bedenken dat al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, waarde heeft en zal blijven bestaan; God vergeet niet 'de arbeid der liefde aan Zijn Naam bewezen' (Hebr. 6 vers 10). Dat betekent dat we zonder kramp, zonder wetsijver ook bezig mogen zijn in Gods héden, omdat alles in Zijn toekomst gewaaid borgd is. 'Kerk, doe je werk', luidt een eenvoudig versje. Gewoon doorgaan met de verkondiging van het Evangelie, met het uitzeggen van de hoop voor het persoonlijke leven en voor de verbanden waarin we leven, als er is gebondenheid aan het Woord Gods.

Van de kerk zelf is weinig goeds te zeggen. We gaan ook kerkelijk met schaamte het nieuwe jaar in. Omdat we de oude gebrokenheden en verdolingen meenemen.

Het jaar 1984 zal het jaar zijn waarin, wat ons land betreft, kerkelijk de Afscheiding wordt herdacht. Dat zegt al veel. Voorbereidingen worden getroffen voor het doen verschijnen van geschriften en het organiseren van herdenkingen met betrekking tot het delen van de kerk. Herdenken mag. 'Herdenk de trouw aan ons voorheen betoond'. Herdenken is dan wèl bidden. Bidden met beschaamde kaken. Bidden van­wege het gruis van Sion. We hebben in 1981 zo ook het vijf en zeventigjarig bestaan van de Gereformeerde Bond herdacht. Daarin hebben broeders uit de Afscheiding met ons meegeleefd en ongetwijfeld zal er vanuit de Hervormde Kerk ook meeleven zijn met hen die 'dankbaar' gedenken zullen wat hen in Afscheiding en daarna geschonken is.

Samen zeggen we hopelijk dat bij ons is 'de beschaamdheid der aangezichten'. Zou de Heere het zó bedoelen, zoals wij het nu laten zien? Herdenk de trouw... Het staat in een psalm, die enkele duizenden jaren geleden werd geschreven. Pleiten op Gods trouw, is dd eeuwen door onontbeerlijk, juist gezien menselijke ontrouw.

Wie de jeugd heeft...

Onze hoop is op God, ook voor 1984. Maar hij sluit mensen in Zijn dienst in. Hij heef door de tijden heen Zijn kerk bewaard, al was ze soms klein en tot niet gekomen in de ogen der mensen. Hij heeft altijd weer Zijn kerk gebouwd, óók uit de jongeren om de gemeenschap der heiligen in stand te houden, om de oase van de kerk en van de gemeente te scheppen of te herscheppe in de barre woestijn van deze wereld. Ook vandaag zien we zo jongeren - is het juist als ik zeg weer in toenemende getalen - bij elkaar kruipen om bij elkaar een beetje te schuilen, om samen bij het Woord te schuilen. Een jongerenzendingsdag, zoals die a.s. zaterdag weer gehouden wordt, is een bemoedigend teken. We moeten in de kerk letten op de tekenen der tijden maar we mogen ook letten op tekenen van hoop die de Heere ons ook vandaag voor Zijn gemeente geeft; waar Hij dan ook vandaag Zijn volk vergaderen wil.

Misschien hebben jongeren zelfs vandaag wel een bijzondere roeping. Een deel van het oudere geslacht is opgegroeid in de moeilijke tijd van de Tweede Wereldoorlog. Een ander, jonger deel heeft echter de toenemende welvaart, met alle gevolgen daarvan, (met name ook de secularisatie), meegemaakt. Nu staan we voor een periode van recessie. Vele jongeren staan vandaag achteraan, als het gaat om mogelijkheden voor arbeid. Zij zullen, méér nog dan de ouderen, moeten leren leven in een tijd, waarin niet alles meer kan wat voorheen kon en wat zo vanzelfsprekend was geworden. Misschien vinden, juist jongeren vandaag weer wegen voor het christelijk ge­tuigenis in Woord en Daad, met praktische uitwerking van het begrip 'afzien'. Want laten we niet denken dat ouderen slechts iets te zeggen hebben aan jongeren (zeker niet in belerende zin). Jongeren kunnen ook een boodschap hebben voor ouderen, die het wezenlijke van het christen-zijn verleerd hebben.

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dat geldt in speciale zin voor de kerk. Het is de kerk des Heeren. Als jongeren daarin ook vandaag hun plaats zoeken en vinden dan mogen we daarin ook vandaag Gods trouw onderkennen. Dan heeft Zijn kerk nog toekomst.

De kerk mag een schutse zijn, een ark op de golven van de tijdzee, een plek om te schuilen bij de Heere en Zijn Woord. Ook in 1984.

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een nieuwe jaarkring naar de toekomst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's