De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geheimenis (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geheimenis (2)

'Zicht op Israel'

11 minuten leestijd

Laten we samen in de bezinning op de betekenis van Israel ons buigen voor de God van Israel, Die de Getrouwe is.

Wat dunkt u van de Christus?

Als het in de ontmoeting met Israel gaat om het gesprek, wat moet dan de inhoud daarvan zijn? Ds. C. den Boer geeft in zijn bijdrage m.i. een antwoord op deze vraag. Hij stelt de vraag of het niet juist zal mogen gaan over Jezus' Messiasschap. Zou er juist daarin geen plaats zijn voor een voortgang en een vernieuwing van dat gesprek wat er ook in Jezus' dagen zelf al was, over Wie Jezus nu toch eigenlijk was? Jezus stelde immers Zelf de vraag: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?' Zou deze vraag ook vandaag in het gesprek niet gesteld kunnen worden aan de joodse mensen van nu? In een boeiend betoog gaat Den Boer op een en ander nader in. Opvallend is dat het vol is van vragen. Dat typeert de bereidheid om echt te luisteren en dat wat ingebracht wordt ook serieus te nemen. Dit hoofdstuk vertoont de spanning van het wezenlijke gesprek, waarin in de eerste plaats goed geluisterd wordt naar de joodse stemmen over Jezus, in het bijzonder van de laatste tijd, o.a. die van David Plusser, die Jezus beschouwt als de kroon der profetie. Zouden wij mogelijk niet dingen kunnen vernemen aangaande de Christus, dingen die ons tot nog toe duister gebleven zijn als we luisteren naar de interpretatie van hen die Hem zien in het licht van de Messiasverwachting van Zijn dagen? Dit alles gezegd hebbende, stelt Den Boer vervolgens dat toch het laatste niet is hoe de mensen Jezus hebben gezien of nog zien. Het gaat er ten diepste om Wie Hij werkelijk is naar de Schriften. Dan stoten wij door tot op de diepste kern als weg de vraag stellen: Wie is de Christus der Schriften? De Schriften zijn het immers die van Hem getuigen? Het is niet juist om achter de gegevens van de Schriften nog te zoeken naar de 'echte Jezus'. Het is niet mogelijk Hem te verstaan buiten de Schriften van Oude en Nieuwe Testament om. En zegt het Oude Testament dan toch niet meer over de Messias dan veel moderne stemmen spreken? Is Hij niet juist 'naar de Schriften' ook de Koning van Israels God gegeven en de Priester, Die Zijn bloed heeft gestort ter verzoening? Juist in het centrum van het gesprek zal van beide zijden moeten gelden dat aan de Schriften het laatste woord is. En daarom blijft staan, dat er geen sprake van de Messias Gods kan zijn buiten kruis en opstanding om. Dat is van de kant van de kerk onopgeefbaar in het gesprek. Tot zover Den Boer.

Land der belofte

Een bijdrage over de vragen rond het thema van het beloofde land kan in dit boek niet ontbreken. Dr. S. Gerssen geeft hierover zijn visie in het laatste hoofdstuk van het bijbels-theologisch gedeelte. Hij zegt dat het iedere bijbellezer duidelijk zal zijn dat Israel nooit los te maken is van het land dat God gewezen heeft aan Abraham, het land van de belofte. De relatie land-volk is wat Israel betreft uniek in de wereld, en rust in het wonder van het Woord Gods. Het land is als Gave van God als een sacramentele bezegeling van het heil dat Israel in de omgang met zijn God ervaren mag.

Dat is een boeiende gedachte, die misschien wel vragen oproept maar in ieder geval het overdenken waard is. Het land als iets sacramenteels wijst boven zichzelf uit naar de betekende zaak. Het gaat God om de hele aarde, Zijn wereld, in wat God doet met Israel in dat speciale land. Wie land losmaakt van aarde vervalt in datzelfde sacramentalisme dat in de catechismus een 'vervloekte afgoderij' wordt genoemd. Daarom kan het particuliere van Israel nooit uitgespeeld worden tegen het universele van de hele aarde. Het land is heilig omdat het van God is. Het is het land der belofte en het blijft ook land van belofte. Als het in bezit genomen wordt houdt het niet op land van belofte te zijn. Juist als dat vergeten wordt, dat belofte een kritisch begrip inhoudt, kan het gebeuren dat Israel het land kwijtraakt in ballingschap. Blijft de notie van het beloofde land ook na het Nieuwe Testament van belang, of gaat het op in een hoger geestelijk goed? Gerssen merkt dan op: 'Het is op zijn minst vreemd dat men betreffende de kinderdoop zich altijd zo sterk beroepen heeft op de eenheid van de Schrift, maar dat men die als het over de landbelofte gaat geneigd is in twijfel te trekken. Achter deze neiging moet toch wel een verholen stuk anti-semitisme schuil gaan.' Tot zover dit korte en heldere hoofdstuk waarmee het eerste deel afsluit.

Historisch

Persoonlijk heeft het eerste deel, het bijbels-theologisch gedeelte van dit boek, mij het meest aangesproken. Dat wil echter zeker niet zeggen dat het historisch gedeelte van minder belang zou zijn. Ook daarin wordt m. i. op een eigen wijze een belichting gegeven van de lijnen van de geschiedenis m.b.t. de verhouding van Kerk en Israel, een geschiedenis die helaas zo'n droeve is waar de schuld van de Kerk t.o.v. Israel openbaar komt. Historische studie is onmisbaar, omdat zonder deze studie het gesprek niet vlotten kan. Het is helaas vaak het geval dat er vertekende voorstellingen gegeven worden, zodat voorzichtigheid geboden is, een voorzichtigheid die in het tweede gedeelte zeker in acht wordt genomen.

Anti-semitisme

Drs. J. A. van der Velden schetst de donkere lijn die door de geschiedenis loopt van Israel in contact met de andere volken en met de christelijke Kerk, de lijn van vijandschap en verwerping, vooral van de kant van de kerk door de eeuwen heen. Anti-semitisme is niet alleen iets van de kerk. Ook in de oudheid onder de heidenen was daar regelmatig sprake van. Maar dit gruwelijk verschijnsel is het ergste daar waar de Kerk het oproept of bevordert. Al waren er ook tijden van verlichting toch is de kerk er in de loop der eeuwen in de regel vanuit.gegaan dat Israel in die mate verworpen was, dat het alleen nog maar als een bevestiging van de waarheid van de kerk in de ellendige gestalte van het gericht bestaan kon. Niet voor niets worden wij eraan herinnerd dat de nationaal-socialistische gruwel van deze eeuw gebruik heeft kunnen maken van christelijke stemmen. Luther heeft in deze een kwalijke naam, al wordt Luther vaak veel te oppervlakkig als een anti-semiet beschouwd. Ik ben blij dat Van der Velden in zijn beoordeling van Luther niet aansluit bij H. Janssen maar bij de m.i. historisch betrouwbaarder beoordeling van Luther zoals H. A. Obermann die geeft in zijn pas ook in het nederlands vertaalde boek over de wortels van het anti-semitisme. Dat is niet om Luther goed te praten, maar het gaat veel te ver om te stellen dat de nazi's zondermeer in de geest van Luther hun vreselijke propaganda hebben verspreid. Volgens mij hebben deze auteurs der verschikking nooit iets van Luther begrepen. Het anti-semitisme is misschien wel het grootste raadsel der geschiedenis. Waar is er de verklaring voor te vinden? In de geschiedenis zelf? Of in de psychologie, is het een ziekte? Spelen economische factoren een rol? Allemaal vragen. Misschien dat we er in de theologie wel het dichtst bij komen. In ieder geval is het de taak van de theologie om met alle macht te werken aan een weerwoord tegen dit verschijnsel, vanuit de bezinning op de Schriften.

Reformatie-Nadere Reformatie

De visie van Calvijn en van de Nadere Reformatie wordt in kort bestek weergegeven in een bijdrage van de hand van dr. T. Brienen. Een helder hoofdstuk waarin naar voren komt, dat wat met betrekking tot Israel bij Calvijn in een spanningsvolle relatie bijeen bleef - Israels afwijzing en Gods verbondstrouw - in de Nadere Reformatie uiteenviel in verschillende min of meer zelfstandige visies, een chiliastische, polemische en irenische visie, waarvan de laatste mij persoonlijk het meest aansprak. Hellenbroek was van die irenische visie een belangrijk vertegenwoordiger. Ik hoop dat Brienen de gelegenheid heeft om de verhouding van Hellenbroek tot de joden van zijn dagen nog eens nader uit te werken. Het is de opgave, vindt Brienen om dat wat uiteen is gevallen weer in een reformatorisch totaliteitsdenken bijeen te brengen. De vraag die mij na het lezen van dit hoofdstuk bijbleef was: hoe komt het dat vooral ten aanzien van Calvijns standpunt t.o.v. de joden zoveel verschil van mening is? Misschien dat ook daarin in het vervolg van de bezinning nadere duidelijkheid verschaft zal kunnen worden.

Schriftverstaan na de holocaust

In een volgend hoofdstuk gaat ir. J. van der Graaf na wat de diepingrijpende ervaring van de holocaust, de slachting van de zes miljoen joden, voor uitwerking heeft voor ons schriftverstaan en onze theologie. Moeten wij na Auschwitz spreken van een totaal andere theologie? Het kan niet anders zijn of ieder die eerlijk kennis neemt van de gruwel der verschrikking zal tot in het diepst van zijn ziel geschokt zijn. Is deze ervaring dan zo totaal dat het schriftverstaan er volkomen door wordt veranderd? Het diepe besef van schuld van de zijde van de kerk zou ertoe kunnen leiden dat er wordt meegegaan op de weg van diegenen die zeggen dat na Auschwitz de dingen nooit meer kunnen worden gezegd als in heel de kerkelijke traditie daarvoor. Van der Graaf zegt dat het zondermeer duidelijk is dat de verschrikking van de holocaust de bezinning van de plaats van Israel in de Schriften heeft beinvloed en gestimuleerd. Maar toch kan Auschwitz nooit een kriterium voor schriftuitleg zijn. Dat is naar reformatorische traditie immers alleen de Schrift zelf. De situatie is niet bepalend voor het verstaan van de Schrift, al zal het in een bepaalde situatie soms wel op een heel bijzondere wijze verstaan kunnen worden. De tijdbetrokkenheid van de Schrift komt niet in mindering op de Woordopenbaring. Het zal blijvend om de teksten van het Woord moeten gaan die ons aanspreken. En dan is er ten diepste geen rechte theologie als niet blijft staan het unieke van de Christus der Schriften. Zonder Christus is het 'Ikabod', de eer is weg. Nodig is de 'Kabod', de heerlijkheid van Christus te weerspiegelen naar Israel toe in dienende liefde.

Politiek

Het laatste hoofdstuk van het historisch gedeelte over de plaats van Israel in de politieke werkelijkheid van toen en nu, het is geschreven door ds. H. G. Abma. Het gaat om Gods weg met dit bijzondere volk in de wereld. Wij kunnen niet de pretentie hebben dat wij die weg altijd zo duidelijk en klaar gezien hebben. Dat het Gods weg is maakt ons eerbiedig en bescheiden in politicis. Maar wij mogen in ieder geval ook nimmer voorbijzien aan het spoor van de belofte zoals dat getrokken is door de tijden van deze wereld heen. Dat is de boodschap van dit hoofdstuk, die na het lezen bij mij hangen bleef. Abma schrijft op een heel oorspronkelijke en diepzinnige wijze, maar dat maakt dit hoofdstuk misschien toch wel wat minder toegankelijk. Hoe het ook zij, het zal duidelijk zijn dat de bezinning op Israel altijd ook politieke consequenties heeft.

Tenslotte

Tot zover heb ik geprobeerd om een over­ zicht te geven van wat u vinden zult als u dit boek ter hand neemt. Ik hoop dat het uw belangstelling gewekt heeft zodat u nader kennis zult willen maken met dit boek dat vrucht is van bezinning en stof biedt tot bezinning. Nog niet alles is er gezegd over dit boek dat in kort bestek zoveel biedt. Het besluit met een derde deel waarin een zestal bijbelstudies wordt geboden. Zo heeft de Schrift ook hierin het laatste woord. Het laatste woord zal in het gesprek en de bezinning rond Israel nog wel niet gesproken zijn. Ik ben blij dat dit boekje ook stimuleert tot bespreking en nader onderzoek. Er zijn bij elk hoofdstuk een aantal discussievragen toegevoegd en verder is er telkens een goede verwijzing naar literatuur voor verdere studie. Het kan heel goed gebruikt worden voor de bespreking in een kring. Wat de uitvoering betreft is het netjes en handzaam uitgegeven. Kortom het is een boek dat waard is gelezen te worden. Ik hoop tenslotte ook dat dit boek niet alleen het gesprek met Israel zal dienen, maar ook het gesprek in eigen kring over Israel. Helaas moet misschien wel eens geconstateerd worden dat we de vragen rond Israel betreft elkaar wel eens te gemakkelijk vastpinnen op bepaalde posities en stellingnames. Vergis ik me als ik zeg dat we van elkaar soms te snel denken te weten wat de ander aangaande Israel denkt? Is het wel zo dat de één 'Israeltheoloog' is en de ander persé niet? Laten we samen in de bezinning op de betekenis van Israel ons buigen voor de God van Israel, Die de Getrouwe is. Die Zijn Woord gegeven heeft. Dat heeft in deze dingen voor ons en Israel alleen beslissende stem. En het is de traditie van de Reformatie om daar al onze woorden en gedachten aan gewonnen te geven. Moge zo de verdere bezinning leiden tot meer zicht op Israel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geheimenis (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's