Uit de Pers
Het plan Morasha
Een van de problemen waarmee Israël na 1948 te kampen had, was de opvang van de stroom immigranten zowel uit Europa als uit de oriëntaalse, op de Arabische wereld georiënteerde landen. Joodse gemeenschappen hadden met name ook in die landen te maken met allerlei uitingen van antisemitisme. Het hoogtepunt van de immigrantenstroom lag in het begin van de jaren '50. In vier jaar groeide de bevolking van Israël van 600.000 naar 2000.000 inwoners. Hoe moest men, terwijl men tegelijkertijd stond voor de taak van de verdediging en de afweer, deze immigranten huisvesten? Aanvankelijk behielp men zich met opvangkampen, met de bedoeling de bewoners daarvan geleidelijk onder te brengen in betere woonwijken. Toch bleken een aantal van deze kampen uit te groeien tot meer permanente verblijfplaatsen en tot stedelijke krottenwijken, met alle problemen van dien. In 1977 besloot de regering deze problemen aan te pakken via het 'Project Renewal' .
'Tot de krottenwijken, die dringend verbetering behoeven, behoort de wijk Morasha in het vlak tegen Tel-Aviv aangelegen Ramat Hasjaron. De Collectieve Israël Actie in Nederland (CIA) heeft op zich genomen de gelden voor een deel van de vernieuwing van Morasha bijeen te brengen.
Morasha is een typisch voorbeeld van de betreffende problematiek. Het werd in de beginjaren '50 als opvangcentrum gebouwd en het is nooit afgeschaft. Er wonen thans 2.000 families, d.w.z. ongeveer 9.000 mensen. De gemiddelde leeftijd van de bewoners is tussen 42 en 51 jaar, met dien verstande dat 40% van de bevolking onder 19 jaar is en 8% boven de 65. De gemiddelde gezinsgrootte is er 4, 66 personen; 23% van de gezinnen telt meer dan zes gezinsleden en 14% meer dan acht leden. Van de bewoners van Morasha Tcomt 61% uit de oriëntaalse landen, 28% uit Europa en 11% uit in Israël geborenen. 60% Van de bewoners van de wijk heeft acht jaar of minder schoolopleiding gehad.
De problemen in Morasha zijn immens. Er wonen veel te grote gezinnen in te kleine huizen. Die huizen zijn bovendien verouderd en de sanitaire voorzieningen zijn eigenlijk onvoldoende. De onderwijsomstandigheden zijn onder de maat, mede ten gevolg van het feit, dat de onderontwikkelde ouders de kinderen onvoldoende kunnen opvangen. Daardoor voelen de bewoners zich derde-rangs-burgers. Er is nauwelijks doorstroming naar andere buurten. Er is ook onvoldoende opvangmogelijkheid voor kinderen, die jonger zijn dan de schoolgaande leeftijd en er zijn onvoldoende mogelijkheden tot opleiding voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Het is duidelijk, dat er in deze bedroevende omstandigheden eerst verbetering moet komen, voordat men aan een verbetering van de integratie kan beginnen.'
Dit verhaal laat zien hoe ook Israël met sociale problemen worstelt waar wij betrekkelijk weinig weet van hebben. Naast de politieke spanningen, die vaak veel meer in het oog lopen, zijn er deze maatschappelijke vragen. Het is goed dat het maandblad Israël, waaruit ik dit verhaal overnam, wijst op solidariteit van Joden en niet-Joden met Israël om via ondersteuning te proberen deze renovatieplannen te helpen verwezenlijken. Israël is in onze tijd nogal eens voorwerp van kritiek. Dat is verstaanbaar. Welke moderne staat voert een politiek die men kritiekloos kan volgen? Als de kritiek maar gedragen wordt door verbondenheid met de wet van deze staat die vanaf haar oprichting op allerlei wijze een aangevochten bestaan heeft.
Kerk en humanisme
Over de verhouding tussen die twee is de eeuwen door veel te doen geweest. Men kan zeggen: Erasmus en Luther ontmoeten elkaar telkens weer. En telkens blijkt ook hoe diep de kloof is tussen reformatorisch belijden en humanistisch geloven. Erkenning van deze kloof sluit niet uit dat men respect kan opbrengen voor allerlei zaken die het Humanisme de eeuwen door verdedigd en voorgestaan heeft. Allerlei vormen van dienstbetoon en sociale gerechtigheid allerlei vormen van strijd tegen ontmenselijking en vrijheidsberoving, zoals die door humanistische bewegingen zijn voorgestaan, zouden hier te noemen zijn. Maar ten aanzien van de vraag naar de grond van de waarachtige menselijkheid gaan de wegen fundamenteel uiteen.
Nu maakt de humanistische beweging in Nederland een ontwikkeling door. In een artikel in Hervormd Nederland van 17 december wordt gewezen op die ontwikkeling in de richting van een politiek bewuste levensbeschouwelijke beweging die haar bondgenoten ook binnen de kerken zoekt. Enerzijds zet men zich fel aftegen orthodoxe bewegingen binnen de kerken, anderzijds meent men in progressieve christenen bondgenoten te zien. Wat wil men nu met deze gewijzigde koers?
"Deze maand komt er een herziene versie uit van het "Humanistisch Perspectief'. Ik ben bezig daar de laatste hand aan te leggen. Ik hoop dat het een humanistisch appèl aan de samenleving kan worden. Daarin wordt erkend dat er de afgelopen jaren zoveel nadruk is gelegd op het voor jezelf opkomen, dat we nu in de problemen zitten. Maar als humanisten blijven we de positieve kanten ervan beklemtonen, omdat ze de weerbaarheid van mensen kunnen versterken zonder dat dat meer egoïsme tot gevolg heeft. Het zelfbeschikkingsidee impliceert volgens ons solidariteit.
Ik ben bang dat de positieve kanten van het voor jezelf opkomen nu van tafel worden geveegd, maar de negatieve kanten zijn sterker merkbaar geworden. De solidariteit wordt onvoldoende opgebracht en van regeringswege worden groepen tegen elkaar uitgespeeld.
Wat het nieuwe "Humanistisch Perspectief" betreft, ik weet wel zeker dat hele volksstammen het daar niet mee eens zullen zijn, bijvoorbeeld over het zelfbeschikkingsrecht van kinderen, seksualiteit, euthanasie, zelfdoding, abortus en de gelijkwaarheid van alle relaties.' '
Het humanisme heeft een groot geloof in de mens. Is dat ook niet meteen de achilleshiel? Heb je daarvoor niet een extra groot geloof nodig?
"Een ander soort geloof wel, niet een extra groot geloof. Je hebt elkaar nodig om de ellende te bestrijden. Het besef dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten groeit. Van daaruit kunnen we samen tot oplossingen komen. Fundamenteel in onze manier van geloven is dat we niet geloven wat in strijd met de wetenschap is. Wij bouwen voort op de wetenschap. We geloven niet meer in mensen dan wetenschappelijk verantwoord is. Daarom staan we minder op gespannen voet met de wetenschap dan veel christelijke stromingen."
Hoe is de verhouding tussen het Humanistisch Verbond en de kerken? Aan de ene kant bestaat de neiging zich tegen de kerken af te zetten en mensen bijvoorbeeld op te roepen zich te laten uitschrijven als kerklid en aan de andere kant wordt samengewerkt met de Raad van Kerken.
"Wij zijn niet anti-kerkelijk, maar in het buitenland ligt het vaak anders, ik denk bijvoorbeeld aan de Franse en Italiaanse humanisten. Dat ligt natuurlijk ook aan de aard van de kerken in elk land. In Nederland staan de kerken dichter bij het humanisme dan waar ook in de wereld. Er is nu een paritaire commissie van start gegaan, bestaande uit mensen van de Raad van Kerken en van het Humanistisch Verbond, die praat over gemeenschappelijke taken van humanisten en christenen in de samenleving. Dit soort overleg ligt voor de hand. We zullen overigens niet toetreden tot de Raad van Kerken, maar het zou heel wenselijk zijn als er een Raad voor de levensbeschouwingen zou komen waarin alle geestelijke stromingen zijn vertegenwoordigd. Wat het uitschrijven als kerklid uit de burgerlijke stand betreft, is dat geen actie van ons. De mensen moeten zelf weten of ze uit de kerk willen treden. We zeggen alleen dat veel mensen niet eens weten dat ze als kerklid staan geregistreerd en dat je, als je er toch niet meer voor voelt, je beter kunt laten uitschrijven.
We zijn niet anti-kerkelijk, maar we hebben wel kritiek hier en daar. Neem de geestelijke verzorging in het leger. De rooms-katholieke kerk heeft veertig vacatures die ze niet kan vervullen, maar ze laat die liever openstaan dan ze aan het Humanistisch Verbond te geven. De rooms-katholieke kerk is dus meer anti-humanistisch dan wij anti-katholiek."'
Er zijn een aantal redenen waarom ik hier voor deze zaak uw aandacht vraag. In de eerste plaats dienen we onze ogen niet te sluiten voor ontwikkelingen in de samenleving. Naarmate de secularisatie voortschrijdt en de ontkerkelijking toeneemt zien we ook een door de Schrift gevoede weerbaarheid minder worden. Velen leven in een geestelijk vacuum. In dit licht is het opvallend dat gesproken wordt van een humanistisch appèl. De vraag is: wat stellen we als christenen tegenover dit appèl? Hier ligt met name naar de kant van de evangelisatorische opdracht een veld van bezinning.
In de tweede plaats is het opvallend hoe hier gesproken wordt over het zelfbeschikkingsrecht. Mij valt op hoe ook binnen kerken en christelijke organisaties soms kritiekloos deze term wordt overgenomen. De gevolgen zien we in het denken over de waarde van huwelijk en gezin, het begin en het einde van het leven. De autonome mens meent op dit punt vrij spel te hebben.
In de derde plaats is het veelzeggend dat de woordvoerders in dit artikel nogal onbevangen spreken over de kerken in ons land die dichter dan waar ook ter wereld bij de humanistische beweging staan. Natuurlijk kan men er op wijzen dat cultureel en politiek gezien er vormen van samenwerking kunnen zijn op het praktische vlak tussen christenen en humanisten in de strijd tegen dictatuur en ontmenselijking. Naarmate dit humanisme steeds meer verwijderd raakt van bijbelse noties en naarmate de atheïstische stroming sterker wordt, kan men zich afvragen of men daarmee de ontbinding van een op christendom en humanisme geënte cultuur niet in de hand werkt. Maar bovendien meen ik dat de gereleveerde opmerking ten aanzien van de kerken ook iets zegt over de tendenzen die zich binnen de kerken breed maken. Gelet op de ontwikkeling in de moderne theologie is het niet zo vreemd dat een zich niet bij voorbaat antikerkelijk opstellend humanistisch verbond raakvlakken ziet met de kerken. Erasmus heeft in allerlei theologische ontwerpen de wind mee. Ik noem alleen de tendens in het spreken over Jezus Christus, de Christologie, die sterk gericht is op de mens Jezus als inspirator en koploper op weg naar een nieuwe wereld. Men denke aan de invloed van een theologe als Dorothee Sölle.
Zou voor wat betreft de reformatorische kerken de opmerking over de aard van de kerken ook gemaakt kunnen worden als men onbekrompen en ondubbelzinnig in de lijn van Luther, Calvijn, de Heidelberger en andere getuigenissen opkwam voor het 'door genade alleen', met andere woorden als in prediking en theologie de reformatorische belijdenis ten aanzien van zonde en genade voluit functioneerde? Ik pleit niet voor een kruistocht tegen het humanisme. Ik pleit wel voor een ernst maken met het belijden der kerk dat niet uitgaat van een geloof in de mens, maar een loflied zingt op de radicale genade.
En dat betekent in de vierde plaats dat het beste antwoord tegen het Humanisme in zijn vele schakeringen gegeven wordt als we de vraag: wat dunkt u van de mens? volstrekt serieus nemen. Ik schrijf dit in de week na Kerstfeest. Dan denken we aan de engelenzang: Ere aan God in de hoge en vrede op aarde voor mensen van Gods welbehagen. De waarachtige menselijkheid is alleen bij dit Evangelie veilig. Bij het Evangelie van de mensenliefde van God Die Zijn eigen Zoon heeft overgegeven tot in de dood van het kruis. Dat kruis oordeelt elk 'geloof in de mens'. Maar dat kruis ontsluit ook de poort naar de vrijspraak en de vernieuwing opdat de mens Gods toegerust wordt tot alle goed werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's