De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alarm om het kind!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alarm om het kind!

7 minuten leestijd

Juist het jonge kind heeft het kontakt met de moeder zo broodnodig.

Een alarmerend boek - zo zou de pubhcatie van dr. R. W. M. Croughs, Het kind in gezin en samenleving*), getypeerd kunnen worden. In het woord vooraf bij de eerste druk in 1979 schreef de auteur dat hij tot de overtuiging was gekomen dat de belangen van het kind ten zeerste in het gedrang dreigden te raken. Ondermeer verwees hij naar een voorstel van mevrouw Hedy d' Ancona om arbeid buitenshuis verplicht te stellen voor alle volwassenen, dus inklusief moeders van jonge kinderen. In van overheidswege verschenen rapporten over bevolkingspohtiek ontbreekt de aparte aandacht voor de geestelijke belangen van het jonge kind. Ouders en opvoeders zelf zullen daarom het voortouw moeten nemen in het doorbreken van tegen het kind gerichte tendensen in de samenleving.

In 1983 verscheen een tweede druk, nu in handzame paperback-uitvoering. De situatie is er inmiddels echter niet beter op geworden. In feite, zegt Croughs, komen de belangen van het kind steeds minder aan bod. Een toenemende maatschappelijke onderwaardering van het bero'ep van huisvrouw gaat daarmee gepaard. Er is te spreken van totahtaire, de toekomst van onze kinderen bedreigende ontwikkehngen. Het boek wil vrouwen die gezinsarbeid en werk buitenshuis trachten te kombineren of echtparen die de arbeid binnens-en buitenshuis meer gelijk willen verdelen, niet betuttelen. Wel hen zo mogelijk enige hulp bieden bij het nemen van, ook voor het kind, verantwoorde beshssingen. Maar vooral die vrouwen die uit eigen overtuiging full-time huisvrouw en gezinsmoeder willen zijn en blijven, een hart onderde riem steken. Hen weerbaar maken tegen de systematische ontmoediging van bovenaf. En hen motiveren om hun stem te verheffen tegen voor het kind schadelijke maatregelen, die er anders bijna geruisloos doorgedrukt zullen worden. Verder: 'ik heb geprobeerd het jonge kind in zijn wonderlijke vermogens, maar ook zijn behoeften, angsten en noden dichterbij te brengen'.

Het kind centraal

In heel dit gedegen studiewerk, dat toch populair geschreven is, staat het kind centraal. Met het oog op het kind wordt de plaats van de moeder, van de vader, van broers en zusters getekend. Een sleutelbegrip is: nestwarmte. Juist het jonge kind heeft het kontakt met de moeder zo broodnodig. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat inrichtingskinderen in groei en psychische ontwikkeling een achterstand oplopen door het gemis aan binding aan één 'moeder'. Wanneer veel verschillende verzorgers of verzorgsters optreden wordt bij het kind het zo uiterst wezenlijke hechtgedrag bemoeilijkt. Opvoeding is de meest creatieve menselijke aktiviteit. Door de continuïteit, kwantiteit en kwaliteit van liefdevolle aandacht en zorg ontvangt het kind de basiszekerheid die onmisbaar is voor een harmonische onplooiing en die op latere leeftijd het zelfvertrouwen schenkt om nieuwe bindingen te kunnen aangaan. Na en naast de moeder is hierbij ook de vaderfiguur van belang. Bovendien is het zeer goed voor de ontwikkeling van het kind wanneer het broertjes en zusjes heeft. Het kleine gezin versterkt het isolement van de kinderen. Hierbij biedt het verblijf in een chrèche geen oplossing - daar ontmoet het kind immers allemaal leeftijdgenootjes en is dus sprake van een horizontale leeftijdsopbouw. Dit leidt slechts tot concurrentie-zucht en rivaliteit. Juist de vertikale leeftijdsopbouw in een gezin is zo van betekenis. 'In samenhang met de behulpzaamheid ten opzichte van de kleineren die van hen gevraagd wordt, kan het grotere gezin voor de grotere kinderen een leerschool vormen voor de ontwikkeling van onzelfzuchtigheid, verantwoordelijkheidsbesef en moederlijk-koesterende gevoelens' (blz. 196). In dit licht bezien is het temeer een kwalijke zaak dat er in de laatste jaren sprake is van toenemende diskriminatie ten opzichte van ouders die nog een groot gezin durven stichten. Terecht stelt de auteur dat er een wijde kloof is ontstaan tussen de bijbelse opvatting dat kinderen een geschenk en zelfs een beloning van God (Ps. 127 : 3) zijn en het moderne levensgevoel. Overigens moet het grotere gezin zijn ontstaan ook danken aan de innerlijke overtuiging van de ouders. Wanneer er sprake zou zijn van sociale druk die uitgaat van een religieuze groepering waartoe de ouders behoren, dan is de kans groot dat deze niet echt blij zijn met hun grote gezin. En dat komt de kinderen dan niet ten goede! 'Overigens zijn er op dit moment in Nederland vermoedelijk meer gezinnen klein onder invloed van wereldlijke, maatschappelijke druk dan groot ten gevolge van religieuze druk' (blz. 200). Ook mag het leeftijdsverschil tussen de kinderen niet te gering zijn. 'Langdurig en frequent aan de borst voeden is het in de schepping gegeven middel voor de spreiding van geboorten' (201). Al lezende zou ik geneigd zijn het ene citaat na het andere te geven. Laat ik volstaan met de volgende wederom alarmerende - maar beslist niet overtrokken - zinnen. 'Op deze wijze (individuele arbeidsplicht, J. H.) wil men het stelsel van sociale zekerheid gebruiken als breekijzer in het traditionele gezin. Als het ooit zover komt, zullen alle vrouwen uit de lagere welstandsklassen gedwongen worden om naar een betaalde baan te zoeken. Wij zijn dan teruggekeerd naar de situatie in de negentiende eeuw toen een keiharde prestatiementaliteit arbeidersvrouwen dwong om fabrieksarbeid te verrichten teneinde hun kinderen van het hoogst nodige te kunnen voorzien' (blz. 224). Ziedaar het geëmancipeerde liberale of socialistische paradijs: en jungle voor het kind!

Uitzicht?

Hebben onze kinderen nog wel toekomst? Is er uitzicht? Croughs eindigt zijn boek met als centrale vraag aan te wijzen: op welke wijze willen ouders en andere opvoeders hun levensvervulling zoeken; door er te zijn voor anderen of voor zichzelf? Hij wijst op de wet van de graankorrel. 'Als de graankorrel maar doorgaat met alleen voor zichzelf te zorgen, komt er niets nieuws uit voort. Maar als de graankorrel bereid is om te sterven, wordt zij een halm die uitgroeit tot een rijpe en volle korenaar' (blz. 243/ 244).

Opmerkelijk is het verschil tussen de slotpassage in de eerste en die in de tweede druk. In 1979 eindigde de schrijver met een belijdenis: 'Er is een Mens geweest die als een graankorrel in de aarde is gevallen en gestorven. Maar Hij is opgestaan en heeft de dood overwonnen. Hij is de Eerste en de Laatste, de Levende! Hij was dood, en zie, Hij leeft! En daarom maak ik mij geen blijvende zorgen over het gezin. Met het gezin komt het wel goed. Maar het hangt van u en van mij af of onze kinderen dat nog zullen beleven'.

Hoe anders zijn de slotwoorden in 1983 getoonzet! Thans ontbreekt de heenwijzing naar Christus. In plaats daarvan horen we een verzuchting over de vele voor zichzelf zorgende graankorrels die de schrijver om zich heen ziet, de geringe interesse voor de maatschappelijke ontwikkelingen rond kind en gezin, de minieme bereidheid tot serieuze studie over de behoeften en noden van het kind. 'Misschien moet de situatie van het jonge kind in onze maatschappij eerst werkelijk slecht worden voordat ouders en andere opvoeders op veel grotere schaal met volle inzet gaan zoeken naar een goede toekomst voor onze kinderen in gezin en samenleving.'

Het is wel begrijpelijk dat dokter Croughs vanuit zijn hartstochtelijke betrokkenheid bij de zaak van het kind gedesillusioneerd is over zoveel lauwheid en onachtzaamheid. Als een stem des roependen in de woestijn schijnt het appèl van zijn boek weg te sterven in een beklemmende stilte na te laten. Maar omwille van de Mens die als een graankorrel in de aarde stierf om veel vrucht te dragen, is er in 1984 niet minder dan in 1979 hóóp. Hoop voor het bedreigde kind. Maar het is wel tijd dat we wakker worden. Het boek van Croughs niet alleen lezen, maar vooral acht slaan op zijn alarmsignalen! De noodsituatie van het kind komt niet alléén tot uiting in de schrijnende abortuswetgeving en praktijk. Systematisch wordt het kind bedreigd op het gehele front van gezin en maatschappij. We zijn gewaarschuwd!

*) Dr. R. W. M. Croughs, Het kind in gezin en samenleving, 2e druk, uitg. Oosterbaan en Le Cointre, Goes 1983, 248 blz., ƒ 26,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Alarm om het kind!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's