Geestelijke vernieuwing van de gemeente
Evangelisatie en gemeentevernieuwing hebben veel met elkaar te maken.
Na evangelisatie stelt de Evangelische Alliantie de vernieuwing van de gemeente aan de orde; in 1984 voor het tweede jaar. Evangelisatie en gemeentevernieuwing hebben veel met elkaar te maken. Bij evangelisatie gaat het om het getuigenis van de gemeente in woord en daad en om de werfkracht van de gemeente. Vernieuwing van de gemeente zal evangelisatiedrang en - werk ten gevolge hebben. Vernieuwing van de gemeente is geen doel in zichzelf. De christelijke gemeente is er voor God, voor haar eigen leden, voor Israël en voor de wereld. We mogen dankbaar zijn, dat de Evangelische Alliantie deze Bijbelse onderwerpen aan de orde stelt. In het Nieuwe Testament wordt de gemeente zowel opgeroepen om van het heil te getuigen als om zich te laten vernieuwen (Rom. 12 : 2; Ef. 4 : 23; Kol 3 : 10). Het opvallende is daarbij, dat drang tot getuigen en drang tot vernieuwing tot het wezen van de christelijke gemeente behoren. Het is gave én opgave; belofte èn roeping.
Nood
Evenals de christen dient de gemeente zich voortdurend te vernieuwen. Toch gebeurt dit blijkbaar niet of niet voldoende. Anders behoeft dit onderwerp niet met nadruk aan de orde gesteld te worden. Wat is er dan met de christelijke gemeente aan de hand? Zij is in geestelijke nood. Uiterlijk is de christelijke gemeente in ons land verscheurd en verdeeld. Hoeveel groepen christenen in één plaats noemen zich niet christelijke gemeente? Avondmaalsgemeenschap wordt gezocht met de Heere en het Hoofd van de gemeente, maar niet met elkaar. Zijn we niet gewend geraakt aan de zonde van de verdeeldheid?
Ook innerlijk is die verscheurde en verdeelde gemeente in verval. Waar is er een bloeiend geestelijk en gemeentelijk leven? Ik geloof, dat de Heilige Geest nog werkt, maar is het niet op kleine schaal en veelal verborgen? Horen we van vele en heldere bekeringen, van geestelijke doorbraak? Wanneer wij onze situatie vergelijken met de eerste gemeente uit het Nieuwe Testament en met perioden van geestelijke bloei uit de kerkgeschiedenis, leven we dan niet in een tijd van geestelijke neergang? Wat is de vrucht van de prediking en van de pastorale arbeid in de gemeente?
Voor geestelijke vernieuwing zullen we onze gemeenschappelijke geestelijke nood moeten kennen. Leven wij niet onder Gods oordelen, in het bijzonder onder het oordeel van verharding en geestelijke machteloosheid?
De schuldvraag
Wanneer wij de geestelijke nood van de christelijke gemeente in ons land proberen te peilen, dan kunnen wij niet om de schuldvraag heen. Hoe is het gekomen, dat wij in deze situatie zijn terecht gekomen? Ik geloof, dat de Heere God Zelf Zijn gemeente in ons land heeft geplant en tot vandaag toe in stand heeft gehouden. Zijn trouw is groot ondanks onze vele en grote ontrouw. Wat zijn de oorzaken van die uiterlijke verdeeldheid en van dat innerlijk verval? Staan wij niet allen schuldig aan de verscheurdheid van het lichaam des Heeren, Zijn gemeente op aarde? Volgens het Nieuwe Testament is het geloof bepalend voor het behoren tot de christelijke gemeente, maar hoe is de praktijk vandaag? Zijn er niet verzwegen zonden, persoonlijk en gemeenschappelijk, die vernieuwing in de weg staan? Het zou een zegen zijn, wanneer wij allen ons eigen aandeel in de schuld als het grootste zouden aanvaarden voor Gods aangezicht. In de weg van schuldbelijdenis kunnen wij schuldvergeving ontvangen. In die weg kunnen wij de Heere verwachten. Zijn terugkeer met de krachtige werking van Zijn Heilige Geest.
Voorbeeld
Pinksteren, het geboorte-uur van de christelijke gemeente, is voor ons een lichtend voorbeeld. De gemeente-in-wording vóór Pinksteren was biddend bezig. De discipelkring besefte Christus' heerlijkheid bij de Vader, het gemis van Zijn lichamelijke nabijheid en de zekerheid van Christus' belofte aangaande de Trooster. Zou het het besef van Christus' heerlijkheid als Voorbidder bij de Vader, de nood van Zijn bruid op aarde en Zijn beloften aan en Zijn bedoeling met Zijn bruid op aarde ons niet tot persoonlijk en gemeenschappelijk gebed kunnen brengen? Dan zou Pinksteren zich kunnen herhalen; niet als uniek heilsfeit, maar wel in haar blijvende betekenis. Dan wordt er kracht ontvangen om te prediken en kracht om de prediking te geloven; de kracht van de Heilige Geest. Dan komt er geestelijke verslagenheid in de gemeente, ja dan komt de gemeente zelf tot bekering. Dan wordt de gemeente weer gemeente naar Gods bedoeling door de tegenwoordigheid en de werking van de Heilige Geest. Het Nieuwe Testament en de kerkgeschiedenis leren ons, dat de prediking van het Woord in de kracht van de Heilige Geest de gemeente tot echte vernieuwing brengt. Rond de prediking en haar gelovige ontvangst bloeit het gemeenschapsleven in de gemeente op. Wanneer naamchristenen echte christenen worden, wanneer ingezonken christenen verlevendigd worden, wanneer de rechtvaardiging van de goddeloze beleefd wordt, dan wordt de gemeente vernieuwd. Vuur om te getuigen en werfkracht komen openbaar. Voor werkelijke vernieuwing kunnen wij ons niet genoeg bezinnen op het heilsfeit van Pinksteren in haar blijvende betekenis. De prediking van kruis en opstanding in haar ontdekking én vertroosting is het fundament van de vernieuwing van de gemeente. Het gebed om en de vervulling met de Heilige Geest kunnen daarbij niet gemist worden. Laten wij wat tot het wezen en de roeping van de gemeente behoort, zoals samenkomen voor gebed en bijbelstudie, evangelisatiewerk, dienstbetoon enz., niet voor de geestelijke opwekking van de gemeente houden. Het bovengenoemde kan er allemaal zijn met geestelijk leven zonder dat we kunnen spreken van geestelijke opwekking in de zin van Pinksteren. Laten wij met minder niet tevreden zijn. Laten wij volharden in het gebed om een opwekking door de Heilige Geest. Dan wordt God verheerlijkt. Zijn gemeente vernieuwd en verenigd, Israël jaloers gemaakt en de wereld voor Christus gewonnen. 'Kom, Schepper, Geest!'.
Ontmoetingsdag
De landelijke ontmoetingsdag van de Evangelische Alliantie is gewijd aan 'Geestelijke vernieuwing' en wordt D. V. gehouden op zaterdag 4 februari te Amersfoort in de Joris-en Grachtkerk om 10.30 uur. Sprekers zijn prof. Runia, ds. L. J. Geluk, dr. Kits en Floyd Mc Clung. (Zie voor het programma verder onder kerknieuws). Deze belangrijke dag wordt in uw belangstelling en voorbede aanbevolen. Aan Gods zegen is alles gelegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's