Catechese aan anders-begaafden
Want zij zijn niet alleen gehandicapt, maar ze hebben ook zeer bepaalde gaven van onze God gekregen.
Ruim 7 jaar geleden kwam er in onze wijkgemeente een 'gezinsvervangend tehuis' voor verstandelijk-gehandicapten. Ik schrok wel even, toen me gevraagd werd aan een groep van deze jongelui (leeftijd 20-45 jaar) catechisatie te gaan geven. Ik had geen enkele ervaring op dit gebied... Toch heb ik het gedaan, al spoedig samen met drs. G. v. Soest, van wiens onderwijservaring en paedagogisch inzicht ik veel geleerd heb. En achteraf zegt ik: Wat is het een goede zaak, als we als kerk ook voor deze leden zorg hebben, op een wijze die helemaal bij hen past! Want zij zijn niet alleen gehandicapt, maar ze hebben ook zeer bepaalde gaven van onze God gekregen. Ze zijn wat anders begaafd dan wij. Een kerkelijke gemeente, die deze gaven niet opmerkt, is eigenlijk zelf gehandicapt. Want samen - ook met deze leden van de gemeente van Christus - zijn we één lichaam.
Naar aanleiding van een referaat, dat ik in september 1983 hield op een catechesedag van de H.G.J.B., mag ik op verzoek iets laten merken van de vreugde en zegen van deze vorm van catechese.
Doelstelling en vormgeving
Het doel van deze catechisatie is gelijk aan die van alle catechese: kerkelijk onderricht aan jongeren, opdat zij de Heere Jezus leren volgen en toegerust worden in de strijd van het geloof in deze tijd. En nog veel meer dan bij de gewone catechese is het bezig zijn met deze gemeenteleden tot en met pastoraat. Ze gaan je steeds meer zien als hun vriend, bij wie ze met al hun vragen en soms ook 'zorgen' aankloppen. Wat heb je dan een gelegenheid om met elkaar over de Heere Jezus te praten! Vaak veel intenser dan op een 'gewone' catechisatie.
Maar al is de doelstelling gelijk, de vormgeving zal sterk aangepast mogen zijn aan de gaven, die de Heere God hén gaf. Graag wil ik daarom eerst een paar dingen noemen, waarin zij anders-begaafd zijn.
Andere gaven
Het meest valt op de gave van de openheid en spontaniteit. Ze durven hun gevoelens te uiten, zodat je als catecheet echt kunt ingaan op wat hen bezighoudt, ook in 't geloofsleven. Vaak sta je beschaamd om hun eenvoudig geloofsvertrouwen. Daarin zijn deze jongelui ons, die dikwijls zo rationeel bezig zijn, een stap vooruit. Ik heb in dit opzicht al heel wat van hen mogen leren. Een tweede gave, die God hen schonk, is de trouw en de vriendschap. Geen catechisatie-groep is trouwer dan deze. In juni beginnen ze al te vragen: 'Wanneer is er weer catechisatie?' In onze tijd, nu mensen zo gemakkelijk elkaar laten vallen en afschrijven (denk aan alle huwelijks-misère), is de hechte vriendschap van deze gemeenteleden een voorbeeld voor ons allen.
Een derde gave is vaak een goed ontwikkeld fantasieleven. Je kunt op catechisatie ook met deze gave heel wat doen. Al zitten er ook gevaren aan. Eén voorbeeld: een catechisante liet ons zes weken aan 't eind van elke les bidden voor haar broer, die een ernstig ongeluk gehad had. Hele verhalen vertelde ze er over. Achteraf bleek de man kerngezond te zijn!
Wat deze catechisanten beslist niet kunnen, is: abstrakt denken. Ze stellen zich alles graag heel konkreet voor. Dit anders-begaafd zijn is voor een dominee erg leerzaam. Elke poging om wat abstrakt te redeneren wordt meteen 'afgestraft': 'Wat bedoelt u daarmee, dominee? Ik begrijp dat niet helemaal'. Heilzaam voor iedere predikant, denk ik.
Sommigen zijn partieel erg begaafd. Enkelen kunnen geweldig goed tekenen, anderen hebben een sterk muzikaal gevoel, een derde is bijna geniaal op 't punt van getallen en data. Ook daarmee kun je als catechisatie-groep heel wat doen. Ieder mag op zijn/haar wijze de groep dienen.
Wat me ook altijd opvalt, is de grote hulpvaardigheid tegenover elkaar. Vaak denk ik: er wordt onder hen minder met de ellebogen gewerkt dan bij vele andere gemeenteleden het geval is. Ze hoeven niet zo nodig een 'status' of sukses te hebben in de maatschappij. Wat levenshouding betreft hebben ze van het bijbelse begrip 'gemeenschap' misschien meer begrepen dan wij in onze prestatie-maatschappij.
Verder noem ik de gave van het ontbreken van valse schaamte. Ze hebben minder dan wij geleerd om je gevoelens te verstoppen. Enerzijds brengt dat wel wat ongeremd-zijn mee (ze hebben je tijdens de catechisatie zo van je a propos). Maar anderzijds generen ze zich niet om je ten overstaan van een volle kerk zomaar te omhelzen. Want je bent hun vriend, en dat willen ze weten ook! Je kunt als pastor heel dicht naast hen staan.
Juist ook de wisselwerking kerkdienst-catechese is erg belangrijk. Er is geen catechisatie-groep, die zo vaak op de preek terugkomt, als deze jongelui. Maar dan is het wel noodzakelijk, dat ze merken dat ze welkom zijn in onze kerkdiensten, en dat je als predikant ook daar aandacht voor hen hebt.
Tenslotte valt me steeds weer op de gave van de hoop bij deze gehandicapte gemeenteleden. Wij denken vaak: ze missen zoveel. Maar ze zien vaak heel intens (en heel konkreet!) uit naar de nieuwe hemel en aarde, waarop geen verdriet en geen dood meer zal zijn. Soms om stil van te worden, als opeens iemand tijdens de catechisatie zomaar begint te zingen: 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw' (En onmiddellijk doet iedereen mee). Dat leeft voor hen. Voor ons ook?
Nee, we moeten verstandelijk-gehandicapten niet idealiseren. Ze zijn ook zondaren, ze hebben ook geloof en bekering nodig, net als wij. Maar wat kunnen ze, door de andere gaven die God hen schonk, ons corrigeren in ons vaak veel rederen en weinig Godsvertrouwen.
Werkvormen
Nadat we zo aandacht schonken aan de gaven die deze catechisanten wél hebben, iets over de werkvormen die we op deze catechisatie hanteren. Die moeten natuurlijk daarbij aansluiten.
Het belangrijkste is de innerlijke houding van de catecheet. Deze jongelui voelen haarfijn aan, of je werkelijk van hen houdt. Of je 'echt' bent. Wat ik zo geweldig vind is, dat je je hier helemaal kunt geven. Je bent niet alleen verbaal (met woorden) bezig, maar ook met je handen, je gevoel, je emotie, alles mag meedoen. Zo mag je als 't ware één met hen zijn.
Belangrijk is verder, dat de catechisatie een vast stramien heeft (ook aan de inrichting van het lokaal niet teveel veranderen), opdat de vertrouwdheid blijft. Men is gevoelig voor het herkenbare. Maar daarbinnen ook een zekere afwisseling in werkvormen. Deze zijn bij ons bijv.
- vertellen van een bijbelverhaal (verveelt nooit, mits je het wat boeiend en beeldend brengt);
- thuis laten tekenen wat verteld is (en dan de volgende keer uiteraard uitvoerig bespreken, hen serieus nemen);
- bepaalde gedeelten uit het bijbelverhaal, waarin 't niet lukt om het met woorden duidelijk te maken, even 'uitspelen', visueel duidelijk maken);
- bijbelse platen verknippen, ieder een stuk geven, en het tijdens de vertelling samen weer reconstrueren;
- veel samen zingen (geeft sterke band onder elkaar);
- bandrecorder met bekende liederen, met soort wedstrijd-element: wie herkent 't eerst over welke chr. feestdag het hier gaat;
- waar-of-niet-waar-spel (om te testen: is de bedoeling van het bijbelverhaal overgekomen);
- gebed en voorbede (ieder op z'n beurt eindigt met gebed, nadat de hele groep punten van voorbede aandraagt; taalkundig gebrekkig, inhoudelijk vaak ontroerend.
Het is verder erg nuttig gebleken om met z'n tweeën deze catechisatie te leiden. Liefst de predikant, samen niet iemand uit 't onderwijs. Terwijl de één vertelt of anderszins bezig is, kan de ander de reaktie van de groep observeren en meteen bepaalde dingen bespreekbaar maken.
Een goede zaak
Op de catechesedag van de H.G.J.B, kwam de vraag naar voren: 'Is het wel juist om een aparte catechisatie voor verstandelijk gehandicapten te hebben? Ben je dan wéér niet bezig hen apart te zetten? Is integratie in de gewone catechisaties niet beter?'
Persoonlijk zie en ervaar ik het anders. Het lijkt me niet goed mogelijk om een zodanig gehandicapt gemeentelid echt en voluit mee te laten doen in een 'gewone' catechisatie-groep. Beiden komen dan tekort. En ik acht het beslist geen 'diskriminatie' als we hen zó serieus nemen als leden van de gemeente van Christus, dat we apart tijd en aandacht voor hen uittrekken. Opdat hun gaven, die zij van God gekregen hebben, dan ook helemaal de kans krijgen om op te bloeien.
Na 7, 5 jaar catechese aan deze anders-begaafde jongelui ervaar ik steeds meer de zegen van dit stukje kerkewerk. Om vier redenen zou ik het veel meer gemeenten willen aanbevelen.
1. Terwille van deze gemeenteleden. Ze hebben ook de Boodschap van Christus en iets van Zijn herderlijke zorg nodig.
En wat een (ook evangelisatorische) mogelijkheden liggen hier!
2. Terwille van de predikant, c.q. medewerker(st)er. Deze jongelui zijn een heilzame correctie voor ons in ons wel eens te verstandelijk bezig zijn. Zoals altijd in het pastoraat geldt hier zeker: je ontvangt al doende veel meer dan je brengt.
3. Terwille van de gemeente. Wanneer we als predikant en kerkeraad extra tijd en aandacht besteden aan deze gemeenteleden, geven we ook naar de gemeente toe een teken, dat ze meetellen als volwaardige leden van de gemeente van de Heere Jezus. Zeker voor de ouders van gehandicapte kinderen is dit zeer belangrijk;
4. Om Gods wil. Heeft Hij niet uitverkoren wat in deze wereld niet meetelt? Zie 1 Cor. 1 : 27, 28. In Zijn Koninkrijk worden laatst en de eersten. In dit pastoraat (waarvan de catechese een wezenlijk onderdeel is) proberen we als kerk in de voetstappen te gaan van de Goede Herder, die speciaal zorg heeft voor de zwakke schapen, die in deze wereld gauw weggeduwd en onder de voet gelopen worden.
Ik hoor de Herder zeggen: 'Wat ge aan deze Mijn minste broeders gedaan hebt, dat hebt ge aan Mij gedaan'.
T. V. 't Veld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's