De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de Afscheiding plaats vond. Een 'Commissie Herdenking 1834-1886-1892' draagt er zorg voor dat één en ander niet onopgemerkt voorbij gaat. Diverse publicaties gaan verschijnen of zijn al verschenen. Duidelijk is dat de Afgescheidenen van meet af - althans voor een belangrijk deel - gezocht hebben naar een geordend kerkelijk leven. Verschenen zijn nu o.a. Handelingen en Verslagen van de algemene synoden van de Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Kerk (uitgave Den Hertog, Houten). Van het wel en weer op die synoden, zoals in de acta vastgelegd, nemen we de volgende zaken over. Uit alles blijkt dat alle vragen die zich voordoen, in welke kerk dan ook, altijd weer oud en tegelijk nieuw zijn.

• 'Worden behandeld art. 32 en 51 van de circulaire, om te adresseren aan Z. M. den Koning tot betere viering van den rustdag en afschaffing der slavernij en door de afgevaardigden van N.-Holland en Utrecht toegelicht.

Hierop wordt, op voorstel van den Praeses, besloten, wat de viering van den rustdag betreft, aan de gemeenten over te laten wat zij oordeelen te moeten doen, en betreffende de afschaffing der slavernij behoeft niets gedaan te worden, omdat die zaak tot dat einde bij de Regering aanhangig is.'

• 'De afgevaardigden uit Overijssel lichten art. 20 der circulaire toe, nl. de vraag; kan een Christen, behoudens een goed geweten, een werkelijk aandeel nemen in de regering en den gevorderden eed afleggen als Burgemeester, Wethouder, lid van de Provinciale Staten, Staten-Generaal, en of hij zelfs wel als kiesgeregtigde zijne stem vrij mag uitbrengen, of dat hij moet uitgaan van het standpunt dat geheel onze tegenwoordige staatsinrigting zoo doortrokken is van en rust op den grondslag van ongeloof en revolutie, dat hij door er zich aan te onttrekken en slechts zich lijdelijk te gedragen, dat beginsel metal deszelfs gevolgen moet tegenstaan? Deze vraag kreeg aanleiding in de gemoedelijke overtuiging van een Wethouder, die op eene kleine plaats als lid der Plaatselijke Schoolcommissie geroepen is om te zweren, dat hij bijv. ook de Schoolwet zal ten uitvoer leggen.

De Vergadering oordeelt en besluit dit aan ieders geweten te moeten, overlaten.'

• 'Het 44ste artikel der circulaire, waarin gevraagd wordt eene duidelijke verklaring van den zin van art. 36 onzer geloofsbelijdenis, wordt behandeld, nadat de deputaten van N.-Holland en Utrecht dit hebben toegelicht. Het artikel zelf wordt tot dat einde eerst voorgelezen. De Vergadering oordeelt, dat de bedoeling van dit artikel is, dat het der overheid als zoodanig betaamt, dat zij als Gods dienares de ware leer en godsdienst moet beschermen, en met de magt, haar van God gegeven, alle valsche godsdiensten en afgoderijen behoort uit te roeijen door zulke middelen als zij regt en billijk zal oordelen overeenkomstig Gods Woord'.

• 'Art. 46 der circulaire over het fabriceren en gebruik van gazlicht op den dag des Heeren, wordt in behandeling genomen.

De afgevaardigden van N.-Holland geven inlichtingen. Op grond van de mindere werkzaamheden op den Sabbath met het gazlicht, dan meteenige andere verlichting, besluit de Vergadering, dat het dus zonder bezwaar des gewetens kan gebruikt worden, en derhalve de leden, die in zulke fabrieken werken, geacht moeten worden werken der noodzakelijkheid te verrigten.'

Verder verschijnen ook afleveringen van tijdschriftachtige brochures over de Afscheiding in de onderscheiden gemeenten in de diverse provincies (uitgave Kok, Kampen). Uit de laatste aflevering over Zeeland nemen we de volgende stukjes over.

• 'Uit de begintijd - Yerseke 1866

De Heere deed toen wel wonderlijke daden: Joost Everse woonde op den Dam in een herberg en kreeg daar een goddelooze opvoeding. Met den Zondag werd niet gerekend. En Joost vermaakte de gasten met zijn vioolspel. Op de kermissen bracht hij de stemming er in. Maar op wonderlijke wijze greep God in zijn leven in, zoodat hij tot bekeering kwam en zich voegde bij de kleine gemeente van ware geloovigen. Daarover kreeg hij toen zelfs de leiding. Maar als Jona heeft hij zich later aan zijn door God hem opgelegde taak willen onttrekken. Hij kwam op Yerseke in aanraking met iemand uit Amerika, die hem wist over te halen om met zijn gezin naar Amerika te verhuizen, om daar veel geld te kunnen verdienen. Dat wekte in de gemeente veel ontroering. Maar Everse was niet meer er van terug te houden en zou van Rotterdam afvaren. Maar zij misten de boot. Geen nood, dan naar Antwerpen. Maar zij waren nog maar nauwelijks weggevaren van Antwerpen of de cholera brak aan boord uit en de boot ging voor anker bij het fort Liefkenshoek. (Dat was in 1866.)

Ook Everse en zijn vrouw werden door de cholera aangetast. Kwam God hen tegen? Dit was wel duidelijk, want Everse moest er aan sterven. Maar voordat hij stierf heeft hij nog tegenover allen getuigd van den naam van Christus, zoodat de pastoors daar hem als een heilige beschouwden.' (A. van Egmond, 1941)

• 'Het hergeven woord

Tijdens de ramp van 1 februari 1953 steeg het water in de kerk van Stavenisse zo hoog, dat een bijbel bleef vastzitten in een koperen kroonlamp.

Wij hadden in gereserveerde banken
Het eeuwig Woord voor ons gereserveerd.
Bij 't stil gebed vergaten wij te danken.
En onder 't zingen werd gecollecteerd.

Wij hadden harten, die niet in ons brandden.
Wanneer het Woord op klokslag openging.
Wij sloegen bladen om met vaste handen.
Die niet meer beefden van verwondering.

De koster wist: het mocht geen duimbreed wijken,
Het was geërfde grond van ons behoud.
Wanneer toeristen even kwamen kijken,
Dan zeiden zij: wat is dat boek al oud!

Wij hadden hier voor levenslang genomen
'n Besproken plaats en een besproken Heer.
Toen liet de Heer het wilde water komen.
En op Zijn dag lag hier Zijn Woord niet meer

Zijn Zijn beloften alle meeverdronken?
Hoog in de lamp hangt 'n glimlach van de Heer:
"Ik heb het bij verrassing teruggeschonken.
Leg 't nu maar bevend op Uw kerkbank neer".'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's