De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verzocht in de stad Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzocht in de stad Gods

7 minuten leestijd

Matth. 4 : 5-7

Na de eerste mislukte poging om Jezus tot ongehoorzaamheid te brengen, maakt de duivel zich gereed voor een tweede. Hij is niet van plan zich zomaar uit het veld te laten slaan. Onvermoeibaar en stug zet hij door. 'Toen nam de duivel Jezus mee naar de heilige stad en stelde Hem op de tinne des tempels'. Vanaf dit punt heeft Hij een prachtig uitzicht over het tempelplein en het samengestroomde volk. Hier moet het lukken, denkt satan. Door Jezus bovenop het tempeldak te zetten, wil hij zeggen: U bent toch de Beloofde der vaderen? De profeten hebben van U gesproken. U komt toch om Uw volk bijeen te vergaderen? Hier bent U bij het doel van uw arbeid. Gaat Uw gang! Er is geen betere plaats om U als de Beloofde te openbaren. Gezien de omstandigheden is deze verzoeking verleidelijker en brutaler dan de eerste. We denken slechts aan zijn hoge plaats. 'Hoge bomen' staan aan veel gevaren bloot. Let eens op onze voorouders. Zij stonden op een zalige hoogte, en wat gebeurde? Door de influistering van satan zijn ze neergestort in een eeuwige verwoesting. Wat zou hij schaterlachen, wanneer dit ook met de tweede Adam zou gebeuren. We zien Hem daar staan, Die gekomen is om in onze ellende af te dalen, maar niet via de weg, die de duivel Hem straks wijst, maar via de weg van Zijn hemelse Vader: de weg van de diepe vernedering en het bittere lijden. Zijn verzoeker weet dit duivels goed. Daarom spant hij al zijn krachten in om dat te voorkomen. Zoals bij de eerste verzoeking lispelt hij: 'Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts'. Eén keertje maar, wil hij zeggen. Het volk zal verrukt zijn. Zij zullen als in één klap ervan-overtuigd zijn, dat U de beloofde Messias bent. Succes is verzekerd! Alsof 'succes hebben' alles is. Abraham nam Hagar tot vrouw. Het had succes: Ismaël werd geboren, maar de vrede in de tent was zoek. Het was tot een vloek in plaats van tot een zegen.

Wat de verzoeker voorstelt is koren op de molen van het volk. Het zou het zeer waarderen, wanneer Hij sprong. Hoezo? Het volk wil namelijk geen Messias, die een 'via dolorosa' (lijdensweg) gaat. Ook zij verkiezen de weg van het succes boven de weg van het kruis. Maar dan kan Hij onmogelijk de Beloofde zijn. Want van Hem is gesproken, dat Hij door een weg van diepe vernedering verheerlijkt zou worden. Hoe verleidelijk is deze korte weg. Het is de weg, die óns allen van huis uit ligt. Het is de weg van het vlees. Zou Hij deze weg gaan, het boek, waarin Zijn lijdensweg-staat uitgestippeld, kan gesloten blijven. Spring maar, zegt de duivel, er kan U niets gebeuren. 'Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot'. Wat hij zegt staat inderdaad in de Schrft opgetekend. Leest u maar in Ps. 91 vers 11 en 12. Daar zegt de Heere tegen Zijn kinderen, dat de engelen hen bewaren en op de handen zullen dragen. Maar alleen dan, wanneer ze blijven in Zijn wegen. Gaan ze zelf gekozen wegen, dan hoeven ze er niet op te rekenen, dat de Heere deze belofte vervult. Dat nu verzwijgt de duivel. Met een kleine weglating, schrijft Luther, bederft hij de hele tekst. Zien we hoe verraderlijk hij is, wanneer hij met een bijbeltekst komt. Hij laat God iets beloven, wat Hij nooit beloofd heeft. Pas er voor op, wanneer de hellehond 'vroom' wordt. Juist dan is hij uiterst gevaarlijk. Toets zijn uitspraken, altijd en immer, aan de Schrift zelf. En laten we ons niet van de wijs brengen, als hij of onze medemens teksten uit hun verband rukt of verkeerd toepast. Willen wij de Schrift verklaard hebben, dan moeten wij bij de Heere zijn, en vragen: 'Schenk Gij mij de hulp van Uwen Geest, mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken'.

Gelukkig gaat Jezus niet in op het voorstel van zijn tegenstander. Ook laat Hij zijn verkeerde aanhaling van ps. 91 voor wat het is. Hij zeg niet: Satan, je laat iets weg. Hij zegt alleen: er is wederom geschreven! Eva ging wel in op het woord van satan. Er ontspon zich een gesprek... én? ! Jezus, de nieuwe mens, weet maar al te goed, dat Hij het daarop niet moet laten aankomen. Daarom gaat Hij er ook niet op in. Wel reageert Hij op de verkeerde uitleg, die de duivel van de tekst geeft. Het is namelijk niet waar, wat hij stelde. Zijn uitleg was: een Kind van God mag doen wat hij wil. Wordt het gevaarlijk? De Heere stuurt vanzelf Zijn engelen. Bij wijze van spreken Gods kind kan midden op straat gaan liggen of op een rail. Hij zal toch niet overreden worden, want... Maar dit is onwaar. Wij mogen de Heere nooit tot ingrijpen 'dwin­gen'. Al gaan wij in Gods wegen, en wij komen in gevaar, dan is het nog niet vanzelfsprekend, dat de Heere Zijn engelen inzet om uit te helpen. Hij is daar helemaal vrij in. 'Er staat wederom geschreven', antwoordt Jezus, 'Gij zult de Heere, Uw God, niet verzoeken'. Dit is het antwoord, dat de verzoeker doet beven. Ja, hij lijdt de nederlaag. En zó vergaat het hem nog, wanneer wij, op aanvallen van zijn kant, de Bijbel op de rechte wijze laten spreken. Maar... om dat te kunnen bereiken, moeten wij wel over de nodige parate bijbelkennis beschikken. Wie de Schrift slecht kent (wat is er een ontstellend gebrek aan kennis in onze tijd!), is licht vatbaar voor allerlei wind van leer. Hij zal de halve waarheid niet gemakkelijk van de hele waarheid kunnen onderscheiden. Jezus, daarentegen, kent de Schrift heel goed. Zijn verweer vinden wij in Deut. 6 vers 16. Daar staat te lezen: 'Gij zult de Heere, Uw God, niet verzoeken, gelijk gij Hem verzocht hebt te Massa'.

Wat daar gebeurd is, kunnen wij lezen in Exodus 17. 'Hij noemde de naam van die plaats Massa en Meriba om de twist der kinderen Israels, omdat ze de Heere verzocht hadden, zeggende: 'Is de Heere in het midden van ons, of niet? '.

Het volk had dorst en eiste van de Heere, hun God, een teken. Als Hij inderdaad in hun midden was, moest Hij dat maar eens bewijzen door water uit de rots te halen. Aldus dwongen zij de Heere om in te grijpen. Welnu... God de wet voorschrijven, dat is Hem verzoeken. Dat mag nooit! Daarom weigert Jezus van het tempeldak te springen. Een afgedwongen teken wenst Hij niet. Hij heeft genoeg aan het Woord van Zijn Vader. Hoe beschamend voor ons!

Wij, die vaak zo weinig krediet hebben voor het Woord alleen. Hoevelen zitten er onder ons al jaren te wachten op een teken van boven? Zij willen 'harde' bewijzen: bijv. een stem uit de hemel of een ingegeven tekst. Is dat anders dan de Heere verzoeken? Alsof het Woord alleen niet voldoende is. Geen mens, ook de mens Jezus niet, mag de Heere iets voorschrijven. 'Gij zult de Heere, Uw God, niet verzoeken'. Het is ons tot eeuwige zegen geworden, dat Hij bleef in de weg van Zijn Vader. Hij ging de lange weg van lijden en dood in plaats van de korte: die van het zogenaamde succes. Hij kon niet anders. Hij wilde niet anders. Hij legde die lange kruisweg gewillig af, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden van het volk te verzoenen (Hebr. 2 : 17).

Zo zagen we, dat Jezus Zijn tegenstander opnieuw terugwees met het geschreven Woord van God. Had Hij als de tweede Adam Zijn God verzocht, de gevolgen zouden catastrofaal geweest zijn. Het heelal zou zijn gekanteld en Zijn volk voor eeuwig verloren, voor eeuwig in de greep van satan. Neen, dat is ondenkbaar. Jezus Christus, onze Heere bleef staande. Nu zit Hij aan de rechterhand van Zijn Vader met ere gekroond, wel verzocht, maar niet gevallen. Daar is ook Zijn volk, dat Hij uit hun diepe, dodelijke val heeft opgericht en verheerlijkt. En nog is Hij bezig om gevallenen te hulp te komen. Hebt u hulp nodig? Ga tot Hem en laat u helpen. Neemt Zijn gena ootmoedig aan; laat Meriba, laat Massa u voortaan ten afschrik wezen. (ps. 95).

K. C. Kos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verzocht in de stad Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's