‘Negentien-vier-en-tachtig’ en de informatiemaatschappij (4)
De kern van Orwell's boek richt zich juist daarop: het verlies van de vrijheid eigen gedachten te mogen hebben.
In het voorgaande zagen wij dat onze maatschappij snel verandert. Het is de vraag, zo stelden wij, of er in de toekomstige maatschappij wel plaats is voor de individuele mens, of hij niet een radertje in een systeem dreigt te worden. Wij zagen dat de mogelijkheden er liggen, dat met name computers als ze oneigenlijk, d.w.z. niet gericht op het dienen van God en de naaste, worden gebruikt, middelen kunnen worden om mensen te manipuleren, om de maatschappij te vormen in de richting van een Orwelliaanse samenleving.
Wij stelden echter ook, dat juist christenen de verantwoordelijkheid hebben om deze ontwikkelingen niet zomaar te laten gaan; alles behoort Hem toe, Die gezegd heeft dat alle macht Hem is gegeven, naar wiens toekomst alles zich uitstrekt. Ook christenen dienen zich heel concreet met de maatschappelijke veranderingen van onze tijd bezig te houden. In alle bescheidenheid overigens, want zij weten dat ze niet het laatste woord hebben, dat het hun aan wijsheid ontbreekt, dat zij uit de geschiedenis van de mensheid kunnen leren dat ook christenen zich schromelijk kunnen vergissen en verkeerde wegen wijzen als ze niet volstrekt naar het Woord luisteren.
In de maatschappij waarheen we op weg gaan, aangeduid als 'Informatiemaatschappij ', zullen we derhalve moeten meedenken over de richting waarheen wij willen gaan. Keuzen zijn er te over; de ontwikkeling van de maatschappij is slechts in schijn autonoom, omdat achter alle ideeën mensen staan, mensen met bepaalde bedoelingen, mensen met bepaalde uitgangspunten, met een bepaald geloof. Een geloof overigens, wat niet behoeft samen te vallen met het geloof in de God van de Bijbel, Die in Zijn Zoon de wereld overwon. Vandaar dat bedoelingen van christenen wel eens dwars kunnen staan op die van anderen. Wij zullen dan evenwel niet moeten schromen van ons te laten horen. In het grote gebod: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf hebben we een groot goed voor de maatschappij als geheel, richtinggevend bij het ontwikkelen van nieuwe normen voor een nieuwe tijd.
Onderwijs
Een van de allerbelangrijkste taken waarvoor wij staan is jonge mensen instrueren over de mogelijkheden én de grenzen van computers. Wat betekent, ze enerzijds wijzen op de enorme mogelijkheden van de computer voor de onplooiing van de cultuur, het laten zien hoe computers mensen ten dienste kunnen staan - in de industrie, bij administratieve taken, bij het onderwijs, in de gezondheidszorg, enz. - , maar anderzijds ook het laten zien van de beperktheden van computers.
Wij zeiden al eerder: zulke machines laten maar stukjes, aspecten zien van de volle, rijke werkelijkheid; slechts dat wat wij in maat, symbool of getal kunnen uitdrukken kunnen ze aan. In feite zijn ze niet geschikt voor het unieke, het individuele. Computers vergen van ons dat we de wereld rondom ons op formele wijze aanpakken. En dat doet nu eenmaal geen recht aan de wijze waarop mensen met elkaar omgaan, wat vaak op volstrekt informele wijze gebeurt. We moeten mensen er oog voor laten krijgen, dat niet alles met computers kan, het geluid van bepaalde deskundigen ten spijt. Computers kunnen niet voelen, hebben géén bewustzijn, hebben géén intelligentie zoals mensen die hebben. Met andere woorden: een grote taak is in alle onderwijs en training deze machines te ont-mythologiseren en bepaalde ideologieën die erachter schuilgaan te ontmaskeren.
Mensen als radertjes
Wanneer wij in de practijk met toepassingen van computers te maken krijgen, dan zal het geen geringe inspanning vergen ervoor te zorgen, dat mensen niet opnieuw, zoals aan de lopende band bij de vorige industriële revolutie, een stukje van het systeem worden. In dit geval: een verlengstuk worden van een computersysteem, slechts geschikt voor dié taken waar een computer nóg niet geschikt voor is of die we nog niet voldoende in geformaliseerde taal kunnen gieten. Integendeel; wij zullen de plicht hebben alles te doen wat in ons vermogen ligt om zulke computersystemen aan te schaffen of te ontwikkelen, dat mensen daarmee tot hun recht komen als verantwoordelijke wezens, die hun eigen creativiteit en vrijheid kunnen beleven binnen de beperkingen en mogelijkheden van hun door God gegeven talenten. Heel concreet betekent dit, dat wij ervoor moeten waken dat er een nieuw soort slaaf ontstaat, de computer-slaaf, die slechts doet wat hem of haar wordt opgedragen door een systeem dat door anderen is bedacht. Indirect maakt men met zo'n ontwikkeling mensen gevangenen van de gedachtenspinsels, het denkwerk van anderen. Dat maakt het eigen denken daaraan onderworpen. Wij zagen, dat de kern van Orwell's boek zich juist daarop richt: het verlies van de vrijheid eigen gedachten te mogen hebben. Wat dit betreft zijn wij het hartelijk eens met Orwell's onuitgesproken afschuw van zo'n maatschappij.
Voor diegenen die verantwoordelijkheid dragen in hun bedrijf of fabriek betekent dit, dat zij méér inspanning moeten leveren dan op het eerste gezicht nodig lijkt, om zulke computersystemen te (doen) ontwikkelen, dat hun medewerkers nog steeds worden aangesproken op hun menszijn, hun inventiviteit, vrijheid en verantwoordelijkheid. Met name Schuurman heeft over deze aspecten zeer behartenswaardige dingen gezegd. Zulke systemen zullen in het algemeen kostbaarder zijn in aanschaf dan een computersysteem of een automatisering die de mens 'inpakt', een totaal beslag op hem legt. Het betekent dat wij programmatuur moeten schrijven, in casu denkwerk moeten verrichten, met niet alleen in het achterhoofd een nog geolieder bedrijf, een nóg efficiënter productieproces, een verdergaande besparing van arbeidskrachten, rnaar denkwerk mede gericht op het tot hun recht laten komen van de gebruikers van de systemen.
Gelukkig breekt deze gedachte hoe langer hoe meer baan, maar toch: wie kent niet de kassière, die als machine achter de gecomputeriseerde machine gezeten alleen maar getalletjes mag aanslaan en ten hoogste betaalcheques op geldigheid mag controleren? Wie kent niet de sterk geautomatiseerde fabrieken, waar mensen alleen nog maar mogen controleren of de machines wel naar behoren werken? Wie kent niet de zalen vol ponstypistes, die de ganse dag door alleen maar documenten zitten in te toetsen? Gaan we zó met medemensen om? Ook hierin: wij geheel anders. Het kan ook, technisch gezien, al zullen we gezien de economische aspecten en de efficiency hier en daar een veer moeten laten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's