Mystiek en bevinding (1)
Een mens die verscheurd, verstrooid dreigt te raken, zoekt naar eenheid, naar samenvoeging, naar zinvolheid.
Aktualiteit
Over mystiek en bevinding schrijven betekent allerminst je begeven op maagdelijk terrein. Je zet je voetstappen niet op een gebied, dat nog door niemand betreden is. Ook in de kolommen van de Waarheidsvriend is in ieder geval de bevinding met alles wat daaromheen hangt telkens weer aan de orde! En dat is ook geen wonder. Rond de vraag naar de bevinding duikt immers altijd weer op de vraag naar de zekerheid aangaande God en Zijn heil. En dat is een vraag, die altijd nog hoofden, maar vooral harten blijft boeien en soms kwellen. Niet in het minst in de kring, waar men wil leven uit de geestelijke bronnen van Reformatie en Nadere Reformatie.
Behalve die gestaag voortvloeiende stroom zijn er echter ook de opspattende golven. De vraag naar de bevinding wordt dan ineens weer brandend aktueel. Zulke golven zijn er ook in onze tijd aan te wijzen.
Stromingen
Ik denk allereerst aan het gesprek tussen de geestelijke stromingen binnen onze Nederlandse Hervormde Kerk. Toen een aantal jaren geleden, om precies te zijn in 1981, in het tijdschrift In de Waagschaal de Gereformeerde Bond aan de orde gesteld werd, luidde de titel van één van de artikelen 'De Gereformeerde Bond en bevinding'. In dat artikel van de hand van ds. M. G. L. den Boer, wil deze wel duidelijk maken, dat je bij bevinding bepaald niet alleen aan de Gereformeerde Bond moet denken en bij Gereformeerde Bond niet aan de bevinding, toch blijkt uit wat hij schrijft en ook aanhaalt van anderen, dat men zo in het algemeen wel vaak doet in kerkelijk Nederland. Voor velen in en buiten onze Nederlandse Hervormde Kerk zijn de Gereformeerde Bonders de mensen van de bevinding en als je met hen aan de praat komt dan moet het daarover gaan.
Ik schreef: ook buiten de Nederlandse Hervormde Kerk. Inderdaad, dat blijkt wel bij de beweging Samen op Weg. Zij bracht al heel wat pennen in beweging. Telkens weer komt daarbij ook de houding van de Gereformeerde Bond aan de orde. En telkens weer, haast onvermijdelijk, valt daarbij ook de term bevinding.
Opzichzelf zouden we hiermee al reden genoeg hebben om over deze dingen na te denken. Maar er is meer. De zucht naar bevinding of meer in het algemeen ervaring, beleving vaart door kerk en godsdienst. Er zijn hele groepen van mensen, die het in de officiële kerken allemaal veel te doods en te koud vinden. Ze hunkeren naar warmte, naar bezieling, naar het vuur van de persoonlijke beleving. Soms verlaten ze de kerken en sluiten zich aaneen in allerlei vrije groepen, waarin men in nauwe onderlinge verbondenheid het leven van het geloof wil ervaren. Grote nadruk ligt daarbij op het werk en de gaven van de Heilige Geest.
Jongeren
Jongelui met wie je hierover aan de praat komt, kun je horen zeggen: Het doet me, allemaal niets in de kerk, als ik daar ben, dan spreekt het me aan, dan gaat er iets door me heen, daar belééf ik tenminste wat. En ik denk dat zulke antwoorden bepaald niet alléén van jonge mensen te verwachten zijn.
Anderen breken niet radikaal met de kerken, maar proberen binnen de kerk tot een bezielend verband te komen. De charismatische beweging tracht kerken van allerlei aard en confessie te doordringen van een nieuw bezielend élan. En zij heeft niet te klagen over gebrek aan belangstelling. Dit verlangen naar ervaring is vaak ook wat meer algemeen godsdienstig van aard. Jongeren en ouderen zoeken naar ervaring van God of het goddelijke. Ze hunkeren naar de beleving van een eenheid, een zin, een dragende grond. Rooms-katholieke kloosters spelen daarop nogal eens in. Poorten, die vroeger niet of nauwelijks open gingen, gaan nu haast niet meer dicht. Ieder is welkom voor retraite en bezinning. Kerken ook van protestantse huize in oude binnensteden, die voor de eredienst niet meer funktioneren worden omgedoopt tot stiltecentra. Om zo opgejaagde, van God en van zichzelf vervreemde mensen een gelegenheid te bieden om tot zichzelf te komen en rust te vinden.
Vele jongeren raken in de betovering van de mystiek van oosterse godsdienstigheid. Ze offeren er soms alles voor op om volgeling van Bhagwan te kunnen zijn.
Deze hoogschatting van de ervaring, de beleving van God heeft zich ook van grote delen van de theologie meester gemaakt.
Van het nadenken dus over God en over Zijn openbaring. De ervaring is daarin een thema geworden. Als verifikatie bijvoorbeeld. Dat wil zeggen als alle wetenschappelijk nadenken, nadenken over ervaringen is, dan moet toch ook de theologie nadenken zijn over heel bijzondere ervaringen, namelijk Godservaringen. En de theologie moet dan omgekeerd op haar waarheid onderzocht worden met als norm die bijzondere ervaring.
Openbaring en ervaring
Heel nauw hiermee verbonden is de zeer aktuele kwestie van de verhouding tussen openbaring en ervaring. In hoeverre beïnvloedde de ervaring eigenlijk de openbaring? En is de openbaring om zo te zeggen wel los verkrijgbaar?
Bevinding en ervaring, mystiek zijn dus geen zaken, die vandaag aan de dag alleen de hoofden en harten binnen een kleine kring bezighouden. Het verlangen naar beleving kunnen we gerust een algemeen godsdienstig ja zelfs cultureel verschijnsel noemen. Het zit in onze tijd in de lucht. Ik zou daarbij nog een paar dingen willen noemen, die min of meer als verklaring, in ieder geval als achtergrondsbelichting kunnen dienen.
Allereerst is daar de enorme ik-gerichtheid in onze dagen. Het is opvallend hoe vaak je iemand, die over een bepaald onderwerp spreekt hoort zeggen: Ik denk, of ik vind. Natuurlijk hoeft hij zich daar niet van bewust te zijn. Maar toch zou het wel eens een symptoom kunnen zijn van een algemene geestesgesteldheid heden ten dage. Men aanvaardt niet meer zomaar wat een ander zegt. Wat men er zelf van vindt, zelf van ervaart, zelf aan beleeft, is slechts belangrijk. Daar gaat men van uit. Niet 'hoe het is', maar 'wat het mij doet' dat beslist.
Dreigingen
Daarbij komt dat een sterk gevoel van onzekerheid en vervreemding het verlangen doet ontstaan naar geborgenheid, warmte, eenheid, zinvolheid. Het leven, dat wij leven in 1984 kent immers geen kleine bedreigingen. Kernwapens dreigen heel ons bestaan te vernietigen. En waar vindt een enkel mens bij een dergelijk gigantisch gevaar geborgenheid en troost?
Maar er zijn ook andere zaken, die al volop bezig zijn het leven te vernietigen. De geweldige vooruitgang van de techniek mag door sommigen trots beleefd worden als een staal van het kennen en kunnen der mensheid, steeds meerderen huiveren er voor terug. Wordt straks het menselijk leven niet vernietigd tussen al die raderen die we zelf aan het draaien brachten? Blijft er van ons tenslotte nog wel wat meer over dan een programmaonderdeeltje in een komputer, een gegeven opgeslagen op een databank? Temidden van stof en staal, terwijl waarschuwingslampen aangloeien en uitdoven, wijzers uitslaan en terugvallen, beeldschermen regel na regel op laten lichten en dat alles in een waanzinnige jacht met seconden en ogenblikken, hunkert het hart van de mens naar zichzelf, naar God.
Als alles nuchter en zakelijk benaderd moet worden, eist het hart zijn rechten weer op.
Een mens die verscheurd, verstrooid dreigt te raken, zoekt naar eenheid, naar samenvoeging, naar zinvolheid. In snelle opeenvolging worden wij met van alles geconfronteerd, moeten we in telkens weer verschillende verbanden een rol spelen, wie zijn we dan eigenlijk zelf? En wat draagt dit alles? Hoe kom ik dit bestaan nabij? Hoe raak ik er weer vertrouwd mee?
Ik dacht dat hiermee de actualiteit van de zaak der bevinding voldoende is aangetoond. Haast ten overvloede wil ik nog een woord aanhalen van prof. Van Ruler: 'In onze gereformeerde traditie der bevindelijkheid hebben wij een niet genoeg te waarderen middel, om met het evangelie werkelijk de moderne mens te benaderen', Theol. Werk III 8, blz. 86.
Ook kan uit het bovenstaande duidelijk zijn, op welk een uitgestrekt terrein we ons begeven als we schrijven over de bevinding. Beperking is dan ook nodig. Die beperking laten we ons aanreiken door de titelwoorden: mystiek en bevinding. We willen ons vooral richten op de onderlinge verhouding van deze begrippen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's