De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mystiek en bevinding (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mystiek en bevinding (2)

8 minuten leestijd

De term mystiek is afgeleid van een grieks woord dat zo iets betekent als je ogen sluiten. Je afkeren van de buitenwereld en doordringen tot geheimen die verborgen zijn.

Woordgebruik

De vorige keer hebben we gezien, dat het goed is ons op deze dingen te bezinnen. Allereerst vanwege een blijvende aktualiteit. Maar ook vanwege een nieuwe golf van belangstelling voor deze zaken heden ten dage. Wat we nu eerst gaan doen is ons afvragen, waarom en hoe het opschrift van dit artikel deze twee woorden naast elkaar geplaatst kunnen zijn. Gaat het daarbij werkelijk om twee verschillende zaken of zijn het alleen twee verschillende woorden, die toch eigenlijk hetzelfde aanduiden. Zoals dat heet dus synoniemen. In dat geval zou het opschrift lijden aan zinloze herhaling. En de enige zin van deze artikelen zou kunnen zijn om die zinloosheid aan te tonen. Het kan echter ook zijn dat er toch iets verschillends in wordt gehoord. Dat verschillende zou dan verhelderd moeten wórden en vervolgens zou de onderlinge verhouding kunnen worden toegelicht. Is hier sprake van aanvulling; wederzijdse begrenzing misschien, of staan deze begrippen veel meer kritisch op elkaar?

Bij dit alles kan het natuurlijk niet alleen maar gaan om de verheldering van woorden of begrippen, maar is het de grote vraag of deze bezinning ons zou kunnen helpen een weg te vinden in de doolhof van mystieke en bevindelijke verschijnselen die zich vandaag aan de dag aandienen en waarvan we in het vorig artikel wat voorbeelden hebben willen geven.

Verwarring

Wanneer je nu allerlei publikaties over achtereenvolgens mystiek en bevinding er op nagaat, blijkt hier nogal wat verwarring te bestaan. Soms worden mystiek en bevinding door elkaar gebruikt om hetzelfde aan te geven. Maar in andere artikelen worden ze weer scherp tegen elkaar afgegrensd. De mystiek moet dan nogal eens de kritische grens van de bevinding vormen. Als voorbeeld daarvan zou ik kunnen aanvoeren wat dr. Brienen schrijft in zijn boekje Bevinding, blz. 97. Hij klaagt er over dat verschillende schrijvers bevinding behandelen in verband met de mystiek en er dan alle moeite mee hebben om beide grootheden uit elkaar te houden. Hij is daar zelf erg op gespitst, vurig bang als hij is om de hoorders van het Woord van God uit te leveren aan een troosteloze en hopeloze zelfanalyse.

Het mag duidelijk zijn dat Brienen aan het woord mystiek dan een bepaalde inhoud geeft, er bepaalde gedachten aan verbindt, er een bepaalde manier van prediking en van kerk en christen-zijn achter ziet, die hij niet als enigszins pastoraal, en zelfs niet als Bijbels kan waarderen.

Anderen echter zijn niet zo gebeten op dit onderscheid en gebruiken de termen vrij argeloos door elkaar. En dat is zeker ook te begrijpen, immers als we bij een wat algemene omschrijving blijven staan en niet denken aan een bepaalde konkrete inhoud van mystiek en bevinding, dan is er zeker overeenkomst genoeg aan te wijzen.

De term mystiek is afgeleid van een grieks woord dat zo iets betekent als je ogen sluiten. Je afkeren van de buitenwereld en doordringen tot geheimen die verborgen zijn. In de antieke wereld was het ook nauw verbonden met inwijding in de mysteriegodsdiensten door geheime riten. Je kreeg daarmee deel aan het eigenlijke, het wezenlijke.

Meer in het algemeen is dus mystiek zoiets als het zoeken naar bezielend en zingevend verband achter de verschijnselen. Dit zoeken is echter niet een kwestie van dorre redenering waarbij van de ene konklusie tot de andere wordt overgegaan en tenslotte koel en zakelijk het resultaat als eindkonklusie wordt vastgesteld. De weg van de mystiek is nooit iets van het verstand alleen. Integendeel, heel de hartstocht van het bestaan is er bij betrokken. En het vinden van de mystiek is evenmin alleen rationeel. In gloedvolle bewoordingen wordt aan de mystieke ervaring uiting gegeven. Het is niet het nuchter konstateren van een bepaalde werkelijkheid, maar het is door die werkelijkheid meegevoerd worden. Het is die werkelijkheid bevinden, genieten. En daarmee zijn we dan al heel dichtbij de bevinding gekomen.

Beleving

Als we op bevinding letten, dan omschrijft Van Dale's Woordenboek van de Nederlandse taal, haar allereerst als een waarneming na een onderzoek, een slotsom. Zo kan iemand een bepaald onderzoek doen. Bijvoorbeeld als kerkvisitator naar een kwestie in een bepaalde gemeente. Op de daartoe bestemde vergadering deelt hij zijn bevindingen mee. Hij vertelt wat hij heeft aangetroffen en hoe het allemaal bij hem is overgekomen en komt tot een bepaalde slotsom. Daarnaast geeft van Van Dale nog een specifiek godsdienstige betekenis van het woord bevinding. Namelijk wat men in het gemoed ondervindt van de gemeenschap met God. Het gaat daarbij dus om die gevoelens en ervaringen die er zijn in het hart in de omgang met Hem.

Bevinding en mystiek hebben dus in ieder geval gemeen het aspekt van de persoonlijke beleving. En als zodanig kunnen ze ook best door elkaar gebruikt worden. Is er ook geen bezwaar om te spreken van christelijke mystiek en dergelijke. De moeilijkheden echter ontstaan altijd weer wanneer mystiek en bevinding verder inhoudelijk gevuld gaan worden. Dan blijken de termen toch altijd weer in afgrenzing tegenover elkaar te moeten worden gebruikt. Een goed voorbeeld daarvan vinden we in de discussie rondom het bekende boek van Schortinghuis. Het innige Christendom. Schortinghuis schreef zijn boek in 1740. Toen hij zich ter approbatie tot de Groningse fakulteit der Godgeleerdheid wendde, ontstonden daarbij door hem niet verwachte mogelijkheden. Bij de beoordeling viel met name prof. Gerdes over 'spreekwijzen en uitdrukkingen, die uit de onreine schriften der mystieken ontleend waren, of die door de voorstanders der mystiekerij konden misbruikt worden'. Die uitdrukkingen zouden toch eigenlijk verwijderd, of in ieder geval door een begeleidend schrijven toegelicht moeten worden. Daarin zou duidelijk moeten worden dat die uitdrukkingen in ieder geval niet verstaan moeten worden in de zin van 'oude en nieuwe Enthusiasten, Mystieken, Piëtisten, Labadisten, Hernhutters e.d.' Als we nagaan om welke uitdrukkingen het gaat dan vinden we o.a. genoemd: versmelting in de gloed der uitnemende liefde van Christus, verdwijnen in zijn eigen zondige nietigheid. Ook werd er onder meer protest aangetekend tegen de opmerking, dat, die de dingen van de Godgeleerdheid alleen ziet met een natuurlijk licht, die de goddelijke dingen niet ziet in de ware, maar in de valse gedaante.

De Groningse fakulteit was vooral beducht voor een onderwaardering van de prediking van het Woord van God als genademiddel. Verder voor een beleving van de gemeenschap met God waarbij de persoonlijkheidsgrenzen wegvallen. En tenslotte voor een afhankelijkheidsbeleving van de christen, die de persoonlijke verantwoordelijke niet in maar uitsluit en zo verwordt tot valse lijdelijkheid.

Schortinghuis

Jarenlang hield het gesprek rond het boek van Schortinghuis de gemoederen bezig. Verschillende tijdschriften verschenen. Nog in 1749/50 liet D. van der Keessel een dik boek verschijnen over 'De vastgestelde Leer en Praktijk van Neêrlands Kerk omtrent Gods bijzondere, algenoegzame en krachtdadige genade in Christus, gezuiverd van het misbruik derzelve'. Uitdrukkelijk en uitvoerig stelt Van der Keessel de verschillende thema's daarin nog eens aan de orde.

Hij verwijt Schortinghuis de bevinding van het geloof los te maken. Zonder horen, zonder nadenken, zou men volgens Schortinghuis door onmiddellijk gevoel en bevinding in het wezen van God worden ingeleid. De verzoening met God krijgt bij Schortinghuis dan ook het karakter van vereenzelviging. Het gaat bij hem niet meer om de verzoening van de zondaar met een heilige God, maar om de vereenzelviging van de Schepper en het schepsel. Zelfverloochening is zelfvernietiging, een zich verliezen in God. In plaats van een wilsvereniging zou er bij Schortinghuis sprake zijn van een zijnsvereniging.

Als Schortinghuis van zijn kant dergelijke aantijgingen zich verweert, werpt hij ze telkens weer ver van zich. Hij wil niet de weg op van de Mystieken en spreekt daarbij zelfs over de verdorven Mystieken. Allerlei uitdrukkingen, die hij gebezigd heeft legt hij zo uit dat er geen sprake kan zijn van enige opheffing van persoonlijkheid.

Het gaat ons nu niet direkt om het gelijk of ongelijk van Schortinghuis, maar wel hierom dat de mystiek niet als een grensbegrip functioneert. Zowel Schortinghuis als zijn tegenstanders zijn ervan overtuigd, dat het op de mystieke manier in ieder geval niet moet. Ze spreken dan ook nogal eens over 'verdorven' mystiek. Telkens valt daarbij weer de naam van Pontiaan van Hattem, die in 1706 in Bergen op Zoom overleed, en met zijn volgelingen sterk onder invloed stond van Spinoza, een pantheïstisch, deterministisch wijsgerig denker. Zijn denken is echter doortrokken van een mystieke gloed. De hoogste kennis is de intellektuele lief- de Gods. Het mystieke bewustzijn een noodzakelijk deel te zijn van de goddelijke gang der dingen, ja van het goddelijke zelf.

Ook kunnen we denken aan de wat meer heftige, onevenwichtige peroonlijkheid van Antoinette de Bourignon, die in 1680 overleed te Franeker en haar volgeling ds. Poiret. Eerstgenoemde liet zich sterk leiden door allerlei visioenen en gezichten. Laatstgenoemde is min of meer als filosoof begonnen, maar wendde zich later van het redelijk denken af. De kennis, die daardoor verkregen wordt zou slechts schijn zijn. Het zou gaan om de innerlijke, verhchting en vereniging met God.

In plaats van mystiek kunnen we in dit verband ook de term mysticisme gebruiken.

Daarin ligt veel duidelijker dan in de eerste een waardeoordeel en wel van negatieve aard. Mysticisme zou je dan de verwording van de mystiek kunnen noemen.

Hebben we hier aan de hand van enkele voorbeelden nagedacht over het gebruik van het woord mystiek, een volgende keer willen we ons kritisch richten op bepaalde inhouden van wat met mystiek kan worden aangeduid. De norm daarbij kan niet ontleend worden aan de woorden, maar moet gevonden woorden in het Woord van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Mystiek en bevinding (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's