De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (1)

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (1)

Oriëntatie

8 minuten leestijd

Wat is de Bergrede? Een ethiek voor twee klassen, een onvervulbare boete-ethiek? Een nieuwe maatschappijleer?

Dubbele vraagstelling

Wanneer we spreken over de prediking van de Bergrede, kunnen we dit in tweeërlei zin opvatten. We kunnen er in horen: wat is de prediking van de Bergrede, d.w.z. wat verkondigen en leren de hoofdstukken Mattheüs 5-7 ons? Wat heeft Christus ons hier te zeggen? Maar we kunnen de titel ook opvatten in de zin van: hoe hebben we in onze tijd over de Bergrede te preken? Welke vragen doen zich daarbij voor?

Nu staan deze twee vragen niet los van elkaar. Als de Heilige Schrift bron en norm voor de prediking is, dan is de eerste vraag een onontkoombare en zullen we heel zorgvuldig moeten nagaan, welke thema's en motieven deze hoofdstukken bepalen en wat het verband is van deze hoofdstukken met het geheel van Jezus' prediking. Zijn weg en Zijn werk? Het zijn de vragen waar de uitleg van het Nieuwe Testament en de bijbelse theologie zich mee bezig houdt.

Maar daarnaast is er de vraag naar de vertolking van dit Schriftgedeelte en de toepassing van dit deel van Heilige Schrift op ons leven? Dat heeft niet alleen te maken met de vorm en inhoud van de zondagse preek, maar ook met het spreken van de Kerk in de samenleving door middel van kanselboodschappen, herderlijke brieven en pastorale handreikingen. Ten aanzien van de Bergrede spitsen deze vragen zich toe naar de verbinding tussen de prediking en de ethiek, dat wil zeggen het verantwoorde handelen van de mens ten opzichte van God en de naaste-, de natuur en de maatschappij. In deze reeks artikelen willen we dan ook aan beide vragen aandacht schenken, zowel aan de bijbels-theologische aspecten als ook aan de vraag naar prediking in relatie tot het leven van de christen en van de gemeente voor Gods aangezicht in deze wereld.

Actueel

Wie geen vreemdeling is op het terrein van kerk en theologie, weet hoe juist in onze tijd velen grijpen naar de Bergrede om de boodschap van het Evangelie in zijn klemmende actualiteit en radicaliteit door te geven. Met name in allerlei protesten tegen de gevestigde (wan)orde en in allerlei uitingen van onbehagen over de steeds maar toenemende wapenwedloop wordt steeds weer verwezen naar deze woorden van Christus. De Bergrede wordt dan veelal gezien als bron van inspiratie en actie op weg naar een nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid. Het nieuwe volk dat bij de Messias hoort zijn de 'mensen voor dag en dauw' (Oosterhuis), die de droom van bevrijding zoeken te verwezenlijken. De Bergrede roept mensen op om fantasierijk en creatief 'meer dan het gewone' (Boerwinkel) te doen en te bouwen aan hét huis van een bewoonbare wereld. Met name de woorden over de liefde tot de vijand hebben altijd aanleiding gegeven tot de vraag of hier toch niet zonneklaar het bewijs is geleverd, dat volgelingen van de Messias Jezus niet anders dan pacifisten kunnen zijn.

In onze tijd worden deze woorden vooral aangevoerd om het zgn. atoompacifisme te verdedigen. Absoluut pacifisme is, zo zegt men, in deze wereld een wensdroom, maar ten aanzien van de verschrikkingen van een oorlog met kernwapens, met de dreiging van de totale vernietiging, roepen de woorden uit Mattheüs 5 ons toch een duidelijk halt toe. Het 'hebt uw vijanden lief' alsmede de zaligspreking aan het adres van de vredestichters acht men zo duidelijk dat een christen niet anders dan tegen plaatsing van kernraketten, ja tegen gebruik en bezit van kernwapens kan zijn. Bovendien, zo wordt wel gezegd, verbieden Jezus' woorden over de liefde tot vijand ons om in de wereldpolitiek uit te gaan van het traditionele vijandsbeeld, dat denkt in Oost-West tegenstellingen. Zo wordt in de synodale handreiking Kernbewapening (1979) met een beroep op Matth. 5 : 43 het afschrikkingssysteem afgewezen als een systeem, dat dwingt tot diabolisering van de tegenstander, d.w.z. dat je hem als een duivel ziet, terwijl ook vergeten wordt dat Christus, ook voor deze vijand Zijn leven gegeven heeft en ons oproept hem lief te hebben.

Ook de nadruk, waarmee wij in deze jaren gewezen worden op de schrijnende tegenstelling tussen rijken en armen in de wereld, vindt in vele gevallen een bron van inspiratie in de Bergrede. Jezus spreekt immers de armen zalig. Wordt hier niet op een wijze over armen en rechtelozen gesproken, die volstrekt tegengesteld is aan de verhoudingen in onze maatschappij? Dwingen Jezus' woorden over geld en bezit, met name over de verslaving aan de dienst van Mammon niet tot een regelrechte koerswijziging? De Bergrede betekent voor velen een indringend appèl om in de sociale en politieke verhoudingen te streven naar rechtvaardigheid en vernieuwing, naar andere bezitsverhoudingen. De Duitse theoloog Helmuth Gollwitzer is van oordeel dat de Bergrede ons aan de kant van de armen der aarde plaatst, aan de linkerzijde, d.w.z. aan de kant van die politieke groeperingen die streven naar verandering van het bestaande systeem in onze klassenmaatschappij ten gunste van de kansarmen. Gollwitzer noemt het door Rosa Luxemburg geformuleerde alternatief: 'socialisme of barbarij' een profetisch woord, dat de christelijke kerk door haar bondgenootschap met het kapitalisme, nationalisme en anti-socialisme eeuwenlang niet heeft willen horen.

Hier wordt de Bergrede een bepaalde politieke spits gegeven en gekoppeld aan een socialistische politiek. Dergelijke stellingnamen roepen in de kerken felle discussies op, vaak zeer emotioneel. En uit reactie en uit beduchtheid voor het euvel der vereenzelviging komen andere er dan soms toe om de radicale woorden van de Bergrede te laten voor wat ze zijn en aan dit deel van de Schrift nagenoeg voorbij te gaan.

Prof. Van 't Spijker heeft het probleem van de Bergrede eens getypeerd als 'het probleem van de permanente verlegenheid van de kerk om in het gewone leven gestalte te geven aan wat door Jezus op de hoogte van Zijn Koninkrijk werd gesproken (Credo, 1982, nr. 9, blz. 4).

Wisselende interpretaties

Deze verlegenheid is niet van vandaag of gisteren. De eeuwen door heeft de Bergrede de mensen bezig gehouden. Vanaf de na-apostolische tijd tot op vandaag toe is het aantal interpretaties en visies legio. Wat men van de Romeinenbrief gezegd heeft, nl. dat men een kerkgeschiedenis zou kunnen schrijven aan de hand van het verstaan van deze brief van Paulus, kan ook van de Bergrede gezegd worden.

Uit die vele visies en opvattingen springt steeds weer die verlegenheid naar voren. Hoe vaak is niet gepoogd de geldigheid van Jezus' woorden te beperken. De Bergrede zou niet voor deze wereld gelden, niet voor alle tijden, niet voor alle mensen, niet voor alle levensterreinen. Het bleek steeds weer moeilijk de radicale eisen van de Bergrede in rapport te brengen met het leven in een gebroken wereld. Reeds de Didache, een oud-christelijk geschrift uit het begin van de tweede eeuw, laat iets van die verlegenheid zien. De schrijver tekent het christelijke leven als het gaan op de weg van de Heere Jezus in tegenstelling tot het gaan op de weg van de dood. In een scherpe tekening wordt gewezen op het concrete en radicale van de geboden. Nadrukkelijk wordt gezegd: 'Pas op dat niemand u doet afdwalen van deze wijze van onderricht. Want hij geeft onderwijs buiten God om' (Did. 6, 2). Maar dan wordt er aan toegevoegd: 'Indien u immers het gehele juk van de Heere kunt dragen zult u volmaakt zijn. Zo niet, doe wat u kunt' (Did. 6, 2). Men vraagt zich af of hier al niet iets doorklinkt van de latere oplossing, waarbij de radicale eisen voor de volmaakten golden, terwijl de gewone christenen maar moesten proberen er zoveel mogelijk van te realiseren in het leven.

Naast deze beperking van de geldigheid van de woorden van Jezus zien we de eeuwen door ook stromingen en bewegingen die juist grote nadruk leggen op de vervulling van de woorden van de Bergrede in een maatschappelijk program en een stijl van leven waarin armoede, vredesgezinsheid, naastenliefde en practische vroomheid een grote plaats innamen. Wij denken aan aller­lei middeleeuwse sekten, doperse stromingen, quakers, radicalistische christenen zoals Tolstoi en Ragaz. Vaak waren deze stromingen die men wel samenvat onder de naam 'Bergrede-christendom' protestbewegingen tegen de gevestigde orde, tegen een verwaterd en verwereldlijkt christendom en een goedkope-genadeprediking. Het is opvallend hoe deze stromingen en figuren, vaak gezien als 'stiefkinderen van het christendom' (Lindeboom) in onze tijd naar voren gehaald worden als degenen die Jezus' boodschap het best verstaan hebben. Niet zelden is dit zgn. 'Bergrede-christendom' gesteld tegenover Paulus en zijn prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze. Het dilemma wordt dan: Jezus of Paulus, de daad contra de leer, ethiek tegenover dogmatiek, handelen tegenover geloven. Ook al wordt deze extreme tegenstelling in de nieuwtestamentische theologie nagenoeg algemeen van de hand gewezen, de echo's van dit dilemma zijn toch nog hoorbaar. Zo schreef Gollwitzer nog in 1982 dat de overgang van de verkondiger Jezus naar de verkondigde Jezus ook een verzwakking van de aanval van Jezus op de bestaande maatschappij geweest is. En beluisteren we deze echo ook niet in de voorliefde, waarmee velen spreken over Jezus, de man van Nazareth, als partijganger der armen en als inspirator en koploper van de messiaanse beweging?

Wat is de Bergrede? Een ethiek voor twee klassen, een onvervulbare boete-ethiek? Een nieuwe maatschappijleer? De antwoorden zijn vele. En de veelheid zou ons moedeloos kunnen maken.

Toch moeten we daarin niet berusten. Juist als we niet vervallen willen in een tegenstelling: leer of leven, handelen of geloven, juist als we de gehele Schrift willen laten spreken, zullen we ons aan de rijkdom en de ernst van deze hoofdstukken niet mogen onttrekken.

De verlegenheid kan ons wel bescheiden maken, rnaar daagt ook uit om steeds op-nieuw te luisteren naar wat de Geest in dit deel van de Schrift tot de gemeente te zeggen heeft, ook in deze tachtiger jaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De prediking van de Bergrede (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's