De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geven om te nemen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geven om te nemen

6 minuten leestijd

'En (de duivel) zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden. Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: 'De Heere uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.' Matth. 4 vers 9 en 10

In het voorafgaande vers laat Jezus zich voor de tweede maal meenemen. De tinne van de tempel wordt verlaten en een zeer hoge berg wordt het nieuwe strijdtoneel. Daar doet de duivel een derde poging om Jezus onderuit te halen. Een schitterend, maar zeer verleidelijk aanbod is zijn laatste troef. In een bovennatuurlijk vergezicht toont hij Hem alle koninkrijken der wereld mèt hun heerlijkheid. In gedachten zien we Jezus staan, terwijl de glans en de schoonheid, van de wereldrijken aan Hem voorbijgaan. En we horen de duivel al zeggen: 'Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden'. Met andere woorden: Het is voor een koopje. Eén knieval... en U krijgt wat U komt vestigen: de wereldheerschappij. Hoe aantrekkelijk! Het scheelt Jezus drie jaar als Hij het doet. En wat meer is: Hij ontloopt ermee lijden en dood, graf en hel. Slechts één knieval is de kostprijs. Wij horen het de duivel weer zeggen tegen Eva: Eén hapje maar... en u zult als God zijn. Wat lezen we in Gen. 3? 'En de vrouw zag dat die boom goed was tot spijs, en dat hij een lust was voor de ogen, die begeerlijk was om verstandig te maken, en zij nam van zijn vrucht en zij at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.' Het gevolg? Zij aten zich dood. Eén hapje van de verboden vrucht was voldoende om de hele schepping in de afgrond te storten. Eén keertje dit, één keertje dat. Wie weet daar niet over mee te praten? Het leek zo onschuldig wat ons werd ingefluisterd, maar de gevolgen waren erger dan we hadden vermoed. Eén moment van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreit. Maar Jezus, als de tweede Adam, weigert op het voorstel van de duivel in te gaan. Hij weerstaat hem. Hij 'doorziet' het bedrog achter de schone schijn. De duivel praalt wel met de heerlijkheid der wereldrijken, en hij doet wel alsof hij het recht bezit om ze weg te geven, maar... ? Na de zondeval is de wereld weliswaar in de greep van de satan terecht gekomen. Christus Zelf noemt hem eens de overste der wereld, maar het recht om over alle koninkrijken der aarde te beschikken, dat heeft hij niet. Er is er Eén, Die over al deze dingen beschikt... en dat is God, Die hemel en aarde geschapen heeft. Hij geeft ze aan wie Hij wil! Dus satan heeft niets te vergeven en kan ook niets geven. Het is bovendien niet naar zijn aard. Wat hij geeft, is steeds ten verderve. Zijn geven is nemen! Nog nooit heeft hij een belofte gehouden. Wel komt hij met schone dromen en fraaie vergezichten alsof hij iets te vergeven heeft. Maar? De eerste twee mensen werd beloofd aan God gelijk te zullen zijn. Wat ontvingen ze? Nog altijd lispelt hij met zijn bedrieglijke tong: Ik zal je geven, wat je graag wilt. Hij laat veel zien, veel glanzen en schitteren. Hij spiegelt alles even mooi voor. Tegen Jezus zegt hij als het ware: Uw Vader geeft U lijden en dood, maar ik zal U macht en glorie geven, als U doet wat ik U voorstel. Heus, ik zal U beter behandelen dan God. God neemt U alles af, ik zal U alles geven. Gij zult de dood niet sterven, als Gij doet, wat ik U aanraad, maar leven en schitteren en de wereld beheersen. Het klinkt oprecht, maar tegelijk hoe verraderlijk, want hij liegt. Hij liegt zoals in den beginne. Wat hij belooft, kan hij namelijk niet geven. Hij neemt alleen. De eerste twee mensen liepen erin. Jezus niet. De nieuwe Mens Jezus laat Zich niet beetnemen door de uiterlijke schijn en de schittering van de koninkrijken der wereld. Hij wil wel de wereldheerschappij, maar niet uit handen van satan. De koninkrijken zouden blijven, zoals ze waren: onder de macht van de zonde, beheerst door de Boze. In zo'n gebroken wereld, liggend onder de vloek en de toorn van God, kan Hij niet regeren. Buiten de goedkeuring van de Vader is er geen glans en geen heerlijkheid, maar een eeuwig zielsverderf. Neen, Hij is juist gekomen om de wereld uit satans klauwen te ontrukken. Hij wil de macht, de heerschappij over haar veroveren in de weg van de Vader. 'Zie Ik kom om Uw wil te doen.' Ja, Hij wenst vrijwillig Zijn leven te geven als een rantsoen voor velen. Jezus begeert een herschapen, een verloste wereld, weggehaald van onder de vloek der zonde vandaan. Daarom wijst Hij het zeer verleidelijke aanbod af. Hij antwoordt: 'Ga weg, Satan, want er staat geschreven: 'Den Heere, uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen'. We horen, dat Jezus in het geheel niet ingaat op het geven van satan, dat in werkelijkheid nemen is. Hij laat opnieuw alleen de Schrift spreken. Er staat geschreven! Hij beroept Zich op het geschreven Woord. Adam en Eva hadden de Heere, hun God, in Zijn gesproken Woord verdacht en veracht. Maar zou Hij zo'n groot kwaad doen en zondigen tegen God? Nu de climax (het toppunt) van de verzoekingen is bereikt, neemt Jezus het initiatief over. Opeens wordt Hij, Die tot nog toe geheel lijdzaam was, actief en autoritair.

Koninklijk beveelt Hij: 'Ga weg, Satan!' Voor het eerst noemt Hij hem bij zijn naam. Satan d.i. tegenstander. Daarmee ontmaskert Hij hem en legt al zijn kwade bedoelingen bloot. Scheer je weg, wil Jezus zeggen, want Ik denk er niet over om jou te aanbidden. Ik heb je door. Je belooft veel te zullen geven, maar je komt om alles te nemen. 'Er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.' We vinden deze tekst in Deut. 6, waar hij gericht is aan het adres van Gods volk, dat op het punt staat Kanaän binnen te trekken. Ik heb u uit Egypte geleid, zegt de Heere op die plaats. Daarom zult u Mij aanbidden en dienen. Jezus maakt dit eerste en grote gebod op Zichzelf van toepassing. Hij, als nieuwe Mens, moet gehoorzaam blijven aan Gods liefdeswet. Al kost Hem dat straks het leven. Hij heeft het er voor over. Hoezo? Omdat Hij vast gelooft, dat de Heere Zijn God woord houdt. Hij zal Hem geven, wat hij Hem beloofd heeft: alle macht in hemel en op aarde! Wat zijn tegenstander ook verzint, Hij valt hem niet te voet en brengt hem geen hulde. Hij wijst hem voorgoed terug: 'Ga weg. Satan!' Wat doen wij? Wie dienen wij? Is de Heere het niet waard om gediend te worden? Satan kan ons niets geven. Hij geeft om te nemen. Hij richt ten gronde. De Heere, daarentegen, geeft wat Hij belooft. In de weg van Zijn dienst wil Hij ons alles, Zichzelf en al het Zijne geven: vrede, zaligheid, eeuwig leven. Zeg dan 'nee' tegen de Boze, 'ja' tegen God. Dien de Heere alleen! Of is uw hart nog niet tot Zijn lof en dienst bereid? Is satan u te sterk? Ga tot Jezus. Hij kan en wil u dienen leren, omdat Hij bleef staan, waar wij vielen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geven om te nemen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's