De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Op 29 november 1983 kwam in de Eerste Kamer aan de orde de behandeling van het wetsvoorstel 'Beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk', de zogenaamde zilveren koorde. Blijkens de Handelingen van de Eerste Kamer heeft ds. H. G. Abma toen o.a. het volgende gezegd.

'Mijnheer de Voorzitter! Het lijkt mij dat ik er goed aan doe, mij ten aanzien van dit wetsontwerp tot enkele principiële opmerkingen te beperken. Over de historie is al zoveel gezegd door voorafgaande sprekers. Noem kerk en staat en vraag naar hun onderlinge verhouding en er verschijnen een aantal modellen en varianten waarbij een zelfstandigheid, een onderlinge afhankelijkheid en/of onderworpenheid blijkt. Ik wil daar nu niet op ingaan. Dat zou te ver voeren. Deze modellen zijn vanmiddag ook niet zozeer aan de orde. Bij eerdere gelegenheden, bij voorbeeld aan de overkant, is daarover reeds gesproken. Aan die debatten heb ik zelf ook wel eens meegedaan. Op die manier blijven wij echter theoretiseren, filosoferen - dat gebeurt hier ook - en theologiseren, wat misschien een nog meer edele bezigheid is. Uitgaande van de realiteit kunnen wij met betrekking tot de verhouding tussen Kerk en Staat ophalen hoe het was gedurende vele eeuwen en hoe het in Nederland is geworden, in het bijzonder omstreeks de eeuwwisseling van de achttiende naar de negentiende eeuw. Het gaat daarbij om de naasting van eigendom, waarover vanmiddag al het nodige is gezegd, alsmede om onttrekking. Dan komen wij specifiek bij de materie van dit wetsontwep, namelijk de rechtshandeling van afkoop en de langdurige onderhandelingen die daaraan voorafgingen. Een punt blijft of de som van afkoop eventueel te hoog is uitgevallen of misschien wel te laag. Precies adequaat zou toch al te mooi zijn bi  zo'n ingewikkelde materie. Ik zal daarover geen oordeel geven. Misschien zou de som nooit hoog genoeg kunnen zijn. De Staat zou ook het hele bedrag mogen houden, als de overheid tegenover de Kerk de rechte plaats wist te vinden. Dat zou in ieder geval grote winst zijn bij gering verlies. Voor de juiste relatie denk ik niet in termen van scheiding van Kerk en Staat. Dat roept te veel associaties op met ongelukkige huwelijken. Het gaat namelijk heel nadrukkelijk om onderscheid en eenheid tussen beide. Dat er eenheid is tussen Kerk en Staat wordt zelfs erkend en verdedigd door voorstanders van een stringente scheiding. Het is vanmiddag al uitgesproken dat de gescheiden Kerk en Staat, beide met een eigen plaats en een eigen taak, metterdaad gehoorzaam behoren te zijn aan een en dezelfde God.

Indien beide van harte en ieder op eigen wijze die gehoorzaamheid aan de dag leggen, kan de relatie niet alleen die van gescheidenheid zijn; dan zullen zij elkaar over en weer dienen met hun typische bevoegdheden en faciliteiten. De Kerk doet dat trouwens ook met een bewuste voorbede voor de overheid. Als men dan spreeekt over een voorwaardenscheppend beleid van de overheid, weet ik niet waar men de grens precies moet trekken. Waarom zou de Staat als geheel van velen niet datgene mogen doen waarvoor al die velen zich inzetten? Kortom, als het goed was, zou met betrekking tot een en hetzelfde volk de Kerk willen bezielen wat de overheid behoort te belichamen.

Het grote obstakel voor een rechte relatie en beleving van die relatie is de verdeeldheid van de kerken, wel eens eufemistisch 'pluriformiteit' genoemd. Wegens die verdeeldheid is er misschien ook in de Staat zoveel gebrokenheid te bemerken, zoals zichtbaar in partijschappen en zelfs in staatjes in de Staat.

De werkelijkheid gebiedt ons te spreken van 'Staat en Kerken' in plaats van het in het intitule van het wetsontwerp gebruikte 'Staat en Kerk'. Dat is het knelpunt. Voor verbetering van de situatie en de knelpunten die daaruit voortvloeien is het woord aan de kerken en is het wachten op de Kerk. In afwachting daarvan verklaren wij ons akkoord met dit wetsontwerp, hoewel het weinig bijdraagt tot een echte oplossing van het probleem. Het wetsontwerp ruimt slechts enkele kleine problemen op.

Wij achten het zeer opvallend, dat de regeling van de zogenaamde scheiding van Kerk en Staat tot stand komt in een tijdperk waarin velen in de kerken hun eerstgeboorterecht verwaarlozen en zich eenzijdig op politieke prediking, stellingname en activiteiten toeleggen, alsof zij politieke woordvoerders in politieke loondienstzijn. Zo vreemd kan het gaan in de wereld.

Na deze woorden van spijt en droefenis over de verdeeldheid en na deze opmerking over het typische moment van de totstandkoming, doe ik een uitspraak van hoop. Ik hoop dat nu de zilveren koorde geslaakt wordt via een gouden handdruk, geen andere knellende banden van wetgeving aan de kerk worden opgelegd. Zij moet naar haar eigen geaardheid kunnen functioneren in deze wereld. In de Tweede Kamer hebben hierover enige schermutselingen plaatsgevonden.

Door de sterke scheiding van Kerk en Staat, die zich op het ogenblik in levensbeschouwelijk opzicht voltrekt, kunnen wetten ontstaan die het de kerken en de gelovigen moeilijk kunnen maken om te beleven en te belijden wat voor hen essentieel is. Ik denk hierbij aan discussies over het voorontwerp van wet inzake anti-discriminatie. De Kerk zou wat haar interne gang van zaken betreft, worden vrijgelaten, maar zodra zij zich in het maatschappelijke leven zou begeven, zou die wet ook op haar van toepassing zijn. Op dit punt zullen wij ons in de toekomst blijven verzetten'.

Niet ten onrechte noemt ds. C. Blommaard in Het Orgaan (van de predikantenbond) Abma's uitdrukking over de zilveren koorde en de gouden handdruk een zinnetje 'om in een lijstje te zetten'.

***

­De heer D. van Baaien te Zoelen zond ons enkele stukken, die door hem geschreven waren, naar aanleiding van wat hij vond in oude stukken over wetenswaardige zaken. Over Pietje Baltus, de vrouw die op het leven van dr. A. Kuyper zoveel invloed had, schreef hij in Gens Nostra (jrg. 1964). Uit dit stuk nemen we over een persbericht uit de Telegraaf bij haar verscheiden.

'De Telegraaf, vrijdag 27 maart 1914, Avondblad, Derde Blad, p. 9, rubriek: Gemengd Nieuws: Pieternella Baltus.

Men schrijft ons uit Beesd: Een eenvoudig vrouwtje, maar dat onbewust, naar men mag zeggen, een belangrijke rol heeft gespeeld, is hier gisteren in 't gesticht van ouden van dagen overleden. Het is Pieternella Baltus, die in haar goede dagen, toen zij nog haar eigen huishoudentje deed "oefeningen" hield, waar velen uit het dorp en ook wel uit naburige plaatsen, naar toekwamen. Zij was streng "bijbelsch", maar zeer verdraagzaam. Toen dr. A. Kuyper, hier predikant was, kwam hij ook met haar in gesprek en algemeen wordt hier gezegd, dat zij door die bespreking dr. Kuyper van richting deed veranderen. leder weet, welke gevolgen dit op diens levensloop en het staatkundig leven in Nederland gehad heeft'.

***

Ds. G. H. Abma te Gouda (niet te verwarren met vader H. G.) schreef in het kerkblad voor Hervormd Gouda het volgende lezenswaardige en wetenswaardige stuk over 'dominocratie of dominotheorie'.

'De britse historicus en socioloog Cyril Northcote Parkinson heeft een kwart eeuw geleden op heel geestige wijze allerlei ongerijmde ontwikkelingen in het maatschappelijke leven aan de kaak gesteld. Zonder dat wij er met elkaar vaak goed erg in hadden, deed zich een merkwaardig verschijnsel voor .Terwijl op allerlei terrein constant personeelsuitbreiding nodig was, bleek er op de duur echt niet zoveel meer werk verzet te worden. Binnen een bedrijf wordt bijvoorbeeld iemand aangezocht om een nieuwe tak van werk aan te vatten. Binnen korte tijd is het overduidelijk, dat het werk de persoon falikant boven het hoofd groeit. Er moeten direkt twee assistenten worden, aangesteld. Men konstateert spoedig hoe de werkzaamheden blijven toenemen. Er komen aparte afdelingen met een korps van secretaresses en typistes. De man van het eerste uur maakt een bliksemkarrière en wordt onderdirekteur, terwijl zijn twee trouwe naaste medewerkers worden gepromoveerd tot afdelingschef. Een bizarre wetmatigheid komt openbaar. De rendabele arbeid neemt niet navenant toe met de personeelsuitbreiding. Op de hem eigen humoristische wijze heeft Parkinson daarop uitgewezen. Men spreekt sindsdien over de wet van Parkinson. Ernst en luim zijn niet ver van elkaar verwijderd. Terwijl de geleerde schertste, schetste hij bijzonder raak het toekomstbeeld van de maatschappij.

In de welvaartstijd was dit eigenlijk een gunstige ontwikkeling. Met grote ernst werden allerlei werkzaamheden verricht, terwijl het niet noemenswaard zoden aan de dijk zette. Intussen boogde men op gunstige resultaten. Er werd steeds aangedrongen op uitbreiding van het personeelsbestand gezien de overstelpende hoeveelheid arbeid. En dat alles terwijl merkwaardig genoeg de computers veel werk van de mensen gingen overnemen.

De wal ging de laatste jaren het schip van de welvaartsstaat keren. Door de teruggang in de economie zijn thans zoveel mensen baanloos aan de dijk gezet, dat zelfs het meest noodzakelijke werk niet meer verricht wordt.

Wanneer goedbedoelde mensen op basis van vrijwilligheid diverse aktiviteiten gaan verrichten, dan heet het wonderlijk genoeg dat zodoende de werkloosheid bevorderd wordt.

Het lijkt me erg belangrijk, dat wij uit de maatschappelijke ontwikkelingen ons kerkelijk leergeld betalen. Nuchterheid gebiedt te erkennen, dat niemand van de wind kan leven. Zelfs een dominee kan in zijn huishouden niet rondkomen van de windkracht van de Geest. Met name in de grote steden noopten de harde rode cijfers tot opheffing van een onthutsend aantal predikantsplaatsen, terwijl er door de ontkerstening juist zoveel werk aan de kerk is.

Er kan naar zijn besef van de materiële nood nog een geestelijke deugd gemaakt worden. We zouden eindelijk eens definitief afscheid kunnen nemen van de vermaledijde domineeskerk. Teveel werd het kerkewerk op de predikanten afgewenteld. De dienaren van het Woord verkeerden in slaven der gemeente. Op die manier ontwikkelde God zijn kerkenplan niet. Het meest verantwoorde beleid in de gemeente stuurt aan op de inschakeling van alle leden. Op die wijze kunnen de charismata - de gaven van de Geest - tot Gods recht komen binnen de gemeente. Het is bijbels gezien geboden te komen tot een afschaffing van de dominocratie en de verwerkelijking van de dominotheorie. Een kind kan ons uitleggen wat dit inhoudt. U ziet het voor uw ogen gebeuren, als de stenen van het bekende gezelschapsspel achter elkaar worden gezet en men geeft een tik tegen de eerste. Het is een gezond teken wanneer steeds meerderen bij het gemeentewerk betrokken worden. Wanneer een predikant het vele werk niet goed aankan, dan is het niet de oplossing als er een extra beroepskracht wordt aangetrokken om hem te assisteren. De wet van Parkinson dienen we in de kerk buiten werking te stellen. Het is namelijk de vraag of er wel meer werk verricht wordt. We gaan in de kerk aan organisatorische vlijt ten onder. We vergaderen tot wij tot onze vaderen vergaderd worden, om met Buskes te spreken.

Dominees lopen soms teveel door de gemeente te draven. Ze worden er lichamelijk en geestelijk mager van. De gemeenteleden zitten intussen naast de renbaan en vermorsen hun tijd met kritiseren en jeremiëren. Om pastoraal werk te doen behoef je geen theologie gestudeerd te hebben. Ook zonder beroepsmatige opleiding kun je mensen bijstaan. Voorgangers mogen gangmakers zijn. We nemen dan elkaar mee in de pastorale zorg voor de ander'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's