Het Woord eerlijk en eenvoudig verkondigen
Gesprek met ds. J. De Lange
Als God de diepste dingen Zelf openbaart aan de mens, dan wordt de mens klein en kinderlijk.
Afkomstig uit Huizen
Wanneer we bedenken, dat momenteel ongeveer 30 dienstdoende predikanten in de Nederlandse Hervormde Kerk uit de Hervormde Gemeente van Huizen afkomstig zijn, zouden we de indruk kunnen krijgen dat het niet zo uitzonderlijk was dat ds. De Lange na het volbrengen van de middelbare opleiding theologie ging studeren. Dat was toch echter niet het geval.
Vóór hem waren predikant geworden ds. Van As, ds. J. van Amstel en ds. H. Bout. Hij was dus de 4e uit de gemeente Huizen, die theologie ging studeren. In het dorp Huizen van die dagen leefden de mensen van visserij, landbouw en de handel, met name de vis- en kaashandel. Velen waren ook werkzaam in de bouw. Als kind had diepe indruk gemaakt wat moeder vertelde over zijn grootouders, die beiden al heel jong voor de keuze kwamen om God te dienen en niet de wereld. Die keuze was er voor Jacob De Lange ook al in het jonge leven. Maar van bizondere betekenis werd de prediking van ds. C. B. Holland in 1924. 'De preken van Holland begreep ik. Bij Holland ging het om leven uit het Woord en leven naar het Woord. Van onszelf zijn wij alleen maar verloren zondaren, maar daar tegenover werd de volmaaktheid van het werk van Christus in alle rijkdom geschetst.'
Van ds. Holland was bekend, dat hij scherp de gerechtigheid in Christus preekte; de gerechtigheid van Christus voor een totaal verloren zondaar. Holland had met zijn prediking in de kleine Friese gemeente Driesum rijke vruchten mogen zien. Die gemeente was daar een aantal jaren bearbeid onder een prediking, die de mensen tot aan de deur bracht, maar de deur van het Evangelie ging nauwelijks open. Onder de prediking van Holland mochten de mensen binnen getrokken worden. Zo was ook de prediking van Holland in Huizen: de deur is voor ons, zondaren, radicaal gesloten, maar voor diegenen, voor wie de Wet tot een eeuwig oordeel is (dat wordt gekend, beleefd, beleden, beweend), mag de genade in Christus rijk open gaan. Christus heeft voor hen volbracht, wat zij nooit zouden kunnen volbrengen, zodat zij de dood verdiend hebben.
Ds. Holland preekte weliswaar de verkiezing, maar hij begon er nooit mee. Hij kón niet bij de verkiezing beginnen, omdat hij preekte vanuit God Zelf, Wiens schepselen wij zijn en die in Zijn verbond zijn opgenomen. Achteraf wordt dan duidelijk dat het omwille van de Vader is, Die verkiest, omwille van de verdiensten van de Zoon en om de heerlijkheid van de Heilige Geest als een mens zalig wordt. Zo wordt het verkiezende liefde.
Als Holland de verlorenheid van de mens tekende, dan was het niet als een schilderij tegenover de mens, maar dan tekende hij de levenswerkelijkheid, zodat een mens, die het werkelijk hoorde, ten diepste bedroefd werd over de zonde en God in alles rechtvaardigde. Maar dan wist hij ook zo te preken, dat de Geest het oog opende voor de heerlijkheid van Christus. Dan preekte hij ook vanuit die heerlijkheid van Christus, maar altijd was de grondtoon van zijn prediking: dóór het geloof.
In de tijd dat ds. Holland in Huizen stond, stond ook ds. Van Voorthuizen daar, qua persoon een liefelijk prediker. Over het oordeel en de verlorenheid kon hij zeer bewogen spreken, maar overigens had hij dezelfde accenten als ds. Holland. Bij Holland kwam de prediking van de gerechtigheid echter scherper naar voren.
Onvergetelijk waren voor Jacob De Lange intussen de catechisatielessen van ds. Holland. Holland kon boeiend vertellen. Wat hij zei was altijd voor jóu. In die tijd waren er nog grote catechisaties: 80 catechisanten bij elkaar. Toch werd er geleerd, met name de Heidelbergse Catechismus. Het leer-element kwam toch volledig tot zijn recht, vooral ook als hij bijbelse geschiedenis behandelde op de jongens-catechisatie. De Lange herinnert zich nog als de dag van gisteren de behandeling. Van de eerste hoofdstukken van Genesis. Vanuit de catechese van ds. Holland heeft ds. De Lange later duidelijk begrepen, dat in de prediking juist het leer-element moet zitten, omdat prediking bediening is van het Woord. In iedere geval is door de bediening van ds. Holland de onberouwelijke keuze gevallen, ook voor het predikambt.
Na het behalen van het gymnasiumdiploma kon hij er niet meer onderuit. De studie in de theologie wenkte. Jaren later, toen hij al predikant was, heeft zijn vader hem verteld dat hij geweten had, al vroeg, dat hij dominee zou worden. Achteraf is dan ook te verstaan, dat de ouders dankbaar waren toen Jacob De Lange hen meedeelde predikant te willen worden. Er was van huis uit geen tegenstand en nogmaals, het was in die jaren echt niet vanzelfsprekend als je vanuit Huizen theologie ging studeren en predikant zou worden. Het was in die tijd uitzondering dat iemand ging studeren.
Dankbaarheid
Met dankbaarheid denkt ds. De Lange overigens terug aan de gemeente waar hij geboren werd en waar hij, na zijn emeritering, zich ook weer is gaan vestigen. Het sociale klimaat in Huizen was mild. Er waren geen sterke tegenstellingen tussen rijk en arm. Er waren veel 'veranderde' mensen. Heel vroeger waren er de gezelschappen. Hoewel er veel geestelijk leven in Huizen was, was er echter ook de avondmaalschroom, ondanks de sterke nodiging, juist ook in de prediking van ds. C. B. Holland. Anderzijds waren er veel mensen die 'tot ruimte kwamen', zoals dat heette, maar het avondmaal lag dan toch nog weer een stap verder. De één had meer vrijmoedigheid dan de ander. Na de eerste avondmaalsgang kwam er ook direct bezoek van mensen. Waarschijnlijk heeft dat mensen ook wel weerhouden om aan het avondmaal deel te nemen. De eerste avondmaalsgang was 'groot'. Ging iemand overigens voor het eerst aan het avondmaal dan werd niet, zoals elders wel eens het geval is, gezegd: weer één, die zichzelf voor eeuwig bedriegt. Er was blij dschap over het feit, dat mensen tot de avondmaalstafel mochten toetreden en er werd dan ook over het geestelijk leven gesproken. Toen Jacob De Lange theologie ging studeren heeft hij in zijn directe omgeving daarover niet zoveel gemerkt, maar wel heeft hij gemerkt welk een intense vreugde het gaf, toen hij voor de eerste keer in de Nieuwe Kerk van Huizen mocht preken.
Reactie ds. C. B. Holland
Toen ds. Holland aan de weet was gekomen, dat Jacob De Lange theologie ging studeren, kwam hij op bezoek. Hij zei: weet wat je doet. Je zult namelijk zelfverloochening moeten kennen in het leven, als je predikant bent; én, kun je het aan om in grote kerken te preken?
Zelf kwam Holland uit Kampen, waar de Grote Bovenkerk hem niet al te veel moeite gegeven had om te preken. Hij had een geweldige stem. Merkwaardig was, dat De Lange, nadat hij in de eerste gemeente Wilnis zijn intrede had gedaan, zijn eerste preek hield in die Bovenkerk. Hij heeft het aliijd heerlijk gevonden daar voor te gaan.
Studietijd
In de Utrechtse studietijd is Jacob De Lange lid geweest van de theologische studentenvereniging 'Voetius'. Hij was ook bestuurslid, namelijk abactis. In zijn studietijd heeft hij het moelijk gehad, omdat hij aangevallen werd op het punt: is de Bijbel Gods Woord? Het is toch wetenschappelijker om te stellen, dat het Woord Gods in de Bijbel is. Zo werd het ook op allerlei colleges gezegd, maar tegen deze stelling vond hij tegenwicht bij de hoogleraren Hugo Visscher en J. A. C. van Leeuwen. Toen hij zijn studie beëindigd had - in die tussentijd waren thuis twee broertjes jong overleden - hebben de ouders er bij hem op aangedrongen om doctoraalstudie te doen. Hij heeft dat gedaan. In die tijd, toen hij bij prof. Plooi het vak Nieuwe-Testament deed, werd hem existentieel duidelijk: Gods Woord is de Bijbel. Kritiek daarop wordt alleen opgeworpen door de wetenschap en komt niet voort vanuit het zelfgetuigenis van de Schrift. In de prediking heeft ds. De Lange daarom ook altijd respect voor het Woord benadrukt. De Bijbel spreekt immers als Woord van God Zélf aan. Daarom zal een predikant dienaar van het Goddelijke Woord zijn, omdat het Gods Woord is. Het was voor De Lange dan ook nooit een vraag, waar hij terecht zou komen in de kerk. 'In het Woord lag mijn keus. Dat Woord wilde ik verkondigen.' Het richtingenvraagstuk was in de studententijd een marginale vraagstelling voor hem.
Kerkelijk vraagstuk
Hoewel Afscheiding en Doleantie in de gemeente Huizen nooit erg zijn aangeslagen, was er toch na 1834 in Huizen een kleine afgescheiden gemeente, die zich in 1892 bij de Doleantie heeft gevoegd. De moeder van ds. De Lange kwam, van huis uit, uit de kleine afgescheiden gemeente, maar heeft nooit de inslag van een Kuyper en de Doleantie gehad. Bij het huwelijk hadden vader en moeder afgesproken, dat de kinderen in de Hervormde Kerk gedoopt zouden worden. Moeder is ook later hervormd geworden. Grootmoeder, die in 1907 overleed, kon het bij Kuyper ook niet vinden. Ze had een boekje van Kuyper gelezen, getiteld 'Voor een distel een mirt'. Haar reactie was: dit is een dwaalweg, waar de kerk aan ten onder gaat. Hoewel moeder nog lang in de Dolerende Kerk bleef kerken, had ze het thuis altijd moeilijk als er over de preken van Holland werd gesproken. Ze had zelf in de kerkdienst zo weinig ontvangen.
Voor Jacob De Lange is het nooit een punt geweest welke kerk hij zou dienen. Hij wilde van meet af de Hervormde Kerk in het Woord dienen. 'Niet het hervormd-zijn bepaalde wat ik was, maar wat ik was geworden bepaalde hoe ik hervormd zou zijn.'
Hugo Visscher
Tijdens het gesprek komen we uitvoerig op prof. dr. Hugo Visscher aan wiens colleges ds. De Lange veel heeft gehad. De Lange typeert Visscher als 'een knappe vent'. Hij had diep respect voor diens overtuiging en was er eens-geestes mee. Overigens niet met diens politieke stelling, met name niet toen Visser zich ging beijveren voor de Christelijk Nationale Actie (CNA).
Hugo Visscher kon ook machtig preken. De Lange herinnert zich een preek over 'Het Woord Gods zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt'. Visscher preekte met grote zeggingskracht en in voorname stijl. Jammer is het dat Visscher in de oorlogstijd zo is terecht gekomen. De Lange peilt naar achtergronden. Hugo Visscher had zijn opleiding in Leiden gehad en had dus ook bij Scholten gestudeerd, de man van 'de leer van de Hervormde Kerk'. Onder diens verhandelingen over Calvijn werden de ogen van Hugo Visscher voor de gereformeerde reformatie geopend. Je hoorde Calvijn, zei hij, en niet een ver-Scholtenste Calvijn. Dus werd de praedestinatie behandeld en zo werd Hugo Visscher gereformeerd, hoewel hij van origine Waals was. Maar in Leiden heeft Visscher ook opleiding genoten bij echte Hegelianen en daar liggen, volgens De Lange, de lijnen van Hugo Visscher naar de N.S.B. De N.S.B, was naar zijn visie een synthese van these en antithese.
Uit de gemeenten
Toen De Lange eenmaal afgestudeerd en beroepbaar was, kreeg hij niet direct een beroep. Maar toen hij een keer in Wilsum gepreekt had ontving hij vanuit die gemeente een beroep. Hij heeft daar gestaan van 1935 tot 1946, dus maakte hij er de oorlogsperiode mee. In het laatste oorlogsjaar onderging hij een ingrijpende operatie. Hij werd toen zeer gesterkt vanuit Psalm 126: 'Maar hij zal, zonder ramp te schromen, eerlang met blijdschap wederkomen'. Niet alleen de belofte van deze psalm, maar ook de kracht van de belofte heeft hij toen ervaren.
In de oorlogsjaren in Wilsum mocht, hoewel de oorlog zich vrij ver van dit dorpje voltrok, ervaren worden de leiding van God en het veilig zijn onder Diens hand. Toen hij afscheid had genomen van de gemeente Wilsum gold zijn laatste bezoek de kelder van de pastorie waar men onder granaatvuur bijeen had gezeten, maar waar men ook de bewarende hand Gods zo duidelijk had mogen ervaren. In de gemeente Wilsum, een kleine gemeente, waar hij zo veel jaren had gestaan, heeft hij veel en indringend kunnen studeren. Vooral op zijn catechismuspreken heeft hij toen hard gestudeerd. De Lange heeft nooit 'van het boekje' kunnen preken. Altijd deed hij het van een schets, nooit zonder briefje. Maar de preek werd daardoor nooit tweemaal dezelfde. Elke keer als hij weer opnieuw de catechismus preekt werden de preken toch weer anders.
Rijke jaren heeft De Lange daarna mogen hebben in Nunspeet. Hij was daar de eerste Bonder, dat betekende dat de prediking wel scheiding aanbracht wat betreft de modaliteiten, maar er was een gemeente waar honger en dorst was naar het Woord van God. De Lange mocht met grote geestelijke zegen in Nunspeet arbeiden. Hij heeft dan ook een grote geestelijke band aan Nunspeet gekregen. Vele malen mocht hij ook zelf delen in de vreugde om het heil onder de prediking van het Woord, dat hij daar 10 jaar mocht brengen.
In Nunspeet kwam een fifty-fifty-beleid met betrekking tot de modaliteiten tot stand, mede onder leiding van ds. De Lange.
In de Nunspeetse tijd is ds. De Lange een aantal jaren preases geweest van het classicaal bestuur van de classis Harderwijk. In die tijd is hij ook afgevaardigde geweest naar de Synode, in de tijd dat de voorbereidingen getroffen werden voor de nieuwe Kerkorde. Hij was synodelid in de jaren 1948 en 1949.
Toen de Kerkorde in eerste ronde in behandeling kwam in de Synode, heeft ds. De Lange tegengestemd. In de Handelingen van de Synode, die we bestudeerden in verband met een lezing voor de predikantvergaderingen in januari 1983, kwamen we de volgende stemmotivering van ds. De Lange tegen: 'Ik zeg nogmaals, ik doe het met grote smart, tot in het diepst van mijn hart, daarom omdat ik niet alleen als predikant in het midden van onze Hervormde Kerk sta, maar omdat ik weet, dat God mij zelf tot die taak geroepen heeft. Ik had het liever anders gedaan, maar ik meen, niet anders te kunnen doen. Meen niet dat ik, als ik nu neen zeg, daarom mijn handen terug zal trekken. Tot nog toe heb ik, zoveel in mijn vermogen lag, medegewerkt. Ik hoop zolang ik het kan en God mij het geeft, erin te blijven medewerken. Maar deze smart zal mij persoonlijk, des te meer nog, het innige gebed tot Christus, die toch de Heer der Kerk is, doen oprijzen, omdat Hij nochtans in Zijn wondere genade onze Kerk moge gebruiken in het midden van ons volk, tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot de verheerlijking van Zijn Naam'.
De zending
Aan het eind van de Nunspeetse jaren maakte de Heere hem duidelijk, dat de zending een stuk van zijn levenstaak zou mogen worden. In de zomer van 1955 stapte ds. Batelaan op als director van de Gereformeerde Zendingsbond. Ds. C. J. van der Graaf is hem toen wezen vragen of hij zijn naam mocht noemen als opvolger. In die dagen is het hem steeds duidelijker geworden, dat hier een levensroeping voor hem lag. En toen hij de benoeming (vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Zendingsbond), ontving duurde het niet lang meer om de beslissing te nemen. De beslissing was al gevallen. Zo is De Lange van 1956 tot 1965 director geweest van de Gereformeerde Zendingsbond. Eerst op een bureautje in Utrecht, daarna op het bureau in Zeist.
In de Utrechtse jaren was hij lang de enige bureaufunctionaris met één secretaresse daarnaast. Het bureau bevond zich bij hem aan huis. Later is het bureau naar Zeist overgebracht en thans is er een uitgebreide staf van medewerkers. Ds. De Lange heeft mee mogen maken, dat het zendingswerk in Kenya begon in 1961. Hij heeft zelf een reis gemaakt naar Zuid-Afrika, waar in 1960 de voorbereiding werd getroffen voor het nieuwe zendingsveld in Kenya, dat in 1961 van start ging. Daarna is hij in 1961 en 1963 nog een keer in Kenya geweest. In 1965, toen hij director-af werd van de Gereformeerde Zendingsbond, en de gemeente van Rijssen is gaan dienen van 1965 tot 1974 (waar hij toen met emeritaat ging) leek het alsof de taak in dienst van de G.Z.B, en van de zending in het algemeen voor hem beëindigd was. Maar enkele jaren later werd hij lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Zendingsbond en het bestuur koos hem in november 1973 als voorzitter, na het overlijden van ds. J. van Sliedregt. Zo is ds. De Lange nog een aantal jaren heel actief geweest in het zendingswerk, dat de liefde van zijn hart heeft.
Ten aanzien van het huidige zendingswerk, zoals dat in de breedte van het kerkelijke leven geschiedt, signaleert ds. De Lange tot zijn spijt een verschuiving van écht zendingswerk naar ontwikkelingssamenwerking. In eigen kring, dat wil zeggen in de kring van de Gereformeerde Bond, is gelukkig meer en meer duidelijk geworden, dat zending een wezenlijk stuk van het kerkewerk is. 'Nu moeten we weer gaan oppassen, dat de zending niet als een apart stuk van de kerkelijke taak wordt gezien en te vakmatig gaat functioneren.'
Ziet ds. De Lange nadelen in het beleggen van de grote jaarlijkse Zendingsdag?
'Juist niet. De zending moet dicht bij de gemeente komen. Weliswaar is er op een zendingsdag geen mogelijkheid tot echte bezinning over directe zendingsvragen, maar zendingsdagen bieden, als het goed is, bezinning vanuit het Woord. Daar behoeven dan geen zendingsproblemen aan de orde gesteld te worden, maar duidelijk zal worden dat zending, evenals diakonaat en pastoraat, beheerst dienen te zijn vanuit het Woord Gods.'
De prediking
Wat is voor ds. De Lange het wezenlijke van de prediking?
Hij zet de dingen op een rij. In de eerste plaats de prediking van de gerechtigheid. God is rechtvaardig en wij zijn onrechtvaardig, maar God is nu in Zijn eeuwige, liefde vóór ons. Zijn gerechtigheid is gevuld in Christus. Onze rechtvaardigheid ligt nu in de toerekening van het lijden van Christus, van Zijn borggerechtigheid.
In de tweede plaats: van de gerechtigheid Gods in Christus moet persoonlijk toegepast en gekend worden. Als namelijk het subject, het voorwerp, ontbreekt dan ontbreekt dat God Zijn heil toebedacht heeft aan mensen en het in hen uitwerkt.
Ten derde: is er dan een toeleidende weg? Is er een toeleidende weg tot Christus? De vraag is maar, wat we daar onder verstaan. Vanuit God gezien is er een toeleidende weg. Wordt echter gepreekt vanuit de ervaringen van de mens, dan is er geen plaats voor het levende geloof. Dit brengt De Lange op een chapiter, waarover hij graag spreekt, namelijk de verbinding van Verbond en geloof. Christus wordt alleen door het geloof gekend, uit het Woord. We leren buigen vóór het Woord, we gaan in onze ervaring verloren ónder het Woord en we worden behouden dóór het Woord, door de inwerking van de Heihge Geest. Het is gevaarlijk om een toeleidende weg vanuit de mens te gaan zien, zodat we wel weten dat we onderweg zijn, misschien zelfs weten op welk punt van de weg we zijn, maar we niet toekomen aan het aanbiddenswaardige en grote feit, dat Christus dé Weg is tot de Vader.
In de vierde plaats: in de prediking moeten natuur en genade bijeen worden gehouden en niét van elkaar worden losgemaakt. Doen we dit wel, dan gaan we ons verlustigen in allegorese en zijn we niet bereid om te buigen voor Gods Woord, dat tot ons komt in de Heihge Schrift zoals het er staat. We moeten oppassen, dat we niet geestelijker willen zijn dan de Schrift zelf is.
Dopers of Gereformeerd
We spreken tenslotte nog even verder over enkele specifieke onderwerpen.
Wat is het onderscheid tussen Dopers en Gereformeerd?
In Huizen was ooit een kerkje van de Mennonieten. Ds. De Lange heeft in zijn ouderlijk huis nog wel gehoord dat dit kerkje er geweest is, maar van een echte nawerking daarvan heeft hij nooit iets bemerkt. Ten aanzien van de doperse geestesstroming gaf hij zich pas rekenschap, toen dr. J. G. Woelderink hierover ging publiceren, vanuit bepaalde situaties in Zuid-Holland, met name de Alblasserwaard, die door hem als dopers werden aangeduid. Kennelijk is de doperse stroming altijd een randbeweging van het gereformeerd Protestantisme geweest.
Ds. De Lange schrijft met Berkhof het doperse als wettisch, eenzijdig gericht op de gelovige, die zelf het Koninkrijk Gods bouwt, en individualistisch 'inwendig licht'. In de doperse geestesstroming hebben kerk en sacrament weinig of geen waarde. Men zegt: 'De letter doodt, en de Geest maakt levend'. Ook worden geest en stof als tegenpolen gezien. In het gereformeerd Protestantisme staat niet de mens centraal, maar God in Christus. Het geloof is een daad, waardoor de mens zich op Christus verlaat en zichzelf verliest.
Maar wat is dan bevinding?
Ds. De Lange valt dan één ding in de doperse stroming bij, namelijk als men zich verzet tegen de leerheiligheid; als men zegt, dat de leer genoeg is en het persoonlijke er niet toe doet. Een net burgerlijk leven zou voldoende zijn. Maar genade is persoonlijk, het raakt het hart en het leven. Maar het is merkwaardig, als mensen, die de bevinding zo nastreven toch zo uitdrukkelijk staan voor de waarheid. We komen dan gemakkelijk terecht in de sfeer van de heiligheid van de bekeerde. Het toppunt wordt dan bereikt als men ambtsdrager is en de hoogste top daarvan is weer de dominee. De dominee is een voorganger en een bevoorrechte. In Rijssen noemden ze dat 'kerels'. Dan komt de mens tenslotte zo op een voetstuk te staan, dat er sprake is van doperse trekken. Dopers wordt het, wanneer de ware, bekering zich ook uitsluitend uit in de ware Avondmaalsgang, terwijl de ware Doop onderschat wordt. Ds. De Lange vraagt zich af, waarom in bepaalde kringen, waarin de bevinding heel sterk wordt doorgedreven, men nog vasthoudt aan de kinderdoop en niet kiest voor de volwassendoop.
Intussen kun je vrij zelden van mensen zeggen: Ze zijn Dopers! Je kunt beter zeggen: je vindt er doperse trekken. Door het sterke individualisme krijgt de gelovige mens teveel nadruk, een te grote plaats. Het verbondsmatige ontbreekt. Men spreekt verder wel vaak over de verbondsbreuk, maar legt de nadruk meer op breuk dan op Verbond. En tenslotte: door te sterke nadruk op bevinding - bevinding als zodanig kan niet worden gemist - wordt het geloof ontkracht; maar het geloof is, naar de Schriften: niet hebben maar zien in de belofte. Geloof is een kwestie van 'op hoop tegen hoop'. Voor ons mensen is alléén geloof eigenlijk te mager, want met geloof alleen word je nooit wat. Bevinding kan dan een prachtige uitwijk worden om iets te worden. In de bevinding zit het risico van het geloof niet. Maar de vrucht van het geloof is blijvend, terwijl de vrucht van de bevinding niét blijvend is, er moeten telkens weer nieuwe ervaringen overheen komen.
Teksten krijgen
Toch wordt de waarheid van het Woord ook in het geloof bevonden. Er is de bevinding des geloofs. En dan kan het ook voorkomen dat de mens een Bijbeltekst met kracht op zijn ziel krijgt toegepast. Ds. I. Kievit en ds. J. van Sliedregt hebben er ten aanzien van het krijgen van teksten op gewezen, dat het er dan omgaat, dat Gods Woord in ons gaat leven. De vraag is, wat doe je met een tekst die je gekregen hebt. Er zijn dan twee mogelijkheden: of een mens krijgt er een stukje zelferzekering mee of hij krijgt er te meer geloofsverzekering mee. Wat het laatste betreft: het Woord van God en God Zelf maken ons zeker van de weg des geloofs. Ds. De Lange zou niet graag de legitimiteit van het krijgen van Bijbelteksten ontkennen. Maar in het pastoraat moet je wel onderkennen wat iemand ermee doet, wanneer hij een tekst heeft ontvangen. Zoiets is alleen goed als de mens er nader door aan Christus verbonden wordt, als God hem door Zijn Woord naar Hem leidt, die het Woord is.
Over het ontvangen van gezichten en visioenen is ds. De Lange kort. 'Woorden heb ik gehad in mijn leven, maar gezichten niet.' Er is weliswaar in de Schrift sprake van dat profeten en ook Johannes op Patmos visioenen hebben gehad. We betreden hier een moeilijk terrein. Als er sprake is van 'gezichten', dan staan ze altijd onder de kritiek van het Woord Gods.
Vreze Gods
In het geheel van dit gesprek over geloof en bevinding en het ontvangen van teksten en het krijgen van gezichten legt ds. De Lange ondertussen sterk de nadruk op de vreze Gods als het belangrijkste voor een Christen. Een christelijk leven in de vreze Gods is als het goed is gekenmerkt door eerbied voor onze God, buigen voor de Heere en een hartelijk liefhebben van Hem. In de vreze Gods is het besef van afstand tussen de nietige zondaar en de heilige God, maar ook besef van de band, die ons door het geloof aan God verbindt.
De jongeren
'Als u op de kansel staat, ziet u de jongeren en de kinderen dan als een aparte kategorie in de gemeente? '
Ds. De Lange antwoordt: 'Ik zie ze wel, maar niet als een aparte katagorie. Ik moet wel zo preken, dat het voor jong en oud verstaanbaar is en verstaan wórdt, wat de eigenlijke boodschap is'.
Het Woord van God moet eenvoudig en eerlijk worden gebracht. Eerlijk betekent: niet dingen weglaten, vanwege bepaalde leeftijd of bepaalde status, omdat het de mensen wel niet aan zal staan. Er is de ergenis van het Evangelie, die geen dienaar van het Woord ontlopen mag. Je bent dienaar van God en niet van de mensen, ook niet van de jonge mensen. Maar anderzijds kan het Woord Gods niet eenvoudig genoeg gebracht worden. Ds. De Lange denkt er met dankbaarheid aan terug, dat hij in zijn studententijd zeven jaar lang zondagsschoolwerk heeft gedaan. Toen heeft hij zich erop toegelegd om de geschiedenis over te brengen op de kinderen, zo, dat het toch meer was dan alleen maar geschiedenis, maar dat ook de toeëigening van het heil daarin doorkwam. Verder is hij dankbaar voor het feit dat zijn eerste gemeente een zeer eenvoudige gemeente was. Altijd was hij gedwongen om voor eenvoudige mensen de rijkdom van de Schrift naar voren te brengen. Eenvoud hoeft dan nooit ten koste van de diepte gaan, want de diepste dingen kun je nog eenvoudig zeggen. 'Als God de diepste dingen Zelf openbaart aan de mens, dan wordt de mens klein en kinderlijk.' En zo mag hij de boodschap ook in alle eenvoud doorgeven. Van de prins der predikers, Charles Huddon Spurgeon, heeft ds. De Lange geleerd om in de preek vooral ook met voorbeelden te werken. Soms sluit hij ook aan bij wat er gebeurd is in de afgelopen week, maar dat moet geen regel zijn.
'Zegt u tegen jongeren: je moet geloven? '
'Nee, je mag geloven.' Waarom mag een mens geloven? Omdat God groot en goed is en met wijd uitgebreide armen staat om de zondaar te ontvangen. Als geloven mag, wordt het een evangelisch 'moeten'. Er is onderscheid tussen wettisch en evangelisch 'moeten'. Dat moet ook in de preek naar voren komen.
'Zegt u: u moet bekeerd worden? '
'Ja, er is de noodzakelijkheid van de bekering. Maar dan moet ook gezegd worden dat de Heere zelf gezegd heeft: "Bekeert u". De opwekking "Bekeert u" is een tuchtmeester tot Christus, die bekeert.'
Ds. De Lange benadrukt nog eens, dat al deze dingen zo eenvoudig mogelijk moeten worden gezegd, maar ook eerlijk zonder aanzien des persoons. Hij heeft op alle plaatsen, waar hij preekte, op dezelfde wijze gepreekt en er niet zijn gehoor op aangekeken. Het is niet best als van een dominee gezegd wordt: 'Hij is het beste in het gebed, want dan heeft hij zijn ogen dicht'. Ik begrijp de bedoeling.
Hoop voor de kerk
We sluiten het gesprek af met de vraag of er hoop is voor de kerk. Ds. De Lange antwoordt ronduit bevestigend, maar wel alleen op grond van het Woord en niet op grond van de omstandigheden. Misschien is er wel een tijd van afbraak nodig om de ogen te openen, dat de kerk alleen maar leven kan uit en door het Woord en in het geloof. Daarom heeft ds. De Lange ook een belangrijk deel van zijn leven in dienst van de zending besteed. Zending vindt uiteindelijk plaats op hoop van zegen, maar in de zekerheid dat God werkt.
Heeft ds. De Lange ook hoop voor de concrete Hervormde Kerk? Hij zegt: 'Afscheiden zou ik nooit doen'. Hij beseft wel, dat in de afscheidingen vaak godvrezenden zijn uitgedreven. Als dat ook vandaag zou gebeuren, neem niet 'ik' afscheid, maar de kerk die hen niet verdraagt, neemt afscheid van hen. We mogen vandaag wel naar links en haar rechts in de gaten hebben wat we aan het doen zijn met de kerk. Er zijn tal van filosofieën, links en rechts, die de kerk afbreken. 'Als het rechts gebeurt, is het het ernstigst, omdat men er dan zich op voor laat staan zo dicht bij het Woord te willen leven'.
Is Nederland zendingsterrein?
Bij deze vraag aarzelt ds. De Lange. Hij zegt: 'Van Ruler heeft eens de vraag gesteld, hoe lang werkt God in de geslachten door met Zijn Verbond'. Er is een verschil met onze situatie en de echte zendingssituatie, waar het Woord van God nog nooit geweest is. Ds. De Lange spreekt liever over de noodzaak van voortgaande Evangelieverkondiging aan diegenen, die ver weg zijn, en diegenen, die dichtbij zijn. Hierin raken de uitwendige zending en de inwendige zending elkaar.
Het Evangelie moet worden gebracht aan alle mensen. Wanneer we nu met het Evangelie komen in een samenleving, waarin armoede en nood heersen, dan is het gevaar groot, 'dat we uitsluitend op de toer gaan van 'hoe geef ik de mensen kleren en hoe lenig ik hun materiële nood', terwijl we de noodzaak voor de Evangelie-verkondiging vergeten. Ds. De Lange is in dit opzicht ook bezorgd over het diakonaat, als het los gemaakt wordt van de Evangelie-verkondiging. Zeer kritisch uit hij zich tenslotte over 'zending in zes continenten' als daarbij centraal staat de noodzaak van verandering van strukturen in plaats van de verandering van de mens. De hele wereld moet kennelijk één struktuur krijgen. Het gaat om de bevrijding van mensen en volkeren. Maar wat gebeurde er, toen Mozambique bevrijd werd en in handen van Frelimo kwam? Nu hoort men helemaal niet meer over de noden in Mozambique te praten. De revolutie is er geweest en nu is het land bevrijd. Maar het Evangelie heeft er geen wortel geschoten.
Preekt u nog graag?
We ronden het gesprek af met de vraag of ds. De Lange nog graag preekt. Het antwoord komt spontaan. 'Het is een vreugde om telkens weer een nieuwe preek te maken en daarin ook weer het kontakt te beleven met de gemeente onder het Woord Gods. Er is veel angst onder de mensen en onder de prediking van het Woord Gods kunnen angsten worden weggenomen. Toen de discipelen op het meer in nood waren, vroeg Jezus: 'Waarom zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof?' Uit het Woord Gods komt het antwoord op de angsten van de mens.'
Het waarom, dat de Heere spreekt, weegt ds. De Lange zwaar. 'Waarom zegt gij dan o Jakob en spreekt, o Israël, mijn weg is voor de Heere verborgen en mijn recht gaat aan mijn dood voorbij? Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord, dat de eeuwige God, de Heere, de Schepper van de einden der aarde, noch moede nog mat wordt. Er is geen doorgronding van Zijn verstand.' In deze vraag van Jesaja 'Weet gij het niet' en in de vraag van Jezus aan de discipelen 'Hoe hebt gij geen geloof' ligt het beschamende, diep beschamende voor de mens. " 'De discipelen gaven Jezus geen antwoord, maar Jezus hield hen toch in de boot.'
Is het emeritaat moeilijk?
Het emeritaat brengt zijn eigen leegte met zich mee. Als ds. De Lange er aan denkt om zijn diensttijd nog eens over te doen, dan zou het niet zijn om het te verbeteren, maar om nog meer te leren dan wat de Heere God hem nu in de loop van zijn diensttijd geleerd heeft.
V. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's