De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Luther: het geheimenis van de Goddelijke trouw jegens het joodse volk heeft hij nooit gezien.

Dr. Heiko A. Oberman, wortels van' het antisemitisme, christenangst en jodenramp in het tijdperk van. humanisme en reformatie, uitg. J. H. Kok, Kampen 1983

Tot de eerste theologische boekjes, die ik mij aanschafte behoort een geschrift van Luther 'Over de joden en hun leugens', bewerkt door P. E. Keuchenius en in 1941 uitgegeven bij de Amsterdamse Keurkamer. Het lezen daarvan bracht een schok teweeg: hoe kon iemand als de grote Luther zo iets geschreven hebben. 'Luther en de joden', dat is inderdaad een onderwerp dat in verlegenheid brengt. Het is echter de vraag of men er recht aan doet als men het als een geïsoleerd thema uit zijn theologisch werk behandelt en het dan belicht vanuit onze ervaringen in de 20e eeuw. Oberman is bekend geworden met zijn grootste studie over Luther als mens tussen God en duivel (die binnenkort ook in nederlandse vertaling zal verschijnen) en die als een hoogtepunt in de golf van recente Lutherliteratuur wordt beschouwd. Voordat hij dat boek kon schrijven moest hij eerst voor zichzelf klaarheid scheppen omtrent Luthers houding jegens de joden. Ik denk: als niet-Duitser en als geleerde van gereformeerde origine was hij daarvoor de aangewezen man. In deze studie springen twee gezichtspunten naar voren. Ten eerste: men mag Luther niet isoleren van het tijdperk van humanisme en reformatie en moet dan ook figuren als Reuchlin, Erasmus, Pfefferkorn ter sprake brengen. Men verkeert dan in de bredere stroom op het grensvlak tussen Middeleeuwen en de nieuwe tijd. Niet om Luthers uitlatingen zodoende te verontschuldigen, maar wel om de eigen contouren van zijn theologische bijdrage te kunnen onderscheiden. En ten tweede: Het gaat niet om een bijkomstig facet van zijn werk, maar om een thema dat in het centrum van zijn theologie aan de orde komt. In zijn geschriften over en tegen de joden ging het om de rechtvaardiging door het geloof, om zijn kritiek op een christenheid die de werken huldigt als weg tot God. Het ging niet om een ordinaire (middeleeuwse? ) jodenhaat, maar om het geding over elke vorm van judaïsme onder de druk van het eind der tijden. De joden waren voor hem principieel een bondgenoot in de grote coalitie van de duivel, waartoe niet minder de papisten en de turken behoorden en die gekeerd was tegen de krachten van het zuivere evangelie. Zo waren in zijn kijk op de joden de thema's van eindverwachting, fundamentele kritiek op de kerk en sociaal protest tegen een overheid, die de joden inschakelde bij hun geldzucht en uitbuiting onlosmakelijk met elkaar verweven. In een breed historisch kader gaat Oberman op al deze aspecten in. De gedachte, dat Luther aanvankelijk zich zeer open jegens de joden opstelde (met name in zijn geschrift: Dat Jezus Christus een geboren jood was), maar toen hij in zijn ouderdom zijn mentale helderheid verloor terugviel in middeleeuwse spookbeelden, wordt hier overtuigend weerlegd. Er is veel meer continuïteit in zijn denken, ook op dit punt, dan men doorgaans heeft willen toegeven. Nooit heeft hij in een toekomst van het joodse volk geloofd; het enige dat te hopen valt is dat enkelen van dit zinkende schip gered worden en de hindernissen daartoe moeten door het christenvolk worden uit de weg geruimd. Wel denkt hij in 1523 optimistischer over de vernieuwende en wervende kachten, die van het evangelie zullen uitgaan. In 1543 is hij veel meer onder de indruk van de grote duivelse coalitie, het judaïsme maakt zich vooral binnen de christenheid steeds meer breed en de eindtijd duldt geen uitstel meer in de verdediging van het evangelisch pand. Alles staat in het scherpe licht van de scheiding der geesten en de strijd om het ware Israël spitst zich toe tot het uiterste. Genoeg, denk ik, om te hebben laten zien hoe belangrijk deze studie van Oberman is en hoe krachtig de lezing ervan mag worden aanbevolen. Het gaat zeker niet om een 'eerherstel' van Luther: het geheimenis van de Goddelijke trouw jegens het joodse volk heeft hij nooit gezien. Wel wordt duidelijk hoezeer er van een huiveringwekkend misbruik sprake is als zijn anti-judaïstische uitspraken zonder meer in verband worden gebracht met modern antisemitisme en als zijn fundamentele kritiek op de christenheid zelf er niet in wordt gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's