De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (2)

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (2)

Bergrede en Koninkrijk van God

8 minuten leestijd

Juist het isoleren van Jezus' woorden uit het geheel van de Schrift leidt tot verabsolutering en vereenzijdiging.

Evangelie van het Koninkrijk

Willen we het juiste zicht op de Bergrede krijgen, dan dienen we goed te letten op het verband, het raam waarin Mattheüs deze woorden van Jezus, samengevoegd tot één grote toespraak, plaatst. In Mattheüs 4 : 12-25 wordt verteld, hoe Jezus na de arrestatie van Johannes de Doper, zijn voorloper, onder de mensen verschijnt met de prediking dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is en met het appèl tot omkeer, tot toewending van het leven naar God toe. In vers 23 van dit hoofdstuk worden drie werkwoorden genoemd die de heilbrengende activiteit van Jezus aangeven: eren, verkondigen en genezen. Diezelfde drie werkwoorden komen we ook tegen in Mattheüs 9 : 35: Jezus leert in de synagoge, verkondigt het Evangelie van het Koninkrijk en geneest alle ziekte en kwaal. Het 'leren en verkondigen' wijst op het profetisch ambt van Christus, zijn zelfopenbaring. Het is de vreugdebode van Jes. 52:7 die onder de mensen verschijnt. In Jezus' woord en werk horen we het klokgelui van de messiaanse tijd en wordt de profetie van Jes. 61 : 1-3 vervuld. Ik wijs ook op Lucas 4 : 16-21, Jezus' prediking in de synagoge van Nazareth, waar eveneens sprake is van de vervulling van de profetie: in Christus' komst breekt het grote jubeljaar aan, en wordt aan de armen het Evangelie verkondigd. Uit de Evangeliën blijkt hoé grote plaats in deze komst van Gods reddende en bevrijdende heerschappij het Woord inneemt. Het Rijk Gods breekt zich baan in de weg van het Woord. Maar de woorden zijn niet zonder daden. In het werk van Christus zijn deze een. Dat wordt door de genezingen duidelijk gemaakt die als tekenen van het heilrijk handelen van God in de nood van het mensenleven de prediking onderstrepen. In woord en daad openbaart Christus zijn messiaanse volmacht. Tussen Matth. 4 : 23 en 9 : 36 geeft Mattheüs in de hoofdstukken 5-7 een illustratie van Jezus' prediking, terwijl hoofdstuk 8-9 ons de wonderen van de Heiland berichten als signalen van het nabij gekomen Koninkrijk. Dat dat alles voor de roeping der kerk, met name de tweeëenheid van prediking en diakonaat, uiterst belangrijk is, is duidelijk voor wie zich in deze hoofdstukken verdiept. Maar we laten dat verder rusten.

In het hart van de Schrift

We zien de Bergrede dus staan in het hart van Christus' prediking van het Koninkrijk als een deel van het Evangelie van dit Rijk. Dat alleen al moet ons er voor waarschuwen deze woorden te lezen als een stuk moraal, een nieuwe wet, of een door mensen te realiseren program. Dit Evangelie van het Koninkrijk is enerzijds met vele draden verbonden met het getuigenis van Wet, Profeten en geschriften, het Oude Testament dat in Jezus zijn vervulling vindt. Daarom moeten we de Bergrede niet losmaken uit het geheel van de Schriften. Dat laatste geldt ook nog in een ander opzicht. Het heeft altijd weer de aandacht van de uitleggers getrokken dat in het zendingsbevel (Matth. 28 : 19) niet alleen sprake is van heengaan, tot discipelen maken en dopen, maar dat in de opdracht ook begrepen is de volken te leren onderhouden al wat Christus zijn leerlingen bevolen heeft. De doop betekent en bezegelt de inlijving van hen die volgelingen van Christus worden in de gemeente. De didache, het onderwijs geeft de wegen aan waarlangs het discipelschap tot uitdrukking komt in de wereld. 'Alles wat Christus geboden' heeft omvat zowel het Evangelie als de Wet, waarbij we toch wel heel in het bijzonder mogen denken aan de bergrede. Dat moet doorklinken in het onderricht van de apostelen, in het onderwijs van de kerk, opdat voor de gelovige de weg van Christus zichtbaar wordt en we leren verstaan wat Hij van ons vraagt. Twee dingen springen hier naar voren. In de eerste plaats laat de verbinding van Mattheüs 5 : 1-2 met 28 : 19 de onhoudbaarheid zien van het onderscheid tussen de verkondiger Jezus en de verkondigde Jezus, zoals kritische geleerden dat nogal eens plegen te maken. Want Hij die tijdens zijn omwandeling op aarde zijn volgelingen leerde, zet dit onderwijs ook na zijn opstanding voort door de dienst van zijn door hem aangewezen getuigen. In de tweede plaats blijkt uit deze verbinding dat wij er goed aan doen de Bergrede niet los te maken van het onderwijs zoals de apostelen dat gaven in hun brieven, met name de zogenoemde parenetische of vermanende gedeelten. Juist het isoleren van Jezus' woorden uit het geheel van de Schrift leidt tot verabsolutering en vereenzijdiging. Ik wijs als voorbeeld op Mattheüs 5 : 43-48, woorden die resoneren in Romeinen 12 : 7vv en Rom 13 : 8-10. In beide gedeelten gaat het over de liefde jegens de vijand. Maar in Romeinen 12-13 spreekt Paulus in dat zelfde verband ook over de zwaardmacht van de overheid. Wie het verband tussen bergrede en Rom. 12-13 laat gelden, kan onmogelijk, zoals nogal eens gebeurt de woorden over de vredestichters uitspelen tegen de overheidstaak zoals daarover in Rom. 12 gesproken wordt. 'k Meen dat dit alles ook voor de prediking van betekenis is. Wie preekt over teksten uit de Bergrede, zal tekstgetrouw hebben te preken, maar de context en het geheel van de Bijbelse verkondiging niet mogen verwaarlozen.

Het adres van de Bergrede

Een van de vragen die bij de uitleg van de Bergrede naar voren komt is: tot wie is de Bergrede gericht. Ook hier geeft de opbouw van deze hoofdstukken ons een aanwijzing. In de eerste verzen van hoofdstuk 5 lezen we dat Jezus zijn leerlingen onderricht, terwijl ook de schare genoemd wordt. In hoofdstuk 7 : 28-29 horen we, dat de menigte verbaasd is over zijn onderricht, want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet zoals hun Schriftgeleerden. Uit dit alles komt naar voren dat de Bergrede niet een geheimleer voor ingewijden is of een boodschap die alleen de gevorderde christen zou gelden. Wij mogen de aanwezigheid van de schare niet vergeten! Al zijn de leerlingen de eerst aangesprokenen, ook de schare is onder het gehoor. Het Koninkrijk der hemelen plaatst immers elk mens voor de beslissing. Welnu, wat de Here Jezus in de Begrede vraagt, geldt ieder die het Koninkrijk wil binnengaan. Tot ieder komt het appèl om de woorden van Jezus te horen en te doen (vgl. Matth. 7 : 21-23, 24-27). En dit Koninkrijk gaat over alle dingen. Het heeft een wereldwijde actieradius. Daarom zijn de woorden van Christus geen ethiek voor ingewijden, maar komt tot de kinderen van het Koninkrijk het beloftevolle woord: 'Gij zijt het zout der aarde... het licht der wereld' (Matth. 5 : 13-16). Dat licht mag niet verborgen blijven, het gaat erom dat de mensen de goede werken zien van Jezus' volgelingen opdat daardoor de Vader verheerlijkt wordt. Door de gemeente en door haar levensheiliging komt het appèl tot allen. Ook dat is voor de prediking van betekenis. Predikers en gemeente dienen ervan doordrongen te zijn, dat het Woord van het Koninkrijk bestemd is voor de wereld, voor alle volken. Van die wereld is de horende gemeente deel. Zij leeft niet geïsoleerd op een eiland.

Van der Velden die in de bundel Praktische Theologie (opstellen aangeboden aan prof. dr. F. J. Roscam Abbing) een artikel geschreven heeft over de prediking als plaats van ethische bewustwording, wijst er dan ook terecht op, dat deze bewustwording gericht moet zijn op het leven van de gemeente in en, voor de wereld als getuigen van de Waarheid in de wereld. Dat en niets minder is de pretentie van het Evangelie van het Koninkrijk. Ik zou er aan toe willen voegen dat prediking dan ook dient als de plaats van de missonaire en evangelisatorische bewustwording van de gemeente.

Eschatologie en ethiek

Met het woord 'eschatologisch' plegen we doorgaans de prediking van Jezus aan te duiden, d.w.z. het grote thema van deze prediking is de nabijheid van het komende Koninkrijk, dat in Jezus' komst en werk in beginsel aanwezig is en dat tegelijk nog zaak van gespannen verwachting is. Het is er en het komt nog. Vanuit de zekerheid van het nabij-zijn bidden we: Uw Koninkrijk kome en Uw wil geschiede. Dat werpt een helder licht op ons zedelijk handelen, op de ethiek. De bergrede roept ons tot een handelen dat beantwoordt aan deze heerschappij van God. Beslissend motief en stimulans van menselijk handelen is beloofde en niet te verdienen heerschappij van God. Zoals ook doorklinkt in Marc. 1 : 15: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Niet alleen voor het verstaan van de Bergrede, maar voor het geheel van Christus' onderwijs is deze samenhang tussen eschatologische Rijksprediking en het handelen van de mens van eminente betekenis. Ons gehele leven staat in het licht van de komst van Hem Die alle macht heeft in hemel en op aarde. De vreugde om het heil van dit Koninkrijk mag leiden tot dankbare gehoorzaamheid. Maar de keerzijde van deze vreugdeboodschap is de diepe ernst van het oordeel van God dat over ons gaat. Zoals het slot van de bergrede laat zien in het verhaal van de twee bouwers. Wie niet tot omkeer komt, komt om. In de komst van Gods Rijk liggen gave en eis opgesloten. Deze samenhang tussen Rijk Gods en zedelijk handelen zal nog duidelijker worden als we in een volgend artikel nog wat nader ingaan op de vraag: Wie is Hij in wie Gods Rijk nabijgekomen is?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De prediking van de Bergrede (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's