Boekbespreking
Lucas Grollenberg, Geloven is zo gek nog niet, een manier van bijbellezen, 204 biz., ƒ 22, 50, Ten Have, Baarn 1983.
Dit boek bevat de tekst van lezingen, preken, brieven en gespreksavonden, waarop de bekende Bijbelwetenschapper, L. H. Grollenberg inzichten over het ontstaan van de Bijbel en de inhoud van de bijbelse theologie zoekt over te brengen op de gewone Bijbellezer. Zo schrijft hij over de relatie van Jezus, het lijdensverhaal, het Johannes-evangelie, de maagdelijke geboorte, het gebed, de Hemelvaart enz. Ik zou dit boek als volgt willen kenschetsen: In de eerste plaats is het een vlotgeschreven en daardoor zeer leesbaar boek. De schrijver slaagt er in allerlei resultaten van de wetenschap op prettige manier te populariseren en voor een breed publiek toegankelijk te maken. In de tweede plaats is duidelijk dat de auteur kiest voor een kritische benadering van de Schriftgegevens. Allerlei inzichten uit de historisch-kritische Bijbelwetenschap worden min of meer als vaststaand aangenomen. De lezer zij hier wel op bedacht. Niet alleen als het gaat om ontstaan en inhoud van de Schriftgegevens spreekt dit kritische inzicht mee, maar vooral ook uit de wijze waarop de boodschap geïnterpreteerd en vertolkt wordt. Veel van wat de evangelisten verhalen over Jezus Christus wordt op rekening van hun geloofsinzicht gezet of op dat van de latere gemeente. Waar blijft, zo zou ik willen vragen, het zelfgetuigenis van Christus? Vooral ten aanzien van zaken als de maagdelijke geboorte en de belijdenis van de Godheid van Christus blijkt dat het standpunt van Grollenberg consequenties heeft. Er wordt wel erg sterk gewerkt met de creativiteit van de latere gemeente. Daarom is het in de derde plaats een typisch eigentijds boek. De lezer herkent allerlei inzichten uit de huidige trend van de theologie, zoals b.v. een sterke nadruk op de Christologie 'van beneden', een typische moderne visie op de openbaring van God in gebeurtenissen, en mensen zodat ervaring en openbaring a.h.w. door elkaar heen komen te liggen en de schrijver b.v. de feministische bewustwording ziet als werking van de Heilige Geest. Grote bezwaren heb ik tegen de wijze waarop Grollenberg het Schriftgebruik door Jezus in het N.T. uiteenzet: Jezus zou volgens Grollenberg niet gewerkt hebben met Bijbelteksten en niet omgegaan zijn met het O.T. De latere gemeente zou hem die woorden in de mond gelegd hebben. Nog afgezien van het feit dat men kan vragen: met welk recht wordt dit geponeerd, is er het historische bezwaar dat men op die wijze toch wel een groot deel van de overlevering van het N.T. op rekening van de lagere getuigen moet zetten.
Matth. 27 : 25 wordt door de auteur geduid als fantasie van Mattheüs... Ik deel de afwijzing van de vreselijke manier waarop dit woord vaak gehanteerd is, maar het gaat niet aan om zich op deze wijze van dit woord af te maken. Veel moeite heb ik ook met de wijze waarop Grollenberg Jezus en de Thora a.h.w. tegenover elkaar zet. Wat bedoelt de auteur precies met het joodse geloof? In het slot van zijn boek komt nogmaals Grollenberg's visie op de Bijbel ter sprake. De schrijver zelf typeert deze als liberaal, d.w.z. vanuit de vrijheid in Christus. Maar is deze vrijheid geen nieuw soort spiritualisme waarin de letter van de Schrift wordt opgeofferd aan de eigentijdse interpretatie, zodat wat overblijft wel erg tijd- en cultuurgebonden is? In meer dan een opzicht is het een onthullend boekje. Het is een manier van Bij bellezen die toch wel ver afstaat van een reformatorische omgang met de Schrift. En die daarom toch wel erg veel vragen oproept. Ook dit vlot geschreven boekje laat nog weer eens zien hoezeer inzake het verstaan van het gezag van de Schrift in onze tijd de wegen uiteengaan.
A. N.
Anton Wessels, Arabier en Christen, christelijke kerken in het Midden-Oosten, ultg. Ten Have, Baarn 1983
Dr. Wessels is als opvolger van prof. Verkuyl hoogleraar in de zending en de evangelistiek aan de V.U. en doceerde daarvoor aan een theologische hogeschool in Beiroet. Ook blijkens vorige publicaties heeft hij zich intensief bezig gehouden met de religieuze problematiek van het Midden-Oosten. In dit boek schetst hij een portret van de christelijke kerken, die men daar in een bonte verscheidenheid kan aantreffen. Het heeft een hoge informatieve waarde en voorziet zodoende zeker in een bestaande behoefte. Meer en meer weten wij ons betrokken bij de spanningen in dit gebied en vragen wij naar de plaats en functie van de christenheid tussen allerlei fronten. Wessels schrijft over de syrische kerk, de maronieten, de grieks-orthodoxen, de armpniers, de kopten en diverse kleinere groepen, die tesamen de christenheid in het Midden-Oosten uitmaken. Hij haalt daarbij breed uit en grijpt ver terug. Men kan immers geen helder beeld krijgen als men niet weet wat zich rondom de vorming van het christologisch dogma in de oude kerk heeft afgespeeld. Namen als van Nestorius, ApoUinaris, Arius en Cyrillus moeten wel vallen. Wessels begint dan ook met een bondig beeld van de diverse richtingen. Ook moet men de politieke geschiedenis van het Midden-Oosten enigermate kennen om te weten welke ervaringen deze kerken gestempeld hebben en Wessels geeft daaromtrent veel informatie. Zo rijst het beeld op van kerken die onder allerlei, maar vaak stellig ongunstig getij, hun traditie hebben bewaard. Er wordt ook verteld over de protestantse zendingen, die met weinig vrucht getracht hebben het evangelie in de wereld van de islam ingang te doen vinden. Vaak zag men de hindernis juist in de autochtone kerken en kwam men niet veel verder dan proselytisme. Pogingen deze kerken in al hun vreemdheid toch van binnenuit te begrijpen en zo mogelijk te waarderen bleven veelszins achterwege. Terwijl men in de wereld van het Midden-Oosten toch te maken krijgt met de oudste tradities van de christelijke kerk. Dit alles komt ons door Wessels' boek wat dichterbij. Ook krijgen wij wat meer zicht op de politieke verwikkelingen van de laatste eeuwen, op de verwevenheid van religie en politiek, ook de kolinialistische politiek van de westerse machthebbers. Wessels is over de toekomst van de christenheid in het Midden-Oosten niet optimistisch gestemd. De islam wordt zich meer dan tevoren bewust van zichzelf, de intolerantie neemt toe en de vraag of de christenheid in deze wereld kan overleven is reëel. In zijn slothoofdstuk gaat de schrijver op deze vragen in en trekt hij een vergelijking met de verdwijning van het christendom in de Nood-Afrikaanse landen. Hij wijt deze aan het toch te uitheemse karakter dat de kerken daar heeft behouden (de bijbel werd b.v. nooit in de taal van de berbers vertaald). Daartegenover plaatst hij de koptische kerk, die veel sterker de kleur van Egypte heeft aangenomen en nu nog de grootste kerk in het Midden-Oosten is. Onder de titel 'isolement of engagement' kiest hij met het oog op de toekomst voor het laatste zonder overigens inhoudelijk duidelijk te maken wat dat zou betekenen. Mij viel op dat het hoofdstuk over de kerk in Israël zeer summier is gebleven en duidelijk merkbaar in en koele toon geschreven is. De dissertatie van dr. Simon Schoon over dit onderwerp wordt in dit boek, waarin veel literatuur wordt geciteerd, nergens ook maar vermeld. Enkele feiten, die zeker niet ten gunste van Israël spreken worden vermeld, maar op Israels zorgvuldigheid inzake de heilige plaatsen en op de relatief grotere godsdienstvrijheid dan in de omringende landen (men denke aan Syrië) wordt niet ingegaan. Deze kilte acht ik een ernstig manco van een boek, dat overigens zeer leesbaar is.
S. Gerssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's