De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mystiek en bevinding (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mystiek en bevinding (4)

7 minuten leestijd

Voor de kennis van God en Zijn heil worden wij dan ook niet verwezen naar de innerlijkheid van de diepten van onze ziel, maar naar de uiterlijkheid van het gepredikte Woord van God.

Als het gaat over de weg van de kennis zullen we bepaalde mystieke gedachtengangen altijd moeten onderzoeken op de waarde, die er wordt toegekend aan de historische openbaring van God in Israël en in de komst en het werk van de Heere Jezus Christus. En direkt daarmee verbonden, hoe men omgaat met de schriftelijke geïnspireerde neerslag daarvan in het Oude en Nieuwe Testament. En dat is dan weer niet los te maken van de houding tegenover de prediking.

De meest eigenlijke, fundamentele en blijvende kennisweg is die van het geloof. Het geloof in de Heere Jezus Christus, zoals Hij in het Evangelie tot ons komt. Het is niet zomaar dat Augustinus in zijn uiteenzetting met het Neoplatonisme het woord van de Heere Jezus aanhaalt uit Joh. 14 vs. 6: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. En we denken als vanzelf ook aan het Woord van de apostel Paulus uit Romeinen 10 : 17: Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.

Het gepredikte Woord

Voor de kennis van God en Zijn heil worden wij dan ook niet verwezen naar de innerlijkheid van de diepten van onze ziel, maar naar de uiterlijkheid van het gepredikte Woord van God. Het gaat er niet om dat wij tot zelfbewustwording komen en leren beseffen dat dat 'zelf eigenlijk het 'al' is. Het gaat erom, dat wij leren buigen onder het Woord van God en ons eigen bestaan gaan aanvaarden en leren beleven onder de oordelen daarvan.

Daarbij gaat het dan om het Woord van God zoals het ons is gegeven. Ik zeg dit omdat het mogelijk is, dat volmondig het belang van de Schriften Gods beaamd wordt en toch in wezen die Schriften ingepast worden in het schema van de boven geschetste kennisweg. Dat is het bedenkelijke van uitdrukkingen als: een waarheid achter de waarheid, of die en die dominee preekt een bevindelijke waarheid. Ongetwijfeld kan er het verlangen naar een woord, dat spreekt tot het hart mee naar voren gebracht worden, maar zulke uitdrukkingen wekken toch wel erg de indruk alsof er andere, hogere wezenlijkere waarheid te vinden zou zijn. Een waarheid, die boven de woorden van de Schrift uitgaat. Die woorden krijgen dan hoogstens een verwijzend karakter. Zij worden, zoals dat heet vergeestelijkt. In wezen heeft men dan weinig eerbied meer voor de geestelijkheid van de Schrift zelf. Men leeft meer van eigen innerlijk licht, dan van het licht van het evangelie dat ons verlicht in het aangezicht van Jezus Christus.

We moeten hierbij nog opmerken dat het innerlijk licht waaraan de Schriften onderworpen worden niet alleen van wijsgerig-reflekterende aard kan zijn, maar ook van visionaire aard. Zeker wordt bij het eerste ook gesproken van een aanschouwen, dat boven het denken uitgaat, maar je vindt er veel minder rechtstreekse gezichten, visioenen of dromen. En dat wil ook nog wel eens het innerlijk licht uitmaken waardoor men zich laat leiden, meer dan door het Woord.

Heel sterk was dat het geval bij de al eerder genoemde Antoinette de Bourignon. Prof. Visscher beschrijft in zijn brochure: Het mystieke element in de bediening van het Woord, hoe ze na nachtenlang geknield te hebben gelegen voor een crucifix de hemelen zag opengaan, terwijl op een wolk nederdaalde een engel, die bekleed was met het versierde kleed der kerk. Van hem kreeg ze te horen, dat zij de volmaaktheid moest herstellen. Visscher spreekt dan van een hysterica, die op haar ziekelijke verbeelding teerde.

Ik vrees dat we moeten zeggen, dat dit geslacht ook onder ons niet geheel onbekend is. Nog steeds zijn er mensen, die zich voor allerlei zaken beroepen op wat zij zagen, het licht dat zij kregen of i.d. Terwijl zulke dingen met de zakelijke betekenis van de Bijbel niet overeenkomen of zelfs in duidelijke tegenstelling zijn.

Anders mystiek

Deze waarschuwingstekens die we plaatsen bij de kennisweg van sommige mystiek willen echter niet de indruk wekken dat kennis zoals we die tegenkomen in de Bijbel niet mystiek is. We zouden kunnen zeggen: ze is anders mystiek. In ieder geval ook verborgen. Niet direkt toegankelijk. In Matth. 11 : 25 dankt de Heere Jezus dat de Vader deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen heeft en ze aan de kinderkens heeft geopenbaard. Nikodemus, die in de nacht tot Jezus komt krijgt te horen, dat hij zonder wedergeboren te worden het Koninkrijk van God niet kan zien. In Matth. 13 spreekt de Heere Jezus dan ook over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen. Die noodzakelijke wedergeboorte is een geboorte uit de Heilige Geest. De kennis van het geloof is dan ook zeker een geestelijke kennis. Een door de Geest gewekte kennis. De Dordtse Leerregels spreken van een verlichting van het verstand en een opening van het hart.

De toegang tot de kennis van God en Zijn heil is niet slechts rationeel, verstandelijk. Paulus schrijft in 1 Kor. 2, dat de natuurlijke mens niet verstaat de dingen, die van de Geest van God zijn.

Het mystieke, het verborgene van de geloofskennis rust dan ook niet op de tegenstelling innerlijk-uiterlijk, maar op de tegenstelling zonde en genade. De hele mens, uiterlijk en innerlijk, heeft met God gebroken. Zijn diepste nood is niet de vervreemding van zijn eigenlijkste zelf, maar dat hij tot in de wortels van zijn bestaan tegen God in opstand kwam. Dat heeft zijn verstand verduisterd, zijn hart toegesloten voor God en zijn wil tegen Hem gekeerd.

Het is de Heilige Geest, die daar vanuit de kracht van Christus' opstanding verandering inbrengt. Hij doet dat echter door en onder de prediking van het Woord. Die prediking is wel prediking van een verborgenheid, maar zij is publiek. Aan allen en ieder zonder onderscheid mag en moet het evangelie gepredikt worden. En allen worden zonder onderscheid opgeroepen tot geloof en bekering.

Het laatste geheim daarvan dat sommigen dan geloven en anderen niet is dan het werk van de Heilige Geest, dat gebed ligt in het verkiezend welbehagen van de Vader. Dat wij de genade van het geloof ontvangen is puur genade.

Zelfverlossing

Dat brengt op nog een andere kwalijke kant van sommige mystiek als het gaat over de weg van de kennis. We hebben gezien hoe bij Eckhart en ook bij Plotinus loutering en verlichting bijzonder nauw zijn verbonden. Met andere woorden, leer en leven gaan samen op. Dat kan op zichzelf genomen alleen maar een goede zaak zijn. Wat betekent een kennis, die niet onmiddellijk is verbonden met de levenspraktijk. Jakobus sprak al over een geloof zonder werken, als over een dood geloof.

Toch is het bedenkelijke hierbij, dat die loutering maar al te gauw in de sfeer komt van de zelfverlossing. Een mens tracht zelf te sterven aan zichzelf. Zo moet een hogere trap van bestaan bereikt worden, waarop de weg vrijkomt voor werkelijke kennis. Genade is dan niet echt genade meer te noemen. Zo belijkt bepaalde mystiek op twee manieren het sola fide van de Reformatie in gevaar te brengen. Allereerst door boven het geloof dat hangt aan de heilsdaden Gods en de verkondiging daarvan in het Woord, uit te grijpen naar een hogere, wezenlijkere kennis. En voorts door naast of in plaats van het geloof de weg van de zelfloutering te stellen.

Door het geloof

Tegenover dit alles, hoe mystiek en innig het ook kan lijken en hoezeer het hart er ook door bekoord kan raken, mag getuigd worden van de hoge vreugde, die het geeft, om zo verloren als we zijn, ons door hét geloof in het evangelie van Christus gerechtvaardigd, te weten in alle delen van ons bestaan. Vrijgesproken en aanvaard om de levende God te dienen. We kunnen dat met prof. Van Ruler een binnenpretje noemen, we kunnen het ook noemen de mystieke kennis van liet geloof, het verborgen manna, dat ons leven voedt met vreugde en hoop. Daarom moeten ook vele vragen gesteld worden bij allerlei moderne oosterse godsdienstigheid, waardoor met name jongeren zich voelen aangesproken. Ook daarbij stuit je telkens weer op de elementen van zelfverlossing, het ontbreken van schuldbewustzijn en behoefte aan genade, en verachting van het aardse leven. We mogen zeker dankbaar zijn dat een en ander tegenover een haast algemeen heersend materialisme opnieuw de geestelijke vragen aan de orde stelt, maar we moeten niet denken dat dan ook zomaar leidt tot het geloof in de Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Mystiek en bevinding (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's