De overheid en de verkondiging van het Woord Gods
'325 Jaar Predic-huis'
In het begin van de achter ons liggende herfst, in de eerste dagen van oktober 1983, heeft de Hervormde Gemeente van Volendam herdacht, dat 325 jaar geleden haar kerkgebouw werd gesticht. Bij deze gelegenheid is verschenen de tweede druk van een boekje getiteld: 'Geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk te Volendam'. Het is geschreven door de heer B. Visser te Volendam. De schrijver was eens beheerder van het P.T.T.-kantoor aldaar en vele jaren lid van de Gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam.
Dit boekje, waaraan een zorgvuldige bronnenstudie ten grondslag ligt, doet de geschiedenis van Hervormd Volendam, vanaf het begin tot heden, de revue passeren. Het licht ons uitgebreid in over de rol welke de lokale-en de gewestelijke overheid daarbij heeft vervuld. De historische bronnen, die de schrijver openlegt, geven ons, behalve informatie over het kerkelijk leven in Volendam, ook inzicht aangaande de verhouding van Kerk en Staat, in ons land sinds de stichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden. En de vragen hierover zijn ook vandaag nog actueel.
De kerk in Volendam, die in 1658 is gebouwd, is ook als bouwwerk de aandacht waard. Zij is nl. opgetrokken in de vorm van een Noord-Hollandse stolphoeve.
Het grondplan van dit boerderij-type is een vierkant. Aanvankelijk bestonden deze boerderijen uit één grote ruimte, waarin het vee, de voederopslag, én de woonruimte voor het boerengezin hun plaats hadden. Het geheel werd overdekt met een puntig dak. Een constructie, die ook wel tentdak werd genoemd.
Zo'n grote ongelede ruimte was geschikt om te worden gebruikt voor de gereformeerde of hervormde eredienst, waarin lezing van de Heilige Schrift en bediening van het Woord centraal staan. De gemeente schikt zich daar om de predikant, de bedienaar van het Woord.
Zielzorg
Volendam wordt in genoemd boekje beschreven als een nederzetting, die stamt uit de middeleeuwen. Als kleine woongemeenschap heeft het steeds een zekere horigheid gehad ten opzichte van het grotere Edam. Aan deze plaats zijn, al vroeg in de nederlandse geschiedenis, stadsrechten toegekend. De hoofdkerk van Edam, gewijd aan St. Nicolaas, de tegenwoordige Grote Kerk der Hervormden, wordt reeds in 1366 genoemd. Zo zijn de vissers en landbouwers, waaruit de buurtschap Volendam bestaat, ook voor het kerkelijk-godsdienstig leven op Edam aangewezen. Zielzorg komt hun vandaar uit toe. En voor de bediening van Doop en Avondmaal, en voor de uitvaart der gestorvenen, moet de reis naar Edam worden gemaakt.
Veranderingen
In de loop van de 16e eeuw komen er - evenals elders in Noord-Nederland - ook in Volendam, maatschappelijke-en kerkelijke veranderingen. Die vinden hun oorzaak in het onafhankelijk worden van onze gewesten van Spanje en in het doorwerken van de Reformatie.
Als omstreeks het begin van de 16e eeuw de feodale middeleeuwen tot een eind komen, botst de politieke wil van de Spaanse Habsburgers Karel V en Filips II, op die van de stadsburgers in de Nederlanden. De Spaanse vorsten willen een moderne centralistisch georganiseerde Europeese eenheidsstaat. De nieuw opkomende nederlandse handels-aristocratie echter, wil, mede op grond van het eigen oude landsrecht, een grotere politieke-en economische vrijheid. Zij zoekt zich daardoor een eigen aandeel in de te verwachten commerciële expansie te verzekeren. Die vrijheid is een der doelstellingen in de onafhankelijkheidsstrijd van onze gewesten, waarmee de naam van Willem van Oranje onlosmakelijk verbonden is.
Omwenteling
Ongeveer tegelijktijdig met deze politieke gebeurtenissen voltrekt zich in West-Europa de grote godsdienstige-kerkelijke omwenteling, de Reformatie. Naast de hervormingsbewegingen van Luther en Zwingli in de duitse landen, ontwikkelt zich in Frankrijk en de zuidelijke Nederlanden de calvinistische Reformatie. Voor deze kerkelijke hervormingsbeweging heeft de franse jurist en theoloog Johannes Calvijn, in 1536 met zijn 'Institutio religionis Christianae' de grondslag gelegd.
Vanaf ongeveer 1560 is er in deze landen een zware worsteling om geloofsvrijheid en de daarmee samenhangende staatkundige zelfstandigheid. Hevige vervolgingen kenmerken deze periode. Als in Frankrijk en in de zuidelijke Nederlanden de Reformatie terrein verliest, trekken vele calvinisten naar het Noorden. In deze provincies, waar reeds in de voor-reformatorische tijd hervormingsgedachten leefden, versterken zij de kracht van het gereformeerd Protestantisme.
Deling
In de Nederlanden komt nu een staatkundige deling. Het Zuiden valt toe aan het bestuur van de Habsburgers en blijft onder het gezag van koninklijke landvoogden. De Reformatie gaat er verloren. De R.K.-kerk herstelt zich. Bij, het sluiten van'de Unie van Atrecht, in Noord-Frankrijk (1579), wordt deze ontwikkeling ingeleid.
De noordelijke gewesten sluiten zich in 't zelfde jaar ook aaneen in de Unie van Utrecht (1579). In dit bondgenootschap onder leiding van Oranje, wordt het streven naar staatkundige vrijheid voor onze gewesten met succes bekroond. En in samenhang daarmee, kunnen hervormingsgezinden tot ruimte komen.
Reformatie
In deze Noord-Nederlandse vrijheidsstrijd was de calvinistische Reformatie een belangrijke en beslissende factor. De leiding van het godsdienstig-kerkelijk leven lag naar Calvijns model bij de consistories. Dit waren de plaatselijke colleges van predikant (en) en ouderlingen. Deze consistories zijn tijdens de onafhankelijkheidsstrijd tevens knooppunten van pohtieke actie. Een net van deze actiecentra ontstaat in het kerngebied van de opstand, de beide Hollanden en Zeeland en breidt zich vandaar uit in de andere delen van het land.
Na de beeldenstorm in 1566 en de vestiging van de Republiek, waarvan de souvereiniteit berust bij de Staten-Generaal, volgt er een tijd van nieuwe organisatie en consolidatie. De 'wisseling van de wacht' voltrekt zich echter niet alleen op politiek-staatkundig terrein, ook op kerkelijk gebied verandert er veel. In de middeleeuwen waren Kerk en Staat sterk verweven. Dit blijkt o.a. uit het feit dat bisschoppen in hun ambtsgebied door de landsvorsten met wereldlijk gezag werden bekleed.
Verhouding Kerk en Staat
Nu de oude wereldlijke-en geestelijke machten zijn weggevallen, moeten Kerk en Staat hun verhouding opnieuw regelen. De vroegere overheden beschermden de Kerk, lieten zich van haar gezeggen en wisten haar ook voor eigen doeleinden te gebruiken.
De nieuwe lands-en stadsbestuurders, die - mede door de voorstanders van de 'nieuwe leer' - aan de macht kwamen, geven zoveel als mogelijk is ruimte aan de Gereformeerden. Zij zijn echter ook tolerant; zowel voor het nog vrij grote aantal Rooms-Katholieken, als voor dissidente groepen als Luthersen, Doopsgezinden en Humanisten.
De overheid zoekt de stabiliteit, die de nieuwe staat voor zijn opbouw en veiligheid nodig heeft te bevestigen.
Kerkelijke goederen
De bestaande middeleeuwse kerkgebouwen worden nu veelal aan de Gereformeerden toegewezen. Veel kloosters worden aan het gebruik onttrokken en krijgen een andere bestemming. Zij borden o.a. ingericht als weeshuizen en bejaardenhuizen. De kerkelijke goederen worden nu door de burgerlijke overheid beheerd en in fondsen ondergebracht. Daaruit worden dan diakonaat-en sociaal werk van resp. de Gereformeerde Kerk en van de overheid zelf bekostigd. Waar de diakenen ook de armenfondsen van de plaatselijke overheid beheerden, had deze ook zeggenschap in de verkiezing van de diakenen. Ook de ouderlingen werden door plaatselijk bestuur aangewezen uit een voordracht van de kerkeraad. Predikanten, kosters en schoolmeesters, welke laatsten de kinderen ook uit de bijbel moesten onderwijzen, werden, op voordracht van de kerkeraad, door de overheid aangesteld en betaald. Zij moesten voldoen aan door die overheid te stellen eisen van bekwaamheid.
Bepalingen
Behalve door directe materiële steun aan de calvinisten, zoekt de overheid, ook door voorschriften harerzijds, een christelijke levensstijl in de samenleving te bevorderen én te handhaven. Zij doet dit o.a. door het uitvaardigen van bepalingen voor Zondagsrust, en door het verordenen van biden vastendagen in tijden van bijzondere nood.
In het boekje 'De geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk te Volendam', worden over de wederzijdse relaties van Overheid en Kerk, zoals die zich in Edam-Volendam hebben ontwikkeld een aantal gegevens verstrekt.
Als de bevolking van Volendam toeneemt, worden in 1656 de burgemeesters van Edam gemachtigd daar een gereformeerde schoolmeester aan te stellen. In 1658 voldoen de Raden van State van Holland en West-Friesland aan een verzoek van de inwoners van Volendam om geldelijke steun te verlenen, om de schoolmeester te kunnen betalen. Zijn werk zal zijn, om behalve de schoolvakken, de kinderen ook de eerste beginselen van het christelijk geloof van de gereformeerde religie te leren.
Voorzieningen
Ook met het oog op een geregelde kerkgang zijn in Voldendam voorzieningen nodig. De inwoners, goede vissers overigens, zijn niet erg kerks en leven ook verder geheel geïsoleerd. Wij lezen, dat de kerkeraad van Edam in 1657 aan de Staten van Holland en West-Friesland verzoekt om gelden beschikbaar te stellen voor de bouw van een 'predichuis' te Volendam. Hierop wordt gunstig beslist. De vroedschap van Edam, krijgt van de Staten toestemming om de bouw ter hand te nemen.
Het bouwwerk wordt aanbesteed door het stadsbestuur van Edam. Dit ontvangt van de Staten het benodigde bedrag van 1950 gld. Later wordt dit met nog eens 1000 gld. aangevuld. Voor het glas van de kerkramen en voor de luidklok op de kerk worden eveneens gelden beschikbaar gesteld.
Als in 1658 de kerk gereed is, wordt zij door het stadsbestuur van Edam in eigendom overgedragen aan de gereformeerden te Volendam. Hierbij wordt bepaald, dat de kerkdiensten te Volendam, door de predikanten van Edam moeten worden waargenomen.
Voor het beheer van het kerkgebouw en andere kerkelijke goederen en voor het treffen van zakelijke regelingen voor het kerkwerk te Volendam worden in 1658 door burgemeesters van Edam drie kerkmeesters benoemd. Zij moeten jaarlijks aan het stadsbestuur rekening en verantwoording afleggen.
Behalve aan een kerkgebouw is er in Volendam ook behoefte aan een vaste voorganger. De vroedschap van Edam geeft dan haar toestemming, dat de kerkeraad bij de Staten van Holland en West-Friesland zal verzoeken het traktement te betalen van een proponent voor Volendam. Deze candidaat-predikant zal er prediken en catechiseren, alsmede huis-en ziekenbezoek doen. Later mocht hij er ook de Doop bedienen. De kerkeraad van Edam beschrijft in zijn verzoek de inwoners van Voldendam als onervaren in de religie en vatbaar voor, wat hij noemt 'paaps bijgeloof' en andere afwijkende geloofsvoorstellingen. Het verzoek van de kerkeraad wordt door de Staten ingewilligd. Verder wordt door de vroedschap van Edam besloten, dat de door de kerkeraad te beroepen proponent tevens rector van de latijnse school te Edam zal zijn.
Zoals is voorgeschreven, is het ook de taak van de rector de leerlingen te onderwijzen in de gereformeerde religie. Hij leert hen daartoe uit de Heidelbergse Catechismus en gaat ihet hen naar de Zondagsdienst in de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's