Bondgenoten en samenwerkingsverbanden
Hoe kiezen we onze samenwerkingspartners? Niet alleen door de vraag te stellen: waar zijn we samen tégen, maar ook: waar zijn we samen vóór?
In de Tweede Wereldoorlog hadden het communistische Rusland en Engeland één gemeenschappelijke vijand, Hitlers Derde Rijk. Maar na de oorlog stonden het communistische Oostblok en het vrije Westen als onverzoenlijke blokken van meet af tegenover elkaar. Het hebben van een gemeenschappelijke vijand is nog geen garantie voor een hecht bondgenootschap. Dan moet er wederzijdse verwantschap, gemeenschappelijkheid in doelstelling en ideologie zijn. Is die gemeenschappelijkheid er niet, dan heeft het bondgenootschap het karakter van los zand. Is er sprake van tegengestelde uitgangspunten en doelstellingen dan kan er van bondgenootschap helemaal geen sprake zijn.
Wie zijn uw partners? Dat is in samenwerkingsverbanden, in bondgenootschappen een belangrijke vraag. Bondgenootschappen van communisten (zeg ook marxisten) en christenen kunnen ten principale niet mogelijk zijn, vanwege de elkaar uitsluitende uitgangspunten. Prof. dr. J. Verkuyl heeft er de afgelopen jaren zo in verschillende publicaties geen onduidelijkheid over laten bestaan (men vindt dit bevestigd in zijn recent verschenen 'memoires'), dat er daarom geen communisten in dienst van het christelijk onderwijs kunnen zijn. Het atheïstische uitgangspunt van het communisme verdraagt zich niet met christelijke uitgangspunten en doelstellingen.
Een voorbeeld
Eén en andermaal heb ik mij in dit verband - om een voorbeeld te noemen - kritisch uitgelaten over de werkgroep Kairos (een werkgroep van christenen tegen apartheid). Deze werkgroep, die in de kerken en daarbuiten bewustmaking van het verwerpelijke van de apartheidspolitiek van Zuid Afrika nastreeft, schuwt marxistische partners niet. In het blad Amandla wordt broederlijk samengewerkt met het marxistische Komitee Zuidelijk Afrika. Kennelijk speelt dan geen rol wat de doelstelling van het marxisme is en waar het in Zuidelijk Afrika op uitloopt als marxistische bewegingen het roer overnemen. Het hebben van een gemeenschappelijke vijand is kennelijk voldoende om een dergelijk samenwerkingsverband aan te gaan. Intussen is het zo - en dat geeft dunkt me voldoende te denken - dat de werkgroep Kairos recent besloot niet in te gaan op de uitnodiging van de Zuid Afrikaanse Inkatha-beweging voor samenspreking met een delegatie, die Nederland bezocht. Inkatha, met als leider Gatsa Buthelezi, vertegenwoordigt de Zoeloe's in Kwazulu. Kairos is het kennelijk oneens met het door deze beweging voorgestane beleid inzake bestrijding van de apartheid en wil nu zelfs niet praten met Inkatha. Daartegen steek je dan wel schril af de bereidheid tot samenwerking met marxistische bewegingen als genoemde, b.v. ook de bevrijdingsbeweging A.N.C.
Prof. Verkuyl heeft in zijn memoires de vóórselectie, die Kairos maakt in het kiezen van de gesprekspartners, juist ook in Zuid Afrika onder de zwarte bevolking, gelaakt. De keuze van de partners zegt intussen wél iets (veel) over de eigen identiteit. Want een partnership heeft alléén betekenis als er van goede relaties en van echte gemeenschappelijkheid sprake is.
Verplichtingen
Het bovenstaande was slechts een voorbeeld. Hoe kiezen we onze samenwerkingspartners? Niet alleen door de vraag te stellen: waar zijn we samen tégen, maar ook: waar zijn we samen vóór? Met andere woorden, is er een gemeenschappelijke basis van waaruit gewerkt wordt, bij alle verscheidenheid, - die er zijn mag? Zo neen, dan moeten we er niet aan beginnen. Zo ja, dan schept één en ander verplichtingen in de wijze, waarop we omgaan met elkaar. Dan zal er sprake moeten zijn van echte wederkerigheid in de relatie. Het gaat niet aan om elkaar op het ene terrein in de armen te vallen en op het andere vlak handgemeen te raken. Samengaan in samenwerkingsverbanden, of het nu op maatschappelijk terrein of kerkelijk terrein is, vraagt om erecodes in de omgang met elkaar. Het vraagt om wederzijds respect, om stilzwijgende afspraken dat men verder maar niet alles doen kan mèt elkaar of zeggen kan óver elkaar, of dat zelfs maar doorgegeven kan worden wat gezegd wordt over elkaar.
Secularisatie
We beleven een tijd van geweldige secularisatie, ontkerkelijking en daarmee gepaard gaande ontkerstening van de samenleving. En de gemeenschappelijke vijanden van kerk en christendom vertonen zich allerwegen. Er zijn derhalve heel wat (samen werkings-) verbanden ontstaan, die uit de nood op bepaalde terreinen zijn geboren. Er zijn zóveel dingen waar we vandaag, op grond van een bijbelse levensovertuiging, verzet tegen aan moeten tekenen: (legalisering van) abortus, (legalisering van) euthanasie, verloedering van de media (krant, radio, t.v.), (legalisering van) moderne samenlevingsvormen, anarchistische en revolutionaire tendenzen in de samenleving, verlies van ethische normen en waarden in de medische en verpleegkundige sector, infiltratie van elementen binnen het christelijk onderwijs, die de bijbelse toets niet kunnen doorstaan, mondigheidsdenken dat gezagsondermijnend werkt.
Er zijn daarom heel wat verbanden, organisaties, organen gekomen, uit protest tegen hedendaagse ontwikkelingen. De Gereformeerde Gezindte ging om zo te zeggen ook de handen uit de mouwen steken. Respectabele initiatieven zijn genomen waarvoor we uitermate dankbaar kunnen zijn. Maar samenwerking schept verplichtingen.
Een omroep, die een bepaald volksdeel (in principieel opzicht) wil representeren kan het zich niet veroorloven doorgeefluik te zijn voor onenigheden en twisten binnen dat volksdeel zélf. Datzelfde geldt voor een dagblad, dat bewust een bepaalde sector van de kerken wil bestrijken en daaruit wil opkomen om naar binnen en naar buiten goede voorlichting en leiding te geven. Recensiebeleid van boeken 'uit eigen kring' b.v. is in de sector van de media daarom een test-case.
Een vereniging, die opkomt voor menselijk leven in de begin en in de eindfase, kan het zich niet permitteren dat participanten elkaar geestelijk naar het leven staan.
Een politieke partij, die op grond van een beginselprogram en een program van actie mensen uit verschillende kerken bijeen brengt, kan geen huis zijn, waar kerkelijke twisten worden uitgevochten.
Ik wil maar zeggen, daar waar onze samenwerkingsverbanden (kunnen) zijn, daar moeten ook onze (geestelijke) vrienden zijn. De gemeenschappelijke basis moet binden en de verscheidenheid, die er dan is, dient te worden gerespecteerd. Anders is het samenwerkingsverband geen knip voor de neus waard, is de vermolming ervan al in principe gegeven.
Over verschillen valt te praten
Dat betekent niet dat verschillen moeten worden verdoezeld. Integendeel, ze moeten altijd weer bespreekbaar worden gemaakt. Anders ontstaan verdringingen, frustraties. Wie in een samenwerkingsverband alleen wil opkomen voor eigen (kerkelijk) gelijk is voor samenwerking ongeschikt, kan er zeker niet (mede) leiding aan geven. Wie echter óók over verschillen in liefde kan spreken is vruchtbaar en neemt er zelf heel wat vrucht uit mee. Het vraagt oefening, gesprek, geduld, luisterhouding, liefde vooral om samen ergens vóór te kunnen zijn. Want samen tégen zijn kan een houding worden, die tenslotte ook kan ontaarden in samen-tégen-elkaar. En dan gaat de bekende splijtzwam werken.
Bondgenoten
Echte bondgenoten in christelijke zin hebben een band aan elkaar omdat er een band der religie, een geestelijke band is door alle verschillen heen. Omdat samen gebogen wordt voor de Schriften en voor de God van de Schriften. Als dat niet kan moeten we er niet aan beginnen. Dan is het beter om eigen strikt kerkelijke banden te hebben.
Wie geen vreemde is in het kerkelijk Jeruzalem van vandaag signaleert helaas dat het voorkomt dat mensen elkaar in een bepaald samenwerkingsverband vinden en 'thuis' spreken en schrijven over hen, die vrienden moesten zijn, alsof het vijanden zijn. Daarop is geen zegen te wachten. We zullen er - als dat al van ons zou afhangen - de secularisatie niet mee keren, omdat we in liefdebetoon geen voorbeeldfunctie hebben. Als de gereformeerde religie bindt, dan kan er sprake zijn van echt bondgenootschap en van vruchtbare samenwerking, ook waar accenten verschillend worden gelegd. Dan kan ook gezamenlijke verantwoordelijkheid worden gedragen als die gevraagd wordt. Als - om het maar eens heel idealistisch te zeggen - een minderheidspositie in de samenleving zou omslaan in een meerderheidspositie: als bereikt is wat bereikt wil worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's