De prediking van de Bergrede (4)
Overvloediger gerechtigheid
Men zou kunnen spreken van dieptedoorsneden van de wet van God.
In het vorige artikel zagen we hoe Jezus in de Bergrede de wet handhaaft en vervult. Wat deze vervulling en ontvouwing van de wet inhoudt, willen we nu in dit artikel nader onder ogen zien.
Gerechtigheid
Een van de kernwoorden in de Bergrede is het woord 'gerechtigheid' (vgl. Matth. 5, 6, 20; 6, 33). Uit Mattheüs 6 : 33 blijkt dat er een nauw verband is tussen het Koninkrijk van God, Zijn heerschappij, en de gerechtigheid, nl. de vervulling van de eis van God in zijn ware strekking en omvang, zoals Jezus die aanwijst. Volgelingen van Christus hebben die theocentrische, nl. op de Heere en Zijn Woord gerichte levenshouding te zoeken. Dat moet de richting van het geloof bepalen. En die levenshouding staat in tegenstelling tot alle veruitwendiging, zoals die onder Jezus' tijdgenoten voorkwam en ook onder ons helaas niet afwezig is. Terwijl in de synagogale vroomheid het doen van gerechtigheid nogal eens beperkt werd tot het uitoefenen van privéweldadigheid en het doen van verdienstelijke goede werken, om de balans van de weegschaal naar de goede kant te doen doorslaan, critiseert de Heere Jezus een dergelijke betoning van vroomheid. In Matth. 6 gebruikt Hij zelfs het scherpe woord huichelaars. Daartegenover vraagt Hij van Zijn leerlingen 'overvloediger gerechtigheid' (5 : 20). Door Boerwinkel is dit weergegeven met 'meer dan het gewone'. Toch is het de vraag of deze op zichzelf sprekende uitdrukking verduidelijkt wat hier bedoeld wordt. In het grieks wordt een woord gebruikt dat op andere plaatsen de overvloed van de met Christus' komst ingegane heilstijd aangeeft, nl. de openbaring van Gods barmhartigheid en liefde jegens schuldigen, vijanden, bozen. En nu komt het er op aan dat zij die in Christus geloven in hun levensopenbaring er blijk van geven iets van de barmhartigheid van hun hemelse Vader te begrijpen door een levensstijl die recht doet aan de bedoeling van wet en profeten, nl. een leven in geloof en liefde. Dat is wat in vs. 48 genoemd wordt de volmaaktheid, nl. het consequente op één doel gerichte leven, het consequent zijn in het betonen van liefde zoals de hemelse Vader Zijn liefde bewijst aan bozen en goeden. Lucas schrijft in 6 : 36; 'Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is'. Terecht wijst ds. M. P. v. Dijk (Bergrede en vredesbeweging, blz. 18-19) er op dat de kerngedachte van de Bergrede wel zeer ver verwijderd is van een humanistisch verhaal.
De zes 'tegenstellingen'
Wat behelst nu deze overvloedige gerechtigheid? Dat wordt in een zestal tegenstellingen (de zgn. 'antithesen' van de Bergrede) nader uitgewerkt (Matth. 5 : 21-48). Over deze verzen is zeer veel geschreven, met name over de vraag of Jezus hier stelling neemt tegen de wet van Mozes, dan wel tegen de verkeerde uitleg van zijn tijdgenoten. Velen maken een onderscheid tussen de oorspronkelijke woorden van de historische Jezus, die zich als Messias tegen Mozes zet en dan ook vanwege zijn kritische instelling ten opzichte van de Thora door de leiders van het volk veroordeeld is, en de redactie van de woorden van Jezus door de evangelist Mattheüs. De mattheaanse Jezus zou zich niet tegen de mozaïsche wet verzetten, maar deze verduidelijken en radicaliseren. Voor een brede behandeling van deze kwestie verwijs ik de belangstellende lezer naar een publicatie van de belgische geleerde J. Lambrecht 'Maar Ik zeg u' en naar de studie van W. Schrage, 'Ethik des neuen Testaments'. In dit kader beperken we ons tot enkele opmerkingen. Vooreerst achten we het niet geoorloofd achter de tekst van de Evangeliën terug te gaan en een historische Jezus te zoeken achter het getuigenis van de Evangelisten. We verstrikken ons hierbij niet alleen in een net van veronderstellingen, maar doen ook aan de aard van de Evangeliën te kort.
Als door God aangewezen en gevolmachtigde getuigen hebben zij op betrouwbare wijze ons de woorden en daden van Jezus overgeleverd, waarbij ongetwijfeld elk van de vier evangelisten zijn eigen accent legt in de te boekstelling en zijn eigen doelstelling heeft. In hun getuigenis zijn feit en interpretatie, zoals door Runia en Ridderbos meermalen is aangetoond, met elkaar verweven.
Wij lezen dus deze 'anthithesen' zoals ze ons door Mattheüs zijn overgeleverd als getuigenis van Christus. De Heere Jezus' verwijst naar de 'ouden'. Met Ridderbos zijn we van oordeel dat met deze 'ouden' bedoeld zijn de geleerden die in de mondelinge overlevering de wet van Mozes overgeleverd en geïnterpreteerd hebben. Tegen de uitleg van de schriftgeleerden richt zich dus Jezus' woord. Hij bestrijdt niet de wet, maar de vervlakking en de devaluatie van de wet. Jezus treedt niet als corrector, maar als defensor (d.w.z. handhaver) van de wet op.
Radicaliteit van de liefde
Men zou kunnen spreken van dieptedoorsneden van de wet van God. Anders gezegd: het gaat om de radicalisering van het gebod als gebod der liefde, als alomvattende zelfovergave in de dienst van God en de naaste. Met tal van voorbeelden laat Christus zien hoe radicaal de eis van de liefde is en hoezeer ons leven dikwijls vloekt met onze liefde-eis. Hij stoot van de doodslag door tot op de haat, van de echtbreuk tot op de onreine begeerte, van de naastenliefde tot op de liefde tot de vijand. 'De liefde krijgt in de Bergrede van Jezus het gewaad der barmhartigheid' (M. P. v. Dijk, a.w., blz. 20).
Ook in de pericoop uit Matthëus 6 over God en de mammon, over het zoeken van het Koninkrijk komt de volstrektheid van de eis van de liefde naar voren. Wij kunnen als kinderen van het Koninkrijk geen twee heren dienen. En hetzelfde geldt voor de woorden over het niet-oordelen (Matth. 7 : lw). Nu is wel van belang dat we deze concrete toepassingen van de eis van de liefde niet moeten vervormen tot een systeem van regels of een wettisch programma. Het zijn toepassingen in een concrete situatie. Maar in de gecompliceerdheid van het leven krijgt het gebod van de liefde niet altijd dezelfde toepassing. Het toekeren van de andere wang, het gaan van de tweede mijl, het uitrukken van het rechteroog predikt ons op schokkende wijze het gebod van de liefde. Maar tegelijk laten de evangelisten zien hoe Jezus Zelf toen Hij geslagen werd voor het Sanhedrin, ook zelf de andere wang niet toekeerde, maar Zich beriep op het recht. De eis van de liefde verdraagt niet altijd een letterlijke toepassing. Naast het gebod om niet te doden, om je vijand lief te hebben, staat de aan de overheid gestelde eis het recht te handhaven. Liefde kan ook betekenen handhaven van deze rechtsorde. Christus ontkent de gecompliceerdheid van het leven en daarmee gegeven: de gecompliceerdheid van de toepassing van de wet God niet. Maar tegenover alle ontkrachting en veruitwendiging, tegenover elk geveinsd beroep op de wet om zo aan haar kracht te ontkomen, predikt Hij de heilige eis van liefde die de Koning van het Rijk van ons vraagt.
Ook de spreukvorm waarvan Jezus Zich bedient, stelt aan de uitleg bijzondere eisen. In vaak paradoxale vorm wordt op een bepaalde kant van de waarheid licht geworpen, zonder dat van uitzonderingen op de regel melding wordt gemaakt. Naast Matth. 5 : 16: het laten schijnen van het licht voor de mensen, staat 6 : 1 de waarschuwing om aalmoezen te geven voor de mensen. Naast 7 : 1 (niet oordelen) lezen we in 7 : 6 een hard oordeel (paarlen voor de zwijnen werpen). Maar in deze paradoxaliteit gaat het steeds weer om de liefde als wortel en voorwaarde voor de vervulling van de wet. Die liefde is echt van de in Christus geopenbaarde lefde van God. Om deze diepe zin van de geboden te verstaan is gebed nodig. Rom. 12 : 2 geldt ook voor het verstaan en het toepassen van de eis van de liefde.
Opvallend is voorts dat we midden in de Bergrede een uitvoerig gedeelte vinden over het gebed. Centraal daarin staan de woorden die Jezus ons leerde bidden, het gebed om de komst van het Rijk en het doen van de wil van de Vader. Op dat doen komt het aan. Want ongehoorzaamheid aan wat de Heere vraagt, maakt ons rijp voor het gericht, zoals het slot van de Bergrede met grote ernst laat zien. Het gaat er om de smalle weg te bewandelen van het leven uit Gods barmhartigheid in geloof en bekering. Maar het verstaan van Gods geboden en de gehoorzaamheid er aan kan enkel betracht worden in de weg van het gebed. In het gebed mogen we het gebod aan de Heere teruggeven, opdat wij in de navolging van Christus uit Zijn liefde leren leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's