De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Taal en tong in het Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

Taal en tong in het Nieuwe Testament

Van taal tot taal (6)

4 minuten leestijd

De verscheidenheid van de talen, gevolg van Gods oordeel, wordt door de Geest niet aan de kant gezet, maar is de ruimte waarin de grote daden Gods verkondigd worden.

Het nieuw-testamentisch spreken over taal en andere woorden uit hetzelfde betekenisveld is rijker dan wat we vonden in het Oude Testament. In dit artikel komen nu eerst de verschillende termen, die met taal te maken hebben, ter sprake. Het woord, dat in dit verband het meest voorkomt, is 'gloossa'. Het betekent, net als het oud-testamentisch 'lasjoon' zowel 'tong' in lijfelijke zin (b.v. Mat. 7 : 33, 35) als 'taal' en taalgebruik in algemene zin (b.v. Jac. 3 : 6, 8). Wanneer het woord 'gloossa' 'taal' betekent, hebben we vooral te denken aan wat we met een moderne term het communicatie-systeem taal noemen, met bijzondere aandacht voor het klank-aspect. Het woord in deze zin wordt niet geheel concordant vertaald, al heeft het dezelfde betekenis: 'tong' in b.v. Mark. 16 : 17 en Openbaring 17 : 15 betekent 'taal', een term waarmee 'gloossa' in veel andere teksten vertaald is.

Andere termen

Termen in het Nieuwe Testament, die naar betekenis nauwe verwantschap met 'gloossa' vertonen, zijn 'lalia' en 'dialektos'. Bij 'lalia' moeten we vooral denken aan een dialektische uitspraak van een bepaalde taal (zie. b.v. Mat. 26 : 73 en Mark. 14 : 70). In de genoemde teksten wordt Petrus door zijn galilese taalgebruik als volgeling van Jezus herkend. Het woord 'dialektos' betekent veelal niet dialekt in onze zin. Veeleer gaat het om een bepaalde taal, zoals b.v. het hebreeuws of het aramees (zie Hand. 1 : 19, 21 vers 40, 22 vers 2, 26 : 14).

De laatste tekst is van bijzonder belang, omdat daaruit o.a. kan afgeleid worden, dat Jezus tot Paulus in zijn moedertaal sprak. Hoe belangrijk die taal voor de Joden was blijkt uit hetgeen in Hand. 21 : 40 en 22 : 2 vermeld staat: de Joden gaan luisteren als ze in de 'hebreeuwse' (is aramese) taal worden aangesproken. Even daarvoor had de overste van de tempelwacht in verbazing aan Paulus gevraagd of hij Grieks kende. Blijkbaar konden de gemoederen in de eerste eeuw net zo verhit raken in verband met taalkwesties als tegenwoordig het geval is.

'Dialektos' dus, is de taal, die een bepaalde groep als communicatie-systeem gebruikt. In deze betekenis is het synoniem met 'gloossa' en ook een weergave van het hebreeuwse 'lasjoon' .

Spaarzamenlijk

Merkwaardig genoeg, komt de andere hebreeuwse term, 'safah', in de betekenis van spraak en lip, in griekse vertaling niet zoveel voor in het Nieuwe Testament. Het griekse woord, dat 'cheilos' luidt sluit bij 'safah' aan: het betekent vooral (de inhoud van) het spreken. Waar het woord 'cheilos' voorkomt gaat het in alle plaatsen om aanhalingen uit of verwijzingen naar het Oude Testament, met uitzondering van Hebr. 13 : 15. Maar ook in deze laatste tekst, waarin het gaat over de 'vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden', is het woord 'cheilos' op oud-testamentische wijze vooral gebruikt om de inhoud van het gesprokene aan te duiden: het gaat immers om een 'offerande des lofs', waarvan de schrijver aanspoort die voor God op te offeren.

Tongentaal

Enigzins buiten ons thema, maar wel daaraan verbonden is het boeiende onderwerp van de 'tongentaal' in het Nieuwe Testament. Overigens wordt dat in het Nederlands met aan het grieks ontleende klanken ook 'glossolalie' genoemd. De betekenis van glossolalie is vooral hierin gelegen, dat deze gave van de Heilige Geest voorkwam als respons op de prediking (Hand. 10 : 46, 19 : 6) of binnen de situatie van de gemeente (1 Cor. 12 : 10, 28, 30, 13 : 1, 8, 14 enz.).

De apostel Paulus wijdt een gedeelte van de zendbrief aan de gemeente te Corinthe aan dit verschijnsel. Overigens gebruikt hij hetzelfde woord 'gloossa' zowel voor de tongentaal als de alledaagse taal (1 Cor. 14 : 9). Het is niet uitgesloten dat wij ook bij het spreken in 'nieuwe tongen', dat in Mark. 16 : 17 vermeld wordt aan glossolalie hebben te denken. In ieder geval is het een teken, dat hen, die zullen geloven, zal begeleiden.

Wereldtaal

Wij vinden dus grote aandacht voor het verschijnsel taal in het Nieuwe Testament, waarbij vooral naar voren komt, dat de verschillende volken hun verschillende talen hebben. Dat is des te opmerkelijker, omdat er in de de eerste eeuw een soort wereldtaal was, waarvan velen zich bedienden, het grieks, de taal ook waarin ons het Nieuwe Testament is overgeleverd. Maar in de geschiedenis van het Pinksterfeest zullen we zien, dat Gods Geest niet in de eerste plaats van deze algemene taal gebruik maakt om de mensen in het hart aan te spreken, maar van de talen, waarin ze geboren zijn. De verscheidenheid van de talen, gevolg van Gods oordeel, wordt door de Geest niet aan de kant gezet, maar is de ruimte waarin de grote daden Gods verkondigd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Taal en tong in het Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's