De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verkondiging en geestelijke vernieuwing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verkondiging en geestelijke vernieuwing

14 minuten leestijd

Geestelijke vernieuwing houdt in, dat de mens, hoe gevormd en ontwikkeld ook, niet aan zijn bestemming kan beantwoorden, tenzij hij is wederom geboren en een ander mens is geworden.

Voor ons, zoals wij hier in het kader van de Evangelische Alliantie bijeen zijn, zijn 'verkondiging' en 'geestelijke vernieuwing' bekende begrippen. Hoe zou er immers een Gemeente zijn zónder verkondiging? Hoe zou een mens christen worden zónder geestelijke vernieuwing?

Maar voor de moderne, gesaeculariseerde mens, die alleen maar leeft in het horizontale perspectief, zijn beide zaken vreemd. Die maakt zich druk om de media, die hem het laatste nieuws brengen en voorlichting geven. Die is uit op vorming, ontplooiing, zelfverwerkelijking. Verkondiging evenwel veronderstelt volmacht, gezag van Godswege. En (geestelijke) vernieuwing houdt in, dat de mens, hoe gevormd en ontwikkeld ook, niet aan zijn bestemming kan beantwoorden, tenzij hij is wederom geboren en een ander mens is geworden. Deze opmerkingen vooraf wilde ik maken om aan te geven, dat wij met het thema van vandaag bezig zijn met een onderwerp, dat beslist niet vanzelfsprekend is en alleen te vatten is in het raam van Gods bemoeienis met een mens en wereld verloren in schuld.

De verkondiging

Laat ik nu proberen iets te zeggen over de verkondiging. Daarbij pas ik een onderverdeling toe in vieren: de bron van de verkondiging - de verkondiging - aan wie verkondigd wordt - door wie verkondigd wordt.

a. Bron van alle verkondiging in en vanuit de christelijke gemeente is de Heilige Schrift. Zij is theopneust, d.w.z. 'van God doorademd'. In haar woont de Heilige Geest. Alle verkondiging die niet opkomt uit de Heilige Schrift leidt de mensen op een dwaalweg. Al wat verkondigd wordt dient ook door de Heilige Schrift genormeerd te worden. Het is een hoge verantwoordelijkheid van de Schrift niets af te doen noch iets aan haar toe te voegen. Zo gemakkelijk komen mensen daardoor onder een juk, dat niet het zachte juk van Jezus Christus is. Of anders menen zij te staan in de vrijheid, terwijl zij niet door Jezus Christus zijn vrijgemaakt. De Schrift is van zo grote rijkdom, dat men nooit met haar klaar is. Altijd weer kunnen nieuwe schatten worden opgedolven, die hetgeen wij reeds mogen weten, zetten in een nieuwe gloed en glans.

b. Wat verkondigd mag en moet worden, laat zich het best aanduiden met een tweeslag: wet en evangelie, zonde en genade, Gods recht en zijn ontferming in Christus Jezus, menselijke schuld en goddelijke vrijspraak, gebod en belofte. Deze tweeslag is gegeven met de polaire betrokkenheid van de mens op God, het schepsel op zijn Schepper, de opstandig geworden en afgevallen mens op zijn Rechter.

Steeds moet in de verkondiging 'met twee woorden' worden gesproken. Denkt u maar aan Mozes, die het volk Israël voorhoudt zegen én vloek, leven én dood. Met de prediking van de profeten, die van Johannes de Doper, Jezus Zelf en de apostelen is het niet anders. Maar met deze tweeslag is tegelijkertijd de wondere genade van God gegeven. Want het is niet alleen: wet, zonde, schuld, straf. Zo zou het kunnen zijn. Wij hebben het er wel naar gemaakt. Wij verdienen niet beter. Maar: God heeft gedacht aan zijn genade. Voor wie de genade van God nooit een wonder is geworden, die heeft van de genade nog niets verstaan. Dat God in Christus zich neerbuigt over deze onze afgrijselijke wereld, dat Hij in Christus als mens van vlees en bloed onder ons is komen wonen, is een onbegrijpelijk, aanbiddelijk vvonder. Dat God de Heilige Geest tot ons wil komen en in die Augiasstal van ons hart wil wonen, en die wil reinigen is een wonder dat niet minder groot is.

Deze genade is niet gegeven met de schepping of met onze geboorte. Zij komt voort uit het welbehagen van God, die de verloren mens zoekt, om hem te vergeven en te verlossen. Van deze genade getuigt heel de Schrift. Deze genade van God, die de verdorven mens vernieuwt en niet vernielt moet verkondigd worden, krachtens Jezus' eigen opdracht: gaat dan heen, onderwijst al de volkeren.

c. Maar hoe wordt nu de verkondiging ontvangen? Vanuit zichzelf is elk mens alleen maar weerbarstig. Wij hebben God niet nodig. Wij gaan onze eigen wegen. Wij willen onszelf zijn. Vrij, ongebonden, onafhankelijk. Wie weet nu uit zichzelf, dat zijn vrijheid slechts vermeende vrijheid is en dat hij de ketenen draagt van een slaaf? Wie voelt de last van zijn zonden? De hoofdpersoon in Bunyans bekende boek, Christen, komt er achter hoe hij eraan toe is, als hij is gaan lezen in 'het boek'. O neen, je beseft nog heel niet, dat het al genade is, wanneer je gaat voelen welke last je drukt en de ketenen gaan knellen. Je beseft niet, dat het genade is, wanneer je genade nodig krijgt. Maar zo is het wel.

Het is goddelijke bemoeienis, wanneer de luister-houding wordt geboren: Spreek, Heere, uw knecht hoort. Menselijk gezien is het niet te verklaren, dat de één de verkondiging verwerpt en blijft verwerpen, terwijl de ander door middel van de prediking door God gegrepen wordt. In dit laatste geval word je verlangend al meer van de goede Boodschap te vernemen en bewijst het Woord van God zijn kracht door het leven van de mens te doortrekken, zo, dat het wordt veranderd en vernieuwd. Daardoor wordt God, die zo zeer te prijzen is, geëerd.

d. Laat ik dit tweede hoofddeel afsluiten door nog enkele opmerkingen te maken over degene die door God geroepen wordt tot de verkondiging. Daarbij zie ik niet over het hoofd, dat elk die tot geloof mocht komen, geroepen is het goede nieuws door te geven. Maar het gaat vandaag o.a. over de verkondiging en deze veronderstelt een gebeuren in het openbaar, iets van gezag en volmacht, zo u wil: het ambt.

Zeker is het een onverdiend voorrecht als de Heere iemand roept tot de verkondiging. Daarin bezig te zijn vereist: eerbied, eerbied voor de Heilige en het heilige; bereidheid om stil te luisteren naar wat de Geest ons in de Schrift te zeggen heeft; klein zijn voor God: nauwkeurig onderzoek naar hetgeen geschreven staat; de samenhang van het geheel van de Godsopenbaring niet uit het oog te verliezen; de verkondiging te zien in het licht van het geloof van de kerk der eeuwen en haar tevens te betrekken op de tijd en omstandigheden van nu. Wie is hiertoe bekwaam? Welke gevaren dreigen hier, omdat de boze juist de predikers wil vangen in zijn strikken, om hen krachteloos te maken in hun werk. Daar is het gevaar dat de verkondiging geheel beroepsmatig wordt, glad, vanzelfsprekend, een zaak van routine. Of het tegenovergestelde, dat je je mateloos afmat in de mening, dat jij de mensen moet bekeren en vernieuwen. Daar is het gevaar van de hoogmoed, omdat de mensen je graag horen en in drommen komen opzetten. Maar ook het tegenovergestelde, dat je moedeloos wordt, omdat de een na de ander wegblijft. Daar is het gevaar van de jaloezie, omdat je collega het veel beter doet dan jij. Maar het kan ook zijn, dat je mismoedig wordt, omdat je geen zegen bespeurt. Daar is het gevaar van persoonlijke zonden van welke aard ook, die niet beleden worden, waarmee niet gebroken wordt. Daar is de mogelijkheid, dat de prediker zelf onbekeerd is en nog nooit voor God heeft leren buigen en om genade smeken. Door al déze dingen - en er zou nog veel meer te noemen zijn, terwijl ik aan de verminking van de Bijbelse Boodschap door de verbastering van het Evangelie om redenen van tijd nu geheel voorbij ga - wordt de Heilige Geest gestagneerd in zijn werk. Want het luistert zo nauw. Er is in dit verband eigenlijk geen grotere zegen voor de prediker, dan dat de Heere hem oplegt wat hij zelf nooit begeert: een kruis, dat hém klein houdt en ootmoedig en hem voortdurend weer doet schuilen bij het Kruis der verzoening.

Vernieuwing

Nu komt ik tot het derde en laatste hoofddeel, dat is toegespitst op de geestelijke vernieuwing en eveneens uiteenvalt in vier onderdelen.

a. Het eerste wat ik dan zeggen wil is, dat geestelijke vernieuwing, in de zin van: vernieuwing door de Heilige Geest volstrekt noodzakelijk is. Zonder deze is en blijft de mens verloren. Alleen hierdoor worden wij Christus ingelijfd en tot kind van God aangenomen. Nieuw staat tegenover oud. Oud is de mens (hoe jong ook) buiten Christus. Nieuw is de mens die Christus toebehoort. Hij deelt in al de beloften van God en heeft de eeuwige jeugd voor zich. Van deze persoonlijke noties weet de moderne theologie, die zich richt op verandering van maatschappelijke en politieke structuren niets en zij wil er ook niets van weten.

b. Vervolgens dienen wij te bedenken, dat de Geest niets verplicht is aan ons. Hij waait waarheen Hij wil. God is vrij. Zeker, Hij geeft Zijn beloften. Maar Hij is vrij om ons met deze beloften werkzaam te maken. Onnaspeurlijk is zijn verkiezend welbehagen. Welk mens zal zich vermeten te verklaren, waarom de één zijn zonde gaat belijden en begint te bidden en de ander zich verhardt?

c. Maar waar de Geest gaat werken gebeurt wel wat. Doorgaans in stilte, niet met veel rumoer. De bekering van de zondaar is een zo groot wonder, dat zij in één van de gereformeerde belijdenisgeschriften (de Dordtse Leerregels) gelijkgesteld wordt met het scheppingswerk van God en met de opstanding uit de doden! Dat wil dus nogal wat zeggen! Het is eigenlijk niet in woorden uit te drukken, wat er precies gebeurt, als door de overmacht van de Heilige Geest het woord van de verkondiging vat krijgt op een mens. Er gaat een geheel nieuwe wereld voor hem open. Hij maakt kennis met zaken die tevoren onbekend waren. Hij maakt kennis met Iemand die hem tevoren onbekend was. Zaken als: schuld, gemis van God, droefheid naar God, worstelen met God, smeken om vergeving, troost, de verzoening door het bloed van Christus, vrede, blijdschap, verlangen om de Heere te dienen worden in een wonderlijke afwisseling en mengeling doorleefd.

Altijd wordt de hoge mens verootmoedigd, de grote mens klein gemaakt. En God wordt groot. Door nood en benauwenis heen wordt de mens wederom geboren, vanuit de eerste Adam overgebracht in de tweede Adam, Christus, verbonden met Hem die is gestorven en opgestaan, en mét Hem te zijn gestorven en mét Hem te zijn opgestaan. Zo wordt een nieuwe mens geboren, de oude mens geestelijk vernieuwd. Het geheim is en blijft in dit alles de geloofsgemeenschap met de Heere Jezus Christus. Door Hem is de vloek afgewenteld en heerst de genade, niet als een nieuwe wet, maar als gratie, als Vaderlijke gunst en liefde, die beantwoord wordt met liefde, liefde tot God, Zijn Gemeente en Zijn kinderen, liefde tot God en Zijn Woord en alles wat van Hem is.

Een nieuwe wijze

Je komt op een nieuwe wijze in de wereld te staan:

vrij - en niet langer een slaaf van de zonde, zondige gewoonten, een slaaf van de duivel; wie in Christus is, is immer vrijgemaakt van de zonde en de vloek der wet? ;

open - en niet langer krampachtig door zelfhandhaving, het werken aan eigengerechtigheid, Rechthaberei; wie vergeving ontving, kan toch ook een ander wel vergeven en voor zichzelf om vergeving vragen? ;

liefdevol - en niet langer verstijfd in egoïsme, schamperend op of hatelijk tegenover anderen; maar hulpvaardig, barmhartig, zorgzaam, meelevend, mee-lijdend, een mens van gebed;

vast - en niet langer wisselvallig als de golven van de zee, die nooit tot rust kan komen en daarin het beeld is van een mens zónder God; maar vast tegen de vele dwalingen en verleidingen, vast tegen de tijdgeest in die altijd moet worden weerstaan;

vol vertrouwen - en niet langer angstig voor de mensen, voor de toekomst; wij mogen toch in Gods hand zijn, Gods Vaderhand, die altijd voor de zijnen waakt?

Al deze dingen heb je nooit op je eentje, maar mogen ontvangen en genoten worden in de gemeenschap met andere begenadigden, anderen die eveneens dit vernieuwend werk van de Heilige Geest mogen kennen. In deze gemeenschap heeft ieder nog weer eigen gaven en mogelijkheden van God ontvangen, zodat het geheel als een lichaam is, waarin vele leden zijn, elk met hun eigen werkzaamheid. En door de voortdurende verkondiging van het Goddelijk Woord wordt elk lid van deze gemeenscliap verder verdiept in het geloof, bevestigd in de hoop, gesterkt in de liefde en toegerust tot een leven dat toegewijd is aan Gods dienst, waardoor de gemeente zelf wordt versterkt.

Gevaren

d. Na dit gezegd te hebben, moet ik wel wijzen op enkele gevaren die ook hier dreigen:

d.1 In de eerste plaats is er het gevaar van de realiteit van de geestelijke vernieuwing van enkeling en gemeenschap te overtrekken en te overspannen. Alles wat ik zoëven naar voren bracht, wordt in deze zondige werkelijkheid altijd maar zeer ten dele gevonden. Een geestelijk vernieuwd mens kan toch nog weer voor kortere of langere tijd vervallen tot slaafse gebondenheden, tot krampachtigheid, liefdeloosheid, onzekerheid of groot gebrek aan vertrouwen. Een kind van God blijft mens, blijft in zichzelf een zondaar, staat bloot aan vallen en dwalen. Wie dit vergeet komt tot Geestdrijverij, activisme of perfectionisme en raakt daardoor los van God en Zijn Woord of wordt dan zélf weer groot, terwijl God alleen groot is.

d.2 In de tweede plaats is er het gevaar, dat we menen, dat dit geestelijk vernieuwingswerk bij elke gelovige even snel zijn beslag krijgt. Maar het gaat bij de een vlugger dan bij de ander, de een vordert meer dan de ander. Ook hierin is veel onderscheid. Het is van belang elkaar hierin geen juk op te leggen. De een heeft in zichzelf veel meer strijd te voeren dan een ander. Sommigen groeien maar heel langzaam. Zo is het in de natuur ook. Het ene gewas schiet veel sneller uit de grond dan het andere. En kijk maar uit voor wonderbomen, want daar komt doorgaans niets van terecht. De verkondiging zal zeer terughoudend moeten zijn om op het gemoed van de mensen te spelen, de emoties op te wekken. Daar blijft niets van over. Het gaat om een appèl op het hart.

Hierin herkennen de ware gelovigen elkaar, dat zij de toevlucht nemen tot de Vader. En dat maar niet voor een keer. Maar altijd weer. De gemeente is een gemeenschap van zondaren, met wie Christus wil samenwonen.

d.3 In de derde plaats is er het gevaar de werking van de Heilige Geest tegen te staan, te hinderen, ja Hem te bedroeven en zelfs uit te blussen. Hij is immers niet een onpersoonlijke kracht, maar Zelf ook God, uitgaande van de Vader en van de Zoon. Je kunt Hem pijn doen. Op vele manieren. Zodat Hij zich bedroefd terugtrekt voor kortere of langere tijd, totdat Hij weer terugkeert tot de gelovige die Hem smartelijk is gaan missen en om Hem roept. Het werk van de Geest luistert zo nauw en ligt zo teer. Hij legt het er helemaal op aan Christus te verheerlijken. En Christus wordt verheerlijkt als Hij in een waar geloof wordt omhelsd en een mens wordt getrokken in zijn navolging. Hieraan kunt u weten of de Heilige Geest in u werkzaam is, of de verkondiging u tot zegen is - als u Christus nodig hebt als uw verlosser.

Verkondiging en geestelijke vernieuwing

Het, is duidelijk in het licht van de Schrift, dat er zónder verkondiging van geestelijke vernieuwing geen sprake is. Maar ook, dat niet alleen verkondiging leidt tot de geestelijke vernieuwing van allen. Het Evangelie is voor de een een reuk des doods ten dode. Hij wendt er zich met afschuw van af. Voor de ander een reuk des levens ten leven. Hij wordt verrast door de zoete geuren van het goddelijk welbehagen, in Christus herboren tot een nieuw mens, om tot zegen te zijn in de tijd en gericht te worden op Gods lichtende Toekomst, waar de geestelijke vernieuwing volkomen en definitief zal zijn.


Op zaterdag 4 februari 11. werd in Amersfoort de jaarlijkse ontmoetingsdag van de Evangelische Alliantie gehouden. Ds. L. J. Geluk, voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, was één van de sprekers. De tekst van zijn referaat 'Verkondigingen geestelijke vernieuwing' plaatsen we hiernaast in ons blad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verkondiging en geestelijke vernieuwing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's