De overheid en de verkondiging van het Woord Gods
'325 Jaar Predichuis'
Zo toont dit stukje geschiedenis van de Hervormde gemeente te Volendam ons, dat de overheid de gereformeerde gezindte steunt, opdat zij zich zal kunnen handhaven, en kan uitbreiden, ook daar waar de calvinistische reformatie slechts beperkt in het volksleven is aangeslagen.
'325 Jaar Predichuis'
Zo toont dit stukje geschiedenis van de Hervormde gemeente te Volendam ons, dat de overheid de gereformeerde gezindte steunt, opdat zij zich zal kunnen handhaven, en kan uitbreiden, ook daar waar de calvinistische reformatie slechts beperkt in het volksleven is aangeslagen. De hier geschetste nauwe verbinding tussen Kerk en Staat is blijven bestaan tot 1795. Dan begint de 'Franse Tijd'. De republiek der regenten is in politiek- en economisch opzicht overleefd.
De filosofie van de Verlichting, die uitgaat van de autonomie van het menselijk denken, laat geen ruimte voor de gedachte, dat de overheid dienares Gods is (Rom. 13, 4). Het volk is souverein.
In deze Franse tijd (1795-1813) kent ons land een aantal verschillende staatsvormen. Zij hebben echter gemeen, dat de gedachte van de volkssouvereiniteit er in wordt belichaamd. De consequentie van deze staatkundige denkwijze is, dat de scheiding van Kerk en Staat wordt ingevoerd. Dit heeft echter niet tot gevolg, dat de Kerk nu vrij is. Er komen staatsmaatregelen, die er toe leiden, dat de invloed van de Kerk op het openbare leven wordt teruggedrongen.
Zo komt er een verbod om kerkklokken te luiden. Predikanten en andere kerkelijke personen mogen zich niet buiten de kerk, in 't openbaar vertonen in ambtskleding of met ambtsonderscheiding.
Daarentegen wordt in 1806, door de overheid wel een kerkelijk formuliergebed voor het welzijn van koning Lodewijk Napoleon en zijn regering voorgeschreven.
In 1807 bestaan er bij het gouvernement plannen om het aantal predikantsplaatsen te beperken, door voor gemeenten met minder dan 200 zielen geen staatsgeld meer beschikbaar te stellen. In datzelfde jaar nog ontvangt de hervormde gemeente van Edam van 's Konings minister bericht, dat de predikantsplaats te Volendam opgeheven wordt. In 1808 verschijnt er een koninklijk decreet om vanaf 1810 'generlei betaling uit plaatselijke- of andere publieke kassen te doen aan predikanten of andere geestelijken, kerkelijke bedienden of eenige objecten van den Eeredienst'.
Dit geeft ook in Volendam een achterstand in de betaling van de predikantstraktementen. Ook het onderhoud van het kerkgebouw en de erbij behorende woning, alsmede de bezoldiging van organist en koster komen voor rekening van de kerkelijke gemeente.
Ten aanzien van het gebruik van kerkgebouwen, worden de plaatselijke besturen gemachtigd een herverdeling te maken naar evenredigheid van het ledental van de kerkgemeenschappen ter plaatse. Dit was een stap op de weg naar het gelijkberechtigd zijn van alle kerkgemeenschappen voor de wet. Daar er voor de Hervormden te Volendam geen sprake is van een teveel aan kerkruimte blijft het door de overheid bekostigde kerkgebouw tot hun beschikking.
Einde Franse tijd
De tijd van scheiding van Kerk en Staat eindigt in 1813. De Franse tijd en het bestuur van keizer Napoleon zijn dan voorbij - Nederland is weer zelfstandig.
Oranje wordt in 1814 uitgeroepen tot Souverein Vorst en in 1815 als Koning Willem I ingehuldigd. De Republiek van de Zeven Provincies is dan geworden, Koninkrijk der Nederlanden.
De bevoegdheden van Koning Lodewijk Napoleon en zijn minister voor kerkelijke zaken vallen nu toe aan Koning Willem I. De koning zoekt zijn bestuurlijke macht te gebruiken om de band tussen Staat en Kerk weer nauwer aan te halen. Er komt een nieuwe kerkelijke organisatie. De Hervormde Kerk heeft nu de kenmerken van Staatskerk.
Een Synodaal Bestuur geeft in naam des Konings leiding aan de Kerk. De bevoegdheden van dit landelijk kerkbestuur, alsmede die van de provinciale-en classicale besturen worden geregeld in het 'Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk' van 1816.
Ten aanzien van het beheer der kerkelijke goederen waren deze bevoegdheden echter beperkt. Dit beheer werd plaatselijk toevertrouwd aan colleges van kerkvoogden. Die waren verantwoording schuldig aan provinciale colleges van toezicht en daar boven stond 's Konings minister waarbij de Eredienst was ondergebracht.
De in de Franse tijd weggevallen overheidssteun ten behoeve van de traktementen van kerkelijke ambtsdragers wordt gecompenseerd door financiële uitkeringen aan lokale gemeenten.
Generale Synode
Deze bestuursorganisatie van de Hervormde Kerk, die tussentijds op onderdelen is gewijzigd, o.a. in 1852, wordt na vele jaren van voorbereiding, in 1950 geheel veranderd. Het Synodale Bestuur maakt plaats voor een vanuit de grondorganen van de Kerk, de classes, gekozen Generale Synode. Deze zal haar besturende en leiding gevende taak hebben te vervullen: 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen'.
Een financiële band tussen de Hervormde Kerk en de Nederlandse Staat, de zgn. 'zilveren koorde', blijft echter bestaan.
Staat en Hervormde Kerk zijn het er thans over eens, dat zij financieel van elkaar gescheiden willen zijn. Een beëindigingsregeling daarvoor is in voorbereiding.
Teken
Als wij terugzien in de geschiedenis, kan worden gezegd, dat het kerkgebouw, dat 325 jaar geleden door Staten en magistraat voor de kleine gereformeerde gemeenschap in Volendam werd gesticht een teken is van de toenmalige verhouding van Kerk en Staat. Het spreekt ons van de bevoorrechte positie die de Gereformeerde Kerk in die tijd in ons land had.
Zo zijn er in de 17e eeuw op veel plaatsen door de overheid grote en kleine kerken gebouwd. Wij kunnen hier o.a. denken aan de vier grote Amsterdamse hervormde stadtskerken uit de 17e eeuw, waarvan de Noorderkerk en de Westerkerk nog steeds in gebruik zijn. Echter ook elders in ons land zijn er toen zeer fraaie kerkgebouwen gesticht.
Als architectonische opgave waren deze kerken, waarvoor de Woorddienst centraal stond, iets geheel nieuws. Het was een uitdaging voor de bouwmeester om te voldoen aan de liturgische-en technische eisen die werden gesteld bij de snel wisselende vorm geving in deze overgangstijd van renaissance-naar barokstijl.
Overwegingen
Verschillende overwegingen zijn de directe aanleiding geweest voor de bouw van deze nieuwe kerken. Zij zijn gesticht in nieuwe bevolkingscentra; verder daar waar de bestaande kerkgebouwen aan de R.K. Kerk bleven en ook was in menig geval de nieuwe 'predicplaats' een vooruitgeschoven post van wat werd genoemd: 'christeleijk gereformeerd leven'. Deze werden dan gesticht tot steun aan gereformeerde groepen om zich te kunnen handhaven.
In de hier gebruikte term 'christeleijk gereformeerd' ligt besloten de diepe overtuiging van de calvinistische Reformatie, dat de Kerk heeft te leven uit het Woord Gods. Zij zoekt dit, als vergadering van de gelovigen, te leren verstaan van uit het grondgetuigenis van de apostelen en de profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen (Ef. 2, 20 St. V). Daarin zal de Kerk zich voegen naar het beslissend belijden van de grote concilies van de oude Kerk. En vandaar uit getuigt zij, dat naar de Schriften Jezus Christus onder ons, als Zoon van God, in mensengestalte geboren is, om ons door Zijn dood en opstanding in rechtvaardigheid en barmhartigheid te behouden tot 'de onsterfelijkheid en het eeuwige leven' (Ned. Geloofsbelijdenis, art. 20).
Een gemeente, die vanuit deze grondhouding leeft, weet dat Hij, 'die ons lief heeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed' (Openb. 1, 5) volgens dezelfde Schrifttekst is: 'de overste van de Koningen der aarde'. Daarom mag en moet de gemeente de overheden in volk en staat beschouwen als dienaars van God. De hoogheid waarin zij gezeten zijn is die van de troon van het koningschap Gods. Hun taak is om op die plaats, de weg vrij te houden voor de komst van Christus en Zijn rijk.
N.G.B.
In het felst van strijd en vervolging heeft de Reformatie haar gedachten hierover geformuleerd in de Gereformeerde Geloofsbelijdenis, opgesteld in 1561 door Guido de Brés. Daarin handelt artikel 36 over 'het ambt der overheid'. Onder meer wordt hierin gezegd, dat de overheid heeft te waarborgen, dat alles onder mensen met goede orde toegaat. Daartoe is zij toegerust met 'het zwaard'. Dat wil zeggen, dat het overheidsgezag beschikt over de uiterste mensen macht om leefbaar bestaan onder mensen te verzekeren.
Binnen het raam van de staatkundige- en maatschappelijke orde dient het overheidsambt om 'de hand te houden aan de heilige kerkedienst'. Het moet vrijwaren de ruimte voor de verkondiging en de openbare eredienst van de Kerk.
Het artikel spreekt verder van het weren en uitroeien van alle afgoderij en valse godsdienst én van het te gronde werpen van het rijk van de antichrist. Daarover zal het getuigenis van de Kerk ook nu, in onze neutralistische samenleving, onbelemmerd moeten kunnen klinken. Vervolgens wordt in dit artikel aan de overheid de eis gesteld, dat zij zal doen vorderen - laten komen - wat de Schrift noemt, het Koninkrijk van Jezus Christus, én dat zij zal doen prediken - overal - het Woord van het Evangelie. Wat betreft de hier van de overheid verlangde houding, valt te verwijzen naar de hiervoor beschreven geschiedenis van het intensief samenleven van Kerk en Staat, waarbij soms een bijna missionaire taak door de overheid is verricht. De stichting van het kleine kerkgebouw te Volendam is hiervan een voorbeeld.
Scheiding
Dit alles is nu weggevallen. Er is een vrij scherpe scheiding van Kerk en Staat. De Kerk echter is souverein in eigen kring. Zij kan onbelemmerd haar geloof belijden en, eredienst houden en van daaruit tot allen, ook tot de overheid, spreken aangaande het heil voor mens en gemeenschap overeenkomstig het Woord Gods. Deze situatie is voor de Kerk een uitdaging, die haar innerlijk versterkt en haar spankracht vergroot. Zij zal er daarom met des te meer aandrang voor moeten ijveren, dat de overheid de staatkundige ruimte schept én in stand houdt naar binnen, zoals onze geloofsbelijdenis zegt: 'het Koninkrijk van Jezus Christus kan vorderen'.
Voltooiing
Dat Rijk vindt zijn voltooiing uitgedrukt in het beeld van het nieuwe Jeruzalem, de heilige stad, die uit de hemel neerdaalt van God (Openb. 21).
In die stad zonder tempel, zullen de volken hun levenswandel hebben in de lichtglans van Christus, het Lam Gods. En de overheden der aarde stellen dan hun ambtswaardigheid en hun staatkundig handelen in het krachtenveld van de Heilige Geest van God.
Op die toekomst mag de Kerk vooruitgrijpen. Hij die de wereld geschapen heeft en ons daarin plaatst, geeft ons de wereldtijd én de geschiedenis om de mensengemeenschap in te richten als Rijk van Jezus Christus de Heer. Daarmee vieren wij, reeds nu, de uiteindelijke verlossing van de wereld, waartoe deze geschapen is.
De bescheiden herdenking van het feit, dat 325 jaar geleden voor een kleine kerkgemeente in Nederland door de overheid een vergaderplaats voor Christus-gelovigen is gebouwd, zal ook nu spreken tot Kerk en gemeente van de opdracht om in volk en staat tekenen van het Rijk Gods zichtbaar te doen worden.
Voor belangstellenden is 'Geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk te Volendam' verkrijgbaar tegen storting van, ƒ 64, 25 op postrekening 199604 t.n.v. B. Visser, Haven 21, 1131 EP Volendam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's