Pinksteren en de talen
Van taal tot taal (7)
De gebrokenheid, ook in de sfeer van communicatie wordt opgelost door die talen drager te laten zijn van de boodschap van Gods 'grote werken'.
In zendingspublikaties wordt terecht veel aandacht geschonken aan wat in Hand 2 vers 1 tot 13 verhaald is. Sommigen spreken in dit verband zelfs van 'het omgekeerde Babel'. Meestal wordt in het verhaal van Pinksteren ook de vermelding van een talenwonder gelezen: de apostelen spraken in andere talen, zodat de aanwezigen hen in hun eigen taal konden beluisteren. Maar er zijn ook pogingen gedaan om de geschiedenis van Pinksteren te 'normaliseren': de apostelen zouden in plaats van hun gebruikelijke aramees op het feest van Pinksteren geen andere talen gesproken hebben, maar gewoon het koine-grieks, de internationale omgangstaal van die dagen. Een dergelijke exegese doet echter geen recht aan wat er in de Pinkster-geschiedenis verteld wordt.
Alle volken
Laten we de tekst meer nauwkeurig bezien. In vers 5 van de geschiedenis staat, dat er vertegenwoordigers van 'alle volken' in Jeruzalem aanwezig waren. In vorige artikelen hebben we gezien, dat volken en talen bij elkaar horen in het Bijbels spraakgebruik, ook in deze zin, dat andere volken andere talen opleveren. In het zesde vers wordt dat nader aangegeven door het woord 'eigen' (idios). Het ging dus om taal voor een ieder in zijn eigen, dat wil zeggen van anderen onderscheiden kwaliteit.
Alleen maar Grieks?
De opmerking in vers 7, dat de sprekers Galileërs waren, verliest aan betekenis als zij alleen maar grieks gesproken zouden hebben. Zo veel mensen spraken grieks in die dagen. En Galileërs waren nu ook weer niet zo dom, dat zij geen grieks zouden kunnen leren. De opmerking heeft juist zin, als de aanwezigen inderdaad verschillende talen hoorden.
Van grote betekenis is vers 8. De sprekers stellen vast, dat zij hun individuele 'dialektos', de taal 'waarin wij geboren zijn', horen. Voor de leden van de volken en groepen, die in vers 9 en volgende genoemd worden, was het grieks niet de moedertaal. Daarom moeten wij hier bij dialektos, net als op andere plaatsen in het Nieuwe Testament aan de voor een volk of groep eigen, plaatselijke taal denken. Hetzelfde geldt voor 'gloossa', 'taal', in de verzen 4 en 11. Tenslotte, die snierende opmerking in vers 13 verliest zijn zin, als er met iets buitengewoons te beluisteren geweest was. Dat iemand in die dagen in Jeruzalem grieks sprak, zal geen genoegzame reden geweest zijn om te veronderstellen dat de spreker zich bedronken had.
Uitzonderlijk
De conclusie uit het voorgaande kan zijn, dat het verslag in Hand. 2 wel degelijk een uitzonderlijk verschijnsel wil weergeven. Daarop wijst overigens ook reeds het derde vers. Wat ook de aard van het talig verschijnsel mag zijn, het behoort bepaald niet tot de bijkomstigheden, zoals wel eens verondersteld is. Sterker, de pinkstergeschiedenis heeft een belangrijke heilshistorische achtergrond. Die mag niet veronachtzaamd worden. Maar we zagen reeds dat de voorstelling van het heil voor alle volken ook in de taal zichtbaar wordt. Dat alle volken in hun moedertaal het evangelie horen is dus vervulling van het profetisch perspektief. De gebrokenheid, ook in de sfeer van de communicatie, wordt opgelost, niet door de verscheidenheid van talen, die teken is van Gods oordeel, uit de weg te ruimen, maar door die talen drager te laten zijn van de boodschap van Gods 'grote werken'. Dat schept een verregaande 'eenheid in verscheidenheid' .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's