Globaal bekeken
'Fotograferen in het kerkgebouw', mag dat? Het is een telkens terugkerende vraag. Een lezer zond ons eens stuk uit Documenten Nederlandse Hervormde Kerk - 1945-1955, waarin een stuk is opgenomen over een bezinning terzake in de hervormde synode direct na de Tweede Wereldoorlog. Hier volgt het.
'Op 12 October 1947 was aan ds. W. A. Zeydner in een particulier schrijven gevraagd of het filmen en fotograferen van godsdienstige plechtigheden in kerkgebouwen kon worden tegengegaan. Deze legde de vraag voor aan de Raad voor Kerk en Eredienst, welks voorzitter hij is. In de zitting van 12 juni 1950 komt het rapport van deze Raad in behandeling. De Raad had onderscheid gemaakt tussen gewone en bijzondere gebeurtenissen, onder welke laatste b. v. de doop van een vorstelijke telg gerekend wordt. De Raad staat er niet volstrekt afwijzend tegenover vanwege de evangelisatorische mogelijkheden. De commissie ad hoc, bestaande uit de synodeleden ds. D. Bakker, ds. C. P. van Andel, ds. J. J. Poldervaart en dr K H. E. Gravenmeijer, concludeert tot ontoelaatbaarheid van het verfilmen of fotograferen van kerkelijke plechtigheden, onder welke vorm dan ook. De meningen in de synode zijn verdeeld. Het voorstel van de scriba om de discussie over deze aangelegenheid te publiceren in de kerkelijke pers en verder de zaak aan de beoordeling van de kerkeraden te laten, wordt verworpen met 19 tegen 16 stemmen. Het voorstel van het rapport van de commissie ad hoc om aan de kerkeraden mee te delen, dat de Generale Synode van oordeel is, dat tijdens de diensten niet dient te worden gefotografeerd of gefilmd, wordt aangenomen met 21 tegen 14 stemmen. Het Moderamen stelt later de brief aan de kerkeraden vast
In haar vergadering van 12 juni 1950 heeft de generale synode der Nederlandse Hervormde Kerk zich beraden op een aan haar gestelde vraag, betrekking hebbende op de wenselijkheid van het toestaan van filmen of fotograferen in het kerkgebouw bij plechtigheden als de Heilige Doop, het Heilig Avondmaal en de huwelijksinzegening. De generale synode was van oordeel, dat het ontoelaatbaar moet worden geacht, dat de heilige handelingen, die in de kerkdienst plaatsvinden, verstoord worden doorhandelingen van derden, die niet aan de kerkdienst deelnemen. Het is de generale synode bekend, dat zulk een storing, wat bijv. de huwelijksinzegeningen betreft, vaak plaatsvindt juist op het moment van de eigenlijke inzegening. Zulks dient in elk geval te worden vermeden. Daarom acht de generale synode het gewenst, dat in de eigenlijke kerkdienst, d.w.z. tussen votum en zegen, geen gelegenheid tot filmen of fotograferen wordt gegeven. In overeenstemming met het besluit van de generale synode in haar vergadering van 12 juni 1950 wordt dit advies ter kennis gebracht van de kerkeraden.'
***
Wie het vandaag in de medische praktijk opneemt tegen de huidige abortuspraktijken kan het moeilijk krijgen of reeds hebben. 'Pro-life artsen in Duitsland door rechter veroordeeld' luidt het opschrift van de (kort geleden opgerichte) Nederlandse Patiëntenvereniging. Een ontdekkend artikeltje dat voor zichzelf spreekt.
'Westduitse artsen met principiële bezwaren tegen abortus provocatus moeten hun standpunt duur betalen wanneer ze dit consequent in de praktijk brengen. In de derde week van november 1983 werd een arts door een rechtbank in Karlsruhe veroordeeld tot het bekostigen van het grootbrengen van een gehandicapt kind omdat hij de moeder geen abortus had geadviseerd. Volgens pro-life artsen in Duitsland zullen de moeilijkheden, waarin zij hierdoor kunnen geraken, de komende tijd nog verder toenemen. Dit stond te lezen in het Nederlands Dagblad van 11 januari jl. Het blad weet te melden, dat de arts in kwestie door een 39 jarige vrouw gevraagd werd mee te werken aan zwangerschapsproeven, omdat zij bang was een gehandicapt kind te zullen krijgen. De arts wist haar volgens het ND van haar vrees af te krijgen. Volgens critici misleidde de arts de vrouw door te zeggen dat de kans op een gehandicapt kind gering was. Vanuit pro-life kringen wordt de arts verdedigd met het argument, dat hij handelde in het belang van het (al of niet gehandicapte) ongeboren kind.
Aansprakelijk
Toen het kind na de geboorte mongoloïde bleek te zijn, stelde de moeder de arts aansprakelijk voor het feit dat zij een gehandicapt kind had gekregen. Het Hof in Karlsruhe willigde haar eis in en bepaalde, dat de arts alle onderhoudskosten van het kind moest dragen. De baby was volgens de rechtbank zó gehandicapt ter wereld gekomen, dat abortus zou zijn toegestaan als dit tevoren was voorzien. Door de weigering van de arts om aan zo'n vooronderzoek mee te werken, kan worden gezegd dat de arts schuld draagt, vond de rechtbank. Bij de Duitse vereniging van pro-life artsen zijn verschillende min of meer recente gevallen bekend van artsen die door hun principe in moeilijkheden kwamen. Zo werd onlangs ook een arts veroordeeld, omdat hij foutieve informatie had verstrekt aan een zwangere cliënt, eveneens met het doel het ongeboren leven te redden. Een ander geval betreft een arts die verzwegen had dat een ongeboren kind waarschijnlijk gehandicapt zou zijn. Ook in Nederland moet volgens het ND rekening worden gehouden met dergelijke problemen, waarvoor pro-life artsen in de toekomst kunnen komen te staan.'
***
Dit jaar wordt herdacht dat de Afscheiding 150 jaar geleden plaats vond (14 Oktober 1834). Bij het eeuw'feest' van de Afscheiding in 1934 hield de in hervormd gereformeerde kring bekende ds. S. van Dorp in de Haagse Regentessekerk een tijdrede (7 oktober) over Daniel 9 : 15117. Uit de preek, ons door een lezer toegestuurd, citeren we het volgende: 'Maar hun afscheiding goedkeuren, kunnen wij niet. Zij mochten de waarheid toch prediken, wat in den tijd van de hervorming niet gedurfd werd. Ds. De Cock is niet daarom geschorst, omdat hij Gods Woord zuiver wilde prediken, maar, hij kreeg moeilijkheden omdat hij zonder verlof kinderen uit andere gemeenten doopte, omdat hij over de gezangen zoo smalend sprak, en vooral, omdat hij twee predikanten op grove wijze aanviel. En wel is De Cock door het provinciaal kerkbestuur afgezet, maar de synode heeft deze handeling niet goedgekeurd en gaf hem een half jaar bedenktijd. In dien tijd is ds. Scholte van Doeveren gereisd naar ds. De Cock in Ulrum, om hem in zijn voornemens te sterken. En onder Scholte' s invloed werd op 14 oktober 1834 de acte van afscheiding en wederkeering gesteld en onderteekend. Men trachtte onder het oordeel uit te loopen. Men verbrak de eenheid met zoo vele geloovigen, die in de kerk der vaderen bleven. Voor zooveel het van hen afhing, verdeelden zij, zonder het te bedoelen natuurlijk, het lichaam van Christus. Nu wordt de boom uit zijn vrucht gekend. En die vrucht is niet zoo mooi. Een verzwakte Kerk laat men achter, en maakt aldus de strijd der belijders zwaarder. Al meer scheuring en verdeeldheid ontstaat. Nu trekken "de gereformeerde kerken", en "de christelijk gereformeerde kerk" beide naar Ulrum, om daar in groote verwijdering de afscheiding te gedenken, om daar voor zichzelf op te eischen de eere van te zijn de echte zonen der scheiding. Nu kunnen zij niet eens aan één tafel komen, blijkens de weigering van "de christelijk gereformeerde kerk", - terecht of te onrecht, daar oordeel ik niet over, ik constateer alleen het feit - , om met elkander over hereeniging te praten. Nu zijn er al meer kerken en kerkjes ontstaan van gereformeerde belijdenis. En waarom zouden zij ook niet, als eenmaal het scheuren begonnen is? Nu staan in onze eigen stad vlak bij elkander: "de gereformeerde gemeente", "de christelijk gereformeerde kerk", de groep van ds. Paauwe, om van andere niet te spreken. In al die kringen zijn, naar wij gelooven mogen, kinderen Gods. En dan zoo gescheurd! Is het niet droevig? Is het niet zondig? Is het niet een aanfluiting voor degenen, die buiten zijn? Is dat uit God? Is Christus gedeeld? En dan die doodigheid, die oppervlakkigheid, dat onderling twisten juist ook in de kleinere kerken! Wat men daarvan hoort is allesbehalve aanlokkend, om zich daarheen te wenden. Als wij dan nu ook de afscheiding gedenken, dan doen wij dat met smart, begeerend naar hereeniging met allen, die de oude waarheid liefhebben. Als wij de afscheiding gedenken, dan willen wij eigen schuld belijden, en den weg wijzen, die naar Gods Woord alleen voert tot reformatie. Waar de schuld is gemaakt, daar moet die schuld ook worden betreurd en beleden. Wij moeten het recht Gods leeren erkennen. Wij hebben den toestand van de Kerk der vaderen te zien als een oordeel, gelijk ook de Babylonische ballingschap een oordeel was. En nu is het niet de weg om te trachten onder dat oordeel uit te loopen. Dat gaat toch niet. Als wij het beproeven, dan zal dat oordeel ons volgen. Dat zien wij ook in de kerken der scheiding. Wat was er al direct een strijd en verwarring! Ds. Ledeboer is even meegegaan, maar kort daarna voelde hij zich in de afscheidingsbeweging niet meer thuis. Ds. Scholte, die ds. De Cock had aangezet om door te tasten, kreeg spoedig, al op de eerste synode in 1836 te Amsterdam met denzelfden De Cock oneenigheid. Op hun volgende synode te Utrecht, najaar 1837 gehouden, namen de moeilijkheden dermate toe, dat 10 gemeenten besloten, om eene afzonderlijke vereeniging te stichting. Op de 3de kerkvergadering te Amsterdam in November 1840 werd ds. Scholte wegens laster en het stoken van onrust geschorst in zijn bediening. Het was waarlijk niet: "Waar liefde woont, gebiedt de Heer' den zegen". Ds. De Cock en ds. Ledeboer (toen juist bij de gescheidenen) werden afgevaardigd om met ds. Scholte, toen predikant te Utrecht, te spreken. Deze weigerde schuld te bekennen op de punten door De Cock hem genoemd.
Toen liet ds. De Cock volgen: "dan zijt gij in den naam des Heeren geschorst". Den volgenden dag 's avonds waren de drie genoemden weer bij elkander, en nu begon de woordentwist opnieuw, en 't was zoo bitter, zoo onaangenaam, dat ds. Ledeboer het niet meer uithouden kon. Hij maakte aan den woordentwist een einde, zooals alleen Ledeboer dat doen kon, geheel in zijn lijn, door luid te bidden: "Almachtige God! bekeer ons. Amen " Dat waren nu de vaders der scheiding. Zien wij hier niet duidelijk het oordeel, dat is meegegaan? Ds. Ledeboer kreeg wel geen verheffenden indruk van den toestand onder de vaders der scheiding. Spoedig is hij ook uit hun midden heengegaan. Het oordeel kan men niet ontloopen. Als wij zien, hoe de toestanden nu zijn, dan kan dat onze begeerte niet opwekken. Hoeveel verscheuring, hoeveel oppervlakkigheid, wat een formalisme, welk een verwerpen van elkander, een zich afscheiden van de Hervormde kerk, maar geen trouwe separatie, geen scheiding voor den eigen kring, in de prediking. Als wij dit alles opmerken, dan zien wij: het oordeel blijft, ook al trachten wij het van ons af te werpen, zoolang de schuld niet van harte is beleden, zoolang het recht Gods niet in de ziel is erkend.'
***
Op D.V. donderdag 15 maart a.s. promoveert in Utrecht aan de theologische faculteit van de Rijks Universiteit drs. W. de Greef, hervormd predikant te Amsterdam (voorheen te Kamperveen, Pijnacker en Dokkum) tot doctor in de theologie op een proefschrift getiteld 'Calvijn en het Oude Testament'. Promotor is prof. dr. C. Graafland, die hiermee zijn eerste promotie als promotor heeft. We feliciteren de (a.s.) doctor met de voltooiing van zijn proefschrift en geven de volgende stellingen, die als gebruikelijk bij het proefschrift zijn gevoegd, door.
• De eenheid van het Oude testament en het Nieuwe Testament is volgens Calvijn ten diepste gelegen in God die ten opzichte van Zijn volk dezelfde blijft.
• Hoewel het Oude Testament met het Nieuwe Testament verbonden is, heeft het Oude testament bij Calvijn een eigen waarde vanwege Gods omgang met Israël en wat er in die omgang gebeurt.
• In Calvijns uitleg van Oude testament speelt het Nieuwe testament een belangrijke rol.
• Tegenover de Dopers stelt Calvijn dat God voor Israël geen ander heil op het oog had dan voor de kerk in het Nieuwe Testament.
• We treffen bij Calvijn het sterke besef aan dat Israël in de eerste plaats het volk van God is en dat de gelovigen uit de volkeren slechts bij het volk van God behoren daardat zij opgenomen zijn in het genadeverbond dat God met Abraham gesloten heeft.
• Door het heil te karakteriseren als geestelijk en hemels geeft Calvijn ook aan dat het heil ver boven ons voorstellingsvermogen uitgaat.
• Een discussie over de kinderdoop levert geen nieuwe gezichtspunten op vergeleken bij de discussie die ten tijde van de Reformatie gevoerd is.
• De wijze waarop Paulus anderen in zijn brieven betrekt bij zijn persoonlijke levenssituatie is voor christenen hier een aansporing mee te leven met christenen die in andere maatschappelijke en politieke omstandigheden leven moeten, zoals in Oost-Europa. (Zie b.v. Fil. 4 : 10-20; Col. 4 : 18 en 2 Tim. 4 : 13 en 21).
• Omdat ook de overheid geroepen is God te dienen behoeft de kerk zich er niet voor te schamen materiële ondersteuning van de overheid te vragen als de wet daarvoor mogelijkheden geeft.
• De gedachte dat de kerk op Pinksteren ontstaan is, houdt een miskenning in van het heilshandelen van God aan Israël.
• Het is met het oog op de kerkdienst als ontmoeting van de God van het verbond en Zijn gemeente zinvol aan het begin van de dienst naar de tien geboden te luisteren.
• Zwingli's aanbeveling wat de spelen betreft in de vrije tijd te schaken en zijn afwijzing van het dobbelen en kaarten zijn nog altijd van pedagogische waarde.
***
Bevolkingsexplosie in de wereld en schrijnende armoede, het zijn twee ondenwerpen, die alles met elkaar te maken hebben. Uit een voorlichtingsfolder van Unicef - het kinderfonds van dè Verenigde Naties - geven we de volgende cijfers en verdere informatie door. Opdat wij de armen niet vergeten in gebed en gaven.
• De perioden waarin de wereldbevolking verdubbelt, worden steeds korter: duurde de eerste verdubbeling, nl. van 200 naar 400 miljoen mensen, altijd nog 1500 jaar (van het jaar 0 tot het jaar 1500), de tweede verdubbeling vond al na 300 jaar plaats, de derde na 100 jaar en de vierde na 65 jaar. De vijfde verdubbeling, nl. van 3200 naar 6400 miljoen mensen, kan al na 35 jaar in het jaar 2000 zijn bereikt.
• Een kwart van alle kinderen in ontwikkelingslanden is sterk ondervoed. Het verzwakte lichaam van zulke kinderen biedt geen weerstand tegen ziektes. Dagelijks sterven 40.000 kinderen zonder dat dit nodig is. De honger komt in vele gedaanten voor. Daarom past Unicef verschillende methoden toe in zijn strijd tegen de ondervoeding van kinderen en moeders, aangepast aan de diverse situaties en mogelijkheden. Vooral de produktie van levensmiddelen voor eigen gebruik wordt ondersteund; het gaat daarbij om produkten die rijk zijn aan eiwit en vitaminen. Dit geschiedt door de aanleg van school- en gemeentetuinen en door viskwekerijen. 'Technologie op middelbaar niveau' bevordert een betere opslag van voedsel en voorlichting over een evenwichtige voeding beperkt de kans op onnodige ziekteverschijnselen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's