Prediking van zonde en genade
Bidstond voor gewas en arbeid
Ook op bidstond gaat het om prediking van zonde en genade...
Lucas begint zijn Evangelie met op te merken, dat velen ter hand genomen hebben 'om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben'; en Johannes sluit zijn Evangelie af met de opmerking dat er nog zoveel andere dingen zijn die Jezus gedaan heeft dat, als ze allemaal opgeschreven werden, hij dacht dat 'de wereld zelf de geschreven boeken niet zou bevatten'.
In de laatste opmerking zit bepaald een zekere literaire overdrijving maar wij, die zoveel eeuwen later leven, zouden vandaag eens bij elkaar moeten zien wat er de tijden door geschreven is. Ten tijde van Lucas en Johannes ging het nog om geschreven boeken. Wij kennen al zoveel eeuwen de gedrukte boeken en dagelijks stromen de boeken als het ware van de persen.
Hoeveel theologische, christelijke, bijbelse lectuur, of hoe men het verder ook aanduiden wil, is er door de eeuwen heen niet verschenen. De wereld zelf kan de geschreven boeken nog wel bevatten, maar het is een onafzienbare rij. Er is een christelijke uitgever in Nederland, die jaarlijks vijfhonderd boeken uitgeeft. En dat is dan één uitgever in één landje van de wereld. Bibliotheken vol zijn geschreven over geloofsvragen, ethische kwesties, vragen over de verhouding van de Bijbel tot politiek, wetenschap, cultuur; verder levensbeschrijvingen, boeken over de kerk en de kerkgeschiedenis. En dan het aantal zondagse preken, dat gehouden is en wordt. Per zondag zijn er dat in Nederland alleen al een aantal duizenden. Duizelingwekkend is de omvang van datgene wat in woord en geschrift is verwoord aangaande de bijbelse boodschap. En toch... het gaat in de kerk altijd weer om slechts twéé woorden, zonde en genade. Of, om het vanuit Gods heilsdaden te zeggen, om Kruis en Opstanding.
Geheimenis
In de boodschap van zonde en genade, van Kruis en Opstanding, ligt toch ten diepste het geheimenis van het gemeente- en kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. In eindeloze, hoewel heilzame herhaling wordt de boodschap van zonde en genade uitgezegd. Op die boodschap zijn mensen ten diepste aangelegd, willen ze tot hun eeuwige bestemming komen. Op het sterfbed van mensen blijven alle geschreven boeken achter, doet de theologie niet meer mee, maar blijft over de genade voor een arm, verloren mensenkind; blijft over het Kruis, hét teken van hoop op de eeuwigheid en de Opstanding van Christus als pand van onze zalige opstanding.
Men kan er zich tijdens de zondagse kerkdiensten wel eens over verbazen dat elke keer weer mensen zich laten vergaderen om een boodschap die men al kent. Maar daar ligt tóch de kracht van het eeuwige Evangelie, dat vanuit de verscheidenheid van Bijbelwoorden, die ene, oude boodschap van de rechtvaardiging van goddelozen, van begenadiging van vloekwaardige mensen wordt uitgeroepen. Zonde en genade, in dïé samenhang! Want neem de boodschap van de zonde, van menselijke schuld tegenover God weg en genade is geen genade meer. En neem de genade in de prediking weg en de zonde is geen zonde meer, maar noodlot, fatum, hoogstens vergroeiing in het menselijke bestaan.
Paulus, de grote apostel, vat zelf zijn boodschap, die hij toch ook in veel varianten doorgeeft in zijn zendbrieven, samen in die ene geconcentreerde belijdenis: want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Dien gekruisigd' (1 Kor. 1 : 23, 24).
Wat zou prediking nog waard zijn als het geen Christusprediking, geen prediking van Kruis en Opstanding was. We zouden, bij alle besef van onze schuld en zonde voor God, nog, juist dan de beklagenswaardigste van alle mensen zijn. Tegen de achtergrond van de zonde van de mens mag de genade in de prediking schitteren. En de zonde vindt zoveel eigentijdse sluipwegen dat daarom de prediking van de genade in vele varianten klinken rnag.
Structuren
Prof. dr. J. Verkuyl schrijft in zijn 'memoires', uitgegeven onder de titel 'Gedenken en verwachten' intussen: 'de zonde heeft niet alleen persoonlijke dimensies, maar wordt ook geïnvesteerd in de maatschappelijke structuren'. Zo werd het ook gezegd in het Getuigenis (1971): 'Het christelijk geloof is in de eerste plaats een persoonlijke zaak, van wedergeboorte, geloof en bekering. Zoals ook de zonde allereerst een persoonlijke aangelegenheid is en eerst daarna een collectieve'.
De nadruk, die gelegd moet worden op het persoonlijke karakter van de zonde, mag niet in mindering komen op het feit dat de zonde van hebzucht, haat tegenover God en de naaste, zedeloosheid en oneerlijkheid zich ook genesteld heeft in instituten, in collectieve verbanden in de politiek en de maatschappij. Daarom staat prediking van zonde en genade ook niet los van de ontwikkelingen, die zich in onze tijd in de grotere en kleinere verbanden in de samenleving, in wereldverband ook, voltrekken. Want zoals de zonde niet alleen een persoonlijke kant maar ook een structurele kant heeft, zo heeft ook de bevrijdende kracht van Gods genade ook een reikwijdte die de ziel te buiten gaat, die voor de volkeren en (in) de wereld heilzaam is. Dat laatste heeft de geschiedenis van de zending ook bewezen, doordat telkens weer verschijnselen en samenlevingsvormen, die niet naar Gods bedoelen zijn, uitgebannen of teruggedrongen werden. Prediking van zonde en genade raakt allereerst de mens persoonlijk. Hij wordt ontdekt aan zonde en schuld en opgericht uit zijn gevallen staat door wederbarende genade. Maar een mens, die levend gemaakt is door Gods Geest, weet zich ook één met Gods zuchtende schepping, waar zoveel leed en nood, zoveel onrecht en verdrukking, zoveel hebzucht en geweld heersen, dat voor velen het leven ondraaglijk is. Het ingekeerde leven vraagt daarom om naar buiten gewende ogen en handen.
Bidstond
Eenmaal per jaar is het in de gemeente bidstond voor gewas en arbeid en eenmaal per jaar ook dankstond. Een aantal jaren geleden leek het er op dat de bidstond overal naar de zondag verplaatst ging worden. Gelukkig zien we dat in vele gemeenten de bidstond nog in de week gehouden wordt. Het zou dunkt me nog beter zijn als er een hele dag - midden in het arbeidsproces - voor gereserveerd zou zijn. Er is voor alles tijd, waarom niet voor twee dagen om aan voorbede en dankzegging met betrekking tot de dagelijkse arbeid gestalte te geven? De socialisten hebben hun dag van de arbeid. Christenen hebben hun dag van gebed en hun dag van dankzegging voor de arbeid. En de scholen houden er rekening mee als het gaat om het huiswerk van de jongeren.
Maar ook in de bidstond en de dankstond gaat het om de prediking van zónde en genade, van Kruis en Opstanding. Niet in de verengd geestelijke zin, want het gaat om een apart samenzijn, onderscheiden in bepaald opzicht van de zondagse diensten. De vragen en noden van het werk op het land, in de bedrijven, in de maatschappelijke verbanden - met daarbij vandaag de nood van de werkloosheid - zullen en mogen aan de orde komen. Maar anders dan in een lezing. Het gaat om de achterliggende gedachte dat op de bodem aller vragen der wereld zondeschuld ligt. De prediking kan en mag geen goedkope oplossingen aandragen voor immense vragen in de arbeidsverhoudingen en de sociale problemen vandaag. Maar in de prediking mag de mens, ook in zijn sociale nood gesteld worden voor Gods Aangezicht en mag ook in dié nood gepredikt worden Christus, de Gekruisigde, ook voor de wereld van vandaag een ergernis en voor de hoogverlichte moderne mens een dwaasheid, maar voor hen die geloven een kracht Gods.
Vroeger waren bid- en dankdagen ook dagen van verootmoediging, waarin de noden van land en volk aan God werden opgedragen. Wie zou niet beven als hij vandaag de geestelijke ontreddering ziet in eigen land (met de noden van de vele verslavingen) of de schrijnende armoede, het onrecht aangedaan aan soms héle volkeren ver weg in de wereld? Dan is er ook alle reden voor gezamenlijke verootmoediging voor Gods Aangezicht. Hoe lang nog moet het bijv. duren dat de goederen van de aarde, door God ons (allen) gegeven, zodanig worden verdeeld, dat de kindersterfte wordt teruggedrongen en de leefbaarheid in de arme landen wordt bevorderd?
Ingaan op de noden
Bidstond voor gewas en arbeid betekent ingaan op de achtergrond van de grote nood in afzonderlijke mensenlevens en van de wereld en proclameren het heil in de gekruiste Christus.
Bidstond kan verschralen tot het houden en het aanhoren van een lezing over arbeidsproblemen vandaag. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ook op bidstond gaat het om prediking van zonde en genade, van récht en genade, van Kruis en Opstanding, opdat de echte vragen ook tot hun recht komen. We mogen ze bij God brengen. Bij Hem, die in al onze benauwdheid benauwd is geweest (Jes. 63 : 9).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's