De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (5)

Bekijk het origineel

De prediking van de Bergrede (5)

Ethiek en preek

7 minuten leestijd

Christus schenkt ons twee dingen die we door het geloof verkrijgen: namelijk de vernieuwing van het leven en de genadige verzoening.

Riskante vrijheid

Na de bijbels-theologische overwegingen willen we nu in enkele artikelen ingaan op de vragen rondom het preken uit de Bergrede. Het is een niet zo makkelijk te beantwoorden vraag, of er veel of weinig uit de Bergrede gepreekt wordt. Dankzij de catechismusprediking komt het Onze Vader regelmatig aan de orde. Ook de zaligsprekingen krijgen in de homiletische lectuur nogal wat aandacht. Maar hoe zit het met die teksten die het terrein van het zedelijk handelen, de levensheiliging, behelzen? Van verschillende kant is opgemerkt dat de ethische toespitsing in preken betrekkelijk weinig aan de orde komt. Een onderzoek van J. Hendriks en A. L. Rijken-Hoevens laat zien, dat ook kerkgangers veelal weinig verlangen naar ethische richtlijnen, maar vooral willen dat de preek gericht is op versterking en bemoediging van het persoonlijk geloofsleven. Dat is natuurlijk uitermate belangrijk, maar het feit dat het griekse woord wat we vertalen met 'bemoedigen' ook betekent 'vermanen' leert ons, dat we niet moeten scheiden, wat naar het Woord bijeenhoort.

De vraag is, dunkt ons, op zijn plaats, of de Bergrede niet vaak selectief aan de orde komt. Vrijheid van tekstkeuze is aanlokkelijk, maar ook riskant. Het gevaar bestaat immers dat predikanten zeer eenzijdig te werk kunnen gaan in hun keuze, zonder dat enige orde of leesrooster hen dat belet. Wij zijn onder ons terecht beducht voor het gevaar dat het Woord overwoekerd wordt door menselijke meningen, maar hebben we er voldoende erg in, dat ook in het kiezen van teksten menselijke voorkeuren en eenzijdigheden kunnen gaan heersen over de Schriften? De calvijnse regel van de zgn. 'lectio continua', d.w.z. het behandelen van gehele bijbelboeken of aaneensluitende gedeelten kan ons op dit punt een eindweegs tegemoet komen en verdient, waar mogelijk, de voorkeur, terwijl daarnaast aansluiting aan een bepaalde jaarorde ook een mogelijkheid biedt, om in de gang van het kerkelijk jaar de Schrift in al zijn breedte aan de orde te laten komen. Persoonlijk meen ik dat de wijze waarop destijds Koopmans ordening aanbracht in de preekstof nog altijd navolging verdient.

Recht doen aan de tekst

Er is nog een tweede gevaar, nl. dat we de tekst niet voluit laten zeggen wat er staat, maar in een dogmatisch schema persen. Preken over de gelijkenis van de twee bouwers (Matth. 7 : 24-27) tenderen nogal eens in een richting waarbij uitsluitend het aspect van Christus, de Heiland, als de vaste rots van het behoud aan de orde komt, en waarbij ten enenmale de inleiding tot de gelijkenis verwaarloosd wordt: Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man...'.

Uiteraard dient het christologisch moment niet verwaarloosd te worden, maar we doen de gelijkenis te kort als dit alleen betrokken wordt op de verzoening, en de heiliging, het doen van de wil des Vaders, verwaarloosd wordt.

Het gevaar van dogmatisme - wat niets te maken heeft met een goede verwerking van het dogma in de prediking! - ligt altijd weer op de loer. Wie over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan preekt, en deze gelijkenis behandelt als een allegorie op Christus die de zondaar redt, breekt de spits van de gelijkenis af en verwaarloost het indringende slot: 'Ga heen doe gij evenzo', verwaarloost ook dat het in deze gelijkenis toch primair gaat om de vraag: 'Wie is de naaste van de man die in handen der rovers gevallen is? '

Het blijkt ons kennelijk maar moeilijk te lukken de ethiek in de prediking op verantwoorde wijze aan de orde te stellen en de gemeente concreet bij haar roeping te bepalen.

Niet eenvoudig

Er zijn wel een aantal factoren die dit verklaren. Op een verantwoorde wijze het ethisch aspect in de prediking tot zijn recht te laten komen, is niet eenvoudig. Ontsporingen ter linker- of ter rechterzijde zijn gemakkelijk aanwezig. Ik noem een aantal factoren die verklaren waarom de ethiek vaak zo weinig aan bod komt in de preek.

Er bestaat vrees om zich van het hart van het Evangelie, de boodschap van de vreemde vrijspraak, te verwijderen. Het risico is immers groot dat we in de wateren van het moralisme terecht komen.

Komen we voorts, zodra het gaat om de concrete toepassing van de geboden van God niet in een struikgewas van tegenstrijdige meningen, waar het subjectieve gevoelen van de prediker al te zeer het Woord overwoekert?

Voorts dreigt het gevaar van het euvel der vereenzelviging tussen een bepaalde mening met name op sociaal-politiek terrein en het hoge Woord.

Ook hebben gemeenteleden doorgaans hun keuzen inzake allerlei ethische kwesties al gemaakt. Als de prediker dan toch concrete keuzes noemt, is het gevaar van polarisatie en groepsvorming levensgroot aanwezig. Spanningen in kerkeraden en gemeenten rondom de vredesweek (I.K.V. of I.C.T.O.) zijn een duidelijk voorbeeld. Bovendien kan de vraag gesteld worden of vooral de macro-ethische vragen (bijv. ontwikkelingslanden, bewapening, werelvrede, rijke en arme landen) niet van een dusdanig gewicht zijn dat we ons er aan vertillen. Waar kom je terecht? Wij weten doorgaans het antwoord: in een verpolitiseerde kerk die meer partij is dan gemeente Gods. Terecht wijzen we dat laatste af. Ook moeten we niet vergeten dat in onze tijd met zijn verschuivingen op het terrein van normen en waarden ook de gemeenten daarvan te lijden hebben. Gevestigde meningen wankelen. Eenheid is ver te zoeken. Er is een grote veelvormigheid in denken en gedrag juist ten aanzien van ethische vragen.

Runia die in zijn boekje Heeft preken nog zin? (blz. 68) op dit verschijnsel van de pluraliteit wijst, heeft daarbij vermoedelijk de situatie binnen de Gereformeerde Kerken op het oog. Toch zou het wel eens kunnen zijn dat ten aanzien van een aantal zaken op maatschappelijk en politiek terrein deze pluraliteit ook binnen onze hervormd-gereformeerde gemeenten aanwezig is, maar wellicht met de mantel der liefde bedekt wordt. Dat kan soms een goed ding zijn. Maar te vrezen is, dat hier deze mantel der liefde meer toedekt, dan bedekt. De mantel der liefde is wat anders dan het kleed van het grote zwijgen, waarbij ieder zelf maar moet uitzoeken, hoe hij of zij er over denkt.

Dit alles plaatst degene die geroepen is tot de hoge taak van de Woordverkondiging voor de vraag: hoe kan hij in deze situatie Gods gebod richtinggevend en wegwijzend de gemeente voorhouden, haar stellen voor het appèl van de Bergrede in de actuele situatie van deze tachtiger jaren, zonder vanaf de hoge kansel eigen mening op te dringen of te vervallen in nietszeggende algemeenheden. Bijbelse prediking dient immers terzake te zijn!

Niet uit de weg gaan

De beduchtheid om de ethiek ter sprake te brengen is verklaarbaar, maar daarmee nog niet gerechtvaardigd. Wij mogen de thematiek van de levensheiliging niet uit de weg gaan.

In de eerste plaats verbiedt de gehoorzaamheid aan de Schrift ons dit. Onder ons plegen we nogal eens te zeggen dat we de volle raad Gods willen verkondigen. Welnu, dan moet er ook een worsteling zijn het volle Woord aan het woord te laten komen. Van dat Woord maakt de Bergrede deel uit. En daarnaast zijn er vele gedeelten van de Schrift die bestaan uit geboden, vermaningen zowel ten aanzien van het persoonlijk leven, als ook het samenleven van de gemeenteleden onderling, en met betrekking tot het leven van volken en samenlevingen.

Ook de samenhang tussen dogmatiek en ethiek is hierin van betekenis. Juist Calvijn is het geweest die de twee-eenheid van rechtvaardiging en heiliging als weldaden van Christus zo beklemtoond heeft. Christus schenkt ons immers, zo lezen we in de Institutie, III, 3, 1 (vert. Sizoo, blz. 71, deel II), twee dingen die we door het geloof verkrijgen: namelijk de vernieuwing van het leven en de genadige verzoening.

Prof. dr. S. v. d. Linde, Opgang en voortgang der reformatie, blz. 33vv, herinnert er aan hoe de bekering/heiliging bij Calvijn het volle pond krijgt, zonder dat we vervallen in moralisme. De twee-eenheid dient bedacht te worden: 'Wie zich zoveel ziet (hoort) vergeven, die kan alleen spontaan veel liefhebben'. Hoezeer het 'voor ons, zonder enige verdienste' het hart van de prediking is, het mag ons niet verleiden tot een goedkope genadeprediking. Runia wijst in zijn hierboven genoemde boekje op de dertiger jaren in Duitsland, toen zeer orthodoxe predikanten (wat betreft hun Christusprediking) niettemin in hun preken zwegen over de Jodenvervolging en door hun zwijgen onbedoeld Hitler en consorten steunden. Het is goed dat we ons dat gevaar ook vandaag beducht zijn. Het gevaar van een schuldig stilzwijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De prediking van de Bergrede (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's