De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke meditatie (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke meditatie (2)

11 minuten leestijd

Het heilige mag niet gemeenzaam worden. Het Woord moet boven ons staan.

Een vorig maal schreven wij meer in het algemeen over meditatie. Dit keer willen wij meer in het bijzonder nagaan welke wortels er aan de meditatie ten grondslag liggen. Het is daarbij dienstig een en ander mee te delen uit de geschiedenis. De meditatie, waarvan ons in de kerkgeschiedenis wordt verhaald en zoals zij in sommige roomskatholieke orden nog wordt toegepast, heeft een drievoudige wortel. Zij bevat hebreeuwse, griekse en latijnse elementen.

Hebreeuwse wortel

Het woord meditatie, in de zin waarin wij het gebruiken, komt 29 keer voor in de vulgata, de door de kerkvader Hieronymus vervaardigde en door het concilie van Trente als gezaghebbend erkende, latijnse bijbelvertaling. Tweederde hiervan geeft met meditatie weer het hebreeuwse werkwoord 'haga'. Wat betekent nu dat werkwoord? Dit woord duidt op een handeling, waarvan als subject optreden, de lippen, of de keel, het verhemelte, de mond, later ook het hart en de geest. Kortom: 'haga' wordt gebruikt voor een handeling waarin geluid een rol speelt. Het wordt gebruikt in Jesaja 31 : 4 waarin het brullen van een leeuw bij wijze van voorbeeld voorkomt. Voorts vinden wij het in Jesaja 38 : 14 en Jesaja 59 : 11 waarin een beer en een duif en een zwaluw een rol spelen. Het heeft betrekking op een geluid, dat leeuw en duif gemeenschappelijk hebben. Het komt ons voor, dat het hier gaat om het donkere kirren van een duif en het grommen van een leeuw, dat hij uitslaat, wanneer hij een buit bemachtigd heeft, zijn poot er op zet en een vijand in het aangezicht ziet. In het Oude Testament komen wij 'haga' de eerste keer tegen in het boek Jozua (1 : 8). Daar ontvangt Jozua nauwkeurige aanwijzingen, hoe hij in het Beloofde Land heer en meester worden zal. Daarbij wordt hem ingescherpt, naar rechts noch naar links van Mozes' wet af te wijken. Onze Statenvertaling zegt hier: dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overlegt het dag en nacht'.

De Nieuwe Vertaling leert: dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht. Het wetboek mag dus niet wijken uit zijn mond. Hij moet het overleggen, overpeinzen. Dat wil zeggen: hij moet het lezen, hardop of zachtjes moet hij het voorlezen. Nog tot op de huidige dag kan men in het oosten de ervaring opdoen, dat zelfs het dagblad hardop of zachtjes - mompelend, gelezen wordt. Dit herinnert ons aan Psalm 1:2, waar welgelukzalig geprezen wordt de man, die 'des Heeren wet bij dag en nacht overdenkt'. Toch is dat Woord overdenken minder gelukkig. Het hebreeuwse woord bedoelt een mompelend reciteren van de heilige tekst om deze aldus in het geheugen te prenten. Men zou het mooiste kunnen vertalen: prevelen. Uit dit overzicht wordt al wel duidelijk, dat men in het hebreeuws een oefenen kende, dat bestond uit het halfluid lezen, het prevelen, van het Woord Gods. Wanneer men dit eens wil proberen, door zelf op deze manier te lezen, dan zal men met verbazing tot de ontdekking komen, hoe diep het gelezene daardoor tot de lezer indringt en hoe vast het zich in hem nestelt. Deze wijze van het hardop lezen is langs alle kant een uitstekende manier van lezen. Denk maar aan de Moorman (Hand. 8 : 30).

Griekse wortel

Griekse wortel Bij de profetische verkondiging en daarop aansluitend in de Psalmen wordt 'haga' ook in geestelijke zin gebruikt. Het subject der handeling is het hart en wat het dan doet is zoiets als een innerlijk prevelen bij dag en bij nacht. De Septuaginta, de griekse vertaling van het Oude Testament uit de vóór-christelijke tijd, vertaalt ons herbreeuwse werkwoord door een grieks woord, dat betekent: koesteren, verzorgen, moederlijk en liefdevol dragen, in het hart dragen. Dat is nu precies wat Maria in het Kerstevangelie doet, wanneer om haar wordt getuigd: 'Maria bewaarde deze woorden alle tezamen, overleggende die in haar hart'. Wanneer wij het nederlandse woord 'behartigen' ernstig zouden nemen, dan zou het de situatie treffend tekenen; het is echter misschien beter, een nieuw woord te vormen, bijvoorbeeld 'in-harten'. Hiermee wordt dit bedoeld: datgene, wat ik behartig, wat ik ter harte neem, gaat tot het binnenste van mijn hart in en kiest daar woning, naar het bekende adventslied: Doe intocht Heer', in mijn gemoed! Het grijpt het inwendige van het hart aan en vormt het om dit allerbinnenste van de mens. Daaruit is geworden dat, wat wij tegenwoordig nog als het innerlijk aanduiden.

Latijnse wortel

In de levensruimte van de latijnse taal komt nu, bij de in het kort aangegeven woordvormingen 'mediteren'. Oorspronkelijk wordt het in de militaire vaktaal der Romeinen gebruikt als technische term voor het oefenen van jonge recruten. Wij zouden dat 'excerceren' noemen. Deze betekenis heeft nu in de kerkgeschiedenis nog lang nagewerkt. Benedictus van Nursia, de vader van het Westerse monnikswezen, bepaalt nog voor de nieuwelingen, die in het klooster willen treden, dat men ze in de cel der nieuwelingen zal brengen, waar zij hun oefeningen zullen moeten doen. Zij moeten tot het kloosterleven worden ingeoefend. In oude psalmvertalingen vindt men bijna immer afwisselend de woorden 'mediteren' en 'excerceren'. Dat betekent, dat de man die de psalmen bidt, niet alleen over de geboden nadenkt, maar hij beoefent ze, oefent ze zich in. Het mediteren heeft dan ook soms in het latijn de betekenis van het al-oefenende leren; zo ongeveer als iemand, die muziek studeert, zich oefent op zijn instrument of zoals een kind leert lopen. Dit moment van het oefenen, het in-oefenen, loopt door geheel de kerkgeschiedenis, tot aan Sören Kierkegaards boek, getiteld 'Einüburg im Christentum toe. Nu is dit wel een boek uit de christelijke meesterliteratuur, maar daarnaast zouden wij vele handleidingen kunnen leggen van eenvoudige predikanten, die enkel op het oog hadden de gemeente meer te scholen in het echt christen zijn. Wist u dat ook Bunyan met zijn 'Christenreize' wezenlijk van plan was de gemeente dieper in het geheim van de Bijbel te scholen? Echte meditatie bedoelt om daarin te scholen, dat wij Christen in het hart dragen, dat de gemeenschap met Christus ons in het leven onderhoudt en vormt. Ja, dat ons bidden en spreken van Christus getuigenis aflegt! Zo omvat de meditatie naar haar herkomst, het uitwendige zowel als het inwendige, hardop spreken zowel als innerlijk peinzen, maar bovenal: oefenen. Het is een allesomvattend handelen, dat de mens bereid en in staat wil stellen, zichzelf met heel zijn wezen aan God over te geven.

Actualiteit

Het is dit lezende wel merkwaardig hoever dit alles van ons af is komen te staan. Desalniettemin is deze meditatie-oefening nog niet geheel in de gemeente verstorven. Wij althans hebben er sporen van aangetroffen. Wij herinneren ons met eerbied een ingetogen christin, die altijd de gewoonte had de Bijbel hardop voor haarzelf aan tafel te lezen. Ze legde er getuigenis van of hoezeer het gelezene dan bij haar binnendrong en tot gedachten aanleiding gaf. Ze viel op door originele overpeinzingen; evenwel altijd aan het Woord ontleend. Ze liet eens de gedachte vallen, dat het grootste gevaar was de verglazing onder het Woord. Wat bedoelde je daarmee? Wel een algemene West-Europese kwaal. Wij beleven de werkelijkheid niet meer intensief. Wij beminnen het oppervlakkige. Wij leven rationeel. Zelfs de omgang met het Woord geschiedt verstandelijk. Het wordt een dreun. Wij leven het niet meer in. Wij zijn niet meer in staat ons in onmiddelijke betrekking tot de werkelijkheid te stellen. Wij kunnen niet meer schouwen, noch luisteren, zonder dat voortdurend afleidende gedachten storend daartussen dringen. Het Woord wordt met glas omgeven. Wij zijn voor het Bijbelwoord zittende toch vaak bezig met de doorzagende innerlijke alleenspraak. Er zijn om zo te zeggen kamerschermen om het Woord geplaatst, waardoor de uitstraling van het getuigenis bevriest. De rationaliteit beklemt ons. Wilt u een voorbeeld? Welnu: wij schreven daareven het woord 'behartigen' neer. Onmiddelijk denken wij dan aan een zaakwaarnemer die onze belangen behartigt. Het economische element doemt op, het zakelijke, zelfs het lukratieve - maar wie denkt er nu nog aan een man die met een warm hart voor ons in de bres treedt? Toch is dat de diepe zin.

Bijbellezing

Wij vrezen, dat de verstarring, die verheen in onze gelederen is binnengedrongen ook in de Schriftlezing is binnengedrongen. Het al te bekende vervlakt. Wordt een slagzin. Wij verdiepen ons niet meer. Bij gevolg wordt alles ondiep. Gaan wij ons daartegenover in iets verdiepen, dan wordt men verdiept, men komt onder de indruk van iets. Het gevaar is levensgroot dat bijvoorbeeld de omgang met de Bijbel de tekenen draagt van het al te bekende. Neemt u nu onze statenvertaling. Wij hebben er grote eerbied voor. Wij hebben hem lief. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat hij voor onze kinderen op veel plaatsen toelichting behoeft.

En evenzo voor onszelf. Wij weten allang wat er komt. De verrassing is weg. Neemt u, zo het u mogelijk is, ook eens een vertaling in een vreemde taal ernaast en u zult eens zien, hoezeer dat de gedachte voor u verheldert en het reeds lang gekende ineens een nieuwe kleur geeft. Heel eerlijk moeten wij maar bekennen dat het soms moeilijk is met alle aandacht bij ons lezen te blijven. Wij moeten ons in de Schrift binnendringen. Gehele verbanden lezen. Anders wordt de Schrift een gelegenheidsboek.

Denk maar aan een stukje behang achter een schilderij. Het draagt nog de frisse kleuren van het oorspronkelijke motief. Maar elders is het behang al helemaal vuil geworden. Zo kan ook de Schrift door vele geestelijke stoflagen worden besmeurd. De stichtelijkheid heeft ons dan in zijn greep. Wij schrikken niet meer van de Schrift. Op die manier hebben wij dan het Woord immuun gemaakt. Routine ontstaat. Wij maken de Schrift tot een vesting, maar niet tot een huis en een thuis. Door overstichtelijkheid slaat het vuur er niet meer uit. Het heilige mag niet gemeenzaam worden. Het Woord moet boven ons staan. Het is niet huisbakken. Misschien zijn wij wel eens te stichtelijk bezig. Het teken van een vruchtbare omgang met het Woord is juist dat wij er ontdekkingen in maken.

Speurtocht

Het middel tegen de vervlakking is de geheiligde meditatie. Het kan in een stille kamer, op een eenzame wandeling gebeuren. Izak was uitgegaan om te bidden in het veld (Gen. 24 : 63). Maria overpeinst al de dingen van de Kerstnacht (Luc. 2 : 19, 51), Maria van Bethanië zit stil aan de voeten van Jezus (Luc. 10 : 39), het zijn allen peinzende gestalten. Maar het hoogste voorbeeld is de Middelaar zelf. Veertig dagen was Hij in de woestijn. Hij kende nachten van gebed; Hij leidde zijn discipelen naar een eenzame plaats om er uit te rusten (Mark 6 : 31). Wij weten wel, dat hier geen element van verdienste te pas komt. Maar wij zeggen wel, dat de weg tot het geloof deze middelen niet kan ontberen. Het allereerste, waar het om gaat is dat wij, die ons met ons kritische denken in de knoop hebben gedacht, weer direct voor de werkelijkheid komen te staan. Een spreuk, een tekst tegenover ons dient bij ons in te komen.

Wij krijgen er een voorstelling van. Het stempelt ons. Het werkt in ons. En daar doorheen ontvang ik soms ineens een blik in mijn hart. Zo kan iemand ernstig mediteren over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Hij tracht diep in te dringen in de gestalten van bijvoorbeeld de priester en de leviet. Ineens wordt het hem duidelijk dat hier functionarissen worden getekend. Een levend mens, maar één die enkel een stel voorschriften uitvoert. Wij kennen deze termen maar al te goed. Wie zo denkt gaat aan de levende mens voorbij. Hij leeft zonder naaste. Opeens ziet hij zich zelf ook als een routine-mens. Onbewogen en koud. Dan ontvangen wij een schok...!

Kunt u zich voorstellen dat de Bijbellezing daar onthullend is? Er is wel geduld nodig, veel stilte, veel gebed. U wordt naar het diepste van uw leven gebracht. Veel schuld ontdekt u. Maar vlucht dan niet van God weg. Een vis klaagt nooit dat hij teveel water heeft. Evenmin kan een goede christen klagen, dat hij te lang bij de goede God is. Voor vele mensen is de godsdienst een vervelend iets. Dat is te wijten aan het feit, dat de Heilige Geest niet in hun hart woont. En wat is daarvan de oorzaak? De Heere God? Neen, bijna altijd een gebrek aan stilte. Want de stilte is de vader van het gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke meditatie (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's