De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen arm-zalige aanbidding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen arm-zalige aanbidding

6 minuten leestijd

Jezus dan zeide: 'Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen de dag van Mijn begrafenis. Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd' Johannes 12 : 7 en 8

Plotseling staat ze middenin de eetzaal. Ze zegt niets. Kijkt de kring rond. Alleen tussen zo'n groep kan je zo verloren maken. Niet weten waar je heen moet. Als er dan maar iemand nog een plaatsje voor je heeft. Ruimte voor jou. Zo staat ze daar: Maria. Midden in de eetzaal. Iedereen kijkt naar haar. Het zijn veel bekenden aan de tafels: Lazarus haar broer, uit de doden opgewekt. Simon, de melaatse; genezen van z'n ernstige ziekte. Johannes, Jacobus, Jezus... Hoe het komt weet ze eigenlijk niet. Maar om Hem staat ze hier. Toen ze hoorde dat Hij weer in Bethanië was, was haar hart opgesprongen van vreugde. Waarom? Wel ze was het nooit meer kwijtgeraakt. Ze wist het nog precies van toen. Aan Zijn voeten had ze gezeten. Alleen maar geluisterd.

Het éne nodige: ze had het gezocht en ze was gevonden. Ze weet het zeker: Deze is de Christus. Haar ogen zijn geopend. Hoe dat gegaan is? Dat is het werk van de Heilige Geest. Toen en daar al. Aan de voeten van Jezus. Hier en nu weer. Als ze hier de zaal binnenkomt gaat zij niet een tevoren bedacht plan uitvoeren. Ze gaat geen goede werken doen op een toch al vrije ochtend.

Ze is er heengetrokken. Een geroepen vrouw. In haar dienstbaarheid heeft ze iets van het profetische. Ze duidt de Heere Jezus straks haar werk. Achteraf. Daar kunnen wij verbaasd om zijn.

Als iedereen haar aankijkt vanuit de kring gaat ze naar Hem toe. Ze bukt en zalft Zijn voeten. Nee, niet karig. Niet zomaar een beetje. Overvloedig. Uitbundig. Als de liefde van Christus mensen dringt dan wordt alles gegeven. Hij is het immers waard. In die weg wordt er ook niet zo heel veel gepraat. Het zitten aan Zijn voeten krijgt gestalte in de daad. Zou het niet zo zijn dat bijbelse liefde zichtbaar wordt in wat we doen? De Heere Zelf gaat ons daar in voor. Immers de liefde van God komt nergens uitbundiger naar voren dan in de daad van overgave van Zijn Zoon. Door die liefde is hier het handelen van Maria gestempeld. Daarom vraagt ze niet naar het nut. Deze liefde ziet de Ander. Omdat Hij haar gezien heeft. Of Maria zich dit alles zo bewust is vraagt U? Och, ze zag alleen Jezus, en de liefde van Christus drong haar. Ze wil Hem grootmaken. Hem aanbidden. Ze wil zeggen dat ze nergens anders heen kan. U verdenkt haar van oppervlakkigheid? Tegen de dag van Zijn begrafenis! Daarin klinkt, zo laat Calvijn in zijn commentaar op deze plaats zien, heel Zijn lijden en de opstanding uit de doden in mee.Daarom is de uiting van haar liefde de aanbidding. En aanbidding heeft iets van het luxueuze. Er is geen sprake van soberheid. Het tintelt van: 'Gij zijt mijn God, U zal ik loven, verhogen Uwe majesteit'. Kostbare nardus. Wel 300 gulden waard. Veel meer, zeggen andere uitleggers. Als je weet dat in die tijd het dagloon één penning was. Zie toch deze vrouw met een pond kostbare nardusmirre van 300 penningen. Dat is een jaarsalaris! Aanbidding kent de luxe.

Nu moet u nogeens de eetzaal rondkijken. Zie de discipelenkring. Verbazing, een donkere frons. Verbittering, "t Is toch zonde ook', zal er gemompeld zijn. Die kostbare zalf! Moet dat nu. Geld weggooien. Dat is de reactie. Nee, niet alleen Judas. Volgens het Johannesevangelie is hij de woordvoerder. Maar Mattheüs en Marcus vertellen dat meerderen van de discipelen zo reageren. De reactie van mensen die vlakbij Jezus leven. Kerkmensen, zo wordt door sommigen vlot doorverwezen naar onze tijd. Onze woorden. Och, we kunnen zo hard zijn. Zo oordelend over de ander. Daar in die kring. In onze kring. Maar als de liefde van Christus dringt... dan gaat het op deze wijze van Maria. Dan kan het niet anders. Hij moet grootgemaakt worden: 'Mijn ziel U opgedragen wil U alleen behagen, mijn liefd' en ijver brandt'. Zegt u, dat de discipelen eigenlijk wel op een begrijpelijke wijze reageren op wat Maria doet? Jezus heeft toch zelf gezegd: voor zoveel gij dit aan een van deze mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat aan Mij gedaan (Math. 25 : 40). Dus toch beter aan de armen het geld van de kostbare nardus gegeven? Ja, Jezus staat volkomen aan de kant van de armen, de verdrukten, de kleinen. Altijd! Maar luister. 'Laat af van haar', zegt Jezus. 'Zij heeft dit bewaard tegen de dag van Mijn begrafenis'. Het is voorbereiding op de weg die Hij gegaan is. Daarin valt het eigenlijke oordeel over ons leven. En daarin wordt Zijn weg getekend. Hij voor mij. Hij werd om Uwentwil arm, opdat Gij door Zijn armoede rijk zoudt worden. Zijn armoede maakt rijk. Rijk in God. Maria verstond dat het daarom ging. Door Christus mag ze deel hebben aan Zijn gerechtigheid. Zijn heiligheid. Zijn heerlijkheid. Dan gaat de hals van de fles. Voor Hem.

Maar als alle nardus in geld was omgezet en er niets schijnbaar doelloos opsteeg, het zou alles verlies zijn. Armzalig. De liefde tot God richtte zich zo op Hem dat het huis vervuld werd met de reuk van de zalf. De nardusgeur doortrok alles. Overal merkte je het aan. Kan het bij ons anderszijn? Zonder de liefde, zonder de aanbidding is al ons doen en laten niets. Ons huis, ons leven mag er van doortrokken zijn. Ook de gemeente, de kerk. Nardusgeur verspreidt zich in stilte. De reuk van het evangelie openbaart zich in de stille vrucht des Geestes: ootmoed, rechtvaardigheid, lankmoedigheid, liefde, vrede, blijdschap, geloof en hoop. Stille aanbidding, die door haar reuk het hart verblijdt. Het trekt door alles heen met als hoofdstroom: geloof en liefde. Iemand vertelde dat hij eens aanwezig was bij de ingebruikname van een nieuwe kerk. Die kerk had aan weerskanten drie ramen. Daarin zag je de uitbeeldingen van geloof, hoop en liefde. Wanneer je de kerk binnenkwam dan zag je eerst het raam van het geloof, dan van de liefde en tenslotte van de hoop. De orde binnen de kerk. De geur van het evangelie. Buiten de kerk is de geur niet verwaaid. Je komt die anders tegen. Wanneer je van buiten langs die kerk komt met de drie ramen zie je ze in omgekeerde volgorde: liefde, hoop en geloof. De orde buiten de kerk. In de aanbidding van de Heere God binnen de kerk worden buitenstaanders altijd eerst getroffen door de liefde: Ziet hoe lief zij elkaar hebben. Moge zo ons leven heenwijzing zijn naar Hem temidden van armoede, nood en leed in het leven. Zonder eerst weer de kring rond te kijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen arm-zalige aanbidding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's