De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Bezoek van de paus

Het aanstaande bezoek van de paus in ons land vormt voor dr. A. A. Spijkerboer aanleiding in Evangelisch Commentaar van 9 maart enkele overwegingen ten beste te geven met betrekking tot de vraag wat dit bezoek voor de kerken en voor ons volk inhoudt. Terecht hoopt hij dat rellen ons bespaard blijven, omdat ze beneden onze geestelijke stand zijn. Wel heeft Spijkerboer een paar wensen.

'Wel heb ik een paar wensen. Onze regering, de koningin en de ministers ontkomen er niet aan notitie te nemen van het bezoek van de paus. Zij realiseren zich natuurlijk dat een deel van het Nederlandse volk in de paus zijn geestelijke leidsman ziet. Maar ik hoop dat zij er ook rekening mee zullen houden dat een ander deel van ons volk nooit om dit bezoek van de paus gevraagd heeft, en ook nooit op het idee gekomen zou zijn erom te vragen.

Wat moeten de vertegenwoordigers van de gereformeerde kerken en de hervormde kerk met dit bezoek van de paus aan? Mij lijkt het beste, dat zij een uitnodiging om bij het bezoek van de paus op de een of andere manier aanwezig te zijn vriendelijk maar beslist van de hand wijzen, en ik zal zeggen waarom.

Rome staat op het standpunt dat het de eenheid van de christelijke kerk belichaamt, en dat andere kerken, wil het tot hereniging komen, zich in het grote geheel van de rooms-kathoheke kerk moeten voegen. Vroeger werd dat in harde, juridische termen gezegd, maar het is nog steeds hetzelfde. Maar tot hereniging van de kerken kan het alleen komen wanneer het evangelie weer vat krijgt op de kerken. Zouden onze vertegenwoordigers de kans krijgen dat bij een ontvangst dóór, of van de paus in alle duidelijkheid te zeggen? Ik vrees van niet: zo'n ontvangst heeft iets van een diplomatieke receptie, er worden een paar vriendelijke woorden uitgewisseld, en dan is dat weer dat. Wij moeten de paus niet stijven in de gedachte dat hij de eenheid van de christelijke kerk belichaamt, en daarom is het beter dat onze vertegenwoordigers niet even als satellieten in zijn omgeving opduiken.

Het bezoek van de paus is nog een eind weg. Maar wanneer het doorgaat kunnen wij het best onze gewone gang blijven gaan, alsof er niets aan de hand was.'

Het gaat erom dat het Evangelie weer vat krijgt op de kerk. Dat zeggen we de schrijver na. Maar dan behoeven we niet alleen naar Rome te kijken. De vraag richt zich ook naar ons zelf. Zijn wij bij de Schrift gebleven en laten we ons daardoor leiden? Het beste antwoord op de uitdaging van het katholicisme betekent een diepgaande reformatie. In onze gistende tijd geen overbodige zaak.

***

De Godsregering

Van tijd tot tijd plaatst het Centraal Weekblad gesprekken met toonaangevende theologen in de Geref. Kerken. In het nummer van 9 maart een gesprek met dr. B. Rietveld. Uiteraard komen Samen op Weg, de Schriftbeschouwing en de ethiek ter sprake. Maar met name ook het punt van de betekenis van de klassieke belijdenis voor geloof en leven. Rietveld hecht daar zeer aan.

'De klassieke gereformeerde belijdenis van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus is de mijne. Die is mij uit het hart gegrepen. Daarmee wil ik leven en sterven. Met die belijdenis geloof ik ook dat zonder Gods wil geen haar van mijn hoofd vallen kan. Het gemak waarmee men dat tegenwoordig loslaat, vind ik verschrikkelijk. Want je ontneemt daarmee de mensen hun simpele levenswandel met God, Die Zich voor de dingen van het leven net zoveel interesseert als de mens zelf.'

Op een vraag van de interviewer hoe hij dan de kritiek beoordeelt die er met name op de belijdenis dat God alle ding regeert, is, antwoordt Rietveld:

'Ten aanzien van de Godsregering moet men twee dingen scherp onderscheiden. Men gaat proberen de regering van deze wereld te beoordelen van Gods kant. Dat is volstrekt onmogelijk. Je kunt niet over de schouders van God zien en Hem controleren ten aanzien van de wijze waarop Hij de wereld regeert. Dan krijg je de problemen van wat men dan noemt het theologiseren na Auschwitz. Dan zegt men dat God toch voor al die ellende nóóit verantwoordelijk kan zijn. Maar als je de dingen van Gods kant probeert te beoordelen, maak je je schuldig aan overschatting.

Bij mij komt natuurlijk ook vaak de gedachte op dat ik de wereld heel anders zou leiden als ik God was. Maar er is ook een andere kant. Ik weet namelijk dat ik in mijn eigen kleine bestaan met een God te maken heb, Die zo groot is dat Hij ook de details van het leven van de enkeling kent, leidt en regeert. Hoe zou je nog kunnen bidden, als je dat niet geloofde? Ik geloof niet in een vaag idee, in iets groots, in de oergrond van de dingen, in de rede, in de Wereldgeest of iets dergelijks. Dat is zo Hegeliaans als het maar kan. Met Bonhoeffer gaat men in dit opzicht ook aan de haal. In zijn bijzondere positie, in de gevangenis, in zijn tijd, heeft hij vragen gesteld. Ik zou willen dat we nu, na veertig jaar, zijn antwoorden zouden kunnen horen. Je kunt niet proberen de Godsregering in handen te krijgen. Je weet wél dat je als kind van God in Zijn hand bent en dat je in alle dingen allereerst met Hem te maken hebt.

Wat dat theologiseren na Auschwitz betreft, ik ben er diep van overtuigd dat God alle dingen regeert en dat de verschrikkingen van de concentratiekampen er niet geweest zouden zijn, als Hij ze niet gewild had. Maar is het niet merkwaardig dat men met die Godsregering nu zo'n moeite heeft, terwijl het nu toch heel duidelijk is dat het gaat om misdaden van de mensen? Dat moet je eens vergelijken met de grote rampen in de Middeleeuwen zoals de pest. Daaraan had eigenlijk niemand schuld. Waarom is er toen niet een totaal nieuwe theologie ontstaan?

Over die vraag zouden wij eens rustig na moeten denken. Men had in de Middeleeuwen wel door dat er zoiets was als het gericht Gods in deze wereld.

Bij de profeten en in de Openbaring lees je dat de mensen zich na de gerichten van God niet bekeerden. Dat is nu ook zo. De inwoners van Ninevé namen een andere houding aan. Die verkeerden in grote angst net zoals wij nu voor een atoomoorlog, want ze wisten dat hun stad omgekeerd zou worden. Ze bekeerden zich in zak en as, ze riepen God aan en dan blijkt de barmhartigheid van God sterker te zijn dan die van de profeten. Alle mensen, hun kinderen en hun vee worden gered. De inwoners van Ninevé wezen naar zichzelf, maar de mens van vandaag wijst naar anderen. Men wil in de marge allerlei dingen veranderen, maar het is efen zaak van het hart. In dit opzicht ben ik door de ontwikkelingen van vandaag wel erg teleurgesteld.'

'k Meen, dat we nooit moeten vergeten, dat wat de belijdenis van de kerk zegt over de regering van God een geloofsbelijdenis is, geen redelijk doorzichtig te maken verklaring, al is het wel zaak naast Zondag 10 ook art. 13 van de Ned. Geloofsbelijdenis te horen. Komt de moeite van de moderne mens met de regering van God ook niet voort uit het feit dat men bevangen is in een mondigheidswaan die er niet over piekert God God te laten, maar zelf wil meebeslissen en meespreken? De belijdenis van de souvereiniteit van God staat op gespannen voet met de moderne afkeer van een bovenzinnelijke wereld. Al willen we anderzijds niet ontkennen dat er natuurlijk ten aanzien van het lijden diep insnijdende vragen zijn.

Zelfliefde - zelfhaat

Over deze twee begrippen uit de psychologie schrijft drs. W. G. Rietkerk in Opbouw van 2 maart onder de titel Ken u zelf. Wij zijn onszelf in deze 20ste eeuw tot een raadsel geworden. Machtiger dan ooit in menig opzicht voelen we ons machteloos. Verloren in de massa zijn wij eenzame mensen geworden. Velen zijn zichzelf kwijt. Rietkerk citeert de uitspraak van een meisje uit onze tijd: 'Ik heb het angstaanjagende gevoel dat ik op een bepaald niveau van mijn bestaan een "niemand" ben, dat mijn identiteit in elkaar gestort is en dat er heel diep in mij niemand is'.

Lasch, een amerikaans socioloog, heeft deze diepe onzekerheid aangaande onszelf toegeschreven aan narcisme, een soort diepgewortelde liefde-haat-verhouding met mijzelf. Tijdsanalyses zijn belangrijk om de tijd te verstaan en de mens van nu. Maar dan dienen ze verhelderd te worden in het licht van Gods Waarheid zoals die tot ons komt in de Schrift. In dat verband wijst Rietkerk dan op Saul.

'De diepste oorzaak is intussen in al deze analyses van onze tijd niet genoemd. Wij vinden die aangeduid in de bijbel in die oude geschiedenis van Israels eerste koning Saul. Ook Saul zonk weg in depressies, die veel lijken op de innerlijke leegte, die in het bovenstaand citaat uit het boek van Lasch tot uitdrukking komt. Bij vlagen werd hij overvallen door naamloze angsten (1 Sam. 16 : 14, 15). Soms was het zó erg dat het hem bracht tot razernij (1 Sam. 18 : 10).

Het opvallende bij Saul is dat het angsten en depressies zijn, die sterk een narcistisch karakter dragen. Zij vormen de keerzijde van een zelfliefde, die hem ertoe bracht om gedenktekens voor zichzelf op te richten (1 Sam. 15 : 12) en zijn eigen "image" als koning zorgvuldig te verzorgen (1 Sam. 15 : 9, 24 en 18 : 8).

Wij lezen in Sauls geschiedenis hoe hij in de pendelbeweging van zelfliefde-zelfhaat gekomen is: de diepste oorzaak lag niet in de omstandigheden, in gebeurtenissen of woonsituaties: de diepste oorzaak lag hierin dat koning Saul, die zo goed begon (1 Sam. 11) ergens halverwege de relatie van afhankelijkheid van en gehoorzaamheid aan God is kwijtgeraakt. Daarop spreekt Samuel Saul aan (1 Sam. 15 : 22).

F. A. Schaeffer zegt in het boek "Leven door de Geest": zonder "infinite reference point" (betrekking tot de Eeuwige) raakt de mens opgesloten in de cocon van zichzelf (True Spirituality, p. 123-133).

Samuel droeg leed om Saul. Want Saul kwam met Messiaanse beloften. Precies zoals de Westerse mens. Hij wekte Messiaanse hoop. Nu zou de samenleving door toedoen van onze wetenschap en techniek veranderen in een paradijs. Maar precies zoals bij Saul ging het ergens halverwege alleen nog maar draaien om zichzelf.

H. Thielicke noemt dit: het verlies van de Transcendentie in onze cultuur. "De dood van God stoot de mens in die ongeborgenheid, die zich als grenzenloze wijdheid of beklemmende engheid kan openbaren. Solipsistische eenzaamheid en grenzenloze zelfbeschikking grijpen om zich heen: angst regeert.

Men kan denken aan Pascals analyse van de Godloochenaar, die de leegheid behalve in de angst vooral ook in verveling, in levenswalging zich ziet doorzetten" (Der evangelische Glaube I, 339).

Genezing

De geschiedenis van Saul heeft tenslotte nog één opvallend detail: er is er maar één die Saul kan helpen als hij in zijn angsten wegzinkt en dat is David en telkens als Saul overvallen werd door die angsten, kwam David en speelde citer: dat schonk Saul verlichting, hij voelde zich beter en de boze geest week van hem (1 Sam. 16 : 23). De falende Messias vindt genezing alleen bij het citerspel van de echte Messias.

Wat zou David gespeeld hebben? Psalm 23? Hoe ook: dat spel moet ook vandaag meer dan gespeeld worden en zo is ook dit artikel bedoeld over de verhouding van de mens tot zichzelf.'

Wie ben ik? Wat is mijn bestaan? Vragen die in pastoraat en apostolaat steeds weer opkomen? Genezing is er bij de ware Messias, Jezus Christus. De kerk mag deze boodschap doorgeven aan de mens van nu. Nodig is een diep inlevingsvermogen in de krisis en onzekerheid van onze tijd. Daarom is kennis van wat er zich voordoet in onze cultuur en wat door schrijvers en denkers haarfijn en scherp geregistreerd wordt, een goede zaak. De mens van nu is gediend met een boodschap die hem niet naar zichzelf verwijst. Heel klassiek gezegd: Ons behoud, ons heil ligt buiten onszelf in Jezus Christus. Dat is ten diepste de overwinning van de identiteitskrisis. 'In Gods licht zien wij het licht.' Het is het geheim van Psalm 139 en Johannes 10 dat waarlijk uitzicht verschaft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's