De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In deze rubriek drukten wij twee weken geleden enkele stukjes af over eenzaamheid. Hoe ervaren mensen het om eenzaam te zijn? In reactie daarop stuurde een lezeres, die jong haar man verloor, een gedicht dat zij maakte toen de verwerking van dit verlies een aanvang nam, met daarbij ook een gedicht, dat ze vier jaar later schreef als 'vervolg en correctie'. De venwoording van één en ander is treffend genoeg om de gedichten hier op te nemen.

'Eenzaamheid, een woord, geladen
met onbegrepen duisternis,
vol van een schrijnend groot gemis.
Wie kan de diepte er van raden?

't Is een onvervuld verlangen
heimwee naar wat niet meer is,
niet te nemen hindernis,
in geen enkel woord te vangen.

Eenzaamheid is niet "alleen zijn".
Eenzaamheid is grauw beton,
't Is, in de stralen van de zon
innerlijk zo koud als steen zijn.'

En toch...

Waar, in die allerdiepste duisternis
zelfs zij, die naast je staan, niet kunnen delen
't geheim dat diep in je verborgen is,
omdat geen mensenwoorden kunnen helen,
daar klinkt "het Woord", dat vlees geworden is;
"Vermoeiden, komt tot Mij, Ik zal u geven
vrede en rust.
Ik ken uw duisternis,
ook Ik was mens, en gaf voor u Mijn leven.'"

***

Zaterdag werd In de Marcuskerk in Utrecht de jaarlijkse conferentie van de Vrienden van Kohlbrugge gehouden. Daar refereerde ds. A. J. de Jong (Leiden) over het thema Luther en Kohlbrugge over Psalm 51. Noemde Luther het Psalmboek al een Bijbel in de Bijbel, Psalm 51 werd getypeerd als 'een bijbeltje in dit bijbeltje'. Hoe sterk Luther de genade betrok op begrippen als gerechtigheid en rechtvaardiging, blijkt uit een citaat uit zijn voorrede op Psalm 51, waarin - zoals ds. De Jong het uitdrukte - de woorden als het ware over elkaar heen rollen. Hier volgt de zinsnede:

'Hij is ons gemaakt tot gerechtigheid, en dan ben ik rechtvaardig en gerechtvaardigd door de rechtvaardigende Christus, die rechtvaardigt: en daarom is en heet Hij de rechtvaardigende Christus, omdat Hij de zondaars hoort en voor de zondaren gestorven is.'

Het referaat van ds. A. J. de Jong zal binnenkort in het Kerkblaadje verschijnen.

***

Regelmatig ontvang ik van lezers brochures of andere kleine geschriften uit de tijd, dat het eeuwfeest van de Afscheiding (in 1934 dus) werd gevierd. Uit een rede, die prof. J. J. van der Schuit in dat jaar hield bij de overdracht van het rectoraat aan de Theologische school der Christelijke Gereformeerde Kerk te Apeldoorn, neem ik het volgende over.

'De Cock ging met Calvijn uit van de verbondsgemeente en van de verbondsheiliging.

Men heeft de Cock wel eens al te voorwerpelijk getaxeerd en gemeend, dat hij een gansch veruitwendigende verbondsbeschouwing voorstond.

Niets is minder waar.

Daarvoor wijs ik u op een periode in de Cock's leven, waarin zijn ziel de wondere zoetigheid van Gods verbond heeft genoten in dagen van bloedende smart. Het was in den tijd, toen hij zijn oudste dochtertje van 3, 5 jaar ten grave moest dragen. Toen liet de Cock in de "Groninger Courant" van 10 October 1834 deze advertentie plaatsen:

"Het behaagde hedenavond den Vrijmachtige eenigen en drieeenigen God, na een ziekte van drie weken, ons oudste dochtertje, Jannetje, oud ruim 3, 5 jaar, door den dood van ons af te eischen. Berustende in en vertrouwende op de verbondsbeloften Gen. 17: 7, Hand. 2:39, en op Gods Woord Marcus 10:14 en 1 Corth. 7:14 hopen wij eenmaal haar daar weder te vinden, waar geen rouw of gekrijt meer zijn zal."

w.g. H. DE COCK, Geref. Leeraar te Ulrum en F. VENEMA

Zie, zulk een advertentie zegt voldoende, dat wij nog niet behoeven uit te gaan van de leer eener veronderstelde wedergeboorte op grond van het genadeverbond, noch van een verbond alleen met uitverkorenen gesloten, om de liefelijke troost van het verbond te kunnen en te mogen genieten.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's