Vorige week namen we in ons blad
Hieronder volgt de antwoordbrief van het hoofdbestuur, die ook deze week samengevat wordt weergegeven in het hervormd weekbulletin.
Vorige week namen we in ons blad op een samenvatting die liet Hervormd Persbureau publiceerde van een brief van het moderamen van de Generale Synode aan het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond inzake datgene wat ds. L. J. Geluk op de predikantenvergadering in januari zei over Samen op Weg. Hieronder volgt de antwoordbrief van het hoofdbestuur, die ook deze week samengevat wordt weergegeven in het hervormd weekbulletin.
Aan het moderamen van de Generale Synode van de NHK
p/a Carnegielaan 9, 2517 KH 's-Gravenhage Huizen, 26 maart 1984
Zeer geacht moderamen,
Uw schrijven van 10 februari jl. werd in onze laatstgehouden hoofdbestuursvergadering besproken. Hoewel de voorzitter ter gelegenheid van de opening van onze predikanten-vergadering niet namens, in de zin van: met voorkennis van, het hoofdbestuur sprak, heeft hij wel de gevoelens vertolkt, die in ons bestuur leven.
De eerste door u gewraakte passage, namelijk die over de kerk na realisering van de Samen op Weg-beweging, dient u wel te zien in de reeks van bezwaren, die in de loop der jaren, het laatst heel krachtig op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 1983, naar voren zijn gebracht. De voorzitter poneerde geen stelling, maar gaf uiting aan zijn vrees. Deze vrees was niet zozeer op de officiële publicaties in het kader van Samen op Weg gebaseerd, maar veel meer op allerlei signalen, die vanuit de moderne theologische ontwikkelingen, vooral zoals deze plaatsvinden in de Gereformeerde Kerken, worden opgevangen. Inderdaad is er bij ons een groeiende bezorgdheid, dat, hetgeen thans theologisch de toon aangeeft in de Gereformeerde Kerken, als een lawine de Hervormde Kerk zal meesleuren. Anders gezegd, dat het kerkzijn in de toekomst volledig zal opgaan in aktualiteit en aktivisme, waarbij de eigen dimensies van het Goddelijk Woord niet meer worden gehonoreerd. Daarom werd gesproken van innerlijk vreemd zijn aan het geloof van de kerk der eeuwen. Dit 'innerlijk' dient u niet over het hoofd te zien. Bedoeld werd een niet meer beleven van de geloofsinhoud van Nicea en Chalcedon en de andere oud-kerkelijke dogma's, zoals deze in de Reformatie van de 16de eeuw zijn gehandhaafd en opnieuw beleden. Juist in dit innerlijk beleven wist de Reformatie zich immers eensgeestes met en deel van de una sancta catholica et apostolica Ecclesia. Dit aloude geloofsgoed was mét de herontdekking van de rechtvaardiging door het geloof geen theorie, geen dode letter, maar beheerste de geloofsbeleving van onze vaderen. Onze vrees is, dat dit innerlijk beleven, gepaard aan ootmoedige godsvrucht, een leven in de vreze des Heeren, der kerk der toekomst nog vreemder zal zijn dan thans.
Wat het tweede punt van uw brief betreft, moeten wij opmerken, dat in eerdere publicaties van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is opgemerkt dat wij thans meegenomen worden in het proces van Samen op Weg en ons derhalve aan de bezinning niet kunnen onttrekken. Daaruit blijkt, dat er tot op heden weinig principiële en praktische bereidheid is geweest van de zijde van de Gereformeerde Bond om mee te gaan in het proces van Samen op Weg. Het hoofdbestuur heeft echter gemeend om de uitspraak, dat wij ons aan de bezinning niet kunnen en mogen onttrekken, ook daarin gestalte te moeten geven, dat leden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond desgevraagd participeren in de Raad van Deputaten Samen op Weg en de werkgroep Kernen van Belijden van deze Raad. Deze benoemingen zijn tot stand gekomen na correspondentie tussen u als moderamen en ons als hoofdbestuur. In deze correspondentie hebben wij uitdrukkelijk verklaard ons te willen blijven inzetten voor het voortbestaan van de Nederlandse Hervormde Kerk als vaderlandse kerk en voor een duidelijke normatieve plaats daarin van de klassieke belijdenis der Reformatie. Deelname aan de bezinning van Samen op Weg onzerzijds moet dan ook tegen deze achtergrond gezien worden, namelijk uit liefde tot de kerk der vaderen, waarin wij tot het laatst toe onze plaats van harte willen innemen en waarin wij wensen mee te doen aan de bezinning op alle vraagstukken, die zich in onze kerk voordoen.
De uitspraak van onze voorzitter, dat het hoofdbestuur bij het proces van Samen op Weg wil zijn om te weten waar het met de Hervormde Kerk naar toe gaat, zou inderdaad misverstand kunnen wekken als deze los wordt gezien van de wens om zich in te zetten voor het voortbestaan van de Nederlandse Hervormde Kerk als vaderlandse kerk. In deze zin heeft onze voorzitter, gevraagd om toelichting, zich ook uitgesproken in een radio-interview, daags na de predikanten-vergadering. Dat u opmerkt de participatie van de zijde van het hoofdbestuur te moeten verstaan als een voornemen om een goede positieve en zo nodig kritische bijdrage te geven aan de totstandkoming van een vernieuwde kerk, is daarom slechts in zoverre juist, als dit niet in mindering komt op onze visie op de vaderlandse kerk en de plaats daarin van de klassieke belijdenis der Reformatie.
In de hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd, verblijven wij, met broederlijke groeten en hoogachting,
voor het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's