De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

De uitspraak van de synode van de Geref. Kerken waarin de eventuele plaatsing van de kruisraketten wordt afgewezen, krijgt zoals te verwachten is in de kerkelijke pers de nodige aandacht.

Onhoudbare uitspraak

Dat is het oordeel van prof. dr. J. Plomp, jarenlang adviseur kerkrecht op de synode in het Centraal Weekblad van 23 maart. Plomp herinnert aan zeer recente uitspraken uit 1982 waarin de synode verklaard had contra de campagne van het IKV geen nadere uitspraak te doen over politieke stappen, maar het te laten bij de uitspraak dat kernwapens in strijd zijn met Gods heil voor deze wereld en dus uit de boze. En nu toch de beslissing regering en parlement te manen af te zien van elke nieuwe stap op de weg van de nucleaire bewapeningswedloop.

'Het moment waarop de synode deze keus deed, was curieus: één dag nadat ze (opnieuw) had verklaard dat een kerkelijke vergadering in geval van een kritieke ontwikkeling in de samenleving tot spreken geroepen is, nadat ze zich vooraf van drie zaken heeft overtuigd. De vraag dringt zich op hoe de uitspraak over de kruisraketten zich verhoudt tot deze drie "voorwaarden".

Voorwaarde 1: dat wat de kerk wil uitspreken moet zó duidelijk evangelisch zijn dat het de gemeente aanspreekt op haar verbondenheid met Christus en door haar in geloof kan worden beaamd. Ik meen dat de door de synode gedane politieke uitspraak aan dit vereiste niet voldoet en daar ook niet aan kan voldoen. Want vanuit hun verbondenheid met Christus komen christenen vaak tot verschillende politieke keuzen, bijvoorbeeld ten aanzien van het vraagstuk van de terugdringing van de nucleaire bewapening. Maar als een synode één keus ijkt tot de énig evangelische, hoe ter wereld kan ze dan nog verwachten dat die óók door hen die een andere keus maakten, 'in geloof kan worden beaamd? '

Voorwaarde 2: dat wat de kerk wil uitspreken mag niet zodanig verweven zijn met specialistische keuzen dat het daardoor als getuigenis van het evangelie niet kan worden herkend. Ik kan hier wel uiterst kort zijn. Want het is duidelijk dat de uitspraak over niet-plaatsing van de kruisraketten in Woensdrecht zéér verweven is met een specialistische, namelijk een politieke, keus.

Voorwaarde 3: dat wat de kerk wil uitspreken als getuigenis van het evangelie heeft volk en overheid niet bereikt langs de weg van het getuigenis van christenen in de samenleving of is daar te weinig ernstig genomen. Men kan van mening zijn dat het getuigenis van christenen - bijvoorbeeld van CDA-politici - op dit punt te weinig is gehoord, ik heb daar begrip voor. Maar zou dat geen verband kunnen houden met de enorme gecompliceerdheid van het vraagstuk? Dat zij ermee worstelen is in elk geval zeker, gezien allerlei uitlatingen, onder andere die van drs, A. M. Oostlander onlangs in dit blad.

Men kan het vraagstuk natuurlijk on-gecompliceerd maken. Dan moet men de vele politieke vragen die erbij aan de orde komen en ook moeten komen, geheel buiten beschouwing laten. Dat heeft de synode gedaan. Met als wonderlijk resultaat: eenpo/irie/ce uitspraak die tegelijk volstrekt a-politiek is omdat ze niet berust op politieke argumentatie.

Conclusie: de synodale uitspraak inzake de plaatsing van de kruisraketten is in strijd met verschillende andere uitspraken - principiële uitspraken - , in het recente verleden en het kersverse heden door synode gedaan en daarom alleen al niet houdbaar. Het is een uitspraak die roept om revisie.'

Plomp waarschuwt dus, als ik hem goed begrijp om concrete keuzes, berustend op politieke argumenten, tezeer te vereenzelvigen met het evangelisch getuigenis. Het gaat dan wat in hervormde kring nogal eens genoemd wordt 'Het euvel der vereenzelviging'. Daarnaast verwijt hij de synode de politieke vragen te weinig in het oog te hebben gevat.

Kerkelijk of politiek

Hoe gecompliceerd een en ander is, vooral ten aanzien van de taxatie van deze synodeuitspraak, bewijst een artikel van prof. dr. J. T. Bakker, jarenlang Plomps collega in Kampen, inzake de vraag of deze uitspraak niet te politiek is en te weinig rekening houdt met de eigen verantwoordelijkheid van de regeringsprganen. Bakker schrijft in Evangelisch Commentaar van 23 maart:

'1. Sommigen hebben voor de media gezegd, dat het in wezen een politieke uitspraak is, en dat men die in Lunteren hoogstens kerkelijk ingekleed heeft. Ik zou precies omgekeerd willen stellen, dat de kern van de uitspraak kerkelijk is en dat ze enkel in functie daarvan ook politieke betekenis heeft.

Daarvoor moet men het synodebesluit in z'n geheel lezen en zich niet beperken tot de bekende opdracht, die aan het moderamen gegeven is. Men zal dan zien, dat deze passage die ook over het niet-plaatsen van de kruisraketten handelt, ingebed is in een breed kader, waarin een heel proces van kerkelijke bewustwording, discussie en meningsvorming aan de orde komt. Wie dat in z'n geheel leest zal moeilijk meer tot het oordeel kunnen komen, dat hier het evangehe ingeruild is voor een politieke positiekeuze. Het zou ook wel eens zo kunnen zijn, dat je eerst gaandeweg tot de ontdekking komt, dat je de weg van het evangelie niet kunt gaan zonder het pad van de politiek te kruisen. Dat neemt het kerkelijk karakter van je argumentatie niet weg.

2. Zal dat goed duidelijk worden, dan heb ik nog wel een paar kanttekeningen bij deze - toch nog weer te snel in elkaar gezette - tekst. Nadat de synode zich beroepen heeft op het spoor van de navolging van Christus en het recht van de armen in deze wereld, krijgt het moderamen de opdracht: "regering en parlement te manen in het licht van het bovenstaande af te zien van elke nieuwe stap op de weg van de nucleaire bewapeningswedloop (waaronder het plaatsen van kernraketten)" .

Twee vragen daarbij. Waarom dat onzinnige woord "manen", dat maar nauwelijks minder belerend klinkt dan "vermanen". Eén blik in Van Dale had al dadelijk twee betere synoniemen kunnen opleveren: aansporen en opwekken. Nu leest iedereen immers tóch: vermanen. Belangrijker: Had de zin niet zó moeten luiden: "De synode besluit in het licht van bovenstaande uitspraken het moderamen op te dragen regering en parlement aan te sporen enz.? " Dan was het kerkelijke en politieke toch beter uit elkaar gehouden. Want het licht, waarover het hier gaat is toch het licht, dat de Synode gezien heeft en dat haar de moed en de rechtsgrond geeft met deze echt niet zo welkome boodschap naar Den Haag te reizen. Kan men - zoals de tekst nu luidt - regering en parlement zo maar met het licht van de navolging van Christus aan boord komen? Is het niet veeleer zo, dat de synode in wezen wil zeggen: wij voor ons deel hebben dat en dat van het evangehe opgevangen. Wij menen, dat dat een woord van leven is. En daarom zeggen we, dat verdere nucleaire bewapening een onbegaanbare weg is.

Op die manier was het kerkelijk karakter van de tekst duidelijker geweest dan nu het geval is. Hoewel er m.i. ook nu daarover geen onzekerheid hoeft te bestaan.

3. Als het zo staat is het ook duidelijk, dat ieder hier z'n eigen verantwoordelijkheid heeft en houdt.

Bij een Ikon-uitzending zei de heer Couprie (kamerlid) dat hij het met de inhoud van de uitspraak eens was, maar dat hij niet vond, dat die inhoud hem meer aansprak, omdat ze nu van een synode afkomstig was. Zijn persoonlijke verantwoordelijkheid bleef toch wat ze was. Inderdaad; het laatste wat een reformatorische synode behoort te doen is de gewetens te binden. Wij hebben niet - zoals bijv. mgr. Bar - een kerk met een hiërarchisch bindend leergezag. Wel een synode van mensen, die bij het licht dat hun gegeven is proberen het evangelie te verstaan voor de tijd en de vragen, waarin zij leven. Wie herkent wat daar gezegd is, doet dat niet omdat een synode het zei. En wie het niet kan herkennen, wil misschien over het geheel nog eens nadenken als over woorden, die vanuit de gemeente van God tot ons komen.'

Ik proef ook bij Bakker een zekere bezorgd­ heid voor vermenging van kerk en politiek. Bakker interpreteert de uitspraak dan ook op een andere wijze en trekt het in het vlak van de aansporing. Maar de vraag is toch wel: Is dit de gangbare interpretatie? Ontkomt men er aan dat de uitspraak toch gelezen en gehanteerd gaat worden als een politieke uitspraak die met name de oppositie in het gevlij komt. De laatste woorden van Bakkers artikel doen denken aan overwegingen die ergens vanuit de gemeente geuit worden, overwegingen die men al of niet kan herkennen, om dan vervolgens in persoonlijke verantwoordelijkheid te handelen.

Maar een synodeuitspraak als de onderhavige is meer dan een overweging. In het stuk is duidelijk sprake van besluitvorming na de overwegingen. En er zal toch op zijn minst helderheid moeten komen wat de draagwijdte van de besluiten zijn voor hen die andere politieke consequenties trekken, andere stellingnamen innemen.

Hoe verder?

Het is begrijpelijk dat de vraag naar de gevolgen van het kerkelijk spreken in enkele artikelen gesteld wordt. In Hervormd Nederland van 24 maart krijgt de synodepreases, dr. H. J. Kouwenhoven de vraag voorgelegd: Op welke wijze moeten de gereformeerde kerken gaan meedoen aan komende acties tegen de plaatsing?

'Hevig aarzelend. Excuses, een echt antwoord blijft uit. "Ik kan alleen een zwaktebod doen: als de synode dat zou zeggen, zou ze niet geloven in het effect van haar eigen uitspraken. Ik meen het. Aan een persoonlijk standpunt ben ik nog niet toe. Want dan zou ik me de verliezer voelen. Nee, dit is geen dooddoener. Ik zoek hier naar woorden. Die vraag is voorbarig, maar wel terecht. Ik ben het met Roos eens, dat de kerk, wanneer ze opereert voor de samenleving, dat toch altijd anders moet doen dan welke maatschappelijke organisatie ook. Dat klinkt onbescheiden, maar in het krachtenveld van de politiek gaat het om de macht, een vuist willen maken, het getal effect laten sorteren. Zo moet de kerk niet opereren. Christus heeft zich toch ook nooit breed gemaakt met ik weet niet wat voor machtsmiddelen? Hij had Zijn woord en Zijn eigen gezag als persoon. Die stelde Hij in de waagschaal. Dat is mijn uitgangspunt.

Maar daar moet wat bij: we moeten ons heel goed afvragen of we - mocht het onverhoopt tot een oploop komen, of we voortijdig uit de menigte moeten weglopen. Van de menigte die, vanuit angst en woede, zich daar uit. In die spanning blijf ik verkeren. Maar we zouden ook niet tegen het IKV moeten zeggen: hoor eens vrienden, jullie mogen dat niet doen. Het IKV heeft een eigen verantwoordelijkheid. Dat bevindt zich in een ander spannings- en krachtenveld dan de kerken. We hebben het IKV dat toevertrouwd. Alleen hoop ik wel, dat het IKV het kan opbrengen zich steeds weer af te vragen of het de mensen binnen de kerken niet van zich vervreemdt doordat het niet probeert zich in te denken wat de zorg en de pijn is van die mensen die die stap niet nemen.

Bovendien heeft de kerk iets in huis dat tenminste evenveel gewicht in de schaal kan leggen als zo'n oproep. Nee, dat vul ik niet verder in. Ik wil alleen kwijt, dat er in het overleg tussen de kerken wordt gesproken over kerkwakes. Daarnaast zijn we hard bezig een brief te concipiëren..."

Duidelijk is wel dat Kouwenhoven, evenals zijn collega Roos (in een interview enkele weken terug in HN) niet de weg op wil van de actie die de kerk tot partij maakt en haar verwikkelt in wereldse machtsmiddelen en strijdmethoden. Maar zullen de synoden in staat zijn de vaart van het IKV en verwante aktiegroepen te stremmen? Uit een reactie van Faber op Roos is duidelijk geworden dat het IKV de Hervormde Kerk verwijt wel flink van zich af te praten middels verklaringen, maar terug te krabbelen als het op daden aankomt. Faber wil geen uitspraken die als het er op aankomt, niet meer zijn dan discussiebijdragen. De geciteerde uitspraken van Kouwenhoven verraden een stuk onzekerheid en aarzeling die doen vragen: Passen die bij de stellige en niets aan duidelijkheid wensende uitspraken van de synode over wat de regering behoort te doen? Het is denk ik niet vreemd dat vanuit de vredesbeweging dan gevraagd wordt: Synode, voeg eventueel de actie bij het woord. Als de kerk terecht dit machtsmiddel niet wil, had ze dan in haar uitspraak over de demonie van de moderne bewapening niet voorzichtiger moeten zijn ten aanzien van uitspraken over concrete politieke stappen? Immers, wie zich uitspreekt over concrete politieke maatregelen, gaat zich daarmee bewegen op het terrein van de macht en de machtsmiddelen. Ik kan de zorg van de synode om de al maar voortgaande bewapening verstaan. Ik deel die zorg. Ik denk dat we er ook van mogen uitgaan dat de uitspraak vanuit eerlijke motieven verstaan en gelezen wil worden. En gezien de verschrikking van het moderne wapentuig zal de kerk ook de overheid mogen vragen, wat ze doet om de wapenwedloop terug te dringen. Maar ik deel de mening van Runia die in een eerste commentaar er op gewezen heeft in het C.W. van 16 maart, dat de kerk te ver gegaan is met haar concrete politieke uitspraak en in feite op de stoel van de overheid is gaan zitten. Kan men dan in de toekomst nog de geesten bezweren in een tijd waarin velen al veel verder gaan, van deze overheid niets meer verwachten en daarom zich uitspreken voor harde acties?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's