Is er nog hoop?
Er zijn begraafplaatsen waar betrekkelijk weinig of nauwelijks tekenen van christelijke hoop zijn opgericht.
Afgezien van de ernstige bijbelse bezwaren, die tegen crematie op zich moeten worden ingebracht, is het een feit dat wanneer een gestorvene gecremeerd is er geen teken meer over is van die mens, die ooit een aantal jaren van de Schepper mocht leven. Het is altijd weer een ontroerende aanblik om graven te zien, om bij de plaatsen te zijn, waar mensen - elk voor zich unieke schepselen van God - aan de schoot der aarde zijn toevertrouwd, wachtend tot de opstanding op de jongste dag. Crematie wist elke herinnering weg. Op de begraafplaatsen echter is de herinnering geconcretiseerd in opgerichte graftekenen. De eeuwen door zijn de mensen er toe gekomen om graftekenen te plaatsen daar waar hun doden begraven liggen. Langzaam maar zeker echter zijn de crematoria de plaatsen geworden, waar de laatste 'eer' aan doden wordt gebracht. In bepaalde dagbladen is het aantal aankondigingen van overlijden, waarbij crematie wordt gemeld, groter dan het aantal waar over begraven wordt gesproken. En helaas zien we ook in christelijke dagbladen aankondigingen van crematie toenemen. Ook in christelijke kring vindt de crematie méér en méér ingang. Er is in het saecularisatieproces van deze eeuw ook binnen de kerken een herwaardering gekomen van opvattingen over het sterven en wat daarna volgt, op de dood en de wijze, waarop de doden van ons moeten heengaan. Het moderne levensbesef, dat ook greep heeft op het christelijke leven vandaag, acht dat alles met de dood toch uit is. Waarom dan niet alles weggedaan? Een lichaam aan de schoot der aarde toevertrouwen betekent dan toch maar het ophouden van een proces, dat onherroepelijk volgt.
Maar de Opstanding dan? , zeggen we als christenen. 'Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt' (1 Cor. 15 : 16).
Getuigenis van Hoop
Op begraafplaatsen houden grafstenen ook een getuigenis levend van de hoop op de eeuwige heerlijkheid, vanwege de Opstanding van Christus! Een tekst, een eenvoudige aanduiding geven aan dat er hoop was op het eeuwige leven. Alleen al daarom zijn grafstenen ook opgerichte tekenen.
Het viel mij kort geleden op, lopend op een bepaalde begraafplaats in één van onze noordelijke provincies, hoe weinig graf tekenen daar waren met een aanduiding vanuit het Woord van God, met een aanduiding ook, waarmee kenbaar gemaakt werd dat er verwachting was voor de overledenen. Heeft het te maken met het feit dat daar (de) vrijzinnigheid lange tijd een stempel op het godsdienstige leven heeft gezet en de ontkenning van de Opstanding als heilsfeit dus ook tot consequentie had, dat er niets meer te hopen viel na de dood? Een predikant, die ik erover sprak, vertelde me daarbij, dat het voorgekomen is dat in de vorige eeuw, toen de afscheidingen plaats vonden, deze soms ook doorgetrokken werden tot de begraafplaatsen. Een aparte begraafplaats bijv. voor gereformeerden en afgescheidenen. Hoe dat ook zij, er zijn begraafplaatsen waar betrekkelijk weinig of nauwelijks tekenen van christelijke hoop zijn opgericht.
Maar wie bij het getuigenis der Schriften leeft mag toch ook kenbaar maken dat er, wanneer daartoe in het leven van de overledenen gegronde verwachting was, hóóp is; mag toch óók kenbaar maken, dat het bij de dood niet uit is en dat ook met het graf het laatste woord niet is gezegd.
Aankondigingen
Datzelfde geldt voor aankondigingen van overlijden. Toch is ook dit niet lang meer algemeen. Was er in de vorige eeuw het modernisme, dat de Opstanding ontkende en daarom met het leven na de dood niets meer aan kon, vandaag is er sprake van een theologiebeoefening, die zó gericht is op het hier en nu en waarin het heil zó geïnterpreteerd wordt in politieke en maatschappelijke kaders, dat er ook weinig of geen zicht meer is op de eeuwigheid. Dat komt dan dunkt me ook tot uitdrukking in overlijdensannonces. Geen verwoording meer van eeuwige heerlijkheid. Wordt dit als 'opium van het volk' afgedaan?
Er valt hier natuurlijk niet te generaliseren terwijl bovendien het opstellen van een overlijdensbericht ook een zaak is, die zich in de intimiteit van de familiekring voltrekt. We mogen bovendien niet over het hoofd zien dat overlijdensberichten als het gaat om het rekenschap geven van de hoop, ook overtrokken kunnen zijn. Moeten aankondigingen wat dit betreft ook niet geplaatst worden in het kader van bijbels spraakgebruik en bijbelse uitdrukkingswijze? Ten diepste gaat het dan niet om de mens als zodanig. Het gaat om de belijdenis, dat de Heere Schepper en Onderhouder van alle leven is, dat God ook de Heere is van leven en dood (Hij bepaalt begin én einde) en dat Christus de Opstanding en het Leven is. En als het om hoop gaat dan gaat het ook om genade: 'Mijn genade is u genoeg'. In Hebreeën 9 bijv. wordt het eeuwige leven nauw op Christus betrokken. In het vijftiende vers lezen we: 'En daarom is Hij Middelaar des nieuwen testaments, opdat de dood, daartussen gekomen zijnde, tot zoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen die geroepen zijn, de beloftenis van de eeuwige erfenis ontvangen zouden.
Het gaat met name ook om gepaste soberheid, waarin woorden als hoop en belofte een plaats hebben kunnen. Maar zo mag het dan ook worden uitgezegd dat het leven met de dood niet uit is. Wie met Christus gestorven is (in het leven al) die zal met Christus leven. Wie sterft vóór hij sterft sterft niet meer als hij sterft.
De omstanders
Bij het overlijden van mensen zeggen omstanders, vrienden, werkgevers, collegae, organisaties soms ook iets in annonces in de bladen. Ongetwijfeld geldt hier wel eens het gezegde dat waar de doden liggen de levenden liegen. Juist dan is het gevaar groot dat een mens in het middelpunt wordt geplaatst, dat zelfs zijn ondeugden tot deugden worden verheven. Me dunkt dat juist ook berichtgeving uit kerkelijke verbanden hier erg nauw luistert. Overdaad schaadt, zowel als het gaat om de kwantiteit (het aantal overlijdensberichten) als om de kwaliteit. Maar zou ook juist in de berichtgeving vanuit de kerk, vanuit de kerkelijke verbanden ook, het eeuwig Evangelie niet door mogen klinken! Wanneer de kerk iets zegt, ook bij het heengaan van haar dienaren of van hen, die een bepaalde plaats door Gods genade mochten bekleden in het kerkelijke leven, dan zal ze toch ook belijden mogen dat het Gods genade is als dienaren dienen mochten en dat al het bezig zijn van de kerk zich voltrekt in het perspectief van de eeuwigheid.
Uiteraard schrijf ik deze regels niet zonder oorzaak. De laatste jaren heeft mij meermalen getroffen dat berichtgeving vanuit de kerk en de kerkelijke organen - en ik beperk het dan maar tot onze eigen kerk - soms geheel gespeend was van enig christelijk getuigenis. Het gaat er weliswaar niet om dat kwalificaties gegeven worden, die in het leven van overledenen geen plaats zouden hebben gehad. Ook wat dit betreft is ingehoudenheid nodig. Maar de kerk mag toch vrij spreken over het Eeuwig Evangelie en over God, die Schepper en Onderhouder van het leven is en over Christus, die de Middelaar is? Berichtgeving vanuit de kerk is toch als het goed is anders dan berichtgeving vanuit - om maar een buitenplaats te noemen - de sportwereld of de wereld in het algemeen?
'Er is hoop'. Men komt deze uitdrukking vandaag tegen op stickers en raambiljetten. Met die uitdrukking is echter nog niets gezegd. Want de vulling van die hoop wordt niet aangegeven. Maar de kerk weet van Hoop op God. 'Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts en mijn God' (Psalm 42 : 12). En als we alleen in dit leven op Christus hopen zijn we nog de ellendigste van alle mensen (1 Kor. 15 : 20).
We moeten dit maar blijven (uit)zeggen, ook in de overlijdensadvertenties. Als we maar niet boven de genade uitkomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's