De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk in de gereformeerde belijdenisgeschriften (3)

Bekijk het origineel

De kerk in de gereformeerde belijdenisgeschriften (3)

8 minuten leestijd

Er is altijd in de kerk hier op aarde een zekere spanning tussen haar wezen en haar uiterlijke verschijning. De Kerk bevindt zich in de kerk, maar het onzichtbare en zichtbare vallen nooit geheel samen.

Nadat wij het gehad hebben over het wezen van de kerk, moeten wij het nu hebben over haar eigenschappen en kenmerken. Haar eigenschappen zijn haar eenheid, haar heiligheid, haar katholiciteit en haar apostoliciteit; haar kenmerken zijn de zuivere bediening van het Woord Gods, haar zuivere bediening van de sacramenten en haar oefening van de kerkelijke tucht. Wij zullen eigenschappen en kenmerken van de kerk niet door elkaar mogen halen. De eigenschappen zeggen wat de kerk is, de kenmerken ook wel, maar die hebben tegelijk een zeer kritische functie, zij zeggen wat de kerk moet zijn, wil zij tenminste een ware kerk zijn. Er zijn dan ook kerken waarin men van de kenmerken niets of zogoed als niets wil weten. We denken in het bijzonder aan de kerk van Rome. Haar leer aangaande de kerk gaat op in een beschrijving van haar eigenschappen. Al de eigenschappen der kerk, dus de hierboven genoemde eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit schrijft zij geheel en al aan zichzelf toe, dat wil zeggen aan het roomse kerkelijke instituut. De kenmerken der kerk vinden in de roomse leer aangaande de kerk (ecclesiologie) geen plaats. Zij erkent nl. geen enkele instantie boven zich. En het kenmerkende van de kenmerkenleer is juist dat het Woord Gods gesteld wordt boven de kerk, dat de kerk valt onder de kritische maatstaf van 's Heeren Woord.

Kenmerken

Het is dus op zich al reformatorisch wanneer in de gereformeerde belijdenisgeschriften over de kenmerken der kerk wordt gesproken.

Er wordt aan die kenmerken zelfs een zeer belangrijke plaats toegekend. Art. 29 van de Ned. Geloofsbelijdenis gaat er zo goed als geheel over. Al dadelijk aan het begin van dat artikel wordt ons op het hart gebonden dat wij naarstiglijk (diligenter) moeten onderscheiden welke de ware kerk is.

Niemand zal er zich bij mogen neerleggen dat hij in deze of die kerk 'geboren en getogen' is; dat moge in de eerste jaren van ons leven uitgangspunt zijn, als wij tot volwassenheid zijn gekomen, hebben wij ons af te vragen of onze kerk wel een ware kerk van Jezus Christus is. Het is mogelijk dat iemand na ernstig onderzoek, op grond van de Heilige Schrift tot de overtuiging komt, dat zijn kerk daarbuiten valt. In dat geval is afscheiding geboden; niet slechts geoorloofd, maar, volgens hetgeen onze Belijdenis leert, zelfs geboden.

Secten

De Belijdenis weet ervan dat er in de wereld vele 'secten' zijn die zich sieren met de naam kerk. De naam kerk is begeerd. Men spreekt al licht over onze kerk, onze gemeente, onze gemeenschap, onze broederschap, onze groep, hetwelk allen woorden zijn die zijn onder te brengen bij wat in de Schrift de ecclesia wordt genoemd.

We worden dus vermaand tot een kritische houding. We behoeven niet alles voor kerk of gemeenschap of christelijke groepering te houden wat zich als zodanig aandient. Een gereformeerd christen slikt niet alles wat zich op kerkelijk erf als kerkelijk en christelijk aan hem opdringt.

Voorzichtigheid

Er moet evenwel anderzijds op gelet worden, dat onze Belijdenis in dit alles niet alleen maant tot 'naarstigheid', maar ook tot 'voorzichtigheid'. In de franse tekst staat het woord 'prudence', dus: wijsheid. Al zijn ware en valse kerk van elkaar te onderscheiden, men mag en kan daarin niet onvoorzichtig te werk gaan. Er is onderzoek voor nodig. Men kan niet afgaan op enkele uiterlijke, misschien zeer spectaculaire dingen. Er kan in een kerk heel wat mis zijn en dat men toch nog niet mag zeggen, dat zij een valse kerk is. Het is mogelijk dat er allerlei zonden en gebreken te constateren zijn in een gemeente en dat men toch nog niet mag zeggen: die gemeente is dood! De Heere Christus zei van de gemeente te Sardes: Gij hebt de naam dat ge leeft, maar ge zijt dood; maar men bedenke, dat het de Heere Christus was die dat zei, dus de grote Hartenkenner; en: zelfs deze gemeente vermaande Hij nog om weer tot leven te komen.

Onze Belijdenis wil dus beslist niet dat wij ruw en roekeloos te werk zouden gaan in het beoordelen van kerken en gemeenten; zij bindt ons veeleer op het hart dat ons oordeel wijs, voorzichtig en gegrond moet zijn.

Hypocrieten

Zij heeft ook niet het oog, zoals zij zelf zegt, op de 'hypocrieten', dat wil zeggen: de geveinsden die zich in de kerk bevinden. Deze mensen zijn wel 'naar het lichaam' in de kerk, maar zij zijn niet 'van' de kerk, zij zijn niet de kerk in de eigenlijke zin van het woord.

Hypocrieten, de naam zegt het al, zijn moeilijk herkenbaar. Immers, zij veinsen het ware geloof te hebben en zij veinsen God te dienen. De discipelen hebben Judas niet doorzien en als een geveinsde herkend; hij kwam pas later als zodanig openbaar. De Belijdenis gaat er van uit dat in de kerk te allen tijde zich zulke geveinsden bevinden. En we zullen daarbij stellig niet alleen maar aan Judas-figuren moeten denken. Ook niet alleen maar aan mensen als Ananias en Safirra. De gevallen kunnen veel subtieler van aard zijn. Onder de 'hyprocrieten' kan men ook rekenen allen die, hoe kerkelijk zij misschien ook zijn, toch niet van harte zich tot God bekeren en in Christus geloven.

Er is altijd in de kerk hier op aarde een zekere spanning tussen haar wezen en haar uiterlijke verschijning. De Kerk bevindt zich in de kerk, maar het onzichtbare en zichtbare vallen nooit geheel samen.

Onderscheiding

Er zijn helaas kerken waarin met deze werkelijkheid te weinig rekening wordt gehouden; waarin men bijkans zonder meer ervan uitgaat, dat elk lid der kerk ook een waar en levend lid der kerk is. Calvijn zegt, dat wij allen die het geloof belijden en er naar leven, voor ware christenen moeten houden, maar het verhinderde hem niet intussen toch steeds er blijk van te geven dat er de mogelijkheid der hypocrisie is. Al oordelen wij niet over de harten, daarom verdoezelen of vergeten wij nog niet de werkelijkheid.

En toch zal deze werkelijkheid, zoals onze Belijdenis zegt, nooit onze beoordeling van de kerk in die zin mogen bepalen, dat wij op grond van een min of meer groot aantal hypocrieten een of andere kerk/gemeente voor vals gaan houden. Dat is wel al menigmaal gebeurd in allerlei secten. Men ging de mensen keuren, men ging uitmaken wie werkelijk bekeerd is en wie niet, en zo kwam men er dan toe om de gemeente te zuiveren. Zo kregen de labadisten hun gemeenten van louter wedergeborenen, louter bekeerden. Al bleek het spoedig dat hun selectie niet streng genoeg was geweest.

Dit alles is ook een zware verzoeking geweest voor tal van mannen van het gerefor­meerde Piëtisme en ik durf niet te zeggen, dat zij niet soms aan deze verzoeking bezweken zijn, ook al bleven zij in de kerk en al namen zij de 'onbekeerden' op de koop toe.

Objectieve maatstaf

Onze Belijdenis staat hier pal tegenover. Een kerk of een gemeente kan niet beoordeeld worden naar het 'gezelschap der hypocrieten'. Omdat zij niet als hypocrieten herkenbaar zijn, en ook niet omdat zij, als zij het christelijk geloof belijden en ernaar leven, vallen onder de christelijke tucht. De Belijdenis wil in het beoordelen van de kerk niet uitgaan van een subjectieve maatstaf, in de trant van: Wie is bekeerd en wie is het niet? Wie kent de genade bevindelijk en wie niet? Maar van de objectieve maatstaf: Gods Woord en het spreken daarnaar, en de bediening der sacramenten zoals die door Christus zelf is verordend, en de kerkelijke tucht. Daarnaar moet de kerk worden beoordeeld.

In deze zin zal men ook moeten opvatten wat in art. 29, wat verderop, gezegd wordt over de 'merktekenen der christenen'. De Belijdenis noemt als deze merktekenen: het geloof in Jezus Christus, het aannemen van Hem als enige Zaligmaker, het vlieden van de zonde en het najagen van de gerechtigheid, het liefhebben van de ware God en van de naaste: het kruisigen van het vlees met zijn werken.

Het is waarlijk niet zó, dat de Belijdenis hier tóch nog zou oproepen tot een oordelen over het hart der gemeenteleden. Neen, het betreft ook hier hetgeen wij van de leden der gemeente horen en zien. Het gaat over een geloof dat beleden wordt en over een levenswandel die zichtbaar is. De Belijdenis staat hier geheel in de lijn van Calvijn.

De anderen

En hoe is het dan met de anderen? Die aan deze merktekenen der christenen niet voldoen? Die zouden behoren te vallen onder de kerkelijke tucht. Dus: degenen die hun geloof niet belijden en degenen die niet een waar christelijk en kerkelijk leven leiden. Dat is de gereformeerde visie!

We behoeven nauwelijks te zeggen, hoe ver wij hiervan afgeraakt zijn. En dan niet in slechts één kerk, binnen wat men noemt de Gereformeerde Gezindte, maar in alle. Waar stelt men nog onder de kerkelijke tucht de jongeren en ouderen die niet komen tot openbare belijdenis des geloofs? die niet deelnemen aan de sacramenten? die niet trouw zijn in hun kerkgang? die niet in alle opzichten christelijk leven? Vele kerken dreigen volkskerken te worden; daarmee hebben de vaderen in het verleden ook al geworsteld. Calvijns levenswerk is geweest te realiseren een kerk die een kerk van belijdende leden zou zijn, nl. van zulke leden, die oprecht hun geloof belijden en er ook naar leven. Onze Belijdenis nam dit over.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk in de gereformeerde belijdenisgeschriften (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's