De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Hans Boele: Aan de leiband van Rusland. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes, 1984, geb., ƒ 23, 90, 160 pag., geïll.

Onder een veelzeggende titel, die ongetwijfeld tegenspraak zal uitlokken, verscheen van de hand van Hans Boele een boek over de verhouding tussen de Sowjetunie en haar bondgenoten. In de stijl van het boek is duidelijk de hand van een ter zake kundige journalist te herkennen, die een helder en eenvoudig overzicht geeft van de situatie in de verschillende satellietstaten van Oost-Europa. Het hoofdaccent ligt op de politieke verhoudingen, die wij vandaag aantreffen en de historie van de laatste decennia, die daartoe geleid heeft. Wie in zo'n kort bestek zes landen wil bespreken, ontkomt niet aan een zekere oppervlakkigheid. Toch heeft Boele een informatief boek geschreven, dat ons goed inleidt in de vragen die aan de orde zijn.

De werkelijkheid van het dagelijks leven - ook het kerkelijk leven - in Oost-Europa wordt goed getekend. Tegelijk blijkt, dat deze werkelijkheid direkt op de onze is betrokken. In het laatste hoofdstuk, waarin Boele zijn visie voor de toekomst geeft en een mening vormt over het vraagstuk van de bewapening, komt dit duidelijk ter sprake. De schrijver waarschuwt voor zorgeloosheid en argeloosheid. Hij dringt aan op een beperkte Europese kernmacht, die hij fundamenteel acht voor onze veiligheid. Dat hij geen blinde voorstander is van onbeperkte kernbewapening, blijkt uit zijn visie op de kruisrakettenkwestie. Hij acht deze raketten onnodig. 'Ze brengen de oorlog dichterbij en vergroten de veiligheid niet.' In het geheel van de discussie over vrede en bewapening is zijn visie een interessante bijdrage, die het overwegen waard is. Of deze ook politiek haalbaar is, lijkt mij echter minder waarschijnlijk.

Boele kent de situatie in de landen van het oostblok door persoonlijke bezoeken. Met name lijkt mij dit het geval voor Hongarije, Roemenië, Tsjechoslowakije en de DDR. In zijn beschrijving van Polen geeft hij wel veel gegevens, maar blijft hij wat betreft het interne kerkelijke leven toch wat oppervlakkig. Het hoofdstuk over Bulgarije geeft wel een historisch overzicht, maar gegevens over de kerk in dat land ontbreken. Ook is het de vraag of de Bulgaren 'als regime en bevolking de Russen goed gezind zijn'. Het eerste is zeker waar, maar of het tweede ook klopt blijft voor mij twijfelachtig. In het hoofdstuk over Tsjechoslowakije komt eveneens een zin voor, waarbij vragen rijzen. Professor Hromadka werd niet pas tijdens de Dubcek periode bekend als een voorvechter van een open dialoog tussen chistenen en communisten. Lang tevoren was hij hier reeds een voorstander van (vgl. de brief van Karl Barth aan Hromadka en het standpunt van laatstgenoemde t. a. v. de inval in Hongarije).

Toch is het boek van Boele boeiend en zeer instruktief. Men zou het in de handen wensen van allen die zich bezighouden met de problematiek van oorlog en vrede. Het zou talloze uitspraken, die dikwijls meer emotioneel zijn dan berustend op kennis van zaken, kunnen voorkomen. Na de lezing blijft een beeld over van somberheid. Eens te meer wordt duidelijk, dat wij in een wereld leven, die gebroken is. Vrede zal er alleen komen door het werk van de Vredevorst, de Heere Jezus Christus. Dat is de zekerheid, die ondanks alles overblijft: Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Zal West-Europa niet ooit aan de leiband van Rusland lopen, dan kan dat alleen door de zorg van de Heere. Dat sluit onze zorg niet uit maar in. Bij zijn nadruk op het laatste heeft Boele het eerste in zijn boek vergeten te vermelden. Toch blijft alleen dat het houvast van het geloof.

Wie een globaal overzicht zoekt van de situatie in Oost-Europa vindt in dit boek een goede handleiding. De literatuuropgave verwijst u verder naar meer gedetailleerde informatie, al ontbreken hier helaas wel enkele recente werken over het kerkelijk leven in deze landen.

A. W. van der Plas

C. Trimp, De volmacht tot bediening der verzoening, 2e dr., 44 biz, , ƒ 9, 85; Idem, De actualiteit der prediking, 2e dr., 32 bIz., ƒ 7, 95; K. Veling, Leven uit geloof als object van sociale vfetenschap, 32 blz., ƒ 8, 60. Uitgeverij De Vuurbaak, Groningen, 1983.

Een drietal redevoeringen verschenen in de serie Kamper Bijdragen van de vrijgemaakt Geref. Kerken. In de hierboven als eerste genoemde brochure gaat Trimp in op Schleiermacher's en Barth's visie t.a.v. ambt en prediking, constateert dat hoewel beiden van tegengestelde uitgangspunten uitgaan, ze in de resultaten elkaar dicht naderen. Barth's objectivisme, tenderend naar een algemene verzoeningsleer en verschraling van de prediking, is machteloos tegenover het subjectivisme van Schleiermacher. Daartegenover pleit Trimp voor een recht doen aan het ambt als representatie van Christus en een ernst maken met het beslissingskarakter van de prediking als bediening van het Woord. Een goede analyse, die nog weer eens laat zien hoe nodig dit stukje theologiegeschiedenis is om eigen tijd te verstaan. Jammer dat de schrijver de lijn van Calvijn en Kuyper zo eenzijdig doortrekt naar de eigen kerken. Waarom vermeldt de schrijver de diepgravende studie van ds. G. Boer over de prediking der verzoening niet? De tweede brochure handelt over de actualiteit van de prediking, die volgens de schrijver geworteld dient te zijn in het 'de Schrift alleen' en die hij ondergraven ziet zowel door de r.k. traditie-leer als door de moderne hermeneutiek. Beslissend is de visie op de Schrift. Ook hier worden goede dingen gezegd. Toch heb ik me afgevraagd of Trimp ten volle recht doet aan het communicatieve aspect van de realisering van de Waarheid. Valt er pneumatologisch toch niet meer te zeggen? En wordt het heilshistorische niet overgeaccentueerd? Veling opende vorig jaar de cursus met een rede over de vraag inhoeverre geloofsleven en kerk voorwerp van sociale wetenschap kunnen zijn. Hij wijst op de ontsporingen bij Comte, Durkheim, Marx, laat zien hoe de godsdienst-sociologie uitgaat van een wetenschapsbegrip waarbij de religie totaal in het menselijk vlak wordt getrokken. Zeer belangwekkend vond ik de passages over de relatie tussen Berger en Barth. Barth's scheiding tussen religie en geloof wordt door Berger aangegrepen voor zijn stelling dat een modern mens christen kan zijn zonder zijn relativisme tegenover godsdienst te hoeven prijsgeven.

Aan de hand van het gegeven 'verzuiling' laat Veling zien dat een sociologische kijk op godsdienstige verschijnselen een beperkte betekenis heeft, mits bedacht wordt dat slechts één aspect in het vizier komt en de onderzoeker bedenkt dat leven uit geloof meer kanten heeft. Tevenover de overspannen aanspraken van de sociale wetenschappen vormt deze rede een goed tegenwicht. Tegelijk laat de schrijver ons de betekenis van deze wetenschappen zien, ook voor wie in gereformeerde zin wil studeren en arbeiden.

De drie brochures bevatten waardevol materiaal en verdienen een ruime lezerskring.

A. Noordegraaf

Ir. J. V. d. Graaf, Denken over... Oecumene, 73 blz., ƒ 12, 90 (voor abonnees op de serie ƒ 10, 90) Boekencentrum, 's-Gravenhage, 1983.

Van der Graaf behandelt in dit boekje in kort bestek de geschiedenis van de oecumenische beweging, de vragen die in de Wereldraad regelmatig op de agenda staan en poogt vanuit een bijbelse visie op eenheid en waarheid een kritische waardering te geven. Met name het aspect van de belijdende kerk in de spanning van eenheid en waarheid komt dan aan de orde. Belangrijk is de passage over Israël en de kerk. Daarin laat Van der Graaf zien hoezeer hij rekenen wil met het door Miskotte en anderen beklemtoonde feit van het smartelijke van de breuk tussen kerk en synagoge.

Jammer is dat de schrijver (uit ruimteoverwegingen? ) geen gelegenheid had om zaak van de Evangelische Alliantie en breder: de positie van de Evangelicals in het geheel van de oecumene aan de orde te stellen. Met name in Vancouver is gebleken hoe belangrijk deze vleugel is, vooral in de anglo-amerikaanse wereld. Ook het praktische werk, b.v. het werelddiakonaat, had iets meer accent kunnen krijgen.

Overigens: een handzaam boekje, geschikt voor gesprekskringen. En voor wie meer wil weten: een beknopte literatuurlijst wijst de weg, waarop jammer genoeg de mémoires van Visser 't Hooft (onmisbaar voor wie uit de eerste hand informatie wil krijgen over de oecumenische beweging) en de publicaties van Stephen Neill ontbreken. Mogelijk kan deze verwijzing in een tweede druk toegevoegd worden.

Het goed geschreven boekje zal ongetwijfeld zijn weg wel vinden, en verdient dat ook.

A. Noordegraaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's